Johannes-Passion van Bach als muziektheater: het kán

Het door Pierre Audi in 2016 geïnitieerde Opera Forward Festival bevraagt de toekomst van muziektheater. Het 13-daagse festival biedt (jonge) makers en zangers een kans nieuwe wegen te onderzoeken. Voor de tweede editie regisseerde Audi zelf And You Must Suffer, een muziektheatrale versie van Bachs Johannes-Passion. Deze productie van Muziektheater Transparant en het oudemuziekensemble B’Roque beleefde dinsdag 28 maart zijn Nederlandse première in het Muziekgebouw aan ’t IJ. De voorstelling werd beloond met een enthousiast applaus.

Besmuikt

Met zijn vindingrijke mis-en-espace maakt Audi het drama van Jezus Christus invoelbaar. De zangers van Cappella Amsterdam groeperen zich dreigend rondom hem als zij Pontius Pilatus vragen hem ter dood te brengen. Staand op een plateau hoort Christus hun beschuldigingen aan. Als Pilatus overstag gaat en hem laat geselen, krimpt hij ineen van de pijn, waarop het koor weeklagend zijn handen naar hem uitstrekt. Na zijn kruisiging sluipen de zangers beschaamd het podium af, onderwijl zingend ‘Ich will dich preisen ewiglich’.

Al net zo besmuikt zijn zij in het pikkedonker opgekomen tijdens de door Annelies van Parys gecomponeerde proloog. In And Thou Must Suffer doordesemt zij gregoriaans aandoende melodielijnen met schelle, dissonante uitroepen van het koor: het onheil naakt. Subtiel verweeft zij motieven van Bach met haar eigen stuk, dat zij naadloos laat versmelten met diens Johannes-Passion.

Scènefoto And You Must Suffer (c) Koen Broos

Uitmuntende zangers en musici

De concentratie van de zangers van Cappella Amsterdam is voorbeeldig. Ruim twee uur lang bewegen zij zich in steeds wisselende formaties en in verschillende houdingen over het toneel. Toch zingen zij alles uit het hoofd, loepzuiver en in perfecte harmonie met de al even uitmuntende musici van B’Roque. Deze zijn links en rechts van dirigent Andreas Spering opgesteld. Met soepele, maar besliste gebaren voert hij de uitvoerders door de afwisselende en kleurrijke muziek van Bach. Zachte, ingetogen passages van individuele instrumenten staan naast luide, angstaanjagende tutti in een felle ritmiek.

Kwetsbare maar trotse Jezus

Jakob Pilgram is een meeslepende Evangelist. Zijn klaroenachtige tenor reikt tot in de verste uithoeken van de zaal en hij lijkt werkelijk betrokken bij wat hij zingt. De boomlange Dominik Köninger is een even kwetsbare als trotse Jezus. Met zijn warme bariton en indringende mimiek stelt hij de hypocrisie van zijn belagers aan de kaak. De tenor Magnus Staveland speelt zijn rol van wankelmoedige Petrus met verve. Met zijn gebogen gestalte en schielijk over zijn gezicht getrokken hoodie verloochent hij tot drie keer toe zijn vriend.

Al even indrukwekkend is de bas Tomás Král, die als Pilatus waarlijk ontzet lijkt over het onrecht dat Christus wordt aangedaan. De sopraan Grace Davidson heeft een mooie lichte stem, die echter gaandeweg wat onzekerder wordt. Ook de altus Benno Schachtner begint overtuigend, maar zijn stem schiet op emotionele momenten soms ongecontroleerd de hoogte in.

Rogier van der Weyden, Christus aan het Kruis met Maria en Johannes. Olie op paneel (1457-1464) fotocredit Wikipedia

Voorbeeldig lichtplan

Het voorbeeldige lichtplan van Peter Quasters maakt met een afwisseling van clair-obscur en sterke contrasten het verhaal nog indringender. De videobeelden van Mirjam Devriendt en Vincent Dunoyer voegen daar weer een extra laag aan toe. Kale olijftakken verbeelden Christus’ eenzaamheid, een in slow motion achter hem uitgestrekte hand illustreert hoezeer zijn lot in andermans handen ligt. De tegen het einde vertoonde beelden van de restauratie van het paneel Christus aan het kruis van Rogier van der Weyden zijn echter te expliciet en leiden de aandacht af van de muziek.

Politiek-correct

Na het eerste deel kleurt het videoscherm okergeel. We wanen ons in een zandwoestijn, terwijl het nieuw gecomponeerde L’Apokalypse Arabe van Samir Odeh-Tamini opklinkt. Angstig gefluister en schrijnende harmonieën van het koor, getimmer in het klavecimbel en langgerekte strijkerslijnen creëren een onheilspellende sfeer. De video toont rood getinte beelden van verwoeste steden bij de woorden ‘7000 Arabieren werden verdoofd, verblind’. Het komt als een totale Fremdkörper en is een tikkeltje te politiek-correct. Ook de korte, dissonante epiloog van Annelies van Parys botst met Bachs troostrijke slotzang.

Toch liever concertant

Audi heeft met And You Must Suffer aangetoond dat een passie muziektheatrale potentie heeft. Maar ondanks de uitstekende uitvoering en aansprekende enscenering sloeg de verveling na anderhalf uur toe. Het principe show, don’t tell waar ware opera op drijft, is geheel aan Bach voorbijgegaan. De constructie van een verteller (de evangelist) die de scènes aan elkaar praat is gekunsteld en haalt de vaart uit de voorstelling. Het bemoeilijkt bovendien identificatie met de personages.

Het experiment is dus weliswaar geslaagd, maar uiteindelijk lijkt een concertante uitvoering mij toch overtuigender.

Info en speellijst via deze link. 

Posted in music, review | Tagged , , , , , | 1 Comment

Christendom als blinde vlek

In deze ‘vrouwenmaand’ weer een herpublicatie van een column over een vrouwelijke componist, ditmaal de diep gelovige Sofia Goebaidoelina. Ik schreef mijn stuk in 2002,  met als insteek de minachting waarmee christenen in onze tijd werden en worden bekeken. Inmiddels is er wel een klein kantelpunt ontstaan, en is vooral het politiek-correcte denken over de islam op zijn retour.

