Christendom als blinde vlek

In deze ‘vrouwenmaand’ weer een herpublicatie van een column over een vrouwelijke componist, ditmaal de diep gelovige Sofia Goebaidoelina. Ik schreef mijn stuk in 2002,  met als insteek de minachting waarmee christenen in onze tijd werden en worden bekeken. Inmiddels is er wel een klein kantelpunt ontstaan, en is vooral het politiek-correcte denken over de islam op zijn retour.

Sofia Goebaidoelina – kruidenvrouwtje of genie?

Verschenen in Klassieke Zaken, januari/februari 2002

Nederlanders discrimineren niet. Zeggen we. Maar in onze ijver niets ten nadele te beweren over allochtonen, homo-trans- of biseksuelen, de islam en andere godsdiensten, hebben wij één blinde vlek: het christendom.

Ooit zag ik een programma met drie actrices die Anne Frank hadden uitgebeeld. Een van hen bleek belijdend protestant te zijn. Meewarig glimlachend poogde interviewster Hanneke Groenteman de vrouw haar dwaling te laten inzien, maar deze was verrassend standvastig. Groentemans toon werd allengs venijniger en sarcastischer: hoe kón iemand in onze tijd nog Christen zijn?! – Het publiek glunderde van leedvermaak.

Onlangs stak ik de loftrompet over Sofia Goebaidoelina. Midden in mijn betoog over deze wat mij betreft grootste levende componist, noemde een musicus haar ‘een kruidenvrouwtje’. Ik was perplex! Hoe kon hij enige overeenkomst zien tussen mijn idool en de vermaledijde Klazien-uit-Zalk? De man mompelde dat hij wel haar muziek waardeerde, maar ‘niks kon met dat geleuter over God’.

Nu schuwt Goebaidoelina inderdaad het uitdragen van haar – Russisch-orthodoxe –  geloofsovertuiging niet; zij beschouwt zichzelf als middelaar tussen hemel en aarde. Maar juist dankzij deze diepe verbondenheid met de kosmos schrijft zij zulke onontkoombare, universeel-menselijke muziek.

Dat geldt ook voor haar Johannes-passie, een antwoord op Bach. Dit oratorium heeft niets zwijmeligs, maar is één uitbarsting van levensvreugde, angst, lijden en hoop, gevangen in een partituur vol kleur en met een diep-Russische bas die zelfs het hart van de grootste scepticus zou vermurwen.

– Benieuwd wat de musicus hiervan zegt.

Sofia Goebaidoelina: Johannes-Passion
Koor en orkest van het Mariinsky Theater, Sint Petersburgs Kamerkoor en solisten o.l.v. Valery Gergiev
hännsler classics CD 98.405
Foto credit Goebaidoelina: F  Hoffmann-La Roche Ltd 

 

Posted in archive, personal, women composers | Tagged , , | Leave a comment

Podcast Moritz Eggert on his opera Caliban: ‘Our exploitation of others now comes back to us’

The theme of the 2nd edition of the Amsterdam based Opera Forward Festival is ‘macht/onmacht’ (‘power/powerlessness’ ). The German composer Moritz Eggert composed Caliban for the Asko|Schönberg ensemble, three singers and a narrator. The libretto by Peter te Nuyl is based on the hapless character in Shakespeare’s play The Tempest.

Scorned and abused by Prospero and others, Caliban learns from his surroundings, gradually evolving from victim into perpetrator. The opera will be premièred on 25 March in the Amsterdam Compagnietheater.

I spoke to Moritz Eggert after a rehearsal for the podcast underneath.

More info and tickets via this link

Posted in background, music | Tagged , , , , | Leave a comment

Fortress Europe: Prachtmuziek van Calliope Tsoupaki, problematisch libretto

Tijdens het slotapplaus voor haar nieuwe opera Fortress Europe schittert Calliope Tsoupaki (1963) maandag 20 maart door afwezigheid. Pijnlijk foutje in de communicatie bij deze productie van het Opera Forward Festival en Opera Trionfo in de Stadsschouwburg van Amsterdam.

Jammer, want de Grieks-Nederlandse componist heeft de bijval meer dan verdiend. In een kleine twee uur tijd voert ze ons mee op een meeslepende en enerverende muzikale reis, die perfect aansluit bij het thema van de vluchtelingenproblematiek.

Kruidige harmonieën

Trefzeker schetst zij met wiegende ritmes de golfslag van de Middellandse Zee. Deze betekent voor zovelen een overtocht – naar het beloofde land of de verdrinkingsdood. Klaaglijke cantilenen van een (alt)hobo maken hun gevoelens van weemoed om het verlies van huis en haard invoelbaar.

De kruidige harmonieën en gebogen tonen van de musici van het Asko|Schönberg en de zangers van het Nederlands Studenten Kamerkoor verwijzen subtiel naar de Arabische achtergrond van de bootvluchtelingen. Ook de Griekse volksmuziek is nooit ver weg; de vele drones (liggende tonen) creëren een sfeer van gelatenheid en berusting.

Aangespoelde zwemvesten

Het toneelbeeld van Dieuweke van Reij is eenvoudig maar doeltreffend. Midden op een ronddraaiend plateau staat een gigantische deur: de poort tot Fort Europa. Daarachter zien we de klippen waarop de asielzoekers aan land komen. Deze zijn bezaaid met aangespoelde zwemvesten. Ervoor zien we de kamer van Europa in Brussel. Zij was ooit zelf vluchteling, maar spoort nu haar zoon, de politicus Frans Verhaegen aan geen enkeling toe te laten.

Maar als Frans afreist naar Griekenland om persoonlijk de situatie in ogenschouw te nemen, wordt hij geraakt door dit desolate beeld. Hij raakt in de war wanneer Amar aanspoelt als enige overlevende van een vluchtelingensloep. Hij wil hem helpen, maar tegelijkertijd de poort stevig dichthouden. Een overdonderende slagwerksolo doet de Rabozaal op zijn grondvesten schudden als Amar wanhopig op de deur beukt en Frans om genade smeekt.

Keelsnoerend is de scène waarin hij vertelt over zijn metgezellen, onder wie een klein kind, die allemaal door de golven zijn verzwolgen. Een voor een uur nemen de koorleden plaats in een veel te krap scheepje. Op elkaar gepropt zingen zij een aangrijpende meerstemmige klaagzang, terwijl ze in slowmotion van links naar rechts bewegen. Zo wordt hun claustrofobie en angst  invoelbaar.

Eenduidig libretto

Tsoupaki’s partituur geeft veel ruimte aan de zangsolisten, die nergens overstemd worden. De tenor Erik Slik geeft met zijn mooie stem en overtuigende spel zijn wankelmoedige relatie tot zowel zijn moeder als de vluchteling gestalte. De basbariton Yavuz Arman Isleker is met zijn gitzwarte baard en krullenkop goed gecast als vertwijfelde gelukszoeker.

De sopraan Rosemary Joshua glorieert in haar toch wat ondankbare rol van de onbuigzame Europa. Ze is van A tot Z verstaanbaar en geeft haar personage met een scala aan gezichtsuitdrukkingen waarlijk vlees op de botten.

Een hele prestatie gezien het volstrekt eenduidige libretto, dat geen enkele ruimte laat voor onze eigen fantasie. Jonathan West liet zich voor zijn Engelse tekst weliswaar inspireren door het boek Gelukszoekers van Ilja L. Pfeijffer, maar van poëzie of sublimering is nergens sprake. We krijgen de harde krantenfeiten rauw in ons gezicht geslingerd.

Waarom Europa zo fel gekant is tegen mensen die net als zij op zoek gaan naar een veilige haven, blijft volstrekt onduidelijk. Evenmin vindt er een ontwikkeling of catharsis plaats. Aan het eind staan we nog precies op dezelfde plaats als aan het begin. Zij het dat Amar zich inmiddels in wanhoop heeft opgehangen. Halverwege de voorstelling zakt de spanning volledig weg en ga je snakken naar het einde.

Kortom: een mislukking op niveau. De pakkende enscenering van Floris Visser, de prachtige muziek van Calliope Tsoupaki en de uitstekende zangers en musici verdienen beter.

Info en kaarten

 

Posted in music, review, women composers | Tagged , , , , | 1 Comment

Componist Brechtje: ‘Elementen is mijn weggetje naar opa’

‘Dankzij een radiopresentator vond mijn opa een ingang tot klassieke muziek. Met mijn nieuwe stuk baan ik op mijn beurt een weggetje naar hem,’ zegt componist Brechtje (1993).

Donderdag 30 maart beleeft haar nieuwe stuk Elementen zijn wereldpremière in de vijfde aflevering van An Evening of Today in het Muziekgebouw aan ‘t IJ. Ik sprak haar over de totstandkoming van haar stuk.

Wat maakt dit project voor jou bijzonder?

De combinatie van onervaren componisten die mogen werken met een ervaren ensemble. Het adagium was: doe alles wat je het allergaafste vindt. Dat wordt ook echt nageleefd, the sky is the limit. Alles mag, zowel vanuit het ensemble als vanuit het Muziekgebouw en het Korzo Theater in Den Haag, waar het concert herhaald wordt. Ik mag alle ruimtes gebruiken, tot aan de garderobe, de balkons en de foyers aan toe. En als er drie pauzes moeten komen dan mag ook dat. Natuurlijk moet het wel een beetje realistisch zijn, maar ik heb me helemaal niet geremd gevoeld. Ik voelde me juist aangespoord.

Wat betekent dat voor je nieuwe stuk?

Voor mij is het een samenkomst van dingen die ik de afgelopen jaren heb gedaan. Zo zet ik het Nieuw Ensemble samen op het toneel met mijn band Jerboah. Ik heb compleet uitgewerkte partijen gecomponeerd voor het ensemble en lead sheets voor mijn eigen club, zoals die in de jazz worden gebruikt. Daarop staan bijvoorbeeld aanwijzingen voor de groove en richtlijnen voor improvisatie. Het wordt een combinatie van heel verschillende muzikale stijlen.

Jerboah

Je stuk heet ‘Elementen’, vanwaar die titel?

Een bron van inspiratie was een gesprek met mijn opa twee jaar geleden. Hij kon nooit zoveel met klassieke muziek, vond die te abstract. Maar hij had net een uitzending gehoord op de radio, waarin de presentator beeldend had verteld over een bepaald muziekstuk. Hoe je aan het slot een zonsondergang hoorde en zelfs de vogels weg kon horen wegvliegen. Door de woorden van die radiopresentator vond mijn grootvader een ingang in de klassieke muziek. Hij zei dat hij wel een stuk wilde over het ontstaan van het heelal, met name over de evolutie van de elementen. Dat leidde uiteindelijk tot Elementen, waarmee ik dan weer een weggetje naar mijn opa vind.

Hoe heb je dat idee vertaald naar muziek?

Ik heb het ontstaan van de elementen willen weergeven. Het heelal bestaat alleen maar uit elementen. Hoewel, dat is misschien iets te enthousiast uitgedrukt, dat zou opa niet goedkeuren. Er is immers ook veel vacuüm. Maar in ieder geval hebben atomen, ook wel elementen genoemd, een essentiële positie in het heelal. We kennen allemaal wel waterstof, helium, koolstof, zuurstof en stikstof, maar er zijn er nog veel meer.

Het begon echter met nog veel kleinere dingen, zoals quarks en gluonen. Toen het heelal ontstond was het heel klein. Het was bovendien ontzettend heet en zó vol dat het licht er niet in kon bewegen. Er ontstond geleidelijk een nieuwe situatie waardoor grotere elementen een kans kregen. Zo dijde de ruimte steeds verder uit, dat gaat nog altijd door. Ik heb geprobeerd die ontwikkeling muzikaal te illustreren, niet letterlijk te vertalen. Muziek is muziek tenslotte, ze blijft abstract. Ik verwacht echt niet dat mensen zeggen: ha, nu hoor ik waterstof! Dat is ook niet mijn bedoeling.

Was het moeilijk voor deze combinatie te schrijven?

Niet echt. Ik heb de partijen gecomponeerd met de specifieke kwaliteiten van de afzonderlijke musici in gedachten, zoals ik eigenlijk altijd doe. Dat maakt het heel persoonlijk, ik heb zelfs hun namen in de partituur opgenomen. Omdat ik de vrije hand kreeg dacht ik: ik trek alles uit de kast. Het was een grote stap om zoveel grootschaliger te componeren dan ik gewend ben. Elementen gaat 22 minuten duren. De combinatie van mijn artrockband Jerboah met het Nieuw Ensemble is voor mij nieuw. Wij spelen altijd versterkt, met een hoge energie, en combineren uitgeschreven materiaal met improvisatie. Het Nieuw Ensemble speelt van blad en akoestisch.

