Oranjewoud Festival: klassieke muziek met koninklijke allure

Sinds 2012 organiseert Yoram Ish-Hurwitz elke zomer het Oranjewoudfestival in Friesland. De even ondernemende als avontuurlijke pianist maakt daarbij de natuur tot onlosmakelijk onderdeel van de muzikale beleving. Van woensdag 1 tot en met maandag 5 juni verrast hij zijn publiek opnieuw met concerten op bijzondere locaties. Verspreid over het gebied spelen ruim 120 Nederlandse en internationale topmusici de mooiste muziek in een kleinschalige, intieme setting.

Koninklijke allure

Zelfs als je geen liefhebber bent van klassieke muziek is het de moeite waard naar Friesland af te reizen. Alleen al de plek zelf heeft sprookjesallure. Oranjewoud dankt zijn naam aan Albertine Agnes van Nassau, prinses van Oranje. Zij bouwde in de 17e eeuw een buitenverblijf in het bosrijke gebied bij Heerenveen. Hoewel het landgoed in de loop der tijden geregeld van eigenaar en bebouwing wisselde, bleef de band met de Oranjes. Ook Beatrix en Claus waren er geregeld te gast. Zo krijgt het festival een koninklijk randje.

Oranjewoud Festival – foto Ronald Knapp

Het sympathieke van het Oranjewoudfestival is bovendien zijn toegankelijkheid en laagdrempeligheid. Naast betaalde concerten zijn er gratis toegankelijke evenementen in de Proeftuin. Deze vormt het festivalhart, waar iedereen kan proeven van (h)eerlijke hapjes en allerlei soorten muziek. Er zijn korte optredens van de festivalmusici zodat je op een ongedwongen manier kennis kunt maken met zeer uiteenlopende muziekstijlen. Speciaal voor kinderen is er in ‘t Proevertje van alles te doen en te beleven.

Bespiegelen en zwieren

De Proeftuin biedt een fraai startpunt van waaruit je over het terrein kunt uitwaaieren. Bijvoorbeeld naar Museum Belvédère, waar geluidskunstenaar Hans van Koolwijk objecten tot leven wekt met geluid. Of het Rabobank Paviljoen, voor een sfeervol kaarslichtconcert van meesterpianist Enrico Pace. Een ritmische ontdekkingstocht door het bos met Tatiana Koleva is zeker ook aanlokkelijk. Evenmin te versmaden valt Waltzing in the Woods  op Landgoed Oranjewoud, waar de musici van LUDWIG in de bovenzaal feestelijke dansmuziek spelen en je uitnodigen om zelf mee te doen.

Voor de meer meditatief ingestelden is er het concert van AlexP in een koude-oorlogsbunker. Diep onder de grond stuurt hij vier virtuele vleugels aan in Simeon ten Holt’s bezwerende Canto Ostinato. Ook De zingende zonderling in de Ecokathedraal van ‘ecotect’ Louis Le Roy belooft een bijzondere ervaring te worden. Diens wonderlijke, door struikgewas overwoekerde bouwsels van afvalmateriaal worden gevuld met mysterieuze geluiden en stemmen.

Inslapen en ontwaken met muziek

Hoogtepunt van het festival is de Nacht van het Park, een nieuw programmaonderdeel. In een sprookjesachtig verlichte Overtuin klinkt een scala aan korte concerten, waaronder één in volslagen duisternis. Er is tevens een ‘Augmented Concert’ door violist Yannick Hiwat, met speciale effecten via een koptelefoon. De Nacht van het Park besluit in stijl met een Middernachtconcert door zangeres Nora Fischer, het Doelen Ensemble en Aart Strootman op de elektrische gitaar. Zij spelen death speaks van David Lang en Giudecca van Strootman.

Wie in Oranjewoud blijft overnachten krijgt voor het slapen gaan gratis een persoonlijke serenade van de festivalmusici. Vroege vogels laten zich maandagochtend om 5:00 uur wekken met een zonsopgangconcert van blokfluitiste Lucie Horsch en LUDWIG. Het festival wordt die middag afgesloten met een gratis picknickconcert door het Nederlands Blazers Ensemble. Je mag zelf bepalen welke stukken zij gaan spelen, uit een in overleg met Omrop Fryslân samengestelde top-25. – Je voelt je letterlijk de koning te rijk.

Oranjewoudfestival: 1 t/m 5 juni, Oranjewoud
Info en kaarten: https://www.oranjewoudfestival.nl/
Tijdens het festival verzorg ik drie inleidingen

Posted in music, news | Tagged , , , , , , , | 2 Comments

Vanachter de chador – vrouwelijke componist nog altijd veronachtzaamd

Surfend op het internet stuitte ik op een blog over de veronachtzaming van vrouwelijke componisten dat ik in 2009 schreef voor Radio 4. Helaas is de inhoud nog altijd actueel. Daarom vandaag een herplaatsing op mijn eigen blog.

Weblog: Vanachter de chador

Amsterdam, 22-9-2009 – Ik groeide op in Limburg, waar ik een nonnenschool voor meisjes bezocht – jongens hadden hun eigen patersschool. Dat belette ons niet volop te genieten van elkaars gezelschap en bovendien waren er uitwisselingen om onze culturele en geestelijke blik te verruimen. Zo bezocht ik een markt op de jongensschool die gewijd was aan de Missie in Arabische landen.