Sofia Goebaidoelina – kruidenvrouwtje of genie?

Verschenen in Klassieke Zaken, januari/februari 2002

Nederlanders discrimineren niet. Zeggen we. Maar in onze ijver niets ten nadele te beweren over allochtonen, homo-trans- of biseksuelen, de islam en andere godsdiensten, hebben wij één blinde vlek: het christendom.

Ooit zag ik een programma met drie actrices die Anne Frank hadden uitgebeeld. Een van hen bleek belijdend protestant te zijn. Meewarig glimlachend poogde interviewster Hanneke Groenteman de vrouw haar dwaling te laten inzien, maar deze was verrassend standvastig. Groentemans toon werd allengs venijniger en sarcastischer: hoe kón iemand in onze tijd nog Christen zijn?! – Het publiek glunderde van leedvermaak.

Onlangs stak ik de loftrompet over Sofia Goebaidoelina. Midden in mijn betoog over deze wat mij betreft grootste levende componist, noemde een musicus haar ‘een kruidenvrouwtje’. Ik was perplex! Hoe kon hij enige overeenkomst zien tussen mijn idool en de vermaledijde Klazien-uit-Zalk? De man mompelde dat hij wel haar muziek waardeerde, maar ‘niks kon met dat geleuter over God’.

Nu schuwt Goebaidoelina inderdaad het uitdragen van haar – Russisch-orthodoxe –  geloofsovertuiging niet; zij beschouwt zichzelf als middelaar tussen hemel en aarde. Maar juist dankzij deze diepe verbondenheid met de kosmos schrijft zij zulke onontkoombare, universeel-menselijke muziek.

Dat geldt ook voor haar Johannes-passie, een antwoord op Bach. Dit oratorium heeft niets zwijmeligs, maar is één uitbarsting van levensvreugde, angst, lijden en hoop, gevangen in een partituur vol kleur en met een diep-Russische bas die zelfs het hart van de grootste scepticus zou vermurwen.

– Benieuwd wat de musicus hiervan zegt.

Sofia Goebaidoelina: Johannes-Passion
Koor en orkest van het Mariinsky Theater, Sint Petersburgs Kamerkoor en solisten o.l.v. Valery Gergiev
hännsler classics CD 98.405
Foto credit Goebaidoelina: F  Hoffmann-La Roche Ltd 

 

Posted in archive, personal, women composers | Tagged , , | Leave a comment

Podcast Moritz Eggert on his opera Caliban: ‘Our exploitation of others now comes back to us’

The theme of the 2nd edition of the Amsterdam based Opera Forward Festival is ‘macht/onmacht’ (‘power/powerlessness’ ). The German composer Moritz Eggert composed Caliban for the Asko|Schönberg ensemble, three singers and a narrator. The libretto by Peter te Nuyl is based on the hapless character in Shakespeare’s play The Tempest.

Scorned and abused by Prospero and others, Caliban learns from his surroundings, gradually evolving from victim into perpetrator. The opera will be premièred on 25 March in the Amsterdam Compagnietheater.

I spoke to Moritz Eggert after a rehearsal for the podcast underneath.

More info and tickets via this link

Posted in background, music | Tagged , , , , | 1 Comment

Fortress Europe: Prachtmuziek van Calliope Tsoupaki, problematisch libretto

Tijdens het slotapplaus voor haar nieuwe opera Fortress Europe schittert Calliope Tsoupaki (1963) maandag 20 maart door afwezigheid. Pijnlijk foutje in de communicatie bij deze productie van het Opera Forward Festival en Opera Trionfo in de Stadsschouwburg van Amsterdam.

Jammer, want de Grieks-Nederlandse componist heeft de bijval meer dan verdiend. In een kleine twee uur tijd voert ze ons mee op een meeslepende en enerverende muzikale reis, die perfect aansluit bij het thema van de vluchtelingenproblematiek.

Kruidige harmonieën

Trefzeker schetst zij met wiegende ritmes de golfslag van de Middellandse Zee. Deze betekent voor zovelen een overtocht – naar het beloofde land of de verdrinkingsdood. Klaaglijke cantilenen van een (alt)hobo maken hun gevoelens van weemoed om het verlies van huis en haard invoelbaar.

De kruidige harmonieën en gebogen tonen van de musici van het Asko|Schönberg en de zangers van het Nederlands Studenten Kamerkoor verwijzen subtiel naar de Arabische achtergrond van de bootvluchtelingen. Ook de Griekse volksmuziek is nooit ver weg; de vele drones (liggende tonen) creëren een sfeer van gelatenheid en berusting.

Aangespoelde zwemvesten

Het toneelbeeld van Dieuweke van Reij is eenvoudig maar doeltreffend. Midden op een ronddraaiend plateau staat een gigantische deur: de poort tot Fort Europa. Daarachter zien we de klippen waarop de asielzoekers aan land komen. Deze zijn bezaaid met aangespoelde zwemvesten. Ervoor zien we de kamer van Europa in Brussel. Zij was ooit zelf vluchteling, maar spoort nu haar zoon, de politicus Frans Verhaegen aan geen enkeling toe te laten.

Maar als Frans afreist naar Griekenland om persoonlijk de situatie in ogenschouw te nemen, wordt hij geraakt door dit desolate beeld. Hij raakt in de war wanneer Amar aanspoelt als enige overlevende van een vluchtelingensloep. Hij wil hem helpen, maar tegelijkertijd de poort stevig dichthouden. Een overdonderende slagwerksolo doet de Rabozaal op zijn grondvesten schudden als Amar wanhopig op de deur beukt en Frans om genade smeekt.

Keelsnoerend is de scène waarin hij vertelt over zijn metgezellen, onder wie een klein kind, die allemaal door de golven zijn verzwolgen. Een voor een uur nemen de koorleden plaats in een veel te krap scheepje. Op elkaar gepropt zingen zij een aangrijpende meerstemmige klaagzang, terwijl ze in slowmotion van links naar rechts bewegen. Zo wordt hun claustrofobie en angst  invoelbaar.