Nieuw Ensemble met Hans Wesseling 2e van links (fotografie Caio Amon)

Vanwege hun bijzondere bezetting, met harp, gitaar en mandoline ben ik extra bewust omgegaan met de balans. Zeker de combinatie drumstel/mandoline is een uitdaging. En het is zo’n veelzijdige club! Veel musici spelen ook in het Atlas Ensemble en hebben ervaring met bijzondere, uitheemse instrumenten Zij kunnen simpelweg alles uitvoeren wat jij bedenkt.

Het mooie is bovendien dat ze actief meedenken. Ik had bijvoorbeeld een bepaalde figuur bedacht voor de mandoline. Na een week belt mandolinist Hans Wesseling: dat ene motiefje, hoe wil je dat hebben? Ik kan het uitvoeren met een Chinees eetstokje onder de snaar, dan klinkt het ongeveer zoals jij het wil, maar zachter. Ik kan het ook een octaaf lager spelen via de hammer-off-techniek, dan klinkt het harder. Weer een week later belde hij: ik heb precies gevonden wat je zoekt: ik doe het met een spijker!

Hoe wist hij welke klank jij in gedachten had?

Ik had hem een opname gestuurd van hoe ik wilde dat het zou klinken. Die had ik gemaakt op een gitaar, maar dat is een heel ander instrument. Gitaar, mandoline en harp zijn sowieso moeilijk, omdat het akkoordinstrumenten zijn. Ze staan redelijk op zichzelf en als je ze niet zelf bespeelt is het als een doolhof waarin je je weg moet vinden. Een melodie-instrument is makkelijker. Voor die tokkelinstrumenten kun je al snel samenklanken bedenken die onmogelijk zijn. Gelukkig lijkt dat nu niet het geval, ik heb nog niets hoeven herschrijven.

Ik vraag veel van de musici en heb ook nog eens een heel lichtplan gemaakt. Dat is technisch een pittige kluif. Er zijn vijftig losse lampjes, bediend door twintig vrijwilligers die rondom de musici staan opgesteld. Ik stel mij namelijk een omgeklapte sterrenhemel voor: de musici worden omgeven door het heelal. Of, beter gezegd ze zijn de kern ervan. Het publiek verhuist naar de balkons en die hele opstelling moeten we in vijftien minuten voor elkaar krijgen. Dat was wel even schrikken voor het Muziekgebouw, want er zijn ook nog vijf andere stukken. Maar ze hebben het goedgekeurd.

Waar kijk je het meest naar uit?

Het te zien gebeuren, te ervaren hoe alle onderdelen in elkaar gaan klikken. Ik kan daar nu alleen maar naar gissen. Tijdens de eerste repetities heb ik nog niet voor grote verrassingen gestaan, maar straks staan er veertig mensen op het podium. Ik ben benieuwd of en hoe die spanningsboog gaat werken.

An Evening of Today:
30 maart Muziekgebouw aan t’ IJ Amsterdam
13 april: Korzo Theater Den Haag

Posted in music, news, women composers | Tagged , , , , | Leave a comment

Krzysztov Warlikowski: ‘Bergs schuldgevoel leidde tot gruwelijke opera Wozzeck’

‘Hoe kleiner de gemeenschap hoe bekrompener de geest’, zegt Krzysztof Warlikowski. De Poolse regisseur maakt deze maand zijn debuut bij De Nationale Opera met Wozzeck van Alban Berg. Het is de tweede keer dat hij dit iconische werk van de twintigste eeuw onder handen neemt. Hiertoe put hij uit zijn eigen ervaringen tijdens zijn jeugd in Stettin.

Het is uitzonderlijk dat hij de uitnodiging aannam, zegt Warlikowski: ‘Uit principe doe ik nooit twee keer hetzelfde stuk, maar Wozzeck was mijn eerste opera. Ik regisseerde hem elf jaar geleden bij het Wielki Theater in Warschau. Dat was voor mij een belangrijke ervaring. Daarna deed ik Lulu in Brussel, waardoor ik nieuwe inzichten kreeg over Alban Berg. Dus toen De Nationale Opera mij vroeg heb ik de kans om een nieuwe interpretatie te tonen onmiddellijk aangegrepen.’

Hij week af van zijn principe omdat zijn visie op Wozzeck totaal veranderd is: ‘Je hebt een ander bewustzijn als je twee opera’s van Berg gedaan hebt. Wozzeck is af, het is de eerste explosie van Bergs talent voor opera, Lulu is veel geavanceerder en moderner, maar bleef onvoltooid. Doordat ik beide werken heb geregisseerd, ben ik me gaandeweg gaan realiseren dat de rol van het kind ontzettend belangrijk is. Voor mij is de centrale vraag: wat gaat er met het jongetje gebeuren?’

Berg flirt met eigen dochter

Opvallend, aangezien Wozzecks zoontje slechts een bijrol speelt, maar Warlikowski heeft er goede redenen voor. ‘Kijk naar de biografie van Alban Berg. Toen hij zeventien was had hij een korte maar hevige affaire met een twee keer zo oude bediende. Zij kreeg een kind, werd door de familie afgekocht en verdween voorgoed uit Bergs leven. Vijfentwintig jaar later stond zijn dochter opeens voor zijn neus en vroeg hem te spreken. Niet wetende wie zij was, probeerde hij haar zelfs te verleiden. Pas toen onthulde ze dat hij haar vader was.’

Warlikowski kan zijn afschuw nauwelijks verbergen: ‘Dit levensfeit is tot mijn verbijstering jarenlang genegeerd door musicologen en historici. En wat bleek? Hij had haar kaartjes gestuurd voor de première van Wozzeck, maar ergens achter op het tweede balkon in de goedkoopste prijsklasse. Heel vreemd en naar. Ook zijn vrouw gedroeg zich vervelend naar het meisje toe.’

Schuldgevoel

De regisseur is ervan overtuigd dat Bergs schuldgevoel leidde tot twee van zijn meest gewaardeerde scheppingen. ‘In zijn eigen leven wist hij niet hoe hij met zijn weeskind om moest gaan, maar hij wijdde wel twee geweldige, gruwelijke opera’s aan deze thematiek. Wozzeck zelf is dan misschien geen wees, maar we zien vanaf het begin dat zijn gezin niet goed functioneert. Als hij Marie doodt en vervolgens zelfmoord pleegt laat hij zijn zoontje verweesd achter. Lulu is een jong meisje dat op straat leeft en door een oudere man wordt opgenomen, die haar misbruikt.’

Eva-Maria Westbroek (Marie) en Jacob Jutte (kleine Wozzeck) in Wozzeck (c) De Nationale Opera

Dat hij zijn eigen dochter zo unfair behandeld had, werd volgens de regisseur een levenslange obsessie voor Berg. ‘Hij wendde zich tot de opera om over zijn innerlijke trauma’s te spreken. Neem die slotscène van Wozzeck! Geen enkele andere opera besluit met enkel kinderen op het toneel. Als zij het zoontje vertellen dat zijn moeder dood is, zegt de kleine Wozzeck alleen maar “hop, hop”. Het is traumatisch, hij wil de waarheid niet weten. Hij kan die eenvoudigweg niet accepteren, daarom doet hij alsof de boodschap niet tot hem doordringt.’

Vicieuze cirkel

Warlikowski verwijst daarnaast naar de historische Johann Christian Woyzeck: ‘Diens leven stond model voor het toneelstuk Woyzeck van Georg Büchner, waarop Berg weer zijn opera baseerde. Woyzeck had als klein kind zijn ouders verloren en groeide op als wees. Het is als een vicieuze cirkel. We kunnen ons voorstellen dat het zoontje van Wozzeck en Marie later opnieuw een crimineel en moordenaar zal worden. Omdat we zien wat er in zijn kindertijd gebeurt.’

Dat leidt voor de regisseur onvermijdelijk tot de vraag wat voor jeugd de operaheld zelf gehad heeft. ‘Waarom steekt hij Marie dood en welk effect heeft dit op hun zoontje? Wat moet er van hem worden? Dat is een moderne, haast freudiaans vraag. Hoe wordt een kind beïnvloed door zijn opvoeding, zijn omgeving, zijn scholing? Wat gebeurde er toen hij drie, of zeven jaar oud was? Ik wil dat wij ons afvragen hoezeer wij onze kinderen beïnvloeden. Hoe makkelijk het is hun het paradijs te ontnemen als ze klein zijn.’

Verloren paradijs

Vurig: ‘Het is de enige periode op deze planeet dat je in de hemel verkeert. Dat duurt ongeveer tot je zevende, afhankelijk van hoezeer je ouders je beschermen.’ Daarom plaatst Warlikowski het kind prominent op het podium. ‘De jongen is in de meeste scènes aanwezig, ook al neemt hij geen deel aan de handeling. Ik wil dat hij ziet hoe zijn vader door anderen wordt behandeld, hoe het conflict tussen zijn ouders escaleert. Hij is een toeschouwer, hij volgt wat er gebeurt.’

Zo beleeft het jongetje mee hoe zijn kwetsbare vader door anderen vernederd wordt en hoe zijn moeder lonkt naar de potige tambour-maître. ‘Wozzeck heeft hallucinaties, verkeert op de rand van borderline. Marie vraagt zich af wat eigenlijk de betekenis is van hun relatie en hun kind, waarvoor hij geen aandacht heeft. Misschien kiest ze daarom wel voor de tambour-maître, wellicht zal hij een betere vader zijn. Maar tijdens een ruzie met een vriendin realiseert ze zich dat ze in de ogen van de wereld altijd een hoer zal blijven.’

Bekrompen blik

En hier wordt Warlikowski fel: ‘Ik heb dit soort mechanismen zelf ervaren toen ik opgroeide in Stettin. Niet in het centrum, maar in de buitenwijken, waar mensen denken zoals op het platteland. Hoe kleiner de omgeving, hoe bekrompener de blik. Iedereen wees naar een bepaald meisje in onze straat en noemde haar een hoer. Ik zei: maar ze is ontzettend aardig,  zij is mijn vriendin. Dat mocht niet baten. Iedereen had zijn oordeel klaar, omdat ze wisselende minnaars had en ongetrouwd een kind grootbracht.’

Die ervaring in het communistische Polen van de jaren zeventig heeft zijn visie op Wozzeck mede gevormd. ‘Voor mij gaat de opera niet zozeer over sociale ongelijkheid als wel over de moeizame intermenselijke verhoudingen. – Waarvan de kleine Wozzeck het slachtoffer wordt.’

Meer info, speellijst en kaarten via deze link.

Posted in article, music | Tagged , , , , , | Leave a comment

Holländer im Abgeordentenhaus: ‘Frauen wollen überwältigt werden’

Am 15. März stimmte ein beträchtlicher Teil der Holländer für Thierry Baudet, das Äquivalent von Grab ‘m by the pussy. Baudet meint: ‘Frauen wollen überwältigt werden’, trotzdem gewann er im Wahlkampf 2 Plätze im Abgeordnetenhaus. – Ein schwarzer Tag für die Emanzipation.

Darum in diesem ‘Frauenmonat’ heute die Wiederveröffentlichung einer Kolumne die ich 2010 schrieb für Christel Nies. Sie leitet seit 1990 die Konzertreihe Komponistinnen und Ihr Werk in Kassel. Leider ist der Kampf um die Anerkennung von weiblichen Schöpfer immer noch aktuell. Vielleicht sogar aktueller denn je.

“Die von den Frauen”

Erfahrungen der niederländischen Musikjournalistin Thea Derks im Kampf für die Musik von Frauen. Erschienen in Christel Nies: ‘Entdeckt und aufgeführt’, 2010. 

Ich wuchs auf in einem Dorf in der Nähe von Venlo, wo es ein reges Musikleben gab. Mein Vater spielte Tuba im lokalen Bläserkorps, und ich war begeistert von den schönen Klängen die er aus seinem Instrument hervorzauberte: das wollte ich auch!