De prachtigste voorwerpen lagen uitgestald en mijn aandacht werd getrokken door een fraai geborduurde doek. Een behulpzame pater omschreef deze als ‘chador’ – ik mocht hem gerust even uitproberen. Ik had het gevaarte nog niet om of ik snakte naar adem: geheel ingeklemd in een zware lap stof kon ik alleen nog door een geborduurd traliehek naar buiten kijken. Ik was geschokt, zeker toen ik hoorde dat vrouwen dit martelwerktuig vrijwillig zouden dragen.

Mendelssohnfeest zonder Fanny

Dertig jaar later wil mijn geperoxideerde provinciegenoot een kopvoddentax invoeren om het dragen van dergelijke doeken uit te bannen. Dat hij daarmee ook de (weinige nog resterende) nonnen dupeert, laat hij gemakshalve buiten beschouwing. Maar c’est le moindre de mes soucis. Belangrijker is dat anno 2009 ook Nederlandse vrouwen nog altijd moeten opereren vanachter een chador, zeker in de muziekwereld.

In mijn vorige blog hekelde ik het feit dat het Festival Oude Muziek Felix Mendelssohn prominent op de lessenaars plaatste, maar verzuimde aandacht te schenken aan zijn zus Fanny. Terwijl zij toch grote invloed op zijn muziek uitoefende en schitterende stukken schreef. Ook het daarop volgende Mendelssohnweekend liet haar composities ongespeeld.

Nederlandse Mannendagen

Je zou verwachten dat de verhoudingen na drie feministische golven beter zouden zijn geworden, maar helaas. Al vaak kaartte ik het ontbreken van vrouwelijke componisten aan tijdens de jaarlijkse Nederlandse Muziekdagen, die ik sinds jaar en dag omschrijf als ‘Nederlandse Mannendagen’. Toen ik programmeur Micha Hamel vorig jaar complimenteerde omdat hij eindelijk ook componerende dames een stem gaf, reageerde hij zichtbaar geschrokken.

Voor de komende editie van 10 en 11 oktober heeft hij zich hersteld: van de elf geprogrammeerde stukken zijn er nul geschreven door een vrouw. Maar wie weet verbergt zich tussen de ‘tien jonge componisten’ die Ensemble Klang op zondagmiddag presenteert nog wel een enkele meid. Diezelfde dag wordt voor de elfde keer de Henriëtte Bosmansprijs uitgereikt – hoopvol is dat drie van de vijf genomineerde componisten dames zijn, want de prijs werd nog nooit door een vrouw gewonnen.

Ook tijdens het Tenso korenfestival komen de vrouwen er bekaaid af. Een snelle blik leert dat van de negenentwintig uitgevoerde stukken er vijfentwintig door mannen werden gecomponeerd. Er staan nog drie werken open tijdens het slotconcert van 18 oktober – zouden die nog wat vrouwelijke noten bieden?

Hokjesgeest

Er gloort meer hoop. Het Nederlands Kamerkoor presenteert de komende weken het programma ‘La voce femminile’. Onder leiding van de vermaarde Noorse dirigent Grete Pedersen klinken hierin werken van Hildegard von Bingen, Helena Tulve, Edith Canat de Chizy en Saskia Macris. Op zondag 27 september brengt Radio Monalisa in Theater de Cameleon in Amsterdam muziek van onder anderen Fanny Mendelssohn, Clara Schumann en Lili Boulanger. Stuk voor stuk componisten die naam en faam verwierven, maar wier composities desondanks slechts zelden worden uitgevoerd.

Toch is het maar zeer de vraag of dergelijke concerten bijdragen aan een vanzelfsprekende acceptatie van de vrouwelijke componist. Zij wordt immers gepresenteerd vanuit een veilig hok. De componerende vrouw geldt anno 2009 nog altijd als een rariteit, die af en toe vanachter de tralies van haar chador de wereld in mag kijken. – Hoezo feminisering van onze maatschappij?

Posted in music, personal, women composers | Tagged , , , , , , , , , , | 3 Comments

Geanimeerde #Reinbertlezing voor muziekbibliothecarissen van NVMB

Op dinsdag 16 mei gaf ik een lezing over mijn biografie Reinbert de Leeuw: mens of melodie tijdens de netwerkdag van de Nederlandse Vereniging van Muziekbibliotheken (NVMB). Plaats van handeling: de sfeervolle voormalige wachtruimte op perron drie van station Deventer. Het werd een geanimeerde en memorabele middag.

Voor mij was het heel bijzonder om voor dit selecte gezelschap van zo’n dertig muziekbibliothecarissen te mogen spreken. Met velen van hen heb ik uitvoerig contact gehad tijdens het onderzoek voor mijn boek. Sommigen ken ik persoonlijk, met anderen heb ik alleen telefonisch of per e-mail contact onderhouden. Het was leuk nu ook hun gezichten erbij te zien.

Verschijning biografie trending topic op Nu.nl 15-3-2014

Opwaaiend stof

Na een boeiende lezing van Peter Schouten (kennismanager bij Ingressus) over de nieuwe catalogiseerstandaard RDA (Resource, Description & Access) is het mijn beurt. Charlotte Sienema van de programmacommissie geeft een korte, maar levendige introductie. De oren van de aanwezigen zijn meteen gespitst als zij meldt dat ‘de biografie veel stof heeft doen opwaaien’.

Zodra ik achter mijn microfoon plaatsneem en opper dat men mij gerust mag interrumperen, komt er een vraag uit de zaal: ‘Hoe zat het nou precies met al dat opwaaiende stof?’ Terwijl ik vertel over de wonderlijke gang van zaken rond ontstaan en verschijning van mijn biografie is het ‘oh’ en ‘ah’ en ‘tssss’ niet van de lucht.