Eenduidig libretto

Tsoupaki’s partituur geeft veel ruimte aan de zangsolisten, die nergens overstemd worden. De tenor Erik Slik geeft met zijn mooie stem en overtuigende spel zijn wankelmoedige relatie tot zowel zijn moeder als de vluchteling gestalte. De basbariton Yavuz Arman Isleker is met zijn gitzwarte baard en krullenkop goed gecast als vertwijfelde gelukszoeker.

De sopraan Rosemary Joshua glorieert in haar toch wat ondankbare rol van de onbuigzame Europa. Ze is van A tot Z verstaanbaar en geeft haar personage met een scala aan gezichtsuitdrukkingen waarlijk vlees op de botten.

Een hele prestatie gezien het volstrekt eenduidige libretto, dat geen enkele ruimte laat voor onze eigen fantasie. Jonathan West liet zich voor zijn Engelse tekst weliswaar inspireren door het boek Gelukszoekers van Ilja L. Pfeijffer, maar van poëzie of sublimering is nergens sprake. We krijgen de harde krantenfeiten rauw in ons gezicht geslingerd.

Waarom Europa zo fel gekant is tegen mensen die net als zij op zoek gaan naar een veilige haven, blijft volstrekt onduidelijk. Evenmin vindt er een ontwikkeling of catharsis plaats. Aan het eind staan we nog precies op dezelfde plaats als aan het begin. Zij het dat Amar zich inmiddels in wanhoop heeft opgehangen. Halverwege de voorstelling zakt de spanning volledig weg en ga je snakken naar het einde.

Kortom: een mislukking op niveau. De pakkende enscenering van Floris Visser, de prachtige muziek van Calliope Tsoupaki en de uitstekende zangers en musici verdienen beter.

Info en kaarten

 

Posted in music, review, women composers | Tagged , , , , | 1 Comment

Componist Brechtje: ‘Elementen is mijn weggetje naar opa’

‘Dankzij een radiopresentator vond mijn opa een ingang tot klassieke muziek. Met mijn nieuwe stuk baan ik op mijn beurt een weggetje naar hem,’ zegt componist Brechtje (1993).

Donderdag 30 maart beleeft haar nieuwe stuk Elementen zijn wereldpremière in de vijfde aflevering van An Evening of Today in het Muziekgebouw aan ‘t IJ. Ik sprak haar over de totstandkoming van haar stuk.

Wat maakt dit project voor jou bijzonder?

De combinatie van onervaren componisten die mogen werken met een ervaren ensemble. Het adagium was: doe alles wat je het allergaafste vindt. Dat wordt ook echt nageleefd, the sky is the limit. Alles mag, zowel vanuit het ensemble als vanuit het Muziekgebouw en het Korzo Theater in Den Haag, waar het concert herhaald wordt. Ik mag alle ruimtes gebruiken, tot aan de garderobe, de balkons en de foyers aan toe. En als er drie pauzes moeten komen dan mag ook dat. Natuurlijk moet het wel een beetje realistisch zijn, maar ik heb me helemaal niet geremd gevoeld. Ik voelde me juist aangespoord.

Wat betekent dat voor je nieuwe stuk?

Voor mij is het een samenkomst van dingen die ik de afgelopen jaren heb gedaan. Zo zet ik het Nieuw Ensemble samen op het toneel met mijn band Jerboah. Ik heb compleet uitgewerkte partijen gecomponeerd voor het ensemble en lead sheets voor mijn eigen club, zoals die in de jazz worden gebruikt. Daarop staan bijvoorbeeld aanwijzingen voor de groove en richtlijnen voor improvisatie. Het wordt een combinatie van heel verschillende muzikale stijlen.

Jerboah

Je stuk heet ‘Elementen’, vanwaar die titel?

Een bron van inspiratie was een gesprek met mijn opa twee jaar geleden. Hij kon nooit zoveel met klassieke muziek, vond die te abstract. Maar hij had net een uitzending gehoord op de radio, waarin de presentator beeldend had verteld over een bepaald muziekstuk. Hoe je aan het slot een zonsondergang hoorde en zelfs de vogels weg kon horen wegvliegen. Door de woorden van die radiopresentator vond mijn grootvader een ingang in de klassieke muziek. Hij zei dat hij wel een stuk wilde over het ontstaan van het heelal, met name over de evolutie van de elementen. Dat leidde uiteindelijk tot Elementen, waarmee ik dan weer een weggetje naar mijn opa vind.

Hoe heb je dat idee vertaald naar muziek?

Ik heb het ontstaan van de elementen willen weergeven. Het heelal bestaat alleen maar uit elementen. Hoewel, dat is misschien iets te enthousiast uitgedrukt, dat zou opa niet goedkeuren. Er is immers ook veel vacuüm. Maar in ieder geval hebben atomen, ook wel elementen genoemd, een essentiële positie in het heelal. We kennen allemaal wel waterstof, helium, koolstof, zuurstof en stikstof, maar er zijn er nog veel meer.

Het begon echter met nog veel kleinere dingen, zoals quarks en gluonen. Toen het heelal ontstond was het heel klein. Het was bovendien ontzettend heet en zó vol dat het licht er niet in kon bewegen. Er ontstond geleidelijk een nieuwe situatie waardoor grotere elementen een kans kregen. Zo dijde de ruimte steeds verder uit, dat gaat nog altijd door. Ik heb geprobeerd die ontwikkeling muzikaal te illustreren, niet letterlijk te vertalen. Muziek is muziek tenslotte, ze blijft abstract. Ik verwacht echt niet dat mensen zeggen: ha, nu hoor ik waterstof! Dat is ook niet mijn bedoeling.

Was het moeilijk voor deze combinatie te schrijven?