Papa lehrte mich die Tuba blasen und Noten lesen: ‘do, re, mi’ und ‘fa, so, la’. Als ich gut genug war, um dem Musikverein beizutreten, gab es plötzlich ein Problem: Ich war ein Mädchen, und nach einem ungeschriebenen Gesetz waren weibliche Mitglieder im Verein nicht zugelassen – obwohl er sich doch mit dem Namen ‘Sub Matris Tutela’ (Unter Mutters Schutz) schmückte .

Als ich später Musikwissenschaft studierte, sprachen die Professoren von Leoninus und Perotinus, von Bach und Händel, von Mozart und Beethoven, von Stravinsky und Bartók. Wenn ich danach fragte, ob es unter den Komponisten keine Frauen gäbe, lächelten sie mitleidig und betonten, an der Uni beschäftige man sich nur mit seriösen Sachen. Auch in den Konzerten, die ich besuchte, hörte ich fast ausschließlich Musik von Männern – nur in der Neue Musik-Szene gab es ab und zu Werke von Ustwolskaja und Gubaidulina, von Saariaho und Chin.

Nach meinem Studium bekam ich einen Job bei Radio 4, dem holländischen Sender für klassische Musik. Ich produzierte viele Themenprogramme, u.a. eine Reihe über Komponistinnen. – Alsbald nannte man mich ‘Die van de vrouwen’ (‘Die von den Frauen’).

Dachte ich anfangs man vernachlässige die Komponistinnen einfach aus Versehen, so wurde mir im Laufe der Zeit klar, dass es gegenüber dem Schaffen von Frauen tief gewurzelten Vorurteile gibt. Wenn ein junger Komponist ein mieses Stück schreibt, heißt es, er sei noch jung und könne sich weiter entwickeln. Eine junge Komponistin hingegen bekommt selten eine zweite Chance.

Wie unausrottbar diese Vorurteile sind, wurde mir peinlich bewusst, als ich mich für eine Aufführung der Oper The Wreckers von Ethel Smyth einsetzte. Jeder, dem ich die Oper vorspielte, war begeistert von der schönen und kraftvollen Musik, aber alle meinten, Smyth hätte sich zu stark von Brittens Peter Grimes beeinflussen lassen.

Als ich darauf hinwies, dass Britten noch gar nicht geboren war als Smyth ihr Werk 1906 komponierte, verstummten meine Gesprächspartner erstaunt. – Die Oper aber wurde nicht aufgeführt. Obwohl man oftmals eine wiedergefundene, aber zweitrangige Komposition eines Mannes ankündigt als ‘Entdeckung des Jahrhunderts’.

Auch während des jährlichen Festivals niederländischer Musik wurden kaum Kompositionen von Frauen aufgeführt, weshalb ich diese Veranstaltung immer als die ‘Niederländischen Männertage’ bezeichnet habe. Geholfen hat es wenig, aber mangels Erfolg werden diese ‘Männertage’ seit 2010 nicht mehr veranstaltet.

Sogar der nach der Komponistin Henriette Bosmans benannte Wettbewerb für junge Talente wurde bisher noch nie von einer Frau gewonnen. Nachdem ich dies in einer Kolumne bemängelt hatte, wurden wenigstens einige Frauen in die Jury aufgenommen. Aber erst als später auch ein Publikumspreis eingeführt wurde, gewann endlich mal eine Komponistin: Claudia Rumondor. Glücklicherweise scheinen die Zuhörer weniger Vorbehalte zu haben als die Profis!

Es stimmt traurig, dass man auch im 21en Jahrhundert noch für die Musik von Komponistinnen kämpfen muss. Sogar weibliche Veranstalter programmieren sehr selten Werke von Frauen, und das, obwohl ich sie seit Jahren regelrecht ‘bombardiere’ mit Tipps und Aufnahmen. Zuweilen geschieht dann doch etwas, und so gibt es einige wenige Lichtblicke.

Hatte es das Festival Alte Musik Utrecht 2009 noch versäumt, auch nur ein einziges Stück von Fanny Mendelssohn zu präsentieren im Rahmen eines Konzertes das dem Umfeld Felix Mendelssohn gewidmet war, so bringt das Festival im Jahr 2010 nach meinen Protesten Musik von Elisabeth Jacquet de la Guerre zu Gehör.

Außerdem widmet die wöchentliche Konzertreihe ‘Vrijdag van Vredenburg’ von Radio 4 in der Saison 2010-11 gleich vier russischen Komponistinnen eine Reihe: Victoria Borisova-Ollas, Elena Kats-Chernin, Lera Auerbach und Sofia Gubaidulina. Neben einem Stück der jeweiligen Komponistin finden sich auch Werke von Komponisten.

Kleine Erfolge, welche ‘Die von den Frauen’ auch weiter zu erkämpfen erhofft.

Posted in archive, music, women composers | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Reinbert de Leeuw en Via crucis van Liszt: een levenslange fascinatie

In 1986 won hij een Edison voor zijn opname van Via crucis met het Nederlands Kamerkoor, gedirigeerd vanaf de piano. In 2013 zette hij de versie voor piano solo op cd, die eveneens bekroond werd met een Edison. Deze maand toert hij met Liszts meesterwerk door het land, met het Nederlands Kamerkoor en het Asko|Schönberg. Het wordt gecombineerd met Nu altijd sneeuw van Sofia Goebaidoelina.

Wat heeft Reinbert de Leeuw met Via crucis van Liszt, dat voor hem ‘de mooiste noot uit de muziekgeschiedenis’ bevat? Ik sprak hem hierover uitgebreid voor mijn biografie Reinbert de Leeuw, mens of melodie en voor het cd-boekje met de opname van de versie voor piano solo in 2013.

Harmonie gaat schiften

De Leeuw raakte al gefascineerd door de late muziek van Franz Liszt tijdens zijn studie piano en muziektheorie aan het Muzieklyceum in Amsterdam. Gretig analyseerde hij werken als Nuages gris, Unstern en La lugubre gondola, die dankzij de in 1950 opgerichte Liszt Society gaandeweg in druk verschenen.

In zijn biografie zegt hij hierover: ‘Bij Liszt begint de harmonie helemaal te schiften, de tonica gaat verdwijnen, er komt steeds meer chromatiek. Ik ging uitzoeken hoe die muziek dan in elkaar zit, door welk element zij bij elkaar wordt gehouden.’

De Leeuw speelt de late pianostukken op recitals, presenteert in 1978 de elpee Liszt the Final Years en is betrokken bij het ontstaan van het Franz Liszt Concours. Wanneer op 12 april 1984 de oprichtingsakte wordt getekend, voert hij in Muziekcentrum Vredenburg Via crucis uit met het Nederlands Kamerkoor, dat hij dirigeert vanaf de piano. Later dat jaar wordt het stuk opgenomen voor elpee en cd; de opname wordt in 1987 bekroond met een Edison.

Mijlpaal

Voor De Leeuw is Via crucis een mijlpaal in zijn carrière: ‘Het komt voor mij eens in de zoveel jaren terug, dan moét ik het de hele dag spelen. Het is indrukwekkend hoe Liszt, de romantische held, aan het eind van zijn leven alle franje weglaat en alleen de essentie overhoudt. Zoiets kun je alleen doen als je al een heel leven achter de rug hebt, dit is geen beginpunt, maar het einde van een ontwikkeling.

Via crucis heeft een indringendheid, een urgentie die nog sterker is dan in bijvoorbeeld Nuages gris. Ik kan maar niet genoeg krijgen van wat hij hier doet met de chromatiek, weergaloos hoe hij al in 1879 de grens overschrijdt naar de atonaliteit.’

Snakken naar de verlossende noot

Het bekendste voorbeeld is de Vierde Statie, waarin Maria haar zoon Jezus ontmoet: ‘Nooit eerder is Liszt zó ver gegaan in het verleggen van de grenzen van de tonaliteit, hier is hij het stadium van het experiment echt voorbij. Hij weet precies wat hij doet. De piano speelt eindeloze slierten van elf chromatische tonen, maar onthoudt je de twaalfde: de d. Onbewust ga je naar die noot verlangen. Als hij dan eindelijk komt, heel hoog en dolcissimo gespeeld, werkt dat als een verlossing, bijna euforisch.

Het knappe is dat het tegen de atonaliteit aanschurkt: het is nog wel op de tonaliteit gebaseerd, maar de zekerheden zijn verdwenen, je verliest even de grond onder je voeten. Ik vind het magistraal hoe diepgravend Liszt de mogelijkheden van de chromatische harmonie heeft doorgrond.’

De Leeuw zal deze d in 2002 in een interview met de nrc omschrijven als ‘de mooiste noot uit de muziekgeschiedenis’, een kwalificatie die hij hierna vele malen zal herhalen. In 2014 maakt hij voor het Stolz Quartet een arrangement van deze statie voor hobo, viool, altviool en cello.

Uitgebeende taal

Hoewel hij stamt uit een domineesfamilie – zijn grootvader en oom van moederskant waren predikant – vereenzelvigt De Leeuw zich niet met het religieuze aspect van Via crucis: ‘Ik heb geen enkele antenne op dat gebied, religie heeft voor mij nooit een rol gespeeld. Via crucis is iets katholieks, maar het lijdensverhaal is universeel! Bach heeft daar al geweldige muziek op gecomponeerd.’

Wel gaat De Leeuw geheel op in de partituur: ‘Via crucis vergt een enorme concentratie. Elke noot staat precies op de goede plek, de muziek is totaal uitgebeend en heeft een wonderlijke vorm van eenstemmigheid, die teruggrijpt op het Gregoriaans. Iedere afzonderlijke noot is wezenlijk en drukt ongelooflijk veel uit.

Ondanks die kaalheid heeft het stuk toch een enorme samenhang, want Liszt gaat op meesterlijke wijze van de ene naar de volgende statie, alles grijpt in elkaar. Aan het eind van Statie Vijf blijft hij bijvoorbeeld hangen op de f, waarmee Statie Zes vervolgens opent; ook het begin en het einde zijn aan elkaar verwant en je hoort voortdurend echo’s uit eerdere delen. Liszt vertelt één doorlopend verhaal, ik speel het in één adem, het mag niet verbrokkelen tot vijftien korte deeltjes.’

Hoewel hij areligieus is, vereenzelvigt De Leeuw zich sterk met deze muziek: ‘Dat is wel eens gevaarlijk, als je identificatie te groot wordt. Die moet er zijn in de zaal, maar zelf moet je afstand kunnen bewaren. Daar heb ik wel eens moeite mee.’

Informatie en toerschema

Posted in music, news | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Freudiaans: ‘Sofia Goebaidoelina, een vrouwelijke componist’

Vandaag de vijfde herpublicatie van een van mijn columns over de veronachtzaming van vrouwelijke componisten. Hierin riep ik de violiste Liza Ferschtman op de componerende dames in haar Delft Chamber Music Festival niet te vergeten. en zowaar, ze had geluisterd!

Voor de eerste editie vroeg ze de Amerikaans Nederlandse Vanessa Lann een stuk te componerenen voor viool en piano. Dat werd Springs Eternal, geïnspireerd op de Frühlingsssonate van Beethoven. In 2014 schreeflijn opnieuw een stuk voor Ferschtman, Moonshadow Sunshadow voor twee violen.

En donderdag 23 maart presenteert Ferschtman in het Muziekgebouw aan het IJ een voor haar in haar muzikale vrienden gecomponeerd octet van Mathilde Mathilde Wantenaar. Anno 2017 lijken de vrouwen dan toch bezig aan een gestage opmars.

Componist m/v (4)

Verschenen in muziektijdschrift Luister, maart 2007

Weet u het nog, van dat water en die steen? Het duurt even, maar uiteindelijk wordt zelfs een rots door vallende druppels uitgehold. Daarom nu mijn vierde spetter op de gloeiende plaat van de veronachtzaming van vrouwelijke componisten. Want mijn gedram begint langzaam vruchten af te werpen.

Zo bracht het Rotterdams Philharmonisch Orkest onlangs een geheel aan composities van vrouwen gewijd concert en presenteerden de celliste Iris van Eck en de pianiste Ariëlle Vernède een cd met muziek van Henriëtte Bosmans, Louise Farrenc en Rebecca Clarke. Nu ben ik niet dol op gettovorming, maar de muziekwereld lijkt zich eindelijk bewust te worden van het bestaan van vrouwelijke toondichters.

Vaak komt dit soort initiatieven uit de koker van dames, maar ook heren beginnen zich te realiseren dat componeren niet uitsluitend een mannenzaak betreft. Dat besef vertoont soms ietwat Freudiaanse trekjes.

