Holland Festival blameert zich met non-informatie in Weeshuis van de muziek #HF17

Het Weeshuis van de Nederlandse muziek presenteert maandelijks ‘vergeten Nederlandse meesterwerken’ in het Amsterdamse podium Splendor. ‘Om de finesses te ontdekken’ worden deze twee keer uitgevoerd, onderbroken door ‘een korte toelichting of een interview met bijzondere tafelgasten’. Op papier een gouden formule. Terecht adopteerde het Holland Festival daarom drie afleveringen. Met de muziek zat het tijdens het openingsconcert op donderdag 8 juni wel snor, maar het gesprek bleek een miskleun.

Componistenactie of Notenkrakersactie?

De door tafelgast Wim Laman opgediste weetjes over Omtrent een componistenactie van Misha Mengelberg (1966) raakten kant noch wal. Mengelberg ventte in dit geestige stuk zijn frustratie over het feit dat componeren in Nederland ‘een geld, zenuwen en nachtrust rovende hobby’ was. Hij wilde meer overheidssteun voor componisten bewerkstelligen.

Laman repte echter van een protest tegen ‘de behoudende programmering van Nederlandse orkesten’. Hij had overduidelijk de Notenkrakersactie in gedachten, die pas drie jaar later plaatsvond. Tafelheer David Dramm corrigeerde hem niet, waardoor het (kenners)publiek in verwarring werd gebracht. ‘Wikipedia’ fluisterde iemand naast me.

David Dramm + Wim Laman met parituurpagina Omtrent een componistenactie (foto Esther Gottschalk)

Ernst gereduceerd tot grap

De tweede uitvoering was dan ook alles behalve een verdiepende ervaring. Dat de musici met dik gevulde ordners gooien, opgewonden door elkaar schreeuwen, elkaar met opgeheven vinger toe-toeteren, de gekste fluitjes en rammelaars hanteren en allerhande dierengeluiden produceren, werd gereduceerd tot een onschuldige vorm van ‘ontregeling’. Zo ging Mengelbergs boodschap compleet verloren, want de uitgesproken frasen zijn geïnspireerd op het wollige taalgebruik van ambtenaren.

Samen met Peter Schat en Rob du Bois ijverde Mengelberg al vanaf 1964 voor de oprichting van een Fonds voor de Scheppende Toonkunst. Omtrent een componistenactie is een parodistisch verslag van de taaie obstructie die zij hierbij ondervonden. De titel verwijst naar  een enquete die het actiecomité in januari 1965 aan componisten stuurde om hun actiebereidheid te polsen. – Mengelberg schreef trouwens niet alleen de muziek, maar maakte er ook kleurrijke collages bij.

Potsierlijk gekrakeel

Achter de musici zagen we kleurrijke, wonderlijke beesten en (lastig te ontcijferen) citaten in tekstballonnetjes. Bijvoorbeeld: ‘Het investeren in krompolitie moet voor de overheid een voordelige zaak zijn.’ In een landschap vol pinguïns hangen drie sokken aan een waslijn. Zegt de eerste: ‘Leuk, die actie.’ De tweede: ‘Erg leuk.’ De derde: ‘Bijzonder leuk.’

Platenhoes met de collages van Misha Mengelberg

Mengelberg componeerde Omtrent een componistenactie voor het Danzi Kwintet, dat in 1966 de wereldpremière verzorgde in het Holland Festival. (Een opname hiervan zond ik onlangs nog uit in Panorama de Leeuw op de Concertzender.)

Toen het Fonds voor de Scheppende Toonkunst in 1982 dan eindelijk een feit was, werd het stuk opnieuw uitgevoerd tijdens een feestelijke bijeenkomst op 28 april in de Ysbreker.

Ruim vier decennia na zijn ontstaan is het nog altijd fris, mede vanwege het kennelijke speelplezier van de musici. Petje af voor Jeannette Landré (fluit), Dorine Schoon (hobo), Jesse Faber (klarinet), Marieke Stordiau (fagot) en Laurens Otto (hoorn). Dankzij hen werd de potsierlijkheid van het ambtelijke gekrakeel toch enigszins invoelbaar.

‘Piepknor’ blijft fier overiend

Al even overtuigend klonk Serie per sei strumenti (1960) van Mengelbergs leeftijdgenoot en kompaan Jan van Vlijmen. Dit sextet bevat in plaats van een hoorn een trompet (Bas Duister) en wordt gecompleteerd door een piano (Pauline Post). Anders dan Mengelberg was van Vlijmen een overtuigd modernist. Zijn stuk is geordend volgens seriële principes, waarbij de toonhoogte wordt bepaald door een twaalftoonsreeks.

In het eerste deel kaatsen de musici elkaar korte frasen toe, die als objecten in de ruimte geplaatst worden. Hun lijnen zijn melodischer in het tweede deel, waarin zij ook solistisch naar voren treden. Dit soort muziek wordt vaak misprijzend ‘piep-knor’ genoemd, maar dat doet van Vlijmens stuk tekort. Ondanks de strenge compositiemethode heeft het een speels karakter, het blijft ook anno 2017 fier overeind.

De avond werd geopend en afgesloten met Reisefieber van Willem Breuker, de ‘tune’ van Weeshuis van de Nederlandse muziek. Muzikaal stond de avond als een huis, maar door de non-informatie tijdens het gesprek ging ik toch met een katterig gevoel naar huis. Een blamage voor het Holland Festival. Volgende week klinkt muziek van Hendrik, Jurriaan en Louis Andriessen. – Aangezien Louis zelf als gast aanschuift, zit het dan met de informatieoverdracht vast wel snor.