Fietsassen vol biografieën

– Over de uitgever die laaiend enthousiast is over mijn manuscript maar onmiddellijk afhaakt bij het eerste protest van Reinbert de Leeuw. – Over het in het diepste geheim voorbereiden van de uiteindelijke publicatie met Dolf Weverink van Leporello Uitgevers. – Over hoe die op de dag van verschijnen met fietstassen vol exemplaren rondgaat bij de verzamelde boekhandels. – Over De Leeuws publiekelijk geventileerde woede die echter nooit geconcretiseerd wordt in feitelijke bezwaren.

Bio’s rondbrengen per fiets 14-3-2014

Het was een dollemansrit door een achtbaan aan emoties en stress, die dankzij de vele lovende kritieken toch de moeite waard is gebleken. Ook als ik hierna spreek over leven en werk van Reinbert de Leeuw, toont iedereen zich zeer betrokken. Zo memoreert oud-muziekbibliothecaris Gert Floor hoe hij Maria Stroo, de eerste pianolerares van Reinbert nog heeft gekend. Ook diens docent aan het Muzieklyceum Jaap Spaanderman ligt bij hem en anderen nog goed in het geheugen.

Schönberg met Microsoftbliepjes

Eric van Balkum start bereidwillig vanaf een laptop de meegebrachte muziekvoorbeelden in. Ik leerde hem al tijdens mijn studie muziekwetenschap kennen als catalogiseerder van de onvolprezen, maar inmiddels helaas opgeheven bibliotheek van het Muziekcentrum van de Omroep. Daar heb ik vele uren doorgebracht en beheerder Martie Severt – nu penningmeester van NVMB – heeft voor mijn onderzoek zelfs speciaal nieuwe boeken aangeschaft.

Dat fragmenten uit Schönbergs Tweede Strijkkwartet worden verlevendigd met bliepjes en piepjes van Microsoft, stationsmeldingen en het lawaai van voorbijrazende intercity’s maakt de sfeer er alleen maar geanimeerder op. Net als de spontane uitroep: ‘Reinbert!’ van voorzitter Jantien Dubbeldam bij het met een harde klap openvallende raam. Een auteur kan zich geen betrokkener en empatischer publiek wensen.

Thea Derks met Eric van Balkum aan de laptop (foto Charlotte Sienema)

Bestaansrecht muziekbibliotheek

Na mij snijdt Jos Oegema, (consulent collecties van Bibliotheek Deventer) het probleem aan van de krimpende, of zelfs geheel opgeheven muziekafdelingen in de openbare bibliotheken. ‘Wij hebben 5000 cd’s, die elk vier à vijf keer per jaar worden uitgeleend’, zegt ze. De aanwezigen zijn hoorbaar onder de indruk.

Dat geldt echter niet voor haar nieuwe directeur, die zich afvraagt of de bibliotheek überhaupt nog wel cd’s moet aanbieden. ‘De populairste boeken gaan namelijk zo’n tien keer van de plank, dus afschaffen lijkt voor de hand te liggen.’ Peter Schouten riposteert dat wetenschappelijke werken maar nul tot één keer worden uitgeleend. ‘Moeten we die dan ook maar wegdoen?’

Fysieke cd-collectie triggert nieuwsgierigheid

Hoe kunnen de muziekafdelingen hun bestaansrecht behouden is de vraag. Dat kan bijvoorbeeld door het aanbieden van Spotify-lijsten, oppert iemand. Meerdere mensen wijzen erop dat de fysieke aanwezigheid van cd’s in de bibliotheek belangrijk is. Want juist doordat mensen kunnen struinen in het aanbod worden zij nieuwsgierig. De ervaring is dat leden van bibliotheken met een uitgebreide muziekcollectie vaker cd’s aanvragen bij de Centrale Discotheek Rotterdam.

Onder het genot van een drankje en een hapje wordt nog stevig nagepraat en signeer ik enkele exemplaren van mijn biografie. Ik keer huiswaarts in de hoop dat deze muziekbibliothecarissen nog lang hun mooie en nuttige werk mogen blijven doen. – Zonder hun hulp en toewijding had ik mijn biografie nooit kunnen voltooien.

 

Posted in news | Tagged , , , , , , , , , , , | 1 Comment

Cultuurvandaal

Gezien de recente perikelen rond de landstitel van Feyenoord is het thema nog altijd actueel: voetbalrellen zijn een enorm maatschappelijk probleem. Toch schijnen wij het normaal te vinden dat de politie keer op keer massaal moet uitrukken om heethoofdige supporters in het gareel te krijgen.

Dat die politie-inzet en de door hooligans aangebrachte vernielingen oneindig veel meer kosten dan de fooi die wordt besteed aan cultuur, deert schijnbaar niemand. Al in 2004 schreef ik hierover een column in het muziektijdschrift Luister. Helaas is sindsdien de cultuursector nóg veel sterker gekort.

Cultuurvandaal

Op een mooie lentedag fietste ik naar Theater de Balie in Amsterdam, mij verheugend op de opening van het Muziektheaterfestival aldaar. Eenmaal aanbeland bij mijn bestemming – het Leidseplein – leek daar de oorlog te zijn uitgebroken. Tientallen in gevechtstenu gestoken ME-ers postten bij gepantserde politiebussen; het glas van de tramhokjes lag aan diggelen; het asfalt was bezaaid met afval en mijn doorgang werd versperd door roodhoofdige, bierlurkende en schreeuwende mannen. Behoedzaam baande ik mij een weg door deze barbaarse horde, waarna twee potige bewakers mij schichtig toelieten tot het theater.