Niet echt. Ik heb de partijen gecomponeerd met de specifieke kwaliteiten van de afzonderlijke musici in gedachten, zoals ik eigenlijk altijd doe. Dat maakt het heel persoonlijk, ik heb zelfs hun namen in de partituur opgenomen. Omdat ik de vrije hand kreeg dacht ik: ik trek alles uit de kast. Het was een grote stap om zoveel grootschaliger te componeren dan ik gewend ben. Elementen gaat 22 minuten duren. De combinatie van mijn artrockband Jerboah met het Nieuw Ensemble is voor mij nieuw. Wij spelen altijd versterkt, met een hoge energie, en combineren uitgeschreven materiaal met improvisatie. Het Nieuw Ensemble speelt van blad en akoestisch.

Nieuw Ensemble met Hans Wesseling 2e van links (fotografie Caio Amon)

Vanwege hun bijzondere bezetting, met harp, gitaar en mandoline ben ik extra bewust omgegaan met de balans. Zeker de combinatie drumstel/mandoline is een uitdaging. En het is zo’n veelzijdige club! Veel musici spelen ook in het Atlas Ensemble en hebben ervaring met bijzondere, uitheemse instrumenten Zij kunnen simpelweg alles uitvoeren wat jij bedenkt.

Het mooie is bovendien dat ze actief meedenken. Ik had bijvoorbeeld een bepaalde figuur bedacht voor de mandoline. Na een week belt mandolinist Hans Wesseling: dat ene motiefje, hoe wil je dat hebben? Ik kan het uitvoeren met een Chinees eetstokje onder de snaar, dan klinkt het ongeveer zoals jij het wil, maar zachter. Ik kan het ook een octaaf lager spelen via de hammer-off-techniek, dan klinkt het harder. Weer een week later belde hij: ik heb precies gevonden wat je zoekt: ik doe het met een spijker!

Hoe wist hij welke klank jij in gedachten had?

Ik had hem een opname gestuurd van hoe ik wilde dat het zou klinken. Die had ik gemaakt op een gitaar, maar dat is een heel ander instrument. Gitaar, mandoline en harp zijn sowieso moeilijk, omdat het akkoordinstrumenten zijn. Ze staan redelijk op zichzelf en als je ze niet zelf bespeelt is het als een doolhof waarin je je weg moet vinden. Een melodie-instrument is makkelijker. Voor die tokkelinstrumenten kun je al snel samenklanken bedenken die onmogelijk zijn. Gelukkig lijkt dat nu niet het geval, ik heb nog niets hoeven herschrijven.

Ik vraag veel van de musici en heb ook nog eens een heel lichtplan gemaakt. Dat is technisch een pittige kluif. Er zijn vijftig losse lampjes, bediend door twintig vrijwilligers die rondom de musici staan opgesteld. Ik stel mij namelijk een omgeklapte sterrenhemel voor: de musici worden omgeven door het heelal. Of, beter gezegd ze zijn de kern ervan. Het publiek verhuist naar de balkons en die hele opstelling moeten we in vijftien minuten voor elkaar krijgen. Dat was wel even schrikken voor het Muziekgebouw, want er zijn ook nog vijf andere stukken. Maar ze hebben het goedgekeurd.

Waar kijk je het meest naar uit?

Het te zien gebeuren, te ervaren hoe alle onderdelen in elkaar gaan klikken. Ik kan daar nu alleen maar naar gissen. Tijdens de eerste repetities heb ik nog niet voor grote verrassingen gestaan, maar straks staan er veertig mensen op het podium. Ik ben benieuwd of en hoe die spanningsboog gaat werken.

An Evening of Today:
30 maart Muziekgebouw aan t’ IJ Amsterdam
13 april: Korzo Theater Den Haag

Posted in music, news, women composers | Tagged , , , , | Leave a comment

Krzysztov Warlikowski: ‘Bergs schuldgevoel leidde tot gruwelijke opera Wozzeck’

‘Hoe kleiner de gemeenschap hoe bekrompener de geest’, zegt Krzysztof Warlikowski. De Poolse regisseur maakt deze maand zijn debuut bij De Nationale Opera met Wozzeck van Alban Berg. Het is de tweede keer dat hij dit iconische werk van de twintigste eeuw onder handen neemt. Hiertoe put hij uit zijn eigen ervaringen tijdens zijn jeugd in Stettin.

Het is uitzonderlijk dat hij de uitnodiging aannam, zegt Warlikowski: ‘Uit principe doe ik nooit twee keer hetzelfde stuk, maar Wozzeck was mijn eerste opera. Ik regisseerde hem elf jaar geleden bij het Wielki Theater in Warschau. Dat was voor mij een belangrijke ervaring. Daarna deed ik Lulu in Brussel, waardoor ik nieuwe inzichten kreeg over Alban Berg. Dus toen De Nationale Opera mij vroeg heb ik de kans om een nieuwe interpretatie te tonen onmiddellijk aangegrepen.’

Hij week af van zijn principe omdat zijn visie op Wozzeck totaal veranderd is: ‘Je hebt een ander bewustzijn als je twee opera’s van Berg gedaan hebt. Wozzeck is af, het is de eerste explosie van Bergs talent voor opera, Lulu is veel geavanceerder en moderner, maar bleef onvoltooid. Doordat ik beide werken heb geregisseerd, ben ik me gaandeweg gaan realiseren dat de rol van het kind ontzettend belangrijk is. Voor mij is de centrale vraag: wat gaat er met het jongetje gebeuren?’

Berg flirt met eigen dochter

Opvallend, aangezien Wozzecks zoontje slechts een bijrol speelt, maar Warlikowski heeft er goede redenen voor. ‘Kijk naar de biografie van Alban Berg. Toen hij zeventien was had hij een korte maar hevige affaire met een twee keer zo oude bediende. Zij kreeg een kind, werd door de familie afgekocht en verdween voorgoed uit Bergs leven. Vijfentwintig jaar later stond zijn dochter opeens voor zijn neus en vroeg hem te spreken. Niet wetende wie zij was, probeerde hij haar zelfs te verleiden. Pas toen onthulde ze dat hij haar vader was.’