Zo meldde een Vlaamse dirigent in het tijdschrift van zijn orkest dat hij een stuk van Sofia Goebaidoelina had geprogrammeerd, ‘een vrouwelijke componist’. Dito de presentator op Radio 4, die een compositie aankondigde van Isabelle Mundry, ‘een vrouwelijke componist’. Ik hoor nooit ‘Ludwig van Beethoven, een mannelijke componist’ – de toevoeging verraadt hun ongeloof.

Maar, het zaadje is ontkiemd, dus ik tel mijn zegeningen. Daartoe behoren helaas niet de viooltijgers Isabelle van Keulen en Janine Jansen. Juist van de jongere generaties zou ik een toewijding aan de goede zaak verwachten, maar dat is tot nu toe ijdele hoop gebleken.

Noch op het afgelopen zomer door Van Keulen geprogrammeerde Delft Chamber Music Festival, noch tijdens het in december gehouden Kamermuziekfestival van Jansen in Vredenburg, klonk één noot van vrouwen. En dat in een tijd waarin velen, musici incluis, op hoge toon de islam beschuldigen van een vermeende discriminatie van vrouwen. Typisch geval van ‘de pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet’.

Komende zomer programmeert Liza Ferschtman het Delftse evenement. Dus, kom op, Liza: doe er wat aan!!!

Posted in archive, music, women composers | Tagged , , , , | Leave a comment

Componerende dames in Festival Oude Muziek: eendagsvliegen of blijvers?

Vandaag de vierde herpublicatie van een column over de onzichtbaarheid van vrouwelijke componisten op de muziekpodia. In 2006 leek er even een sprankje hoop, toen het Festival Oude Muziek grootheden als Barbara Strozzi, Francesca Caccini en Isabella Leonarda programmeerde. Daarna zakte de aandacht voor de dames helaas weer snel weg.

Maar na mijn column over hoe Henriëtte Bosmans in eigen naam het zwijgen werd opgelegd, beterde de organisatie haar leven en engageerde twee vrouwelijke juryleden. Mayke Nas drong zelfs door tot de finale. Helaas won zij niet, maar in 2016 werd zij uitgeroepen tot Componist des Vaderlands.

Componist m/v (3)
Verschenen in tijdschrift Luister, april 2006

Ik hoor u zuchten: ‘Begint ze nou wéér over die vrouwen?’ Maar ik kan u geruststellen, want begin januari heb ik een felroze bril op mijn neus geplant. Ik registreer dan ook verschillende stapjes in de goede richting. Neem de Nederlandse Muziekdagen van afgelopen februari.

Op een totaal van 22 composities waren er vier geschreven door een vrouw. Toegegeven, nog niet direct een jubelpercentage, maar toch. En het moet gezegd: tijdens de openingsavond was het stuwende Derde Pianconcert van Hanna Kulenty verreweg de interessantste compositie. De tweede avond betoonden Sumire Nukina en Selma Beuger zich uiterst originele toondichters.

Tijdens deze Muziekdagen werd ook de Henriëtte Bosmansprijs uitgereikt. Anderhalf jaar geleden hekelde ik hier het feit dat deze naar een vrouw vernoemde prijs nog nooit aan een dame was uitgereikt, en dat zowel jury als genomineerden steevast uit mannen bestonden. Welnu, men had zijn leven gebeterd en twee vrouwelijke juryleden aangesteld. En ziedaar: de immer speelse Mayke Nas behoorde tot de genomineerden! Jammer genoeg won ze niet, maar een mens kan niet alles hebben.

Al even hartverwarmend is dat het Holland Festival Oude Muziek na jaren van veronachtzaming de componerende dames in de armen sluit. Directeur Jan van den Bossche heeft voor de komende aflevering niet alleen muziek geprogrammeerd van de briljante Barbara Strozzi, Francesca Caccini en Isabella Leonarda, maar ook van hun minder bekende collega’s, die actief waren in nonnenkloosters. Nu maar hopen dat het geen ééndagsvlieg betreft en dat de vrouwen bij dit gerenommeerde evenement definitief uit de schaduw van de geschiedvervalsing treden.

Maar zelfs mijn uiterst rooskleurige bril kan niet verhullen dat nog altijd veel programmeurs – man én vrouw – de goede noten van vrouwen als vanzelfsprekend links laten liggen. Zolang die toestand voortduurt, zal ik blijven getuigen, wetende dat één druppel water uiteindelijk zelfs de hardste steen uitholt…

 

Posted in archive, music, women composers | Tagged , , , , , | Leave a comment

Don Giovanni van Reisopera: vaart en humor

Als de Commendatore zich in het mortuarium plots van zijn lijkbaar verheft deinst Leporello heftig achteruit. Hij smakt pijnlijk tegen de achterwand, als werd hij getroffen door een windvlaag met orkaankracht. Dit cartooneske beeld is slechts een van de vele hilarische momenten in Don Giovanni van de Nederlandse Reisopera. Deze productie werd na de première zaterdag 4 maart in het Enschedese Wilminktheater terecht beloond met een stormachtig applaus.

Kandidaat beste operaproductie van 2017

De aanstekelijke enscenering van Mozarts populaire opera is nu al kandidaat voor beste operaproductie van 2017. Zij onderstreept opnieuw de kwaliteit en veerkracht van de Reisopera. Vanwege de dramatische subsidiekorting is het team in 2012 gereduceerd van 95 naar 13 mensen, zoals directeur Nicolas Mansfield tijdens de voorafgaande perspresentatie memoreerde.

Less is more

Less is more is sindsdien het devies. Ook de Britse regisseur Jo Davies bleek hiermee uitstekend uit de voeten te kunnen. Personages nemen bijvoorbeeld zelf hun rekwisieten mee. Zo komt Don Giovanni op met een eigen telefooncel en doet een zwerver een dutje op een door hemzelf meegezeulde bank. Met een paar simpele handgrepen verandert het decor nog tijdens een scène van een louche achterbuurt in een zigeunerpark, een ziekenhuisboeg, een kerk of een kantine.

Aangename vaart in regie en muziek

Davies houdt de vaart er goed in. Dat geldt ook voor dirigent Julia Jones, die het Orkest van het Oosten met vaardige hand door de partituur loodst. De laatste noten van een aria zijn nog niet uitgeklonken of pianist William Shaw zet al de begeleiding in voor het recitatief. Hij is prominent ter linkerzijde van het toneel opgesteld en zijn fortepiano heeft een aangenaam tinkelende klank, die echter in de orkestpassages verloren gaat.

Het openingsbeeld is meteen al raak. Een oldtimer wipt op suggestieve wijze op en neer en braakt na korte tijd een schaars geklede Donna Anna uit. De gemaskerde Don Giovanni tracht haar weer de auto in te sleuren, wat de Commendatore wil verhinderen. De vrouwenverleider doodt Anna’s vader met een klapperpistool, waarop stevige kruitdampen onze neus binnendringen. Een ambulanceteam sjeest met een brancard het podium op en voert de Commendatore af. – Hup, volgende scène.

Saturday Night Fever

Raak is ook de typering van het zigeunerpaar Zerlina en Masetto, die in jaren-70 outfit feesten rond een caravan. Als Don Giovanni diens kersverse echtgenote wil verschalken, raakt hij verstrikt in haar eindeloze tulen petticoats. Komisch is ook de scène waarin de feestgangers te gast zijn bij Don Giovanni. Op het ritme van Mozarts muziek maken zij lullige danspasjes met dito draaiende handbewegingen. Deze lijken zo ontleend aan de dansfilm Saturday Night Fever.

Silvia Moi (Zerlina) & Aleš Jenis (Don Giovanni) foto Marco Borggreve

Truttige kleren

De Reisopera heeft een neus voor jong talent. De Australische sopraan Anita Watson overtuigt als Donna Anna. Bijzonder aangrijpend is haar vertolking van het recitatief en aria ‘Non dir mi’ in het tweede bedrijf. Haar verloofde Don Ottavio krijgt verzorgd gestalte in de Maltese tenor Nico Darmanin en de Zweedse sopraan Anne Grevelius is een aangenaam bozige Elvira.

Zij en Donna Anna zien er met hun truttige kleren en lelijke wandelschoenen uit als strenge akela’s. – Wellicht een hint naar de onverzadigbare wellust van Don Giovanni, die het getuige Leporello met alle dames doet: jong of oud, dik of dun, knap of lelijk.

Monsterlijke Golem

De Oostenrijkse basbariton Matthias Hoffmann heeft een prachtig sonoor geluid. Hij zet een Masetto neer die zich niet zonder slag of stoot door Don Giovanni laat ringeloren. De boomlange Poolse bas Lukas Jakobski oogt als Commendatore als een monsterlijke Golem. Jammer genoeg is zijn stem is iets minder afschrikwekkend dan zijn voorkomen.

Aleš Jenis (Don Giovanni); Matthias Hoffmann (Masetto); Concensus Vocalis – foto Marvo Borggreve

De Slowaakse bariton Aleš Jenis is een lefgozerige Don Giovanni, die gewetenloos zijn pleziertjes najaagt maar uiteindelijk toch verantwoording aflegt. Wanneer hij de hand aanneemt die de Commendatore hem vanuit zijn graf toesteekt, accepteert hij zijn eigen dood. Het toneelbeeld spiegelt hier fraai de openingsscène: een legertje verplegers scheurt het podium op en tracht vergeefs hem te reanimeren. – Of geven ze hem juist het fatale spuitje?

Zerlina als alter ego van Don Giovanni

De grootste sterren zijn de Britse bariton George Humphreys als Leporello en de Noorse sopraan Silvia Moi als Zerlina. Humphreys geeft de vele dubbele bodems in zijn karakter gestalte met een fabelachtige stem en mimiek. Verkleed als Don Giovanni verleidt hij de treurige Elvira, waarbij hij zijn gezicht voor haar verbergt met een scala aan schrikachtige gebaren. Tijdens de vermaarde ‘catalogus-aria’ houdt hij geschokt zijn adem in bij de meer dan duizend Spaanse veroveringen van zijn meester. Dan klinkt zacht het tegelijkertijd verbaasde en bewonderende ‘Mille tre’.

De Noorse sopraan Silvia Moi heeft een al even indrukwekkend arsenaal aan emoties en gezichtsuitdrukkingen in de aanbieding. Zij weet haar rol als berekenende jongedame die het liefst van alle walletjes eet werkelijk vlees op de botten te geven. In wezen is zij een alter ego van Don Giovanni, die met mierzoete, schijnbaar schuldbewuste frasen haar geliefde Masetto telkens weer weet terug te winnen.

Het Orkest van het Oosten en het koor Concensus Vocalis presteren onder de gedecideerde leiding van Julia Jones op hoog niveau. De dynamiek is verzorgd, de dramatische accenten worden messcherp neergezet, de klank is aangenaam licht en Mozartiaans. De zwaar aangezette dissonante akkoorden tijdens de slotscène tussen de Commendatore en Don Giovanni jagen ons de stuipen op het lijf.

De Reisopera toert met Don Giovanni vanaf 7 maart door ons land. – Mis deze prachtvoorstelling niet!

De speellijst vind je hier

Posted in music, review | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Henriëtte Bosmans in eigen naam het zwijgen opgelegd

Vandaag is het internationale vrouwendag, met veel aandacht voor vrouwelijke componisten op de ConcertzenderBBC3 en het internetstation Second Inversion. Onze eigen klassieke zender Radio 4 laat de dames helaas grotendeels links liggen.

Jammer dat mijn programma Componist van de week niet meer bestaat en dat ook de aanvullende programmering van het Vrijdagavondconcert is geschrapt. Daarin had ik immers veel ruimte om werk van vrouwelijke componisten onder de aandacht te brengen.

Deze maand herpubliceer ik een reeks columns die ik een decennium geleden over de veronachtzaming van vrouwen schreef.

Componist m/v (2)
Verschenen in tijdschrift Luister december 2004

Wees niet bang, ik ga u niet wéér vragen welke namen u te binnen schieten bij het woord componist. Ik weet immers dat u als oplettende lezer onmiddellijk op de proppen komt met Hildegard von Bingen, Josina van Boetzelaer en Henriëtte Bosmans. Jammer genoeg lezen concertorganisatoren en artistiek managers de Luister kennelijk minder goed, want ook dit seizoen is het aandeel van vrouwelijke componisten op onze vaderlandse podia bedroevend klein.