Info en kaarten: Weeshuis van het Holland Festival
VPRO Vrije Geluiden maakte opnames, die werden uitgezonden op zaterdag 10 juni en zijn terug te luisteren via  Radio 4 )
Lees alles over de weg naar de oprichting van het Fonds voor de Scheppende Toonkunst  in ‘Reinbert de Leeuw, mens of melodie’
Posted in music, news, review | Tagged , , , , , , | 3 Comments

AVROTROS Vrijdagconcert: menselijke en hemelse extase

Traditioneel zet het AVROTROS Vrijdagconcert een feestelijke punt achter het seizoen met een gezamenlijk concert van het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor. Op 9 juni voert de Amerikaanse sterdirigent David Robertson hen tijdens het slotconcert door het meeslepende ballet Daphnis et Chloé van Maurice Ravel. Daarnaast klinken het orkestwerk L’Ascension van diens landgenoot Olivier Messiaen en een selectie uit de Vespers van Rachmaninov.

Extatische liefde

Ravel componeerde Daphnis et Chloé in 1909 voor de Ballets Russes. Dit dansgezelschap van de Russische impresario Sergej Diaghilev maakte begin twintigste eeuw furore in Parijs. Hij had had een goede neus voor jong talent en initieerde talloze avontuurlijke, vaak baanbrekende composities en choreografieën. Deze gingen niet zelden gepaard  met een vleugje schandaal. – Maar de Parijzenaren smulden ervan.

Voor het ballet Daphnis et Chloé bracht Diaghilev de choreograaf Michel Fokine samen met de componist Ravel. Het is geïnspireerd op een verhaal uit de Griekse mythologie over de liefde tussen de geitenhoeder Daphnis en de schaapsherderin Chloé. Wanneer Chloé door een groep piraten wordt ontvoerd, schiet de god Pan het ontroostbare liefdespaar te hulp. Na een extatische liefdesdans vallen de twee geliefden elkaar gelukzalig in de armen.

Climax voor koor en orkest

Fokine ontwikkelde een nieuwe balletvorm, met gestileerde lichaamsbewegingen die hij baseerde op de hoekig-statische afbeeldingen op oud-Griekse vazen. Tegelijkertijd zette Ravel met zijn verfijnde klankgevoel een nieuwe norm voor instrumentatiekunst. Hij liet zich inspireren door zijn dromen over ‘de antieke wereld zoals die is afgebeeld op achttiende-eeuwse schilderijen’.

Ravel schreef Daphnis et Chloé voor groot koor en orkest en de muziek zit vol wufte krullerigheid en gefilterd zonlicht. Voor de dansers was dat niet altijd makkelijk, want de muziek blinkt uit in ritmische onregelmatigheden en ongewone maatsoorten. Om een voor hen lastige vijfkwartsmaat onder de knie te krijgen, scandeerden de dansers steeds opnieuw: ‘Ser-ge-Dja-ghi-lev, Ser-ge-Dja-ghi-lev’.

Daphnis et Chloé wordt meestal uitgevoerd in de twee orkestsuites die Ravel er later uit destilleerde. Maar tijdens dit concert klinkt de oorspronkelijke versie, met een van de allermooiste climaxen die ooit voor koor en orkest zijn geschreven.

Hemelse extase

Een heel ander soort extase ademen de twee stukken voor de pauze, beide gerelateerd aan christelijke feestdagen. Weliswaar zijn die net achter de rug, maar de muziek is er niet minder mooi om.

Sergej Rachmaninov schreef zijn Vespers in 1915, ter gelegenheid van de nachtwake voor Pasen. Hierin roept een onbegeleid koor de zegen af van God. Het is gebaseerd op het Russisch-orthodoxe kerkgezang en is met zijn kenmerkende lage bassen een van de meest geliefde werken van Rachmaninov.

De diepgelovige Olivier Messiaen bezingt een vorm van hemelse extase in L’Ascension  (Hemelvaart) voor symfonieorkest. Elk van de vier delen van deze ‘meditaties voor orkest’ belicht een ander aspect van ons verlangen naar eenwording met God. Dat wordt bijna tastbaar in het etherische tweede deel: ‘Serene halleluja’s van een ziel die zoekt naar het hemelse.’

Messiaen componeerde L’Ascension in 1933. Het geldt als een van zijn belangrijkste vroege orkestwerken, ook al werd het bekender in de versie voor orgel die hij er later van maakte. Dat het Radio Filharmonisch Orkest dit bijzondere stuk nu uitvoert onder leiding van modernemuziekspecialist David Robertson is iets om naar uit te zien.

Het concert is live te beluisteren op Radio 4. Ik maakte hiervoor een radio-essay over L’Ascension. Dit is terug te luisteren via deze link.

vrijdag 9 juni 2017 – 20u15
TivoliVredenburg, Utrecht – Grote Zaal
Radio Filharmonisch Orkest + Groot Omroepkoor
David Robertson, dirigent
Martina Batič, koordirigent
Info en kaarten 
Posted in music, news | Tagged , , , , , , , | Leave a comment

Karlheinz Stockhausen – ‘de man van Sirius’ – vaart ten hemel met Pinksteren

Vorig jaar barstte een kleine rel los toen het Holland Festival bekendmaakte in 2019 een grootschalig project op te tuigen rond de opera Licht van Karlheinz Stockhausen. Modernemuziekhaters schreeuwden moord en brand, want wie zit er nou te wachten op de akelige piepknor van de Duitse notensmid? Toch ontstond er meteen een run op de kaarten. Ook na zijn dood in 2007 blijft de naar eigen zeggen van Sirius afkomstige componist de gemoederen bewegen. Maandag 5 juni speelt Insomnio zijn ‘Michaels Reise um die Erde’ op het – gratis toegankelijke – festival Culturele zondagen in Utrecht.

Het idee voor Licht ontstond in 1977, toen Stockhausen in Kioto was. Terwijl hij zat te componeren hoorde hij het gezang van monniken uit een naburige tempel. Plotseling realiseerde hij zich dat alle muzieken van de wereld verwant zijn. Westerse, Arabische, Indiase en Aziatische muziek verschillen enkel in detail van elkaar en zijn daarom in wezen dialecten van een en dezelfde muziektaal.

Licht = goddelijkheid

Stockhausen krijgt ter plekke de ingeving een grootschalig werk te schrijven rond het thema licht. Hij besluit in vijfentwintig jaar tijd zeven avondvullende opera’s te componeren, voor elke dag van de week één. Als eerste schrijft hij Donnerstag, in 2003 is zijn cyclus voltooid. – Hij heeft er dan inderdaad (ruim) een kwart eeuw aan gewerkt.