Marien Jongewaard in Lautsprecher Arnolt Foto Tom Croes

Was de oorlog inderdaad losgebarsten? Welnee, het was feest, Ajax was landskampioen geworden! Ietwat beduusd nam ik plaats in de zaal, waar de voorstelling ‘wegens omstandigheden’ later begon. En oh ironie, het ging over oorlog: in Lautsprecher Arnolt van Huba de Graaff* wordt de hoofdpersoon omringd door luidsprekers die hem toebrullen zijn menselijke moraal te verruilen voor een niets ontziend opportunisme. Terwijl Arnolt binnen het ene na het anders slachtoffer maakte, gingen buiten de voetbalvandalen op de vuist. Eens temeer vormde kunst een verontrustende spiegel van de maatschappij.

Toch las ik de volgende dag dat de inhuldiging van Ajax ‘voorbeeldig’ was verlopen; burgemeester Cohen vond het ‘hartstikke gezellig’. Wie durft bij zoveel zonnigheid te zeuren over geld? Die paar tonnetjes politie- , schoonmaak- en reparatiekosten verhalen we toch gewoon op de kunstbegroting? ‘Zes miljoen minder’, kraaide wethouder Hannah Belliot; ‘We heffen gewoon het RSO op’, zong staatssecretaris Medy van der Laan haar voor. Het draait in het leven warempel niet om Shakespeare, Bach of Van Maanen, maar om Sikora, Van der Vaart en Vertier. Laat de elite zelf betalen voor haar bespottelijke behoefte aan cultuur: schoppen is creatiever dan scheppen!

Ik word cultuurvandaal. Tijdens een prachtuitvoering sloop ik feestelijk de stoelen uit het Concertgebouw; in de Schouwburg verscheur ik jubelend de gordijnen en bij de Opera sla ik ontroerd de lampen stuk. – Eens zien hoe snel de kunstbegroting dan wordt opgekrikt.

Huba de Graaff presenteerde onlangs haar opera Liebesleid. Op 22 + 23 juni gaat in het Holland Festival haar nieuwste opera in première: The Naked Shit Pictures.

Posted in music, personal, women composers | Tagged , | 1 Comment

Poëtische Schumann en onstuimige Tsjechen in AVROTROS Vrijdagconcert

Vrijdag 12 mei presenteert het AVROTROS Vrijdagconcert een avond vol contrasten. Dirigent Jakub Hrůša en het Radio Filharmonisch Orkest plaatsen drie meeslepende stukken uit Tsjechië naast het poëtische Celloconcert van Robert Schumann, met de Franse meestercellist Jean-Guihen Queyras.

Betoverende natuur

In Dvořáks ouverture Carnaval horen we de natuur ontwaken, waarna een dorpsfeest losbarst vol uitbundig kopergeschal, opzwepende bekkens en rinkelende tamboerijnen. In zijn symfonisch gedicht In de Tatra schildert Viteszlav Novák in zwierige penseelstreken een kleurrijk portret van het gelijknamige gebergte. In zijn onstuimige Fantaisies symphoniques voert Bohuslav Martinů ons mee langs een scala aan betoverende vergezichten.

Cellopoëzie

Robert Schumann was zeer geïnspireerd toen hij zijn Celloconcert componeerde. Hij voltooide het in twee weken tijd en het behoort tot de absolute hoogtepunten in het cellorepertoire. In plaats van een virtuoos spektakelstuk schiep Schumann een intiem en persoonlijk werk, dat zingt van begin tot eind. De Franse grootmeester Jean-Guihen Queyras is met zijn zangerige toon de gedroomde solist om deze pure cellopoëzie tot leven te wekken.

Het concert wordt live op Radio 4 uitgezonden vanuit TivoliVredenburg in Utrecht.

Vrijdag 12 mei, Grote Zaal TivoliVredenburg: RFO/Jakub Hrůša Info en kaarten hier.
Zondag 14 mei herhaling in Zondagochtendconcert, Concertgebouw Amsterdam. (Ook live op Radio 4, maar zonder het stuk van Martinů .) Info en kaarten hier.

Posted in music, news | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Composer Ryan Wigglesworth: ‘Technique is a tool for expression’

Ryan Wigglesworth (Sheffield, 1979) is considered one of the most important British musicians of his generation. He is composer in residence at the English National Opera and first guest conductor of the Hallé Orchestra. On 11 and 12 May he makes his debut with the Royal Concertgebouw Orchestra with his own Clocks from a Winter’s Tale, commissioned by the orchestra. The two programmes also feature works by Oliver Knussen, Benjamin Britten and Edward Elgar.

Like many Britons, Wigglesworth (not related to the conductor Mark Wigglesworth) began his musical career as a chorister. He grew up in Wincobank, a rather poor district in Sheffield where his parents owned a butcher’s shop. They were no musicians themselves, but had some classic elpees, from composers like Beethoven and Berlioz. The young Ryan eagerly listened to their music, and as a six-year-old sang the anthem of his elementary school with such ‘embarrassing fervour’ that the board made him audition at Sheffield Cathedral. He was immediately engaged to sing in the boys choir.

Obsessed

‘I was a boy from the wrong side of the city’, says Wigglesworth, ‘but music became my world. I was lucky that Graham Matthews, the organist of the Cathedral, took me under his wing.’ After primary school, he travelled daily to King Edward’s School on the other side of the city, where he became ‘obsessed with the music we performed’.