Neem de Nederlandse Muziekdagen, die in december weer drie dagen lang in Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht plaatsvinden. Sinds jaar en dag klinkt hier muziek van mannen, een enkele excuus-Calliope of -Caroline uitgezonderd. De huidige aflevering vormt hierop geen uitzondering, daarom noem ik het festival steevast de ‘Nederlandse Mannendagen’.

Dit keer tref ik echter één hoopgevend onderdeel: op zondag 12 december wordt de Henriëtte Bosmansprijs uitgereikt, vernoemd naar een van de kleurrijkste Nederlandse componisten van voor de oorlog. Zij studeerde bij Willem Pijper, maar liet diens droogkloterige kiemceltechniek voor wat hij was en schreef aansprekende muziek met een impressionistische flair, verwant aan het werk van Lili Boulanger en Claude Debussy.

Maar wie zijn de finalisten? Niet de avontuurlijke dames Mayke Nas; Astrid Kruisselbrink of Rozalie Hirs, maar drie heren: Lars Skoglund, Edward Top en Jeroen Roffel. Van een naar een vrouw vernoemde prijs had ik een iets evenwichtigere man/vrouw-verhouding verwacht. Op zoek dus naar de samenstelling van de jury – en warempel, ook die bestaat geheel uit mannen.

Ik vraag de lijst met winnaars op. Sinds 1994 is de Henriëtte Bosmansprijs zes keer uitgereikt. Niet één keer aan een vrouw! Terwijl juist in het afgelopen decennium een hele generatie boeiende vrouwelijke toondichters is opgestaan, die het verdient gehoord en onderscheiden te worden.

En welke muziek klinkt er tijdens de feestelijke prijsuitreiking? Juist, geen noot van vrouwen, zelfs niet van de naamgeefster van de prijs. Zo wordt Henriëtte Bosmans in haar eigen naam het zwijgen opgelegd.

 

Posted in archive, music, women composers | Tagged , , , , , , , | Leave a comment

Misha Mengelberg: engelengeduld en sardonische humor

Er zijn mensen met wie je je leven lang een innige band koestert, ook al spreek je ze zelden. Zo iemand was voor mij componist, pianist en improvisator Misha Mengelberg (1935-2017), die afgelopen donderdag overleed. Hij leed al jaren aan dementie en toen hij in 2015 na afloop van zijn opera Koeien in een rolstoel het podium opkwam, sprongen de tranen in mijn ogen. Zo breekbaar als hij was straalde zijn warme persoonlijkheid mij onverminderd tegemoet.

Misha Mengelberg met Cherry Duyns, toegejuicht door Katrien Baerts, Stadsschouwburg Amsterdam 9-6-2015

Misha Mengelberg met Cherry Duyns, toegejuicht door oa Katrien Baerts, Stadsschouwburg Amsterdam 9-6-2015

Misha was een van de meest tegendraadse figuren in het Nederlandse muziekleven, die met zijn onnavolgbare humor en eigenzinnige improvisaties voortdurend bleef verrassen. Zijn scherpzinnige geest nam steevast een andere afslag dan wij gewone stervelingen en niet zelden fungeerde hij als een luis in de pels van de gevestigde orde.

Zo vormde hij in de roerige jaren zestig samen met slagwerker Han Bennink en saxofonist Willem Breuker de Instant Composers Pool, onder het motto dat
geïmproviseerde muziek een vorm van instant componeren is. Zij doorbraken de
kaders van de traditionele jazz en brachten theatrale concerten met een absurdistisch
karakter.

Scherpe commentaren gebracht met pretoogjes

Misha stak graag de draak met de heersende orde, die zich liet uitdagen door onschuldige acties van de protestgeneratie – een titel als Hé, hé, hé, waar is de marechaussee spreekt boekdelen. Maar ook zijn eigen bentgenoten nam hij de maat. Zijn ietwat cynische, kritische commentaren waren echter nooit afbrekend bedoeld en werden immer met flonkerende pretoogjes gebracht.

Zo vroeg hij mede-Notenkraker Reinbert de Leeuw tot diens schrik eens of er in atonale muziek wel iets lolligs te beleven viel. Toen het tweetal samen met Louis Andriessen, Peter Schat en Jan van Vlijmen werkte aan de anti-Amerikaanse opera Reconstructie wees hij er fijntjes op dat de Nederlandse multinational Philips minstens zoveel bloed aan zijn handen had als de Verenigde Staten.

Misha Mengelberg © Ton Mijs

Zelf leerde ik Misha begin jaren negentig kennen, toen ik als bandleider van de popgroep Tess op allerlei compositorische vraagstukken stuitte. Hij nam mij aan als compositiestudent en wekelijks toog ik naar de Nieuwe Prinsengracht, waar de jazzafdeling van het Sweelinck Conservatorium gevestigd was.

Verschoven rotsblok

Hij kneedde me eerst in uiterst streng contrapunt, volgens hem onontbeerlijk voor elke zichzelf respecterende songwriter. Uren zwoegde ik op zijn aanvankelijk toch eenvoudige opdrachten, almaar gummend en corrigerend om de vele verboden wendingen te vermijden. Maar ik had mijn blaadje nog niet aan hem voorgelegd, of hij boog zich voorover, onvermijdelijke peuk in de hand en priemde met zijn vinger: ‘Daar staat een parallelle kwint.’

Hij leek er waarachtig plezier in te hebben als ik voor de zoveelste keer wanhopig uitriep dat ik het nooit zou leren. Toch was – en is – hij mij dierbaar, want zijn houding was ondanks zijn plaagzucht uitgesproken vaderlijk. Zijn typische voorovergebogen gestalte, met het  hoofd dat als een verschoven rotsblok op zijn schouders leek te zijn geplaatst zal ik nooit vergeten.

Engelengeduld

Zijn engelengeduld was bewonderenswaardig. Wanneer een van mijn medestudenten weer eens zijn huiswerk niet had gedaan, bleef hij onbekommerd. Alleen de goede verstaander hoorde de licht sardonische ondertoon waarop hij reageerde. Toen iemand eens een krakkemikkig cassettebandje draaide met een repetitie van zijn band, schoot mij het plaatsvervangende schaamrood naar de kaken.

Misha daarentegen luisterde geconcentreerd naar het valse gekweel en het rommelige spel, lurkte aan zijn sigaret, leunde nog eens stevig achterover, kneep zijn ogen dicht en zei: ‘Veel microtonen, interessant… heel veel microtonen.’

Angstig muisje

Mijn eerste eigen meerstemmige brouwsels beoordeelde hij  kritischer. Hij vond dat ik dat als  ambitieuze leerling verdiende. ‘Aardig gedaan, maar hier ga je naar de grondtoon, middenin een stuk’, klonk het. ‘Dat is dodelijk!’ Op andere momenten pakte hij zijn potlood, streepte een paar noten door en verving ze door meer dissonante exemplaren. ‘Je bent net een angstig muisje, dat wegrent en zich onder de kast verstopt’, zei hij dan.

Steevast was zijn versie beter en spannender. Ik heb er veel en dankbaar gebruik van gemaakt. Hoewel ik hem de afgelopen jaren alleen nog telefonisch heb gesproken, voelt hij nog altijd als een goede vriend. Ik zal zijn warme, vaderlijke leiding en vileine humor missen.

Posted in music, news, personal | Tagged , , , , , , , | 1 Comment

Componist = Henriëtte Bosmans of Johannes Brahms?

Woensdag 8 maart is het internationale vrouwendag. Ook in de muziekwereld wordt extra aandacht besteed aan vrouwelijke componisten. Jammer genoeg nog altijd vaak als een categorie apart, ook door de Concertzender. Opvallend genoeg is de ‘componist van de maand’ in maart overigens niet Barbara Strozzi is, maar Claudio Monteverdi.

Sinds jaar en dag strijd ik voor meer vrouwelijke noten op de muziekpodia, vaak tegen taaie weerstand in. Zo presenteert het Koninklijk Concertgebouw het komende seizoen slechts één werk van een vrouwelijke componist, de Doodenmarsch van Henriëtte Bosmans. 

In deze ‘vrouwenmaand’ herpubliceer ik een reeks columns die ik de afgelopen decennia schreef over de veronachtzaming van vrouwelijke componisten. Zaterdag 4 maart verscheen mijn column over Ethel Smyth, vandaag een stukje uit 2004 over de blinde vlek van beleidsmakers.

Componist m/v

Verschenen in het tijdschrift Luister, januari 2004

Eerlijk zeggen: welke namen schieten u te binnen bij het woord componist? Hildegard von Bingen, Josina van Boetzelaer en Henriëtte Bosmans – of Johann Sebastian Bach, Ludwig van Beethoven en Johannes Brahms? Het is dat ik nooit wed, anders zou ik de eer van mijn moeder inzetten op het tweede antwoord. Een componist is voor hele volksstammen nog altijd vanzelfsprekend een persoon van mannelijke kunne.

Zo niet voor minister De Geus, die onlangs stelde dat de vrouwenemancipatie geheel en al voltooid was. Nu ben ik dol op positief nieuws – mijn tranen gaan al stromen als ik lees dat een kind uit de gracht wordt gered – maar dit kon ik eenvoudig niet geloven. Had ik de afgelopen twintig jaar mijn ogen dan in mijn zakken gehad en waren al die poenerige baasjes op mijn pad eigenlijk vermomde vrouwen?

Ik las de tekst opnieuw: ‘De aanwezigheid van vrouwen op nagenoeg alle plekken van de Nederlandse samenleving is nagenoeg vanzelfsprekend.’ Was ik dan blind voor hun aanwezigheid op onze veelgeroemde concertpodia?

Het tweemaal gebruikte ‘nagenoeg’ kietelde mijn speurzin. Ik vlooide de seizoensfolders van de tien landelijke orkesten door en vond welgeteld twee dames: Lili Boulanger bij het Noord-Nederlands Orkest en Sofia Goebaidoelina bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest. De drie klassieke omroeporkesten dan?

Eerst maar eens gekeken naar de Zaterdagmatinee, die de naam heeft licht progressief – dus geëmancipeerd? – te zijn. Op een totaal van veertig programma’s prijkt niet één werk van een vrouwelijke componist. Het Zondagochtendconcert van de AVRO presenteert een compositie van Thea Musgrave; de immer verguisde TROS wint met twee componerende dames: Pauline Viardot en Viera Janarcekova.

Misschien ben ik een beetje dom, maar van ‘voltooide emancipatie’ lijkt me hier geen sprake. Dat er deze maand toch ‘vrouwelijke’ noten tot klinken komen danken we aan enkele kamermusici, die optreden in Groningen, Amsterdam en Heemstede. – Nagenoeg op alle concertpodia van Nederland…

 

 

Posted in archive, music, women composers | Tagged , , , , , , , , | Leave a comment

Plaginspiratie: Britten haalde zijn mosterd by Ethel Smyth

Op woensdag 8 maart, internationale vrouwendag, presenteert de Concertzender een dag lang muziek van vrouwelijke componisten.

Al twee decennia probeer ik programmeurs en musici ervan te overtuigen hun blik niet zo eenzijdig op (dode) witte mannen te richten. Hoewel de situatie mondjesmaat verandert, is de verhouding man-vrouw nog altijd behoorlijk scheef, getuige ook de recente seizoenspresentaties van het Koninklijk Concertgebouw Orkest en Koninklijk Concertgebouw.

Over mijn taaie strijd schreef ik vele columns, die deels terug te lezen zijn via de site van vrouw en muziek. Omdat de thematiek nog altijd actueel is, zal ik d komende dagen telkens een ervan op dit blog herpubliceren. Enjoy!

Plaginspiratie

Verschenen in Tijdschrift Luister, juni 2006

Wat heb ik toch een heerlijk beroep! Bijna dagelijks leer ik tijdens concerten en via krant of radio nieuwe muziek en inspirerende musici kennen, waardoor mijn leven in beweging blijft en mijn geest gescherpt wordt.

Op een van die concerten hoorde ik het Strijkkwartet van Ethel Smyth, dat in zijn geladenheid verwant is aan het expressionisme van Schönberg. Schitterend stuk, van een kleurrijke Britse componiste en suffragette, die ooit gevangen zat nadat ze een steen door de ruiten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken had gegooid. Vanuit het celraampje dirigeerde ze met een tandenborstel haar medegevangenen in haar rebelse March of the Women. Een vrouw naar mijn hart.