Warlikowski kan zijn afschuw nauwelijks verbergen: ‘Dit levensfeit is tot mijn verbijstering jarenlang genegeerd door musicologen en historici. En wat bleek? Hij had haar kaartjes gestuurd voor de première van Wozzeck, maar ergens achter op het tweede balkon in de goedkoopste prijsklasse. Heel vreemd en naar. Ook zijn vrouw gedroeg zich vervelend naar het meisje toe.’

Schuldgevoel

De regisseur is ervan overtuigd dat Bergs schuldgevoel leidde tot twee van zijn meest gewaardeerde scheppingen. ‘In zijn eigen leven wist hij niet hoe hij met zijn weeskind om moest gaan, maar hij wijdde wel twee geweldige, gruwelijke opera’s aan deze thematiek. Wozzeck zelf is dan misschien geen wees, maar we zien vanaf het begin dat zijn gezin niet goed functioneert. Als hij Marie doodt en vervolgens zelfmoord pleegt laat hij zijn zoontje verweesd achter. Lulu is een jong meisje dat op straat leeft en door een oudere man wordt opgenomen, die haar misbruikt.’

Eva-Maria Westbroek (Marie) en Jacob Jutte (kleine Wozzeck) in Wozzeck (c) De Nationale Opera

Dat hij zijn eigen dochter zo unfair behandeld had, werd volgens de regisseur een levenslange obsessie voor Berg. ‘Hij wendde zich tot de opera om over zijn innerlijke trauma’s te spreken. Neem die slotscène van Wozzeck! Geen enkele andere opera besluit met enkel kinderen op het toneel. Als zij het zoontje vertellen dat zijn moeder dood is, zegt de kleine Wozzeck alleen maar “hop, hop”. Het is traumatisch, hij wil de waarheid niet weten. Hij kan die eenvoudigweg niet accepteren, daarom doet hij alsof de boodschap niet tot hem doordringt.’

Vicieuze cirkel

Warlikowski verwijst daarnaast naar de historische Johann Christian Woyzeck: ‘Diens leven stond model voor het toneelstuk Woyzeck van Georg Büchner, waarop Berg weer zijn opera baseerde. Woyzeck had als klein kind zijn ouders verloren en groeide op als wees. Het is als een vicieuze cirkel. We kunnen ons voorstellen dat het zoontje van Wozzeck en Marie later opnieuw een crimineel en moordenaar zal worden. Omdat we zien wat er in zijn kindertijd gebeurt.’

Dat leidt voor de regisseur onvermijdelijk tot de vraag wat voor jeugd de operaheld zelf gehad heeft. ‘Waarom steekt hij Marie dood en welk effect heeft dit op hun zoontje? Wat moet er van hem worden? Dat is een moderne, haast freudiaans vraag. Hoe wordt een kind beïnvloed door zijn opvoeding, zijn omgeving, zijn scholing? Wat gebeurde er toen hij drie, of zeven jaar oud was? Ik wil dat wij ons afvragen hoezeer wij onze kinderen beïnvloeden. Hoe makkelijk het is hun het paradijs te ontnemen als ze klein zijn.’

Verloren paradijs

Vurig: ‘Het is de enige periode op deze planeet dat je in de hemel verkeert. Dat duurt ongeveer tot je zevende, afhankelijk van hoezeer je ouders je beschermen.’ Daarom plaatst Warlikowski het kind prominent op het podium. ‘De jongen is in de meeste scènes aanwezig, ook al neemt hij geen deel aan de handeling. Ik wil dat hij ziet hoe zijn vader door anderen wordt behandeld, hoe het conflict tussen zijn ouders escaleert. Hij is een toeschouwer, hij volgt wat er gebeurt.’

Zo beleeft het jongetje mee hoe zijn kwetsbare vader door anderen vernederd wordt en hoe zijn moeder lonkt naar de potige tambour-maître. ‘Wozzeck heeft hallucinaties, verkeert op de rand van borderline. Marie vraagt zich af wat eigenlijk de betekenis is van hun relatie en hun kind, waarvoor hij geen aandacht heeft. Misschien kiest ze daarom wel voor de tambour-maître, wellicht zal hij een betere vader zijn. Maar tijdens een ruzie met een vriendin realiseert ze zich dat ze in de ogen van de wereld altijd een hoer zal blijven.’

Bekrompen blik

En hier wordt Warlikowski fel: ‘Ik heb dit soort mechanismen zelf ervaren toen ik opgroeide in Stettin. Niet in het centrum, maar in de buitenwijken, waar mensen denken zoals op het platteland. Hoe kleiner de omgeving, hoe bekrompener de blik. Iedereen wees naar een bepaald meisje in onze straat en noemde haar een hoer. Ik zei: maar ze is ontzettend aardig,  zij is mijn vriendin. Dat mocht niet baten. Iedereen had zijn oordeel klaar, omdat ze wisselende minnaars had en ongetrouwd een kind grootbracht.’

Die ervaring in het communistische Polen van de jaren zeventig heeft zijn visie op Wozzeck mede gevormd. ‘Voor mij gaat de opera niet zozeer over sociale ongelijkheid als wel over de moeizame intermenselijke verhoudingen. – Waarvan de kleine Wozzeck het slachtoffer wordt.’

Meer info, speellijst en kaarten via deze link.

Posted in article, music | Tagged , , , , , | Leave a comment

Holländer im Abgeordentenhaus: ‘Frauen wollen überwältigt werden’

Am 15. März stimmte ein beträchtlicher Teil der Holländer für Thierry Baudet, das Äquivalent von Grab ‘m by the pussy. Baudet meint: ‘Frauen wollen überwältigt werden’, trotzdem gewann er im Wahlkampf 2 Plätze im Abgeordnetenhaus. – Ein schwarzer Tag für die Emanzipation.