Licht is voor Stockhausen een metafoor voor goddelijkheid. In zijn opera Licht wil hij  een kosmisch wereldtheater creëren, waarin hij zijn levenslange overtuiging uitdraagt dat muziek en religie één zijn, gekoppeld aan de visie dat de mensheid in wezen muzikaal is. Dit wereldtheater speelt zich niet alleen af op de aarde, maar ook in de werelden daarbuiten. Het omvat het lot van de mensheid, de aarde en de kosmos, in overeenstemming of confrontatie met de spirituele wezens Michael, Lucifer en Eva.

Michael is de ‘Scheppende engel van ons universum’ en vertegenwoordigt de progressieve krachten van de ontwikkeling. Lucifer is zijn rebellerende tegenstrever en Eva werkt aan een vernieuwing van de ‘genetische kwaliteit’. Door de wedergeboorte van de mensheid zal deze daarna een muzikaler karakter hebben. Michael, Lucifer en Eva hebben elk drie vormen: als zanger (tenor, bas, sopraan), als instrument (trompet, trombone, bassethoorn) en als lichaam (dansers).

Elke dag heeft eigen betekenis

Stockhausen onderzoekt de betekenis van de zeven dagen van de week in verschillende culturen en esoterische tradities en ontwerpt een algeheel plan voor de opzet van Licht. Maandag is de dag van Eva; op dinsdag gaan Michael en Lucifer een confrontatie aan, op woensdag werken de drie wezens samen; donderdag is de dag van Michael; op vrijdag vindt de verzoeking van Eva door Lucifer plaats; zaterdag is de dag van Lucifer en zondag de dag van de mystieke eenwording tussen Michael en Eva.

De componist bedenkt zelf het plot, het libretto (enkele uitzonderingen daargelaten) en de enscenering. Elke dag is bovendien gekoppeld aan bepaalde kleuren, symbolen, planten, dieren, zintuigen en elementen. Waar Wagner met zijn Ring een Gesamtkunstwerk nastreefde, gaat Stockhausen in Licht nog een stapje verder: alle muzikale en theatrale bouwstenen worden opgevat als één geheel– van gezang, instrumentale muziek, elektronische klanken, beweging, kostuums tot aan de belichting toe.

aartsengel Michael, schilderij van Guido Reni (fotocredit Wikipedia)

Stockhausen baseert zijn hele, zevendelige cyclus op de zogenoemde superformule, die drie individuele formules herbergt – Michael heeft een dertientonige; Eva een twaalftonige en Lucifer een elftonige. Deze formule bepaalt het ritmisch, melodisch, dynamisch en timbraal verloop van de opera’s, niet alleen muzikaal, maar ook scenisch. Om zoveel mogelijk klankkleuren te realiseren koppelt Stockhausen de verschillende instrumenten vaak aan elektronica.

Michael/Stockhausen als scheppende kracht

‘Michaels Reise um die Erde’ is het tweede bedrijf uit Donnerstag aus Licht. Deze is gewijd aan Michael, die de scheppende kracht vertegenwoordigt. De aartsengel neemt een menselijke gestalte aan om te ontdekken hoe het voelt een mens te zijn. In het voorafgaande bedrijf is Michaels jeugd beschreven, die verrassende overeenkomsten vertoont met Stockhausens eigen leven.

Michael is de zoon van arme ouders en krijgt de liefde voor muziek en kunst mee van zijn moeder (Eva). Na een zenuwinzinking wordt zij opgesloten in een krankzinnigengesticht, waar zij door een arts wordt gedood. Zijn vader (Lucifer) is een schoolmeester die Michael leert bidden en jagen, hij sneuvelt aan het front. Michael wordt verliefd op Maan-Eva, half mens half vogel, een van de verschijningsvormen van Eva. Aan het eind van deze akte doet Michael drie examens, als zanger, als trompettist en als danser. Vanwege zijn enorme talent wordt hij met triomfgeschal toegelaten tot het conservatorium.

Verkapt trompetconcert

Dan begint het tweede bedrijf, eigenlijk een verkapt trompetconcert. Michael maakt met zijn instrument een muzikale reis om de aarde, alvorens hij in de laatste akte terugkeert naar de hemel. Hij speelt in een roterende bol onder een sterrenhemel. Onderweg doet hij zeven ‘stations’ aan, die elk de klanksfeer van de bezochte plaats reflecteren: Duitsland, New York, Japan, Bali, India, Centraal-Afrika en Jeruzalem. Michael converseert/concerteert met de overige instrumentalisten aan de voet van de globe, zij representeren de wereld.

De trompettist is behangen met allerhande dempers en elektronica, zodat hij een indrukwekkend scala aan klankkleuren kan produceren. Zijn muzikale formule begint met relatief eenvoudige, signaalachtige motieven, tegen een fond van diffuse klanken van het ensemble. Zijn partij wordt steeds kleurrijker, virtuozer en extravaganter, tot zij in schijnbaar onsamenhangende fragmenten uiteenspat.

‘Kruisiging en hemelvaart’

Aangekomen bij het zesde station (Centraal Afrika) hoort hij in de verte een bassethoorn (het instrument van Eva en Maan-Eva). Michael draagt de wereld op in omgekeerde richting te gaan draaien en bereikt het zevende en laatste station (Jeruzalem), waar hij een ‘gesprek’ voert met een contrabas. Dan verschijnt Maan-Eva en hun beider muzikale formules verstrengelen zich in elkaar, tot ze elk de formule van de ander spelen.

Twee clowneske klarinettisten ‘kruisigen’ Michael, samen met de lage koperblazers, waarna een ‘hemelvaart’ begint. De klanken van de trompet en de bassethoorn cirkelen rond elkaar tot ze eindigen in een gezamenlijke triller. Ze versmelten met elkaar in een unisono gespeelde G, die wegsterft in oneindigheid.