Zoekend naar andere werken vond ik een opname van haar opera The Wreckers. Deze speelt zich af in een Engels vissersdorpje, waar twee buitenstaanders weigeren te voldoen aan de gangbare mores en uiteindelijk worden omgebracht. Het was alsof ik een blauwdruk van Peter Grimes kreeg voorgeschoteld.

Ook muzikaal zijn er veel raakvlakken. Smyth weet misschien nog wel indringender dan Britten het woelen der baren en emoties in noten te vangen. Haar muziek is dramatisch zonder pompeus te zijn en grijpt je meteen bij de lurven, om je tot het tragische einde niet meer los te laten.

Omdat ik vind dat deze prachtopera zo snel mogelijk op de planken moet komen, bestook ik intendanten, artistiek leiders en dirigenten met opnames en partituren. Zonder uitzondering roemen zij de kwaliteit en schoonheid van de muziek. Steevast voegen zij echter toe: ‘Ze heeft wel erg goed naar Britten geluisterd.’ Als ik riposteer dat Smyth haar opera in 1904 voltooide, negen jaar voordat Britten geboren werd, vallen zij stil.

Ooit gaat het me lukken The Wreckers uitgevoerd te krijgen. Dan zal men zich afvragen: betrof de veertig jaar later gecomponeerde Peter Grimes een geval van plagiaat? Of was het inspiratie? Ik hou het op plaginspiratie…

The Wreckers werd op cd gezet door BBC Philharmonic olv Odeline de la Martinez. Op Youtube zijn er verschillende fragmenten uit te horen. O.a. de gehele tweede akte.

In 1903 werd haar eenakter Der Wald uitgevoerd in de MET in New York, als eerste opera van een vrouwelijke componist ooit

Posted in archive, music, women composers | Tagged , , , | 3 Comments

Composer Huang Ruo: ‘I was inspired by your system of dikes & dunes’

The Chinese-American composer Huang Ruo (Hainan, 1976) was composer in residence with the Amsterdam Concertgebouw in the season of 2015-16. During the three months he spent in the Netherlands, he immersed himself in both culture and nature.

The Concertgebouw teamed him up with landscape artist Adriaan Geuze, and their cooperation resulted in the new work Woven, that will be premièred on Thursday 2 March by Asko|Schönberg in the series ‘Scherpdenkers’ (“sharp thinkers”).

I interviewed Huang Ruo in June 2016 about his experiences and about his ideas on the new composition.

Huang Ruo + Thea Derks, Stadskantine A'dam 6-6-2016

Huang Ruo + Thea Derks, Stadskantine A’dam 6-6-2016

You spent a month in the Netherlands in December and now you’ve been here for another month. What are the most striking things you’ve learnt?

Most important for me was to really understand the culture and the place. I used to visit Amsterdam before, but always for a very short time, like a tourist. The first time I came was in 2000, before the Netherlands joined the euro. Having been here in the winter and now in the summer provided me two very different perspectives. It enabled me to really experience Dutch life.

Rembrandt’s chiaroscuro

I remember a great day away in December. The sky was overcast, there wasn’t much sunlight, sometimes we just went through the clouds. Later that day I was sitting in a café talking with someone, and suddenly a ray of sunshine pierced the black sky. Through the window it fell upon the person sitting across from me. I felt as if I saw a canvas by Rembrandt or other Dutch painters. That use of light and darkness, the famous chiaroscuro!

Rembrandt van Rijn The Nightwatch

Rembrandt van Rijn The Nightwatch

I at once realized this wasn’t just an invention out of nowhere, it came from real life. This made it quite special to me: the precious light that provides focus, that gives life. The contrast between light and dark was very inspiring. It’s not something you experience everywhere, nor every day. It helped me understand the great Dutch painters. This was a very important lesson to me.

Has it inspired you musically?

In a very abstract way, in a broad sense it will be inspiring I’m sure. For my upcoming project I spent a day in Rotterdam with landscape architect Adriaan Geuze. We were introduced by Simon Reinink, director of the Concertgebouw.

I’ve always loved architecture and nature and during my travels around the world I see a lot of architecture designed by Dutch architects. In Xi’an I was impressed by Adriaan’s Garden of 10,000 Bridges, a bamboo wood through which a string of red bridges is woven, like a Chinese dragon. This wonderful design reminded me of my own Concerto nr. 2: The Lost Garden.

garden-geuze

Adriaan Geuze: Garden of 10,000 Bridges

Adriaan took me, my wife Shelley and my son Nyquist on a road trip. He wanted to show us the Dutch landscape and we drove along lots of ducks and dikes. He is such a unique artist. And so knowledgeable! He knows both the artistic and the engineering side of things.

What really inspired me is how the dikes-system works in the Netherlands. I think it’s fascinating how your country was founded on creativity. People have to work with nature in order to survive, in order to be productive. Adriaan took me to the beach. He showed me that on the very edge of the water there is this natural sand dome. It was formed by ocean waves. There is a big dike, and in front of this the water deposits sand. Little hills, like dunes in the desert.

Duinen bij de Oosterscheldekering - Foto Ad Snelderwaard

Duinen bij de Oosterscheldekering – Foto Ad Snelderwaard

This beautiful landscape was created naturally, but is also partially man-made, because of the dike. So we climbed up the sand dune, and looked over the ocean. Then he showed me some seedlings they’d planted, that would help solidify the sand. It was a magical moment.

Mini-landscape

It would be wonderful to import some sand onto the Concertgebouw stage, putting it on the edge to create this mini-landscape. Thus you’d create a barrier between the stage and the audience, resembling the one between the land and the ocean.

The relationship between the performer on stage and the audience off stage is analogous to this barrier. I’m still thinking of how to spatialize and theatricalize the piece. Throughout the performance maybe the musicians cross over the line. One by one, and the sand goes by. It gets carried out, like the water that’s being pulled out toward the ocean.

Also I have this image of a percussionist playing a bull’s roar. It’s a piece of wood tied to a long string, which you swing in the air. It looks a bit like a windmill and creates this whirling sound. Visually and sonically this could be quite interesting. But at this moment I’m just envisioning, I still have to talk more with Adriaan and with Concertgebouw about this idea. It could or could not work. – Let’s wait and see.

Asko|Schönberg, conductor Huang Ruo
2 March Concertgebouw Amsterdam, 3 March Muziekgebouw Eindhoven
Huang Ruo – The Lost Garden: Concerto no. 2
J.L. Adams – The Light Within
Cage – In a Landscape
Huang Ruo – Woven (commissioned by Royal Concertgebouw, world première)

 

Posted in music, news | Tagged , , , , , , , | Leave a comment

Niet polariseren maar combineren – KCO + CG in 2017-18

Op maandag 27 februari presenteerden het Koninklijk Concertgebouworkest en het Koninklijk Concertgebouw achter elkaar hun nieuwe seizoen. Het eerste in de Pleinfoyer, het tweede in de Koorzaal van het majestueuze gebouw aan de Van Baerlestraat.

In deze barre, gepolariseerde tijden benadrukken beide instellingen de noodzaak van cultuur om mensen met elkaar te verbinden. Het thema van het Concertgebouworkest is Oorlog en Vrede, het Concertgebouw slaat een brug tussen Oost en West.

Ik schreef een verslag voor Cultuurpers en sprak met artistiek leider Joel Fried over het aandeel nieuwe muziek in de programmering.

Posted in music, news | Tagged , , , , , | Leave a comment

Celestial versus abysmal sounds: Hildegard von Bingen meets Galina Ustvolskaya

In spite of fierce galactic gales, a substantial audience had found its way to the Amsterdam Muziekgebouw aan ‘t IJ on Thursday 23 February. They had good reason to defy the weather warning – code orange – because the Flemish instrumental ensembles Het Collectief and vocal choir Psallentes presented a double bill of Hildegard von Bingen and Galina Ustvolskaya.

Though to my knowledge the music of the medieval nun and the quirky 20th century Russian composer was never before combined, this is less unlikely than it may seem. Both composed from a deeply felt inner necessity and transcended the limits of convention. Both were deeply inspired by their religion, the difference being that Von Bingen composed for the liturgy of her own nunnery, while Ustvolskaya cherished a rather more personal relation to God.

Swirling melodies versus fierce hammering

Von Bingen’s swirling melodies far outreach the rather more introverted Gregorian chant of her day. In the face of Ustvolskaya’s furious hammerings even the pained outcries of her teacher Shostakovich pale.

As pianist Thomas Dieltjens of Het Collectief and Hendrik Vanden Abeele, leader of Psallentes pointed out during our pre-concert talk: both ladies only accepted accountability to themselves. However different their musical language may be, both were radical in their views, each in her own, existentialist way.

Hendrik Vanden Abeele - Thea Derks - Thomas Dieltjens, Muziekgebouw aan 't IJ 23 February

Hendrik Vanden Abeele – Thea Derks – Thomas Dieltjens, Muziekgebouw aan ‘t IJ 23 February

Dialogue rather than clash

Rather than making Von Bingen’s heavenly singing clash with Ustvolskaya’s relentless gruntings, Dieltjens and Vanden Abeele sought to establish a dialogue. Ustvolskaya may be called ‘the lady with the hammer’ because of her often extremely loud dynamics, yet there are moments of utter quietude, too. Suddenly the markings drop to quadruple, fivefold or even stronger pianissimo, and ethereal lines rise up to heaven from this stillness.

Dieltjens and Vanden Abeele hunted out these moments in Ustvolskaya’s Trio, Grand Duet, Composition nr. 1 and Piano Sonata 6, and used them to spark off nine chants from Von Bingen’s Ordo Virtutum. In this first ever mystery play a righteous soul fights off the temptations of the devil with the help of the virtues. The – spoken – part of the devil was not included, since Vanden Abeele considered Ustvolskaya’s unsettling sounds could easily represent his role.

Tapestry of celestial and abysmal sounds

The ‘devil’ takes the stage in the form of Thomas Dieltjens, furiously banging away on his concert grand in Piano Sonata 6. After five minutes the loud and dissonant clusters abruptly give way to a soft and wistful melody, and offstage the women’s voices start singing ‘O antiqui’. It’s a striking moment of sheer beauty, causing goose bumps all over.

In some 80 minutes the two ensembles weave a tapestry of celestial and abysmal sounds, in which the wonderfully pure voices of the choir cleverly intermingle with the instruments.

Psallentes

Psallentes

Sometimes the ensembles echo or imitate each other’s parts, the choir even presenting some modern, dissonant polyphony. At other times the instrumentalists generate sensitive, improvised murmurings to soften a harsh transition. Thus the sound worlds of Von Bingen and Ustvolskaya seem to merge naturally.

New age type of improvisation

Psallentes is an amazing choir, with perfect pitch, homogeneity and concentration. The singers are counterbalanced by the fine musicians of Het Collectief, who defend Ustvolskaya’s music with admirable gusto. Yet I’m in two minds about the result, for in the long run the returning improvisations take on an aspect of new age, making my attention waver.

And however ingeniously Ustvolskaya’s music is cut up and interspersed with Von Bingen’s, gradually I’m numbed and start longing to hear at least one integral piece of hers.

Psallentes and Het Collectief can’t be praised enough for bringing the music of Von Bingen and Ustvolskaya together, a daring and visionary experiment. Still, I’d be very much interested in a concert where they are simply presented next to each other. Both may be the stronger for it.

Posted in music, review, women composers | Tagged , , , , , | 2 Comments

Waarom ik de combi Hildegard von Bingen & Galina Oestvolskaja prachtig vind – Cultuurpers

Bijna een millennium scheidt de non Hildegard von Bingen (1098-1179) van de Russische componist Galina Oestvolskaja (1919-2006). Wat heeft de kloosterlinge die grossierde in hemelse gezangen gemeen met de eenkennige ‘vrouw met de hamer’?

Source: Waarom ik de combi Hildegard von Bingen & Galina Oestvolskaja prachtig vind – Cultuurpers

Ik werd over het programma geïnterviewd door Willemijn Veenhoven voor het programma De Nieuws BV op Radio 1. De webcamversie kun je hier terugzien.

Posted in news | Leave a comment

Holland Festival 2017: democracy, Indonesia, women composers

The coming edition of the Holland Festival, running from 3 to 25 June, features 33 Dutch premières and 17 world premières. The festival celebrates its 70th birthday with an unwavering commitment to the arts.

During the presentation in the Amsterdam Bimhuis on Tuesday 7 February Annet Lekkerkerker, director of the festival, quoted Henk Reinink, one of its founders: ‘We initiate this festival in order to realize something great with joint forces.’