Darum in diesem ‘Frauenmonat’ heute die Wiederveröffentlichung einer Kolumne die ich 2010 schrieb für Christel Nies. Sie leitet seit 1990 die Konzertreihe Komponistinnen und Ihr Werk in Kassel. Leider ist der Kampf um die Anerkennung von weiblichen Schöpfer immer noch aktuell. Vielleicht sogar aktueller denn je.

“Die von den Frauen”

Erfahrungen der niederländischen Musikjournalistin Thea Derks im Kampf für die Musik von Frauen. Erschienen in Christel Nies: ‘Entdeckt und aufgeführt’, 2010. 

Ich wuchs auf in einem Dorf in der Nähe von Venlo, wo es ein reges Musikleben gab. Mein Vater spielte Tuba im lokalen Bläserkorps, und ich war begeistert von den schönen Klängen die er aus seinem Instrument hervorzauberte: das wollte ich auch!

Papa lehrte mich die Tuba blasen und Noten lesen: ‘do, re, mi’ und ‘fa, so, la’. Als ich gut genug war, um dem Musikverein beizutreten, gab es plötzlich ein Problem: Ich war ein Mädchen, und nach einem ungeschriebenen Gesetz waren weibliche Mitglieder im Verein nicht zugelassen – obwohl er sich doch mit dem Namen ‘Sub Matris Tutela’ (Unter Mutters Schutz) schmückte .

Als ich später Musikwissenschaft studierte, sprachen die Professoren von Leoninus und Perotinus, von Bach und Händel, von Mozart und Beethoven, von Stravinsky und Bartók. Wenn ich danach fragte, ob es unter den Komponisten keine Frauen gäbe, lächelten sie mitleidig und betonten, an der Uni beschäftige man sich nur mit seriösen Sachen. Auch in den Konzerten, die ich besuchte, hörte ich fast ausschließlich Musik von Männern – nur in der Neue Musik-Szene gab es ab und zu Werke von Ustwolskaja und Gubaidulina, von Saariaho und Chin.

Nach meinem Studium bekam ich einen Job bei Radio 4, dem holländischen Sender für klassische Musik. Ich produzierte viele Themenprogramme, u.a. eine Reihe über Komponistinnen. – Alsbald nannte man mich ‘Die van de vrouwen’ (‘Die von den Frauen’).

Dachte ich anfangs man vernachlässige die Komponistinnen einfach aus Versehen, so wurde mir im Laufe der Zeit klar, dass es gegenüber dem Schaffen von Frauen tief gewurzelten Vorurteile gibt. Wenn ein junger Komponist ein mieses Stück schreibt, heißt es, er sei noch jung und könne sich weiter entwickeln. Eine junge Komponistin hingegen bekommt selten eine zweite Chance.

Wie unausrottbar diese Vorurteile sind, wurde mir peinlich bewusst, als ich mich für eine Aufführung der Oper The Wreckers von Ethel Smyth einsetzte. Jeder, dem ich die Oper vorspielte, war begeistert von der schönen und kraftvollen Musik, aber alle meinten, Smyth hätte sich zu stark von Brittens Peter Grimes beeinflussen lassen.

Als ich darauf hinwies, dass Britten noch gar nicht geboren war als Smyth ihr Werk 1906 komponierte, verstummten meine Gesprächspartner erstaunt. – Die Oper aber wurde nicht aufgeführt. Obwohl man oftmals eine wiedergefundene, aber zweitrangige Komposition eines Mannes ankündigt als ‘Entdeckung des Jahrhunderts’.

Auch während des jährlichen Festivals niederländischer Musik wurden kaum Kompositionen von Frauen aufgeführt, weshalb ich diese Veranstaltung immer als die ‘Niederländischen Männertage’ bezeichnet habe. Geholfen hat es wenig, aber mangels Erfolg werden diese ‘Männertage’ seit 2010 nicht mehr veranstaltet.

Sogar der nach der Komponistin Henriette Bosmans benannte Wettbewerb für junge Talente wurde bisher noch nie von einer Frau gewonnen. Nachdem ich dies in einer Kolumne bemängelt hatte, wurden wenigstens einige Frauen in die Jury aufgenommen. Aber erst als später auch ein Publikumspreis eingeführt wurde, gewann endlich mal eine Komponistin: Claudia Rumondor. Glücklicherweise scheinen die Zuhörer weniger Vorbehalte zu haben als die Profis!

Es stimmt traurig, dass man auch im 21en Jahrhundert noch für die Musik von Komponistinnen kämpfen muss. Sogar weibliche Veranstalter programmieren sehr selten Werke von Frauen, und das, obwohl ich sie seit Jahren regelrecht ‘bombardiere’ mit Tipps und Aufnahmen. Zuweilen geschieht dann doch etwas, und so gibt es einige wenige Lichtblicke.

Hatte es das Festival Alte Musik Utrecht 2009 noch versäumt, auch nur ein einziges Stück von Fanny Mendelssohn zu präsentieren im Rahmen eines Konzertes das dem Umfeld Felix Mendelssohn gewidmet war, so bringt das Festival im Jahr 2010 nach meinen Protesten Musik von Elisabeth Jacquet de la Guerre zu Gehör.

Außerdem widmet die wöchentliche Konzertreihe ‘Vrijdag van Vredenburg’ von Radio 4 in der Saison 2010-11 gleich vier russischen Komponistinnen eine Reihe: Victoria Borisova-Ollas, Elena Kats-Chernin, Lera Auerbach und Sofia Gubaidulina. Neben einem Stück der jeweiligen Komponistin finden sich auch Werke von Komponisten.

Kleine Erfolge, welche ‘Die von den Frauen’ auch weiter zu erkämpfen erhofft.

Posted in archive, music, women composers | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Reinbert de Leeuw en Via crucis van Liszt: een levenslange fascinatie

In 1986 won hij een Edison voor zijn opname van Via crucis met het Nederlands Kamerkoor, gedirigeerd vanaf de piano. In 2013 zette hij de versie voor piano solo op cd, die eveneens bekroond werd met een Edison. Deze maand toert hij met Liszts meesterwerk door het land, met het Nederlands Kamerkoor en het Asko|Schönberg. Het wordt gecombineerd met Nu altijd sneeuw van Sofia Goebaidoelina.