Culturele zondagen 5 juni, diverse locaties in Utrecht: Info en kaarten

Posted in music, news | Tagged , , , , | Leave a comment

Oranjewoud Festival: klassieke muziek met koninklijke allure

Sinds 2012 organiseert Yoram Ish-Hurwitz elke zomer het Oranjewoudfestival in Friesland. De even ondernemende als avontuurlijke pianist maakt daarbij de natuur tot onlosmakelijk onderdeel van de muzikale beleving. Van woensdag 1 tot en met maandag 5 juni verrast hij zijn publiek opnieuw met concerten op bijzondere locaties. Verspreid over het gebied spelen ruim 120 Nederlandse en internationale topmusici de mooiste muziek in een kleinschalige, intieme setting.

Koninklijke allure

Zelfs als je geen liefhebber bent van klassieke muziek is het de moeite waard naar Friesland af te reizen. Alleen al de plek zelf heeft sprookjesallure. Oranjewoud dankt zijn naam aan Albertine Agnes van Nassau, prinses van Oranje. Zij bouwde in de 17e eeuw een buitenverblijf in het bosrijke gebied bij Heerenveen. Hoewel het landgoed in de loop der tijden geregeld van eigenaar en bebouwing wisselde, bleef de band met de Oranjes. Ook Beatrix en Claus waren er geregeld te gast. Zo krijgt het festival een koninklijk randje.

Oranjewoud Festival – foto Ronald Knapp

Het sympathieke van het Oranjewoudfestival is bovendien zijn toegankelijkheid en laagdrempeligheid. Naast betaalde concerten zijn er gratis toegankelijke evenementen in de Proeftuin. Deze vormt het festivalhart, waar iedereen kan proeven van (h)eerlijke hapjes en allerlei soorten muziek. Er zijn korte optredens van de festivalmusici zodat je op een ongedwongen manier kennis kunt maken met zeer uiteenlopende muziekstijlen. Speciaal voor kinderen is er in ‘t Proevertje van alles te doen en te beleven.

Bespiegelen en zwieren

De Proeftuin biedt een fraai startpunt van waaruit je over het terrein kunt uitwaaieren. Bijvoorbeeld naar Museum Belvédère, waar geluidskunstenaar Hans van Koolwijk objecten tot leven wekt met geluid. Of het Rabobank Paviljoen, voor een sfeervol kaarslichtconcert van meesterpianist Enrico Pace. Een ritmische ontdekkingstocht door het bos met Tatiana Koleva is zeker ook aanlokkelijk. Evenmin te versmaden valt Waltzing in the Woods  op Landgoed Oranjewoud, waar de musici van LUDWIG in de bovenzaal feestelijke dansmuziek spelen en je uitnodigen om zelf mee te doen.

Voor de meer meditatief ingestelden is er het concert van AlexP in een koude-oorlogsbunker. Diep onder de grond stuurt hij vier virtuele vleugels aan in Simeon ten Holt’s bezwerende Canto Ostinato. Ook De zingende zonderling in de Ecokathedraal van ‘ecotect’ Louis Le Roy belooft een bijzondere ervaring te worden. Diens wonderlijke, door struikgewas overwoekerde bouwsels van afvalmateriaal worden gevuld met mysterieuze geluiden en stemmen.

Inslapen en ontwaken met muziek

Hoogtepunt van het festival is de Nacht van het Park, een nieuw programmaonderdeel. In een sprookjesachtig verlichte Overtuin klinkt een scala aan korte concerten, waaronder één in volslagen duisternis. Er is tevens een ‘Augmented Concert’ door violist Yannick Hiwat, met speciale effecten via een koptelefoon. De Nacht van het Park besluit in stijl met een Middernachtconcert door zangeres Nora Fischer, het Doelen Ensemble en Aart Strootman op de elektrische gitaar. Zij spelen death speaks van David Lang en Giudecca van Strootman.

Wie in Oranjewoud blijft overnachten krijgt voor het slapen gaan gratis een persoonlijke serenade van de festivalmusici. Vroege vogels laten zich maandagochtend om 5:00 uur wekken met een zonsopgangconcert van blokfluitiste Lucie Horsch en LUDWIG. Het festival wordt die middag afgesloten met een gratis picknickconcert door het Nederlands Blazers Ensemble. Je mag zelf bepalen welke stukken zij gaan spelen, uit een in overleg met Omrop Fryslân samengestelde top-25. – Je voelt je letterlijk de koning te rijk.

Oranjewoudfestival: 1 t/m 5 juni, Oranjewoud
Info en kaarten: https://www.oranjewoudfestival.nl/
Tijdens het festival verzorg ik drie inleidingen

Posted in music, news | Tagged , , , , , , , | 2 Comments

Vanachter de chador – vrouwelijke componist nog altijd veronachtzaamd

Surfend op het internet stuitte ik op een blog over de veronachtzaming van vrouwelijke componisten dat ik in 2009 schreef voor Radio 4. Helaas is de inhoud nog altijd actueel. Daarom vandaag een herplaatsing op mijn eigen blog.

Weblog: Vanachter de chador

Amsterdam, 22-9-2009 – Ik groeide op in Limburg, waar ik een nonnenschool voor meisjes bezocht – jongens hadden hun eigen patersschool. Dat belette ons niet volop te genieten van elkaars gezelschap en bovendien waren er uitwisselingen om onze culturele en geestelijke blik te verruimen. Zo bezocht ik een markt op de jongensschool die gewijd was aan de Missie in Arabische landen.

De prachtigste voorwerpen lagen uitgestald en mijn aandacht werd getrokken door een fraai geborduurde doek. Een behulpzame pater omschreef deze als ‘chador’ – ik mocht hem gerust even uitproberen. Ik had het gevaarte nog niet om of ik snakte naar adem: geheel ingeklemd in een zware lap stof kon ik alleen nog door een geborduurd traliehek naar buiten kijken. Ik was geschokt, zeker toen ik hoorde dat vrouwen dit martelwerktuig vrijwillig zouden dragen.