Soon he started composing his own pieces and at fifteen he was admitted to the prestigious Charterhouse School in Surrey, an age-old boarding school that devotes a lot of attention to culture. After this he studied piano, composition and conducting at the Guildhall School of Music and Drama and the University of Oxford. There he was also Organ Scholar for some time, in which function he gained practical experience as accompanist and conductor of choral music services.

In 2008, Wigglesworth drew nationwide attention conducting the BBC Symphony Orchestra in his own Sternenfall, commissioned by the BBC. Soon assignments flooded in, and he started dividing his attention between playing the piano, conducting and composing. This combination is not burdensome: ‘When I conduct or play the piano, I learn to become a better composer: how to work out an idea clearly, how to best communicate my message to the performer, how to balance a chord. Everything I do helps me in my core business, composing.’

Secrets and shadows

About his influences he says: ‘Any music that moves you will be part of your DNA in one way or another. Thus, the extremely efficient and strict music of William Byrd can have a huge emotional impact; Berlioz shapes his ideas into incredibly electrifying, driving rhythms. Beethoven is like Shakespeare: a universe in itself. But what you eventually learn from the great masters is technique, not style. Technique gives you the tools to express what you wish to express.’

His greatest inspiration, however, comes from Oliver Knussen, both as conductor and composer: ‘His music is the best proof that you must write what you always wanted to hear yourself, not what you think you should compose. The Horn Concerto is one of his best works: though relatively short, it feels like a long journey. It is very solid, characteristic and colourful, with some whiffs of a night’s atmosphere. But above all it’s very beautiful.’

Shakespeare

Wigglesworth is conducting this Horn Concerto alongside works by Britten and Elgar, and his own Clocks from a Winter’s Tale. While composing he drew inspiration from his opera The Winter’s Tale, that was premièred at the English National Opera in February 2017. ‘Time plays an important role in my piece, both realistic time and psychological time’, he says in an interview in Preludium, the magazine of Royal Concertgebouw Orchestra and Concertgebouw.

Clocks from a Winter’s Tale has three movements, each different in character. The first movement is dark and intense, the second is rather more light-hearted, while in the last movement the initial material returns, though this time ‘as in a dream’. Wigglesworth was fascinated by an exhibition of ancient English clocks he saw some years ago. ‘Every clock has its own personality. They are made to show the time objectively, and at the same time the complex mechanisms are of enormous beauty. To me, clocks embody the purest form of intelligence.’

Enchanting

The composer is happy to conduct the Royal Concertgebouw Orchestra: ‘I hope my music gives the musicians the chance to display their particular sound. It’s incredibly enchanting to hear your music performed with the same intensity and personality the Royal Concertgebouw Orchestra puts into Mahler and Bruckner.

I grew up with their records and know them from concerts in London and in the Amsterdam Concertgebouw. Their sophisticated sound is unique, their way of music making is always lively. I really look forward to our cooperation.’

Thursday 11, Friday 12 May, Concertgebouw Amsterdam
Royal Concertgebouw Orchestra, Ryan Wigglesworth, conductor
Britten (only on Friday): Four Sea Interludes
Wigglesworth: Cocks from a Winter’s Tale (commissioned by Royal Concertgebouw Orchestra, world première)
Knussen: Horn Concerto
Elgar: Enigma Variations
Photograph Ryan Wigglesworth: Benjamin Ealovega

Posted in music, news | Tagged , , , , , | Leave a comment

Operadagen Rotterdam: drie opera’s die je niet wilt missen

Vrijdag 12 mei begint de twaalfde editie van Operadagen Rotterdam. Het tiendaagse festival staat onder de titel Lost & Found in het teken van de actuele vluchtelingenproblematiek. Ik selecteerde drie opera’s van Calliope Tsoupaki, Annelies van Parys en Claron McFadden, sterke vrouwen die hierop reflecteren en wier werk het verdient gehoord (en gezien) te worden.

Vluchtelingenproblematiek

De vrees voor het onbekende is zo oud als de mens – verworvenheden worden gekoesterd, vreemdelingen met argusogen bezien. In hun zoektocht naar een ‘nieuw thuis’ verlaten velen hun vertrouwde wereld en steken letterlijke en symbolische grenzen over om elders een nieuw – en hopelijk beter – bestaan op te bouwen.

Durven we ons te begeven op onontdekt terrein? Komen we aan op de plaats van bestemming of raken we juist verdwaald? Zonderen we ons af van de rest van de wereld, of herkennen we onszelf terug in de vreemde ander? Dat zijn de vragen die de componisten Tsoupaki en Van Parys en de sopraan Claron McFadden stellen. Alle drie kozen een bijzondere invalshoek.

Calliope Tsoupaki: Fortress Europe

De oudere dame Europa wil koste wat kost verhinderen dat ook maar één asielzoeker haar comfortabele wereldje binnendringt. – Hoewel ze als jonge vrouw op de rug van oppergod Zeus vanuit Syrië naar Europa kwam, waar ze als vreemdeling een nieuw bestaan moest opbouwen. Haar zoon is een politicus die de poort tot Europa stevig gesloten houdt. Oog in oog met de bootvluchteling Amar gaat hij echter twijfelen.

Tsoupaki componeerde er hartverscheurend mooie muziek bij, met kruidige, Arabisch getinte koorpassages en klaaglijke melodieën van een hobo. Zij maakt de gevoelens van weemoed om het verlies van huis en haard indringend invoelbaar. Jammer van het gortdroge en eenduidige libretto, dat niets aan onze verbeelding overlaat. Maar dankzij de wonderschone muziek en de treffende enscenering is Fortress Europe toch een voorstelling om een traantje bij weg te pinken.