Wat heeft Reinbert de Leeuw met Via crucis van Liszt, dat voor hem ‘de mooiste noot uit de muziekgeschiedenis’ bevat? Ik sprak hem hierover uitgebreid voor mijn biografie Reinbert de Leeuw, mens of melodie en voor het cd-boekje met de opname van de versie voor piano solo in 2013.

Harmonie gaat schiften

De Leeuw raakte al gefascineerd door de late muziek van Franz Liszt tijdens zijn studie piano en muziektheorie aan het Muzieklyceum in Amsterdam. Gretig analyseerde hij werken als Nuages gris, Unstern en La lugubre gondola, die dankzij de in 1950 opgerichte Liszt Society gaandeweg in druk verschenen.

In zijn biografie zegt hij hierover: ‘Bij Liszt begint de harmonie helemaal te schiften, de tonica gaat verdwijnen, er komt steeds meer chromatiek. Ik ging uitzoeken hoe die muziek dan in elkaar zit, door welk element zij bij elkaar wordt gehouden.’

De Leeuw speelt de late pianostukken op recitals, presenteert in 1978 de elpee Liszt the Final Years en is betrokken bij het ontstaan van het Franz Liszt Concours. Wanneer op 12 april 1984 de oprichtingsakte wordt getekend, voert hij in Muziekcentrum Vredenburg Via crucis uit met het Nederlands Kamerkoor, dat hij dirigeert vanaf de piano. Later dat jaar wordt het stuk opgenomen voor elpee en cd; de opname wordt in 1987 bekroond met een Edison.

Mijlpaal

Voor De Leeuw is Via crucis een mijlpaal in zijn carrière: ‘Het komt voor mij eens in de zoveel jaren terug, dan moét ik het de hele dag spelen. Het is indrukwekkend hoe Liszt, de romantische held, aan het eind van zijn leven alle franje weglaat en alleen de essentie overhoudt. Zoiets kun je alleen doen als je al een heel leven achter de rug hebt, dit is geen beginpunt, maar het einde van een ontwikkeling.

Via crucis heeft een indringendheid, een urgentie die nog sterker is dan in bijvoorbeeld Nuages gris. Ik kan maar niet genoeg krijgen van wat hij hier doet met de chromatiek, weergaloos hoe hij al in 1879 de grens overschrijdt naar de atonaliteit.’

Snakken naar de verlossende noot

Het bekendste voorbeeld is de Vierde Statie, waarin Maria haar zoon Jezus ontmoet: ‘Nooit eerder is Liszt zó ver gegaan in het verleggen van de grenzen van de tonaliteit, hier is hij het stadium van het experiment echt voorbij. Hij weet precies wat hij doet. De piano speelt eindeloze slierten van elf chromatische tonen, maar onthoudt je de twaalfde: de d. Onbewust ga je naar die noot verlangen. Als hij dan eindelijk komt, heel hoog en dolcissimo gespeeld, werkt dat als een verlossing, bijna euforisch.

Het knappe is dat het tegen de atonaliteit aanschurkt: het is nog wel op de tonaliteit gebaseerd, maar de zekerheden zijn verdwenen, je verliest even de grond onder je voeten. Ik vind het magistraal hoe diepgravend Liszt de mogelijkheden van de chromatische harmonie heeft doorgrond.’

De Leeuw zal deze d in 2002 in een interview met de nrc omschrijven als ‘de mooiste noot uit de muziekgeschiedenis’, een kwalificatie die hij hierna vele malen zal herhalen. In 2014 maakt hij voor het Stolz Quartet een arrangement van deze statie voor hobo, viool, altviool en cello.

Uitgebeende taal

Hoewel hij stamt uit een domineesfamilie – zijn grootvader en oom van moederskant waren predikant – vereenzelvigt De Leeuw zich niet met het religieuze aspect van Via crucis: ‘Ik heb geen enkele antenne op dat gebied, religie heeft voor mij nooit een rol gespeeld. Via crucis is iets katholieks, maar het lijdensverhaal is universeel! Bach heeft daar al geweldige muziek op gecomponeerd.’

Wel gaat De Leeuw geheel op in de partituur: ‘Via crucis vergt een enorme concentratie. Elke noot staat precies op de goede plek, de muziek is totaal uitgebeend en heeft een wonderlijke vorm van eenstemmigheid, die teruggrijpt op het Gregoriaans. Iedere afzonderlijke noot is wezenlijk en drukt ongelooflijk veel uit.

Ondanks die kaalheid heeft het stuk toch een enorme samenhang, want Liszt gaat op meesterlijke wijze van de ene naar de volgende statie, alles grijpt in elkaar. Aan het eind van Statie Vijf blijft hij bijvoorbeeld hangen op de f, waarmee Statie Zes vervolgens opent; ook het begin en het einde zijn aan elkaar verwant en je hoort voortdurend echo’s uit eerdere delen. Liszt vertelt één doorlopend verhaal, ik speel het in één adem, het mag niet verbrokkelen tot vijftien korte deeltjes.’

Hoewel hij areligieus is, vereenzelvigt De Leeuw zich sterk met deze muziek: ‘Dat is wel eens gevaarlijk, als je identificatie te groot wordt. Die moet er zijn in de zaal, maar zelf moet je afstand kunnen bewaren. Daar heb ik wel eens moeite mee.’

Informatie en toerschema

Posted in music, news | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Freudiaans: ‘Sofia Goebaidoelina, een vrouwelijke componist’

Vandaag de vijfde herpublicatie van een van mijn columns over de veronachtzaming van vrouwelijke componisten. Hierin riep ik de violiste Liza Ferschtman op de componerende dames in haar Delft Chamber Music Festival niet te vergeten. en zowaar, ze had geluisterd!

Voor de eerste editie vroeg ze de Amerikaans Nederlandse Vanessa Lann een stuk te componerenen voor viool en piano. Dat werd Springs Eternal, geïnspireerd op de Frühlingsssonate van Beethoven. In 2014 schreeflijn opnieuw een stuk voor Ferschtman, Moonshadow Sunshadow voor twee violen.

