Misha Mengelberg: engelengeduld en sardonische humor

Er zijn mensen met wie je je leven lang een innige band koestert, ook al spreek je ze zelden. Zo iemand was voor mij componist, pianist en improvisator Misha Mengelberg (1935-2017), die afgelopen vrijdag 3 maart overleed. Hij leed al jaren aan dementie en toen hij in 2015 na afloop van zijn opera Koeien in een rolstoel het podium opkwam, sprongen de tranen in mijn ogen. Zo breekbaar als hij was straalde zijn warme persoonlijkheid mij onverminderd tegemoet.

Misha Mengelberg met Cherry Duyns, toegejuicht door Katrien Baerts, Stadsschouwburg Amsterdam 9-6-2015

Misha Mengelberg met Cherry Duyns, toegejuicht door oa Katrien Baerts, Stadsschouwburg Amsterdam 9-6-2015

Misha was een van de meest tegendraadse figuren in het Nederlandse muziekleven, die met zijn onnavolgbare humor en eigenzinnige improvisaties voortdurend bleef verrassen. Zijn scherpzinnige geest nam steevast een andere afslag dan wij gewone stervelingen en niet zelden fungeerde hij als een luis in de pels van de gevestigde orde.

Zo vormde hij in de roerige jaren zestig samen met slagwerker Han Bennink en saxofonist Willem Breuker de Instant Composers Pool, onder het motto dat
geïmproviseerde muziek een vorm van instant componeren is. Zij doorbraken de
kaders van de traditionele jazz en brachten theatrale concerten met een absurdistisch
karakter.

Scherpe commentaren gebracht met pretoogjes

Misha stak graag de draak met de heersende orde, die zich liet uitdagen door onschuldige acties van de protestgeneratie – een titel als Hé, hé, hé, waar is de marechaussee spreekt boekdelen. Maar ook zijn eigen bentgenoten nam hij de maat. Zijn ietwat cynische, kritische commentaren waren echter nooit afbrekend bedoeld en werden immer met flonkerende pretoogjes gebracht.

Zo vroeg hij mede-Notenkraker Reinbert de Leeuw tot diens schrik eens of er in atonale muziek wel iets lolligs te beleven viel. Toen het tweetal samen met Louis Andriessen, Peter Schat en Jan van Vlijmen werkte aan de anti-Amerikaanse opera Reconstructie wees hij er fijntjes op dat de Nederlandse multinational Philips minstens zoveel bloed aan zijn handen had als de Verenigde Staten.

Misha Mengelberg © Ton Mijs

Zelf leerde ik Misha begin jaren negentig kennen, toen ik als bandleider van de popgroep Tess op allerlei compositorische vraagstukken stuitte. Hij nam mij aan als compositiestudent en wekelijks toog ik naar de Nieuwe Prinsengracht, waar de jazzafdeling van het Sweelinck Conservatorium gevestigd was.

Verschoven rotsblok

Hij kneedde me eerst in uiterst streng contrapunt, volgens hem onontbeerlijk voor elke zichzelf respecterende songwriter. Uren zwoegde ik op zijn aanvankelijk toch eenvoudige opdrachten, almaar gummend en corrigerend om de vele verboden wendingen te vermijden. Maar ik had mijn blaadje nog niet aan hem voorgelegd, of hij boog zich voorover, onvermijdelijke peuk in de hand en priemde met zijn vinger: ‘Daar staat een parallelle kwint.’

Hij leek er waarachtig plezier in te hebben als ik voor de zoveelste keer wanhopig uitriep dat ik het nooit zou leren. Toch was – en is – hij mij dierbaar, want zijn houding was ondanks zijn plaagzucht uitgesproken vaderlijk. Zijn typische voorovergebogen gestalte, met het  hoofd dat als een verschoven rotsblok op zijn schouders leek te zijn geplaatst zal ik nooit vergeten.

Engelengeduld

Zijn engelengeduld was bewonderenswaardig. Wanneer een van mijn medestudenten weer eens zijn huiswerk niet had gedaan, bleef hij onbekommerd. Alleen de goede verstaander hoorde de licht sardonische ondertoon waarop hij reageerde. Toen iemand eens een krakkemikkig cassettebandje draaide met een repetitie van zijn band, schoot mij het plaatsvervangende schaamrood naar de kaken.

Misha daarentegen luisterde geconcentreerd naar het valse gekweel en het rommelige spel, lurkte aan zijn sigaret, leunde nog eens stevig achterover, kneep zijn ogen dicht en zei: ‘Veel microtonen, interessant… heel veel microtonen.’

Angstig muisje

Mijn eerste eigen meerstemmige brouwsels beoordeelde hij  kritischer. Hij vond dat ik dat als  ambitieuze leerling verdiende. ‘Aardig gedaan, maar hier ga je naar de grondtoon, middenin een stuk’, klonk het. ‘Dat is dodelijk!’ Op andere momenten pakte hij zijn potlood, streepte een paar noten door en verving ze door meer dissonante exemplaren. ‘Je bent net een angstig muisje, dat wegrent en zich onder de kast verstopt’, zei hij dan.

Steevast was zijn versie beter en spannender. Ik heb er veel en dankbaar gebruik van gemaakt. Hoewel ik hem de afgelopen jaren alleen nog telefonisch heb gesproken, voelt hij nog altijd als een goede vriend. Ik zal zijn warme, vaderlijke leiding en vileine humor missen.

Advertisements
This entry was posted in music, news, personal and tagged , , , , , , , . Bookmark the permalink.

2 Responses to Misha Mengelberg: engelengeduld en sardonische humor

  1. Pingback: Misha Mengelberg (1935-2017) – Tchongcast

  2. Pingback: Holland Festival blameert zich met non-informatie in Weeshuis van de muziek #HF17 | Contemporary Classical – Thea Derks

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s