Mendelssohnfeest zonder Fanny

Dertig jaar later wil mijn geperoxideerde provinciegenoot een kopvoddentax invoeren om het dragen van dergelijke doeken uit te bannen. Dat hij daarmee ook de (weinige nog resterende) nonnen dupeert, laat hij gemakshalve buiten beschouwing. Maar c’est le moindre de mes soucis. Belangrijker is dat anno 2009 ook Nederlandse vrouwen nog altijd moeten opereren vanachter een chador, zeker in de muziekwereld.

In mijn vorige blog hekelde ik het feit dat het Festival Oude Muziek Felix Mendelssohn prominent op de lessenaars plaatste, maar verzuimde aandacht te schenken aan zijn zus Fanny. Terwijl zij toch grote invloed op zijn muziek uitoefende en schitterende stukken schreef. Ook het daarop volgende Mendelssohnweekend liet haar composities ongespeeld.

Nederlandse Mannendagen

Je zou verwachten dat de verhoudingen na drie feministische golven beter zouden zijn geworden, maar helaas. Al vaak kaartte ik het ontbreken van vrouwelijke componisten aan tijdens de jaarlijkse Nederlandse Muziekdagen, die ik sinds jaar en dag omschrijf als ‘Nederlandse Mannendagen’. Toen ik programmeur Micha Hamel vorig jaar complimenteerde omdat hij eindelijk ook componerende dames een stem gaf, reageerde hij zichtbaar geschrokken.

Voor de komende editie van 10 en 11 oktober heeft hij zich hersteld: van de elf geprogrammeerde stukken zijn er nul geschreven door een vrouw. Maar wie weet verbergt zich tussen de ‘tien jonge componisten’ die Ensemble Klang op zondagmiddag presenteert nog wel een enkele meid. Diezelfde dag wordt voor de elfde keer de Henriëtte Bosmansprijs uitgereikt – hoopvol is dat drie van de vijf genomineerde componisten dames zijn, want de prijs werd nog nooit door een vrouw gewonnen.

Ook tijdens het Tenso korenfestival komen de vrouwen er bekaaid af. Een snelle blik leert dat van de negenentwintig uitgevoerde stukken er vijfentwintig door mannen werden gecomponeerd. Er staan nog drie werken open tijdens het slotconcert van 18 oktober – zouden die nog wat vrouwelijke noten bieden?

Hokjesgeest

Er gloort meer hoop. Het Nederlands Kamerkoor presenteert de komende weken het programma ‘La voce femminile’. Onder leiding van de vermaarde Noorse dirigent Grete Pedersen klinken hierin werken van Hildegard von Bingen, Helena Tulve, Edith Canat de Chizy en Saskia Macris. Op zondag 27 september brengt Radio Monalisa in Theater de Cameleon in Amsterdam muziek van onder anderen Fanny Mendelssohn, Clara Schumann en Lili Boulanger. Stuk voor stuk componisten die naam en faam verwierven, maar wier composities desondanks slechts zelden worden uitgevoerd.

Toch is het maar zeer de vraag of dergelijke concerten bijdragen aan een vanzelfsprekende acceptatie van de vrouwelijke componist. Zij wordt immers gepresenteerd vanuit een veilig hok. De componerende vrouw geldt anno 2009 nog altijd als een rariteit, die af en toe vanachter de tralies van haar chador de wereld in mag kijken. – Hoezo feminisering van onze maatschappij?

Posted in music, personal, women composers | Tagged , , , , , , , , , , | 3 Comments

Geanimeerde #Reinbertlezing voor muziekbibliothecarissen van NVMB

Op dinsdag 16 mei gaf ik een lezing over mijn biografie Reinbert de Leeuw: mens of melodie tijdens de netwerkdag van de Nederlandse Vereniging van Muziekbibliotheken (NVMB). Plaats van handeling: de sfeervolle voormalige wachtruimte op perron drie van station Deventer. Het werd een geanimeerde en memorabele middag.

Voor mij was het heel bijzonder om voor dit selecte gezelschap van zo’n dertig muziekbibliothecarissen te mogen spreken. Met velen van hen heb ik uitvoerig contact gehad tijdens het onderzoek voor mijn boek. Sommigen ken ik persoonlijk, met anderen heb ik alleen telefonisch of per e-mail contact onderhouden. Het was leuk nu ook hun gezichten erbij te zien.

Verschijning biografie trending topic op Nu.nl 15-3-2014

Opwaaiend stof

Na een boeiende lezing van Peter Schouten (kennismanager bij Ingressus) over de nieuwe catalogiseerstandaard RDA (Resource, Description & Access) is het mijn beurt. Charlotte Sienema van de programmacommissie geeft een korte, maar levendige introductie. De oren van de aanwezigen zijn meteen gespitst als zij meldt dat ‘de biografie veel stof heeft doen opwaaien’.

Zodra ik achter mijn microfoon plaatsneem en opper dat men mij gerust mag interrumperen, komt er een vraag uit de zaal: ‘Hoe zat het nou precies met al dat opwaaiende stof?’ Terwijl ik vertel over de wonderlijke gang van zaken rond ontstaan en verschijning van mijn biografie is het ‘oh’ en ‘ah’ en ‘tssss’ niet van de lucht.

Fietsassen vol biografieën

– Over de uitgever die laaiend enthousiast is over mijn manuscript maar onmiddellijk afhaakt bij het eerste protest van Reinbert de Leeuw. – Over het in het diepste geheim voorbereiden van de uiteindelijke publicatie met Dolf Weverink van Leporello Uitgevers. – Over hoe die op de dag van verschijnen met fietstassen vol exemplaren rondgaat bij de verzamelde boekhandels. – Over De Leeuws publiekelijk geventileerde woede die echter nooit geconcretiseerd wordt in feitelijke bezwaren.

Bio’s rondbrengen per fiets 14-3-2014

Het was een dollemansrit door een achtbaan aan emoties en stress, die dankzij de vele lovende kritieken toch de moeite waard is gebleken. Ook als ik hierna spreek over leven en werk van Reinbert de Leeuw, toont iedereen zich zeer betrokken. Zo memoreert oud-muziekbibliothecaris Gert Floor hoe hij Maria Stroo, de eerste pianolerares van Reinbert nog heeft gekend. Ook diens docent aan het Muzieklyceum Jaap Spaanderman ligt bij hem en anderen nog goed in het geheugen.