From spectators to ‘introspectors’

This was in 1947. Lekkerkerker stressed that seven decades later this mission statement is still in full force. ‘Shortly after World War II people acknowledged the importance of the arts.’ Unfortunately this is no longer a given in these troubled times, where all former certainties seem to be under attack from populist forces. Lekkerkerker, however, insists: ‘Art forms an essential and indispensable part of our lives. It broadens our perspective and turns spectators into “introspectors”.’

Democracy

The festival has two main themes. The first one is highly topical: democracy in all its different aspects, with eye-catching events such as The Nation, a theatrical thriller about tensions in the ‘multi-culti’ Netherlands by Eric de Vroedt; My Country, a production of the British National Theatre on the Brexit; Octavia. Trepanation, a new opera of Dmitri Kourliandski investigating the mechanisms of the Russian Revolution in 2017, and La Democrazia in America in which Romeo Castelucci probes the function of theatre.

Contemporary music from Indonesia

The second theme is Indonesia, the former Dutch colony that was only granted its independence in 1949, after fierce struggles and under international pressure. Even today Indonesia is a sore point in Holland, where relatives of the train hijackers that were brutally killed in 1977 are still fighting for justice.

To this day Indonesia is often mainly viewed from a colonial perspective, but the festival chooses to zoom in on contemporary art from the sprawling archipelago. ‘A Night in Indonesia’ presents a five hour long mini-festival in the famous pop venue Paradiso on 16 June.

It features underground bands combining elements from traditional Indonesian music with pop, rock, folk, noise and/or electronics.’ The duo Boi Akih of jazz singer Monica Akihary and guitarist Niels Brouwer will première Controlling the Swing, commissioned by the Holland Festival.

The next day Ensemble Modern presents Ruang Suara in Muziekgebouw aan ‘t IJ, showcasing music from young Indonesian composers that was crafted in close cooperation with the Germans.

In the infectiously Dah-Dha-Dah by Gema Swaratyagita, the musicians only seem to fill the stage in passing, producing weird & crazy sounds along with purely musical ones. Swaratyagita herself has a vocal part and plays the suling, an Indonesian recorder.

Religions without borders

The Dutch-Indonesian composer Sinta Wullur will realize Temple of Time. She specially designed it for the Holland Festival Proms in the Amsterdam Concertgebouw on 24 June. Audience and musicians are encircled by 84 gongs from Wullur’s chromatic gamelan.

The gong players and eight vocalists from different religious traditions will perform both traditional and newly composed music. The texts are based on ancient sacred texts from the four world religions about the passage of time.

At the presentation Wullur mentioned that while at school in Indonesia, her religious classes were evenly dedicated to Catholicism, Protestantism, Hinduism and Islam. Librettist Miranda Lakerveld pointed out that this seems less obvious today, considering how difficult it was to get permission to use the religious texts.

Sacred grounds

The Proms also feature the world première of Sacred Places, a collaboration between the Australian-Dutch composer Kate Moore and visual artist Ruben van Leer. In this oratorio the singer Alex Oomens makes a trip to Hunter Valley in virtual reality, the audience following her to the temple on the sacred grounds of the Australian Wonnarua and Darkinjung tribes.

Theo van Gogh meets Gilbert & George

I look especially forward to Huba de Graaff’s music theatre piece The Naked Shit Songs. It is based on an interview of Theo van Gogh with the British artists Gilbert and George in 1996. The discussion addresses such diverse themes as art, sex and religion, Muslims, fundamentalism and death.

Huba de Graaff set the (almost) complete interview to music. This is the more poignant since Van Gogh – who was very outspoken and straightforward on controversial issues – was murdered by an Islamic fundamentalist in 2004.

As is its wont the Holland Festival chooses to walk untrodden paths. Not only does it address topical themes, but it also prominently features  women composers, still too often overlooked in regular concert programmes. It can only be hoped they won’t again be forgotten when artistic director Ruth Mackenzie leaves for Paris in 2019.

More info and tickets via this link. 

 

Posted in music, news, women composers | Tagged , , , , , , , , , , , | Leave a comment

Carola Bauckholt und Christina Kubisch erforschen unerhörte Klänge

Für Carola Bauckholt (1959) ist ein rostiges Schild oder ein ins Stocken geratener Benzinmotor genauso musikalisch wie ein Instrument. In ihren Kompositionen stösst eine angenehme Entfremdung auf ein erfrischendes Gespür für Humor.

Kollegin Christina Kubisch (1948) geht noch einen Schritt weiter: mit speziellen Sensoren macht sie die uns umringenden elektromagnetischen Felder hörbar. Muziekgebouw aan ’t IJ bat die beiden zu reagieren auf die Arbeit der Anderen. Das führte zu drei neuen Kompositionen, die vom Nieuw Ensemble uraufgeführt werden am 9. Februar 2017 im Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam.

Bauckholt und Kubisch beantworteten mir ein Paar Fragen.

Was charakterisiert Sie als Komponist?

Bauckholt:

Meine Neugierde ist ein starker Motor. Wenn ich schon weiß wo es hin geht, dann fühle ich mich überflüssig, auch als Hörerin. Deshalb probiere ich Klänge und Zusammenhänge aus, die ich so noch nicht erlebt habe.

Am Anfang steht immer Etwas, was mich fasziniert und was ich nicht begreife. Mich interessiert auch unsere Wahrnehmung, zum Beispiel wenn Menschen das Gleiche hören, aber es ganz verschiedene Gedanken und Assoziationen auslöst. Es ist faszinierend dass sich die Musik nicht fassen lässt. Deshalb versuche ich immer wieder das zu verstehen.

Carola Bauckholt (site MGIJ)

Carola Bauckholt (site MGIJ)

Kubisch:

Ich habe Malerei, Mu­sik und auch zwei Jahre Elektrotechnik studiert. Aus dieser Perspektive realisiere ich nicht nur Mu­sik son­dern auch In­stal­la­tio­nen, Performan­ces, Zeich­nun­gen, Walks und Videos. Mei­ne Ar­bei­ten ha­ben sehr oft ei­nen kon­kre­ten Be­zug und set­zen sich mit bestimmten Or­ten aus­ein­an­der.

Ausgangspunkt ist dabei eine genaue Re­cher­che und Feld­for­schung. Mich interessiert die Integration verschiedener Medien, wobei mich das Verhältnis zu unser zunehmend digitalisierten Welt besonders beschäftigt.

Carola Bauckholt, Ihr neues Werk heißt ‘Point of Presence’. Warum dieser Titel und wie verhält sich das Stück zum Schaffen der Christina Kubisch?

Mich hat die Arbeit von Christina Kubisch sehr begeistert. Zum einen die elektromagnetischen Klänge selbst, die uns ständig umgeben und die sie mit speziellen Mikrofonen hörbar macht. Zum anderen wollte ich aber auch mehr über ihre Musikalität erfahren, wie sie mit diesen Aufnahmen umgeht.

Ich habe mir aus ihrem riesigen Fundus 12 Klänge ausgesucht, die ich für das Nieuw Ensemble instrumentiert habe. Der Titel Point of Presence beschreibt zum einen die starke und immer stärker werdende Präsenz der unsichtbaren und unhörbaren elektromagnetischen Felder, die uns umgeben.

Zum anderen deutet dieser Begriff konkret hin auf einen Knotenpunkt innerhalb eines Kommunikationssystems. An diesem Point of Presence werden die Verbindungen für den Daten- und Sprachverkehr von den verschiedenen Vermittlungsstellen zusammengeführt. Es ist interessant, wo die vielen Ebenen der Gegenwart zu finden sind.

Christina Kubisch (site Certain Sundays)

Christina Kubisch (site Certain Sundays)

Christina Kubisch, Sie schrieben gleich zwei neue Stücke: ‘Wien Landstraße’ und ‘Seven Magnetic Places’. Wie reflektieren diese auf die Musik der Bauckholt?

In Carolas Kompositionen treffen oft verschiedene Welten zusammen: die der instrumentalen Musik und die des Geräusches, des field recordings, manchmal auch Sprache oder Video. Dieses Zusammentreffen realisiert sie in ihren Stücken in einer sehr persönlichen musikalischen Sprache, oft mit subtilem Humor, die mich aufgrund ihrer Originalität von Anfang an interessiert und fasziniert hat.

Unsere Grundidee für eine Zusammenarbeit war unsere Klänge auszutauschen und dann zu remixen. Wien Landstraße ist ein Stück für Zuspiel und string ensemble. Von Carola verwende ich kurze, rein instrumentale samples aus verschiedenen ihrer Kompositionen, die in neuen Kombinationen erscheinen. In anderer Besetzung, in neuen Abfolgen, Überlagerungen, als loops, in veränderter Dynamik und Dauer.

Diese Ausschnitte verbinden sich in dem Stück mit den elektromagnetischen Klängen des Untergrundbahnhofs ‘Wien Landstraße’ in Wien. Da habe ich in den letzten beiden Jahren mehrmals die magnetischen Felder mit einem speziellem Induktionskopfhörer aufgenommen.

Die samples sowie die magnetischen Klänge wurden nicht elektronisch bearbeitet. Verschiedene Realitäten treffen aufeinander und verbinden sich zu einer neuen Einheit, bei der man manchmal nicht mehr erkennt, was Instrument und was elektromagnetischer Klang ist.

In Seven Magnetic Places geht es wie in Carolas Point of Presence um Datenströme, ohne die wir heute nicht  mehr auskommen können. Sie begegnen sich und Fließen dann in eine andere Richtung. Sie sind überall gegenwärtig. Die Aufnahmen wurden in verschiedenen Rechenzentren und Server rooms in Europa und den USA gemacht.

Wie seid Ihr vorangegangen?

Bauckholt:

Ich habe viel die Aufnahmen von elektromagnetischen Klängen von Christina gehört und mir dabei vorgestellt, wie sich das instrumentieren lassen könnte. Natürlich ist das unmöglich, aber diese Klangfelder sind so anders als unsere normale Musiksprache. Es ist ungeheuer reizvoll diese Klänge im Konzertsaal zu hören, von normalen Instrumenten gespielt. Erstaunlicherweise sind sie manchmal sehr harmonisch und rhythmisch, als ob sie bereits komponiert worden sind. Ich bin sehr gespannt, wie das live klingen wird.

Kubisch:

Ich habe mir von Carolas Aufnahmen Teile ausgesucht, die eigentlich nicht im Mittelpunkt ihrer Stücke stehen, sozusagen die versteckten Schätze ihrer Kompositionen. Mich interessieren besonders Klangfarben und deren Wahrnehmung. Für mich war es neu, instrumental genau notierte Klänge mit den elektromagnetischen Aufnahmen zu kombinieren, die oft bei der Aufnahme durch intuitive Körperbewegungen strukturiert werden.

Im Grunde geht es uns beiden wohl darum, das Bekannte in einen anderen Kontext zu setzen, der Fragen aufwirft und vielleicht unsere normalen Hörgewohnheiten verändert.

Am Dienstag 7 Februar gibt es eine öffentliche Probe im Muziekgebouw,
davor spreche ich mit den beiden Komponisten.
Anfang 12.30 Uhr, Eintritt frei auf Reservierung.

In 2012 sprach ich Carola Bauckholt bevor ein Porträtkonzert im Muziekgebouw aan ‘t IJ des Ives Ensemble


<p><a href=”https://vimeo.com/40853754″>Interview Carola Bauckholt</a> from <a href=”https://vimeo.com/radio4eigentijds”>Radio4 Eigentijds</a> on <a href=”https://vimeo.com”>Vimeo</a&gt;.</p>

Posted in music, news, women composers | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Peter Dijkstra: ‘Glass was as groundbreaking as Harnoncourt’

Philip Glass (1937) is popular around the world and has a big following in the Netherlands, too. His 80th birthday is celebrated by many organisations and ensembles.

Last week the Noord Nederlands Orkest dedicated two very successful concerts to his music, this week the Netherlands Chamber Choir honours him with four concerts, starting in the Concertgebouw today.

Peter Dijkstra (c)

Peter Dijkstra (c) Astrid Ackerman (source Preludium)

These will be conducted by their chief Peter Dijkstra, who places Glass in perspective with works by such diverse composers as Arvo Pärt, Thomas Jennefelt and David Lang. I interviewed Dijkstra for Preludium, the magazine of Concertgebouw and Concertgebouw Orchestra.