En donderdag 23 maart presenteert Ferschtman in het Muziekgebouw aan het IJ een voor haar in haar muzikale vrienden gecomponeerd octet van Mathilde Mathilde Wantenaar. Anno 2017 lijken de vrouwen dan toch bezig aan een gestage opmars.

Componist m/v (4)

Verschenen in muziektijdschrift Luister, maart 2007

Weet u het nog, van dat water en die steen? Het duurt even, maar uiteindelijk wordt zelfs een rots door vallende druppels uitgehold. Daarom nu mijn vierde spetter op de gloeiende plaat van de veronachtzaming van vrouwelijke componisten. Want mijn gedram begint langzaam vruchten af te werpen.

Zo bracht het Rotterdams Philharmonisch Orkest onlangs een geheel aan composities van vrouwen gewijd concert en presenteerden de celliste Iris van Eck en de pianiste Ariëlle Vernède een cd met muziek van Henriëtte Bosmans, Louise Farrenc en Rebecca Clarke. Nu ben ik niet dol op gettovorming, maar de muziekwereld lijkt zich eindelijk bewust te worden van het bestaan van vrouwelijke toondichters.

Vaak komt dit soort initiatieven uit de koker van dames, maar ook heren beginnen zich te realiseren dat componeren niet uitsluitend een mannenzaak betreft. Dat besef vertoont soms ietwat Freudiaanse trekjes.

Zo meldde een Vlaamse dirigent in het tijdschrift van zijn orkest dat hij een stuk van Sofia Goebaidoelina had geprogrammeerd, ‘een vrouwelijke componist’. Dito de presentator op Radio 4, die een compositie aankondigde van Isabelle Mundry, ‘een vrouwelijke componist’. Ik hoor nooit ‘Ludwig van Beethoven, een mannelijke componist’ – de toevoeging verraadt hun ongeloof.

Maar, het zaadje is ontkiemd, dus ik tel mijn zegeningen. Daartoe behoren helaas niet de viooltijgers Isabelle van Keulen en Janine Jansen. Juist van de jongere generaties zou ik een toewijding aan de goede zaak verwachten, maar dat is tot nu toe ijdele hoop gebleken.

Noch op het afgelopen zomer door Van Keulen geprogrammeerde Delft Chamber Music Festival, noch tijdens het in december gehouden Kamermuziekfestival van Jansen in Vredenburg, klonk één noot van vrouwen. En dat in een tijd waarin velen, musici incluis, op hoge toon de islam beschuldigen van een vermeende discriminatie van vrouwen. Typisch geval van ‘de pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet’.

Komende zomer programmeert Liza Ferschtman het Delftse evenement. Dus, kom op, Liza: doe er wat aan!!!

Posted in archive, music, women composers | Tagged , , , , | Leave a comment

Componerende dames in Festival Oude Muziek: eendagsvliegen of blijvers?

Vandaag de vierde herpublicatie van een column over de onzichtbaarheid van vrouwelijke componisten op de muziekpodia. In 2006 leek er even een sprankje hoop, toen het Festival Oude Muziek grootheden als Barbara Strozzi, Francesca Caccini en Isabella Leonarda programmeerde. Daarna zakte de aandacht voor de dames helaas weer snel weg.

Maar na mijn column over hoe Henriëtte Bosmans in eigen naam het zwijgen werd opgelegd, beterde de organisatie haar leven en engageerde twee vrouwelijke juryleden. Mayke Nas drong zelfs door tot de finale. Helaas won zij niet, maar in 2016 werd zij uitgeroepen tot Componist des Vaderlands.

Componist m/v (3)
Verschenen in tijdschrift Luister, april 2006

Ik hoor u zuchten: ‘Begint ze nou wéér over die vrouwen?’ Maar ik kan u geruststellen, want begin januari heb ik een felroze bril op mijn neus geplant. Ik registreer dan ook verschillende stapjes in de goede richting. Neem de Nederlandse Muziekdagen van afgelopen februari.

Op een totaal van 22 composities waren er vier geschreven door een vrouw. Toegegeven, nog niet direct een jubelpercentage, maar toch. En het moet gezegd: tijdens de openingsavond was het stuwende Derde Pianconcert van Hanna Kulenty verreweg de interessantste compositie. De tweede avond betoonden Sumire Nukina en Selma Beuger zich uiterst originele toondichters.

Tijdens deze Muziekdagen werd ook de Henriëtte Bosmansprijs uitgereikt. Anderhalf jaar geleden hekelde ik hier het feit dat deze naar een vrouw vernoemde prijs nog nooit aan een dame was uitgereikt, en dat zowel jury als genomineerden steevast uit mannen bestonden. Welnu, men had zijn leven gebeterd en twee vrouwelijke juryleden aangesteld. En ziedaar: de immer speelse Mayke Nas behoorde tot de genomineerden! Jammer genoeg won ze niet, maar een mens kan niet alles hebben.

Al even hartverwarmend is dat het Holland Festival Oude Muziek na jaren van veronachtzaming de componerende dames in de armen sluit. Directeur Jan van den Bossche heeft voor de komende aflevering niet alleen muziek geprogrammeerd van de briljante Barbara Strozzi, Francesca Caccini en Isabella Leonarda, maar ook van hun minder bekende collega’s, die actief waren in nonnenkloosters. Nu maar hopen dat het geen ééndagsvlieg betreft en dat de vrouwen bij dit gerenommeerde evenement definitief uit de schaduw van de geschiedvervalsing treden.

Maar zelfs mijn uiterst rooskleurige bril kan niet verhullen dat nog altijd veel programmeurs – man én vrouw – de goede noten van vrouwen als vanzelfsprekend links laten liggen. Zolang die toestand voortduurt, zal ik blijven getuigen, wetende dat één druppel water uiteindelijk zelfs de hardste steen uitholt…

 

Posted in archive, music, women composers | Tagged , , , , , | Leave a comment