Schönberg met Microsoftbliepjes

Eric van Balkum start bereidwillig vanaf een laptop de meegebrachte muziekvoorbeelden in. Ik leerde hem al tijdens mijn studie muziekwetenschap kennen als catalogiseerder van de onvolprezen, maar inmiddels helaas opgeheven bibliotheek van het Muziekcentrum van de Omroep. Daar heb ik vele uren doorgebracht en beheerder Martie Severt – nu penningmeester van NVMB – heeft voor mijn onderzoek zelfs speciaal nieuwe boeken aangeschaft.

Dat fragmenten uit Schönbergs Tweede Strijkkwartet worden verlevendigd met bliepjes en piepjes van Microsoft, stationsmeldingen en het lawaai van voorbijrazende intercity’s maakt de sfeer er alleen maar geanimeerder op. Net als de spontane uitroep: ‘Reinbert!’ van voorzitter Jantien Dubbeldam bij het met een harde klap openvallende raam. Een auteur kan zich geen betrokkener en empatischer publiek wensen.

Thea Derks met Eric van Balkum aan de laptop (foto Charlotte Sienema)

Bestaansrecht muziekbibliotheek

Na mij snijdt Jos Oegema, (consulent collecties van Bibliotheek Deventer) het probleem aan van de krimpende, of zelfs geheel opgeheven muziekafdelingen in de openbare bibliotheken. ‘Wij hebben 5000 cd’s, die elk vier à vijf keer per jaar worden uitgeleend’, zegt ze. De aanwezigen zijn hoorbaar onder de indruk.

Dat geldt echter niet voor haar nieuwe directeur, die zich afvraagt of de bibliotheek überhaupt nog wel cd’s moet aanbieden. ‘De populairste boeken gaan namelijk zo’n tien keer van de plank, dus afschaffen lijkt voor de hand te liggen.’ Peter Schouten riposteert dat wetenschappelijke werken maar nul tot één keer worden uitgeleend. ‘Moeten we die dan ook maar wegdoen?’

Fysieke cd-collectie triggert nieuwsgierigheid

Hoe kunnen de muziekafdelingen hun bestaansrecht behouden is de vraag. Dat kan bijvoorbeeld door het aanbieden van Spotify-lijsten, oppert iemand. Meerdere mensen wijzen erop dat de fysieke aanwezigheid van cd’s in de bibliotheek belangrijk is. Want juist doordat mensen kunnen struinen in het aanbod worden zij nieuwsgierig. De ervaring is dat leden van bibliotheken met een uitgebreide muziekcollectie vaker cd’s aanvragen bij de Centrale Discotheek Rotterdam.

Onder het genot van een drankje en een hapje wordt nog stevig nagepraat en signeer ik enkele exemplaren van mijn biografie. Ik keer huiswaarts in de hoop dat deze muziekbibliothecarissen nog lang hun mooie en nuttige werk mogen blijven doen. – Zonder hun hulp en toewijding had ik mijn biografie nooit kunnen voltooien.

Naschrift 28 juni 2017. In de juni-nieuwsbrief van NVMB staat een kort verslag van Charlotte Sienema

Posted in news | Tagged , , , , , , , , , , , | 1 Comment

Cultuurvandaal

Gezien de recente perikelen rond de landstitel van Feyenoord is het thema nog altijd actueel: voetbalrellen zijn een enorm maatschappelijk probleem. Toch schijnen wij het normaal te vinden dat de politie keer op keer massaal moet uitrukken om heethoofdige supporters in het gareel te krijgen.

Dat die politie-inzet en de door hooligans aangebrachte vernielingen oneindig veel meer kosten dan de fooi die wordt besteed aan cultuur, deert schijnbaar niemand. Al in 2004 schreef ik hierover een column in het muziektijdschrift Luister. Helaas is sindsdien de cultuursector nóg veel sterker gekort.

Cultuurvandaal

Op een mooie lentedag fietste ik naar Theater de Balie in Amsterdam, mij verheugend op de opening van het Muziektheaterfestival aldaar. Eenmaal aanbeland bij mijn bestemming – het Leidseplein – leek daar de oorlog te zijn uitgebroken. Tientallen in gevechtstenu gestoken ME-ers postten bij gepantserde politiebussen; het glas van de tramhokjes lag aan diggelen; het asfalt was bezaaid met afval en mijn doorgang werd versperd door roodhoofdige, bierlurkende en schreeuwende mannen. Behoedzaam baande ik mij een weg door deze barbaarse horde, waarna twee potige bewakers mij schichtig toelieten tot het theater.

Marien Jongewaard in Lautsprecher Arnolt Foto Tom Croes

Was de oorlog inderdaad losgebarsten? Welnee, het was feest, Ajax was landskampioen geworden! Ietwat beduusd nam ik plaats in de zaal, waar de voorstelling ‘wegens omstandigheden’ later begon. En oh ironie, het ging over oorlog: in Lautsprecher Arnolt van Huba de Graaff* wordt de hoofdpersoon omringd door luidsprekers die hem toebrullen zijn menselijke moraal te verruilen voor een niets ontziend opportunisme. Terwijl Arnolt binnen het ene na het anders slachtoffer maakte, gingen buiten de voetbalvandalen op de vuist. Eens temeer vormde kunst een verontrustende spiegel van de maatschappij.

Toch las ik de volgende dag dat de inhuldiging van Ajax ‘voorbeeldig’ was verlopen; burgemeester Cohen vond het ‘hartstikke gezellig’. Wie durft bij zoveel zonnigheid te zeuren over geld? Die paar tonnetjes politie- , schoonmaak- en reparatiekosten verhalen we toch gewoon op de kunstbegroting? ‘Zes miljoen minder’, kraaide wethouder Hannah Belliot; ‘We heffen gewoon het RSO op’, zong staatssecretaris Medy van der Laan haar voor. Het draait in het leven warempel niet om Shakespeare, Bach of Van Maanen, maar om Sikora, Van der Vaart en Vertier. Laat de elite zelf betalen voor haar bespottelijke behoefte aan cultuur: schoppen is creatiever dan scheppen!