Annelies van Parys: Het Kanaal

In Het Kanaal van de Vlaamse Annelies van Parys wil een vluchteling het Kanaal overzwemmen, een nieuwe toekomst tegemoet. Op de krijtrotsen aan de overkant stuit hij op een transseksuele vrouw die haar leven wil beëindigen. Tussen de twee ontstaat een verrassende dialoog: hun lot blijkt sterker verbonden dan gedacht.

Hun gesproken conversatie vindt zijn spiegel in de muziek van Annelies van Parys. Zij zette liederen op een recent teruggevonden theatertekst van William Shakespeare. Die beschrijft hoe een sheriff wil verhinderen dat zijn burgers een groep vluchtelingen lynchen. Een zangeres plaatst als ‘commentator’ de monologen in een breder, universeler kader. Zij wordt afwisselend begeleid door gitaar of luit, tokkelinstrumenten die populair waren in Shakespeare’s tijd.

Claron McFadden: Nachtschade: aubergine

Uitgesproken origineel is de insteek van de Amerikaans-Nederlandse sopraan Claron McFadden. In Nachtschade: aubergine gaat zij op zoek naar de gemeenschappelijke wortels van onze diverse culturen. Hiertoe volgt zij de route die de populaire paarse groente aflegde vanuit het Midden-Oosten naar onze keukentafel.

Zij bezocht vijf landen rond de Middellandse Zee. Samen met de lokale bevolking maakte ze een plaatselijk auberginegerecht en studeerde ze een traditioneel lied in. McFadden presenteert haar ervaringen in de vorm van een theatraal en culinair concert. Zo maakt zij ons verlangen naar identiteit in een steeds veranderende wereld invoelbaar.

Achter de musici worden filmbeelden geprojecteerd van Lisa Tahon, die McFadden volgde op haar reis. Gaandeweg wordt duidelijk dat van één oorsprong geen sprake is, slechts van een oneindig aantal vertakkingen en knooppunten. We blijken bovendien meer met elkaar gemeen te hebben dan we denken.

Bij het concert worden auberginehapjes geserveerd. – Een voorstelling om van te watertanden

Operadagen Rotterdam, van 12 t/m 21 mei, info en kaarten: www.operadagenrotterdam.nl

Posted in music, news, women composers | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Arnold Schönberg is dead, long live Arnold Schönberg!

Arnold Schoenberg (1874-1951) is often accused of having chased away the audience with his zest for innovation. His twelve-tone system broke away the foundation underneath the tonal system, which had provided a safe haven for centuries. Deprived of his footing the listener supposedly turned his back on contemporary music. Nonsense, because not only did Schoenberg write several fantastic works, but he continues to inspire composers to date.

Impending horrors

On Thursday 18th May, Asko|Schoenberg honours him with a concert around his Chamber Symphony No. 1. Schoenberg composed this ground-breaking piece in 1906, and it’s a key work of modern music. In it, he summed up the possibilities of classical tonality before leaving it behind forever. Moreover the line-up of ten winds and five strings – a pocket-sized symphony orchestra – laid the foundation for a thriving ensemble-culture. With its length of 20 minutes it has the form of a mini symphony.

A hundred years later, the concentrated and compressed Chamber Symphony is still fresh and overwhelming. The music balances on the borderline between tonal nineteenth-century romanticism and atonal twentieth-century expressionism. It continuously seems to burst out of its joints. Extreme dynamics, nervously interacting motifs and raw exclamations from the brass make your skin crawl. – In his startling score Schoenberg already seems to depict the impending horrors of the First World War. An impressive classic.

Arnold Schoenberg by Egon Schiele (photocredit Wikipedia)

Cartoonesque music

In 1992, the American John Adams (1947) was inspired by this iconic work in his Chamber Symphony. In his stirring piece he pairs a chromatic sound world to cartoonesque film music. He said the idea for this piece arose when he was studying the score of Schoenberg’s Chamber Symphony. ‘Meanwhile, my seven-year-old son Sam was watching cartoons in the adjacent room. The hyperactive, insistently aggressive and acrobatic scores for the cartoons mixed in my mind with the Schoenberg music, itself hyperactive, acrobatic and not a little aggressive. Suddenly, I realized how much these two traditions had in common.’

 

Ripples

Even younger generations still find inspiration in Schoenberg. For instance Jan-Peter de Graaff, born in 1992, the year in which Adams composed his Chamber Symphony. For this concert he wrote a new piece, Rimpelingen (Ripples), for cello and ensemble. The title refers to musical codes that sound like pebble stones falling on a smooth water surface. These launch a game of action and reaction between the soloist and the other musicians.

In Rimpelingen, De Graaff incorporates both Schoenberg’s twelve-tone music and the virtuoso rhythmic drive of Adams. All of this seasoned with, in the composer’s own words, ‘a pinch of jazz and a pleasant Stravinskian pepper, embedded in a hushed impressionist landscape.’

Odd man out

The Piano Quartet Gustav Mahler (1860-1911) composed in 1876 may seem the odd man out in this programme of modern music. But there is indeed a strong connection with Schoenberg. ‘I do not understand your music, but you are right, because I’m old you are young,’ Mahler said to his experimental colleague. He fervently defended him in public, and once rebuked a visitor for hissing at a concert with Schoenberg’s music. ‘I also hiss at your music,’ the culprit answered.

Schoenberg initially considered Mahler’s music to be uninteresting old hat, but gradually learnt to appreciate it. He even made very successful edits of his song cycles Lieder eines fahrenden Gesellen and Das Lied von der Erde. And here we come full circle. Mahler’s highly romantic Piano Quartet perfectly illustrates the decadent Viennese fin-de-siècle atmosphere Schoenberg said goodbye to in his Chamber Symphony.

