3e Strijkkwartet Bruno Mantovani: hartverscheurend intiem

Bruno Mantovani (Châtillon, 1974) schrijft net zo lief lyrische melodieën als dissonante toonclusters en jazzy akkoorden gekruid met een snufje microtonaliteit. Zaterdag 19 november speelt het Duitse Signum Quartett de Nederlandse première van zijn Derde Strijkkwartet in Muziekgebouw aan ’t IJ. Ik sprak met de altviolist Xandi van Dijk.

Waarom vroeg je Mantovani een stuk voor jullie te componeren?

Ik hoorde Tabea Zimmermann en Antoine Tamestit zijn Concert voor twee altviolen uitvoeren met het WDR Symfonieorkest. Hij had het speciaal voor hen gecomponeerd en ik werd van mijn sokken geblazen door de energie en de explosie van kleuren. Ik wist onmiddellijk: ik wil een stuk voor ons kwartet.

Waren jullie betrokken bij het compositieproces?

Nee, maar we hebben wel met hem gerepeteerd. Dat was op de dag voor de première in januari. Het was heel prettig en nuttig met hem te weken. Nodig ook, want toen we de partituur eind 2015 kregen was meteen duidelijk dat we er veel tijd in zouden moeten steken. Het strijkkwartet is behoorlijk virtuoos, zowel voor elke speler afzonderlijk als voor het kwartet als geheel.

Bruno Mantovani

Bruno Mantovani

Er zitten verraderlijke passages in, bijvoorbeeld als we in een razend tempo verschillende toonladders door elkaar heen moeten spelen met een continu wisselende dynamiek. En meteen al aan het begin zit een ultraluide tremolopassage met kwarttoonwendingen.

Hier was het bijzonder praktisch met Bruno te kunnen overleggen over wat voor soort klank hij in gedachten had. We experimenteerden met het materiaal en speelden hem verschillende mogelijkheden voor. Bijvoorbeeld door de tremoli in een andere snelheid uit te voeren, de balans te variëren en andere soorten Schwung uit te proberen.

Hoe zou je het kwartet beschrijven aan een niet-kenner?

Het zit vol levendige kleuren en wisselende intensiteiten, van uiterst snel en energiek tot heel rustig en teer. De klankdichtheid varieert enorm en die verschillende texturen zijn opgebouwd vanuit een blokachtige structuur. Iemand die het voor het eerst hoort kan daarom de basisvorm meteen onderscheiden.

Er zijn ook terugkerende cadensen en Mantovani ontwikkelt motieven uit de ene sectie verder in de volgende. Dat geeft houvast. Herkenbaar zijn ook de passages met arpeggio’s waarin we de strijkstok op de snaren laten stuiteren. Bovendien heeft het stuk een bijna tastbare opwinding en spanning. Door dit alles krijgt de luisteraar een aangename ervaring.

Wat is het bijzondere aan werken met een levende componist?

Daar zijn zoveel leuke kanten aan! Je krijgt inzicht in een creatieve geest, ziet wat belangrijk voor ze is, wat de dramaturgie is van een stuk, welke kleuren ze graag willen horen. Je leert ook dat er erg verschillende manieren zijn om een partituur te lezen en interpreteren. Bijvoorbeeld welke klanken ze in gedachten hebben bij een bepaalde notatie – dat varieert namelijk enorm van componist tot componist. Dit alles draagt sterk bij aan je eigen ontwikkeling als musicus en als ensemble.

Franz Schubert

Franz Schubert

Jullie combineren Mantovani’s kwartet met het 15e Strijkkwartet van Schubert en met iinyembezi van Péter Louis van Dijk, wat is het verband?

Het zijn drie totaal verschillende werken. Toch zijn er wat oppervlakkige overeenkomsten, zoals het gebruik van tremoli, snelle ritmische motieven en een opbouw in blokken. Nooit eerder heeft een componist zo glorieus gebruik gemaakt van tremolotexturen als Schubert in zijn G-majeur Kwartet!

Ondanks de verschillen in lengte – Van Dijk duurt 17 minuten, Mantovani 23 en Schubert meer dan 50 – heeft elk stuk iets monumentaals en existentieels. Van Dijks iinyembezi (‘tranen’ in de Zuid-Afrikaanse Xhosa-taal) is een eendelig kwartet in een vrije variatievorm. Het is geïnspireerd op Lachrimae antiqua van John Dowland en klinkt soms elegisch, soms furieus.

Het Derde Strijkkwartet van Mantovani heeft ook maar een deel en werkt met vergelijkbare compositietechnieken, maar het muzikale materiaal zelf is heel anders. Schuberts Kwartet in G-majeur is zo’n beetje het meest monumentale wat je je kunt wensen, zowel structureel als emotioneel. Wat de drie composities verder delen is een hartverscheurende intimiteit en breekbaarheid.

Meer info via deze link.
Dit interview is een ingekorte versie van een artikel op Cultuurpers

 

 

 

Advertisements
This entry was posted in music, news and tagged , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s