Ik word cultuurvandaal. Tijdens een prachtuitvoering sloop ik feestelijk de stoelen uit het Concertgebouw; in de Schouwburg verscheur ik jubelend de gordijnen en bij de Opera sla ik ontroerd de lampen stuk. – Eens zien hoe snel de kunstbegroting dan wordt opgekrikt.

Huba de Graaff presenteerde onlangs haar opera Liebesleid. Op 22 + 23 juni gaat in het Holland Festival haar nieuwste opera in première: The Naked Shit Pictures.

Posted in music, personal, women composers | Tagged , | 1 Comment

Poëtische Schumann en onstuimige Tsjechen in AVROTROS Vrijdagconcert

Vrijdag 12 mei presenteert het AVROTROS Vrijdagconcert een avond vol contrasten. Dirigent Jakub Hrůša en het Radio Filharmonisch Orkest plaatsen drie meeslepende stukken uit Tsjechië naast het poëtische Celloconcert van Robert Schumann, met de Franse meestercellist Jean-Guihen Queyras.

Betoverende natuur

In Dvořáks ouverture Carnaval horen we de natuur ontwaken, waarna een dorpsfeest losbarst vol uitbundig kopergeschal, opzwepende bekkens en rinkelende tamboerijnen. In zijn symfonisch gedicht In de Tatra schildert Viteszlav Novák in zwierige penseelstreken een kleurrijk portret van het gelijknamige gebergte. In zijn onstuimige Fantaisies symphoniques voert Bohuslav Martinů ons mee langs een scala aan betoverende vergezichten.

Cellopoëzie

Robert Schumann was zeer geïnspireerd toen hij zijn Celloconcert componeerde. Hij voltooide het in twee weken tijd en het behoort tot de absolute hoogtepunten in het cellorepertoire. In plaats van een virtuoos spektakelstuk schiep Schumann een intiem en persoonlijk werk, dat zingt van begin tot eind. De Franse grootmeester Jean-Guihen Queyras is met zijn zangerige toon de gedroomde solist om deze pure cellopoëzie tot leven te wekken.

Het concert wordt live op Radio 4 uitgezonden vanuit TivoliVredenburg in Utrecht.

Vrijdag 12 mei, Grote Zaal TivoliVredenburg: RFO/Jakub Hrůša Info en kaarten hier.
Zondag 14 mei herhaling in Zondagochtendconcert, Concertgebouw Amsterdam. (Ook live op Radio 4, maar zonder het stuk van Martinů .) Info en kaarten hier.

Posted in music, news | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Composer Ryan Wigglesworth: ‘Technique is a tool for expression’

Ryan Wigglesworth (Sheffield, 1979) is considered one of the most important British musicians of his generation. He is composer in residence at the English National Opera and first guest conductor of the Hallé Orchestra. On 11 and 12 May he makes his debut with the Royal Concertgebouw Orchestra with his own Clocks from a Winter’s Tale, commissioned by the orchestra. The two programmes also feature works by Oliver Knussen, Benjamin Britten and Edward Elgar.

Like many Britons, Wigglesworth (not related to the conductor Mark Wigglesworth) began his musical career as a chorister. He grew up in Wincobank, a rather poor district in Sheffield where his parents owned a butcher’s shop. They were no musicians themselves, but had some classic elpees, from composers like Beethoven and Berlioz. The young Ryan eagerly listened to their music, and as a six-year-old sang the anthem of his elementary school with such ‘embarrassing fervour’ that the board made him audition at Sheffield Cathedral. He was immediately engaged to sing in the boys choir.

Obsessed

‘I was a boy from the wrong side of the city’, says Wigglesworth, ‘but music became my world. I was lucky that Graham Matthews, the organist of the Cathedral, took me under his wing.’ After primary school, he travelled daily to King Edward’s School on the other side of the city, where he became ‘obsessed with the music we performed’.

Soon he started composing his own pieces and at fifteen he was admitted to the prestigious Charterhouse School in Surrey, an age-old boarding school that devotes a lot of attention to culture. After this he studied piano, composition and conducting at the Guildhall School of Music and Drama and the University of Oxford. There he was also Organ Scholar for some time, in which function he gained practical experience as accompanist and conductor of choral music services.

In 2008, Wigglesworth drew nationwide attention conducting the BBC Symphony Orchestra in his own Sternenfall, commissioned by the BBC. Soon assignments flooded in, and he started dividing his attention between playing the piano, conducting and composing. This combination is not burdensome: ‘When I conduct or play the piano, I learn to become a better composer: how to work out an idea clearly, how to best communicate my message to the performer, how to balance a chord. Everything I do helps me in my core business, composing.’

Secrets and shadows

About his influences he says: ‘Any music that moves you will be part of your DNA in one way or another. Thus, the extremely efficient and strict music of William Byrd can have a huge emotional impact; Berlioz shapes his ideas into incredibly electrifying, driving rhythms. Beethoven is like Shakespeare: a universe in itself. But what you eventually learn from the great masters is technique, not style. Technique gives you the tools to express what you wish to express.’

His greatest inspiration, however, comes from Oliver Knussen, both as conductor and composer: ‘His music is the best proof that you must write what you always wanted to hear yourself, not what you think you should compose. The Horn Concerto is one of his best works: though relatively short, it feels like a long journey. It is very solid, characteristic and colourful, with some whiffs of a night’s atmosphere. But above all it’s very beautiful.’

Shakespeare

Wigglesworth is conducting this Horn Concerto alongside works by Britten and Elgar, and his own Clocks from a Winter’s Tale. While composing he drew inspiration from his opera The Winter’s Tale, that was premièred at the English National Opera in February 2017. ‘Time plays an important role in my piece, both realistic time and psychological time’, he says in an interview in Preludium, the magazine of Royal Concertgebouw Orchestra and Concertgebouw.