Asko|Schönberg, Etienne Siebens, conductor, Hans Woudenberg, cello
Muziekgebouw aan ‘t IJ, 18 May
Arnold Schönberg Chamber Symphony Nr. 1
John Adams Chamber Symphony
Jan-Peter de Graaff Rimpelingen (world première, commissioned by Asko|Schönberg)
Gustav Mahler Piano Quartet in a 
Info and tickets
Posted in music, news | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Steije Maurer wint persprijs Prinses Christina Concours

De 49e editie van het Prinses Christina Concours in het Zuiderstrandtheater bood een welkome variatie aan instrumenten. Overheersen veelal de violisten en pianisten, dit keer waren er onder de acht finalisten ook een bastrombonist, een contrabassiste en een marimbaspeler. Opvallend was de jeugdige leeftijd van de aanstormende talenten, met vijf deelnemers van 12 en 13 jaar oud. Dit was echter niet te horen aan de kwaliteit van hun spel. Zoals iedere aflevering werd ik ook dit keer getroffen door het hoge niveau van deze jonge musici.

Persjury: Christiaan Kuyvenhoven, Thea Derks, Petra Gerrese (foto Peter van Mulken)

Toch sprong een van de deelnemers er onmiddellijk uit voor ons als persjury – naast mij bestaande uit de pianist Christiaan Kuyvenhoven en Petra Gerrese, samensteller van Podium Witteman. Met zijn enorme muzikaliteit, zijn communicatieve spel en zijn gevoel voor drama en theatraliteit greep de twaalfjarige marimbaspeler Stije Maurer ons meteen bij onze lurven. Hij bracht een interessante combinatie van oud en modern repertoire en opende met een bewerking van de Prelude uit de Cellosuite nr. 1 van Bach. Hij bracht deze met een groot gevoel voor klankkleur en sfeer over het voetlicht.

Nog indrukwekkender was zijn vertolking van On Japanese Children Songs van Keiko Abe, waarmee twee jaar geleden ook Martijn Boom de persprijs binnensleepte. Het is het eerste stuk voor een marimba van vijf octaven en gaat over een moeder die haar kind verhaaltjes vertelt voor het slapengaan. Enerzijds om het kind gerust te stellen, anderzijds om het te waarschuwen voor op de loer liggende draken.

Steije Maurer, Zuiderstrandtheater 23-4-2017 (foto Peter van Mulken)

Met zijn twaalf jaar ontpopte Maurer zich als een rasperformer, die elke nuance in het verhaal feilloos weet te treffen. Moeiteloos laat hij de vier stokken over de toetsen dansen. Nu eens horen we muisjes trippelen op de hoogste toetsen van zijn instrument, dan weer laat hij boze geesten een dreigende dans uitvoeren in de lage registers. Zijn technische perfectie doet je vergeten hoe lastig zijn partijen zijn. Hij speelt met opperste concentratie en neemt de rust om de muziek te laten ademen.

Maurer is ontwapenend naturel en weet met zijn intense concentratie de aandacht van het publiek geheel naar de muziek te trekken. Onbegrijpelijk dat de vakjury hem slechts een tweede prijs toekende.

Oordeel zelf, via de video-opname van het Prinses Christina Concours.

Een overzicht van de overige prijzen vindt u hier.

Een verslag van de finale wordt donderdag 27 april uitgezonden door Omroep Max op Radio 4

 

Posted in news, review | Tagged , , , , , | Leave a comment

Grażyna Bacewicz: ‘Een componist moet zich ontwikkelen’

In Polen tooit haar naam straatbordjes en schoolgebouwen en staan beelden van haar in openbare parken. Grażyna Bacewicz (1909-1969) was de eerste Poolse vrouw die als componist internationaal succes oogstte. Haar werk is zelfs te vinden op een van de cd-anthologieën van het Koninklijk Concertgebouworkest. Toch is zij hier te lande nog altijd vrijwel onbekend. Onterecht, want zij schreef krachtige muziek, waarbij ze zich weinig aantrok van de gangbare modes.

Mooi dus dat het Muziekgebouw aan ’t IJ een lans breekt voor Bacewicz. Vrijdag 28 april klinkt in de Grote Zaal haar Eerste Pianokwintet, uitgevoerd door het Szymanowski Kwartet en de pianist Kit Armstrong. Dit Amerikaanse pianotalent was nog maar drie jaar oud toen het gerenommeerde kwartet in 1995 werd opgericht. Bijzonder dat Armstrong warm loopt voor dit relatief onbekende repertoire, want veel jonge musici volgen gretig de gebaande paden.

Grażyna Bacewicz (fotocredit Wikipedia)

Twee jaar geleden oogstte het Szymanowski Kwartet succes met een uitvoering van Bacewicz’ Vierde Strijkkwartet. Op speciaal verzoek van Muziekgebouw aan ’t IJ presenteren zij dit keer haar Pianokwintet uit 1952. ‘Dat kan zich meten met de grote pianokwintetten van componisten als Brahms en Schumann’, zegt persvoorlichter Frans Bernard van Riel. ‘Het werk verdient een podium. Dat bieden we graag..’

Labeltjes

Grażyna  Bacewicz kreeg veel labeltjes opgeplakt, van neoclassicisme tot expressionisme en van serialisme tot sonorisme. Zelf verzette ze zich hiertegen, omdat ze zich nooit wilde conformeren aan welke stroming dan ook. Een componist moest volgens haar steeds naar nieuwe wegen zoeken. ‘Een vooruitstrevende componist zou zichzelf niet eens wíllen herhalen’, zei ze in een interview in 1969.