Clocks from a Winter’s Tale has three movements, each different in character. The first movement is dark and intense, the second is rather more light-hearted, while in the last movement the initial material returns, though this time ‘as in a dream’. Wigglesworth was fascinated by an exhibition of ancient English clocks he saw some years ago. ‘Every clock has its own personality. They are made to show the time objectively, and at the same time the complex mechanisms are of enormous beauty. To me, clocks embody the purest form of intelligence.’

Enchanting

The composer is happy to conduct the Royal Concertgebouw Orchestra: ‘I hope my music gives the musicians the chance to display their particular sound. It’s incredibly enchanting to hear your music performed with the same intensity and personality the Royal Concertgebouw Orchestra puts into Mahler and Bruckner.

I grew up with their records and know them from concerts in London and in the Amsterdam Concertgebouw. Their sophisticated sound is unique, their way of music making is always lively. I really look forward to our cooperation.’

Thursday 11, Friday 12 May, Concertgebouw Amsterdam
Royal Concertgebouw Orchestra, Ryan Wigglesworth, conductor
Britten (only on Friday): Four Sea Interludes
Wigglesworth: Cocks from a Winter’s Tale (commissioned by Royal Concertgebouw Orchestra, world première)
Knussen: Horn Concerto
Elgar: Enigma Variations
Photograph Ryan Wigglesworth: Benjamin Ealovega

Posted in music, news | Tagged , , , , , | Leave a comment

Operadagen Rotterdam: drie opera’s die je niet wilt missen

Vrijdag 12 mei begint de twaalfde editie van Operadagen Rotterdam. Het tiendaagse festival staat onder de titel Lost & Found in het teken van de actuele vluchtelingenproblematiek. Ik selecteerde drie opera’s van Calliope Tsoupaki, Annelies van Parys en Claron McFadden, sterke vrouwen die hierop reflecteren en wier werk het verdient gehoord (en gezien) te worden.

Vluchtelingenproblematiek

De vrees voor het onbekende is zo oud als de mens – verworvenheden worden gekoesterd, vreemdelingen met argusogen bezien. In hun zoektocht naar een ‘nieuw thuis’ verlaten velen hun vertrouwde wereld en steken letterlijke en symbolische grenzen over om elders een nieuw – en hopelijk beter – bestaan op te bouwen.

Durven we ons te begeven op onontdekt terrein? Komen we aan op de plaats van bestemming of raken we juist verdwaald? Zonderen we ons af van de rest van de wereld, of herkennen we onszelf terug in de vreemde ander? Dat zijn de vragen die de componisten Tsoupaki en Van Parys en de sopraan Claron McFadden stellen. Alle drie kozen een bijzondere invalshoek.

Calliope Tsoupaki: Fortress Europe

De oudere dame Europa wil koste wat kost verhinderen dat ook maar één asielzoeker haar comfortabele wereldje binnendringt. – Hoewel ze als jonge vrouw op de rug van oppergod Zeus vanuit Syrië naar Europa kwam, waar ze als vreemdeling een nieuw bestaan moest opbouwen. Haar zoon is een politicus die de poort tot Europa stevig gesloten houdt. Oog in oog met de bootvluchteling Amar gaat hij echter twijfelen.

Tsoupaki componeerde er hartverscheurend mooie muziek bij, met kruidige, Arabisch getinte koorpassages en klaaglijke melodieën van een hobo. Zij maakt de gevoelens van weemoed om het verlies van huis en haard indringend invoelbaar. Jammer van het gortdroge en eenduidige libretto, dat niets aan onze verbeelding overlaat. Maar dankzij de wonderschone muziek en de treffende enscenering is Fortress Europe toch een voorstelling om een traantje bij weg te pinken.

Annelies van Parys: Het Kanaal

In Het Kanaal van de Vlaamse Annelies van Parys wil een vluchteling het Kanaal overzwemmen, een nieuwe toekomst tegemoet. Op de krijtrotsen aan de overkant stuit hij op een transseksuele vrouw die haar leven wil beëindigen. Tussen de twee ontstaat een verrassende dialoog: hun lot blijkt sterker verbonden dan gedacht.

Hun gesproken conversatie vindt zijn spiegel in de muziek van Annelies van Parys. Zij zette liederen op een recent teruggevonden theatertekst van William Shakespeare. Die beschrijft hoe een sheriff wil verhinderen dat zijn burgers een groep vluchtelingen lynchen. Een zangeres plaatst als ‘commentator’ de monologen in een breder, universeler kader. Zij wordt afwisselend begeleid door gitaar of luit, tokkelinstrumenten die populair waren in Shakespeare’s tijd.

Claron McFadden: Nachtschade: aubergine

Uitgesproken origineel is de insteek van de Amerikaans-Nederlandse sopraan Claron McFadden. In Nachtschade: aubergine gaat zij op zoek naar de gemeenschappelijke wortels van onze diverse culturen. Hiertoe volgt zij de route die de populaire paarse groente aflegde vanuit het Midden-Oosten naar onze keukentafel.

Zij bezocht vijf landen rond de Middellandse Zee. Samen met de lokale bevolking maakte ze een plaatselijk auberginegerecht en studeerde ze een traditioneel lied in. McFadden presenteert haar ervaringen in de vorm van een theatraal en culinair concert. Zo maakt zij ons verlangen naar identiteit in een steeds veranderende wereld invoelbaar.

Achter de musici worden filmbeelden geprojecteerd van Lisa Tahon, die McFadden volgde op haar reis. Gaandeweg wordt duidelijk dat van één oorsprong geen sprake is, slechts van een oneindig aantal vertakkingen en knooppunten. We blijken bovendien meer met elkaar gemeen te hebben dan we denken.

Bij het concert worden auberginehapjes geserveerd. – Een voorstelling om van te watertanden

Operadagen Rotterdam, van 12 t/m 21 mei, info en kaarten: www.operadagenrotterdam.nl

Posted in music, news, women composers | Tagged , , , , , , | Leave a comment