Daarom ook wees ze het idee af van een eigen muzikale stijl die, eenmaal gevonden, gevolgd zou moeten worden. ‘Dat betekent dat je je onttrekt aan vooruitgang, aan ontwikkeling, een idee dat mij volkomen vreemd is. Elk stuk dat vandaag voltooid wordt, behoort morgen tot het verleden. Je moet niet alleen je prestaties verdiepen, maar ook je blik verruimen. Hoewel ik mezelf niet beschouw als een vernieuwer is mijn werk wel voortdurend in ontwikkeling.’ – Daar konden de etikettenplakkers het mee doen.

Muzikale familie

Grażyna  Bacewicz werd geboren in Lodz, in een kunstzinnige Pools-Litouwse familie. Haar vader was componist en gaf Grażyna  vanaf haar vijfde piano- en vioolles. Een oudere broer werd ook componist, een tweede broer pianist; haar jongere zus was dichter. Wat haar moeder deed, blijft in nevelen gehuld.

De jonge Bacewicz bleek een wonderkind: vanaf haar zevende gaf ze concerten en op haar 13e componeerde ze haar eerste stuk. Ze studeerde viool, piano en compositie aan het conservatorium van Warschau. In 1932 sloot ze haar studie summa cum laude af. Daarna volgde ze in Parijs compositieles bij Nadia Boulanger.

Deze pedagoge was ook mentor van grootheden als Darius Milhaud en Aaron Copland en hamerde op structuur. Boulanger was wars van de atonale nieuwlichterij van Arnold Schönberg en staat bekend als promotor van het neoclassicisme. – Kort gezegd een stijl van componeren waarin herkenbare ritmes, melodieën en harmonieën een hoofdrol spelen.

Dit raakte een snaar bij Bacewicz, die haar leven lang gefascineerd bleef door vorm. ‘Als je iets bouwt ga je niet lukraak stenen op elkaar stapelen. Dat geldt ook voor een compositie. Afhankelijk van de componist kan de muziek eenvoudig of gecompliceerd zijn, maar zij moet altijd goed geconstrueerd zijn.’ Haar werk uit deze periode wordt vaak neoclassicistisch genoemd. Zeer tot haar ergernis: ‘Het is eigenlijk atonaal,’ schreef ze hierover.

Grazyna Bacewicz tijdens concours in België, jaren ’50 (fotocredit Polish Music Centre)

Prijzenregen

Aanvankelijk combineerde ze haar carrière als vioolvirtuoos met het componeren. Ze had een begrijpelijke voorliefde voor strijkinstrumenten en was uitermate succesvol, als solist en componist. In Polen regende het al vanaf de jaren dertig onderscheidingen. Maar ook internationaal maakte zij indruk met haar afwisselende, altijd goed gestructureerde composities.

Zo won ze in 1951 de eerste prijs in het Strijkkwartettenconcours van Luik met haar exuberante Vierde Strijkkwartet. In 1960 behaalde haar energieke Muziek voor snaren, trompet en slagwerk een derde prijs tijdens het International Rostrum of Composers in Parijs. Vijf jaar later won haar kleurrijke Zevende Vioolconcert (!) in Brussel de gouden medaille tijdens het Koningin Elisabeth Concours.

Spannende wendingen

Haar Eerste Pianokwintet uit 1951 krijgt vaak het labeltje neoclassicisme opgeplakt. Dit doet het sfeervolle stuk echter tekort. Het haakt qua vormgevoel weliswaar aan bij de traditie, maar is daarbinnen behoorlijk avontuurlijk. Neem alleen al de ingehouden, klaaglijke strijkerslijnen tegen spaarzaam geplaatste akkoorden van de piano waarmee het opent. Deze vormen de opmaat voor een wervelend betoog, waarin weemoed, Poolse folklore en moderne dissonantie hand in hand gaan.

Etherische, bijna gewichtloze passages ontwikkelen zich ongemerkt tot dichte texturen en overdonderende climaxen. Bacewicz wisselt weliswaar snel van muzikaal materiaal en sfeer, maar houdt je met haar spannende wendingen voortdurend bij de les. Het is een meeslepend werk en sommige passages zijn ronduit ontroerend. Zo klinkt in het uitgesponnen derde deel opeens een korte referentie aan het populaire pianostukje Für Elise van Beethoven. Ook het vuur van Bartók is nooit ver weg.

Het Eerste Pianokwintet van Bacewicz wordt geflankeerd door stukken van Karol Szymanowski en Antonín Dvořák. Van Szymanowski, naamgever van het kwartet en nestor van de Poolse muziek, staat het expressionistische Eerste Strijkkwartet op de lessenaars. Het concert wordt besloten met het Tweede Pianokwintet van Dvořák. Een levendige compositie boordevol prachtige melodieën en aan de Tsjechische volksmuziek ontleende ritmes.

Kortom, een aanrader. Geen nood als je vrijdag 28 april niet kunt: het concert wordt de volgende dag herhaald in TivoliVredenburg.

Programma Szymanowski Kwartet en pianist Kit Armstrong:

Szymanowski Strijkkwartet nr. 1
Bacewicz Pianokwintet nr.1
Dvořák Pianokwintet nr. 2
Info en kaarten Muziekgebouw aan ‘t IJ
Info en kaarten TivoliVredenburg
Posted in music, news, women composers | Tagged , , , , , | Leave a comment