‘Like Glass, Arvo Pärt works with repeating patterns and chord schemes, that remain the same for a longer time. Together with Terry Riley, Glass developed minimalism, a totally new way of composing. In my opinion they were as groundbreaking as Gustav Leonhardt and Nikolaus Harnoncourt, who dared to take up entirely new paths in early music.’

You read my article here (in Dutch).

Nederlands Kamerkoor / Peter DijkstraProgramme:
Arvo Pärt Solfeggio
Thomas Jennefelt Villarosa Sarialdi
Philip Glass Three songs for chorus a cappella
Arvo Pärt De Profundis
Arvo Pärt Da pacem Domine
David Lang Where you go
Thomas Jennefelt Vinamintra Elitavi

Philip Glass Another Look at Harmony – Part IV (some movements)
Touring scheme and tickets

 

 

Posted in music, news | Tagged , , , , , , , | Leave a comment

Concertgebouworkest op road movie door Amerika

Richard Rijnvos (1964) is hot. Op 12 januari bracht het Ives Ensemble de succesvolle wereldpremière van Riflesso sull’arco in het Muziekgebouw aan ‘t IJ. Donderdag 2 en vrijdag 3 februari klinkt een nieuw orkestwerk in het Concertgebouw, Amérique du Nord.

Klinkende wereldatlas

Rijnvos componeerde het in opdracht van het Koninklijk Concertgebouworkest, waarvan hij sinds 2011 huiscomponist is. Het is het tweede deel van zijn cyclus Grand Atlas, een ‘klinkende wereldatlas’ waarvan het orkest eerder al Antarctique in première bracht.

Eerbetoon aan Leonard Bernstein

Het concert is een hommage aan Leonard Bernstein, wiens honderdste verjaardag in 2018 herdacht wordt. Als eerbetoon aan de legendarische componist en dirigent verstopte Rijnvos twee muziekcitaten in zijn stuk en voert hij ons kris kras door Amerika. Zo stuurt hij het KCO op reis, als in een road movie zonder beeld. Ik sprak hem voor Cultuurpers.

 

Posted in music, news | Tagged , , , , , | Leave a comment

Noord Nederlands Orkest viert 80e verjaardag Philip Glass

Het eigenzinnige Noord Nederlands Orkest heeft een warme band met Philip Glass (1938). In 2007 organiseerde het een vijfdaags festival, in 2013 bracht het samen met de componist de Nederlandse première van de live muziek bij de film Koyaanisqatsi.

Dit weekend viert het NNO diens tachtigste verjaardag met concerten in TivoliVredenburg in Utrecht en de Oosterpoort in Groningen. Van Glass klinken twee delen uit Koyaanisqatsi, zijn Eerste Vioolconcert en het tweede deel uit zijn symfonie Low, geïnspireerd op het gelijknamige album van Brian Eno en David Bowie uit 1977/1991. Ik verzorg vanavond de inleiding in de Oosterpoort.

Waardering voor Glass fluctueert

Tegenwoordig geldt Glass als een van de belangrijkste levende componisten, maar dat was beslist niet altijd zo. Het is interessant hoe de waardering voor zijn muziek door de tijden heen verandert.

Zo drukte drukte de hoofdredacteur van een muziektijdschrift me in 1996 de cd-opname van zijn symfonie Low in handen met de woorden: ‘Schrijf deze eens even helemaal de grond in.’ Deze muziek werd destijds door het journaille beschouwd als minderwaardige kitch. Ik vond dat onterecht en wil u mijn twee decennia oude recensie niet onthouden.

Low Symphony: cd-bespreking uit 1996

Philip Glass is uit. De Amerikaanse minimalist die in de jaren zeventig en tachtig furore maakte met de opera Einstein on the Beach en de filmmuziek bij Koyaanisqatsi, kan geen goed meer doen in de oren van de moderne muziekcriticus. Glass zou uit zijn op goedkoop effect en zichzelf steeds herhalen.

Het dieptepunt kwam twee jaar geleden, toen de pers unaniem zijn muziek bij de film La belle et la bête van Jean Cocteau neersabelde. Diezelfde pers was wekenlang uitzinnig gefocused geweest op Rosa, a horse drama, van Peter Greenaway en Louis Andriessen.

low-cd

Twee dagen na de première van deze monsterproductie, waarin de over het paard getilde Engelsman de muziek van Andriessen volledig ondergeschikt maakte aan zijn visuele geweld, zag ik La belle et la bête. Een verademing – hier zijn film en opera op een smaakvolle manier met elkaar verweven. Dit was echter niet aan de critici besteed, twee mixed-media producties na elkaar was wellicht wat veel gevraagd.

Aan elkaar gewaagd: Eno – Bowie – Glass

Nu luister ik naar Low, de symfonie die Glass schreef naar aanleiding van de gelijknamige elpee van David Bowie en Brian Eno uit 1977. Deze was indertijd baanbrekend, omdat twee commercieel succesvolle musici experimenteerden met elektronische en etnische muziek. Glass ging uit van de (met drie bonustracks uitgebreide) cd-uitgave van 1991 en koos daarvan Subterraneans, Some are en Warszawa.

Glass slaagde erin een bewerking te maken die zowel het origineel recht doet, als onmiskenbaar zijn handtekening draagt. Hij verwerkt alle loopjes en melodieën van Bowie en Eno, maar strooit daar zijn eigen motieven doorheen. Deze bestaan vaak uit het steeds herhalen van een in achtsten gespeelde kleine terts.

Onbeschaamd lyrisch en dramatisch

De muziek heeft een uitgesproken lyrisch en soms dramatisch karakter en Glass voert onbeschaamd de spanning op door te werken met tonica-dominant verhoudingen. In Subterraneans schotelt hij ons zelfs een Ivesiaanse mix van vaudeville en romantiek voor, zonder dat we een moment vergeten wie de componist is.

Ik vlei mijn hoofd op het hakblok: ik vind Low een goed product van een consequente componist – Glass doet zijn dingetje, en hij doet het goed.

Glass
“Low” Symphony
The Brooklyn Philharmonic Orchesta olv Dennis Russel Davies
Point Music 438 150-2

 

Posted in music, news, review | Tagged , , , , , | 1 Comment

New cd Margriet Hoenderdos: existential angst from an anti-romantic

The music of the Dutch composer Margriet Hoenderdos (1952-2010) is extremely parsimonious. Her hushed sound sculptures call to mind the white relief paintings of her countryman Jan Schoonhoven. Three of her chamber music compositions appear on a cd released by the German label Wandelweiser, appropriately presented in a sober white sleeve.

Margriet Hoenderdos: Chamber Music contains one vocal work: Juli ’06 for unaccompanied soprano, and two instrumental pieces: Maart ’98 for string sextet and De lussen van Faverey (‘Faverey’s Loops’) for wind quintet. The title of the woodwind piece at once betrays it’s an earlier work: about halfway through her career Hoenderdos started titling her works after the month and year of conception. Being strongly anti-romantic she thus wished to avoid any personal connotations.

hoenderdos-ouder-c-bandcamp

Margriet Hoenderdos (c) Bandcamp

Ghosts wailing in the night

De lussen van Faverey was composed in 1990 and refers to the Dutch/Surinam poet Hans Faverey (1933-1990), who wrote verses for her to set to music. Instead of creating a song cycle, however, Hoenderdos wrote an instrumental piece for two (bass)clarinets, bassoon, horn and oboe. In her own programme notes she compares Faverey’s language skills to the versatility of a boomerang or dolphin that elegantly returns to its point of departure.

The twenty-minute piece consists of long-held, bent tones in a slow rhythm, interspersed with piercing shrieks in the higher registers. The effect of a boomerang is found in the succession of synchronized entries veering into different directions before returning to base and starting again. The overall atmosphere is that of a lament, the sudden cries and heavy dissonances evoking the feel of ghosts wailing in the night.

Dense tapestries 

This slow pace and mournful atmosphere also characterize Maart ’98. The six players create dense tapestries of sound, that rather seem to be generated electronically than by horse-hair on strings.

Digging their bows deep into their instruments, the players create metallic and groaning sound effects. These are the more unsettling since their tones are in constant flux, moving up and down the scale in endless meandering glissandi. Hoenderdos may not have wished to evoke emotions, but these two pieces seem to express a deep, existential angst.

George W. Bush 43th president of the United States of America

George W. Bush 43th president of the United States of America

Juli ’06, based on a poem by Bas Geerts, is the most beautiful and remarkable composition on this cd. Geerts broke up belligerent texts from President George W. Bush, reassembling them into a phonetically notated poem on rhetorical manipulation. In spite of its political content, Juli ’06 has a jaunty atmosphere, comparable to Berio’s Sequenza III.

The Dutch soprano Margo Rens turns out to be the ideal performer, switching without apparent effort from loud tongue clacks and fierce glottal stops to more lyrical, operatic lines with different types of vibrato in the blink of an eye.

After her premature death in 2010, Hoenderdos has become somewhat neglected. This recent cd offers a new generation of listeners and performers the chance to become acquainted with her sparse but probing style.

margriet hoenderdos: chamber works
order reference: EWR 1506
01 de lussen van Faverey (1990)
02 maart ‘98 (1998)*
03 juli ‘06 (2006, text: Bas Geerts)*
Fie Schouten (bass clarinet), Stefanie Liedtke (bassoon), Hilde Kaizer (clarinet), Joeri de Vente (horn), Anna Duinker (oboe)
Quatuor Danel: Marc Danel, Gilles Millet (violin), Tony Nys (viola), Guy Danel (violoncello) with Peter Nys (viola), Godefroy Vujicic (violoncello)
Margo Rens (soprano)
* live recordings
Posted in music, news, review | Tagged , , , , | Leave a comment

Richard Rijnvos: ‘Alles moet onderhoudend & laagdrempelig zijn’

Voor zijn nieuwe compositie Riflesso sull’arco liet componist Richard Rijnvos zich inspireren door Swinging Music van zijn Poolse collega Kazimierz Serocki. Tijdens het componeren had hij het beeld voor ogen van de minimalistische Gateway Arch in St. Louis van de Finse architect Eero Saarinen. cover-a4-page-001

Hij zegt hierover: ‘Zijn stijl doet mij denken aan later werk van bijvoorbeeld Richard Serra en Anish Kapoor. Het is verwant aan het motto Less is more dat architect Mies van der Rohe introduceerde. Vandaar ook het schilderij van Ian Davenport op de voorkant van de partituur.’

Laagdrempeligheid is norm

Rijnvos verzet zich tegen de heersende trend om het publiek uitsluitend hapklare brokken voor te schotelen: ‘Ik heb het idee dat hedendaagse muziekwerken die beantwoorden aan bovengenoemde esthetiek momenteel nogal in de verdrukking zitten. Alles moet tegenwoordig onderhoudend zijn, kunstentertainment, vooral laagdrempelig, laagdrempelig, laagdrempelig.

Ikzelf ga er vooralsnog vanuit dat het kunstminnend publiek zijn verstand niet heeft verloren. Het is heel wel in staat kritisch maar openhartig de muziek van nu te genieten, zowel intellectueel als zinnelijk.’

Je leest het hele interview op Cultuurpers. Dinsdag 10 januari spreek ik Richard Rijnvos voorafgaand aan een openbare repetitie en donderdag spreek ik  hem voor het concert. Zie mijn agenda. 

Rijnvos componeerde Riflesso sull’arco voor het Ives Ensemble, dat donderdag 12 januari de wereldpremière speelt in de Donderdagavondserie van het Muziekgebouw aan ‘t IJ in Amsterdam. Een dag later wordt het programma ‘companion pieces’ herhaald in Theater Korzo in Den Haag.
Posted in music, news | Tagged , , , , | Leave a comment

Controverse rond ‘Aus Licht’ van Karlheinz Stockhausen

In tijden waarin cultuur en intellect wereldwijd onder vuur liggen kan degene die een grootse droom wil realiseren niet genoeg geprezen worden. Hulde dus aan het Holland Festival, De Nationale Opera en het Koninklijk Conservatorium dat zij in juni 2019 de productie ‘Aus Licht’ van Karlheinz Stockhausen op de planken brengen. Jammer dat het ambitieuze project slechts 16 van de in totaal 26 uren van diens magnum opus omvat.

En nog jammerder dat een aantal mensen uit de muziekwereld hevig protesteert tegen dit project. Met populistische argumenten die Geert Wilders en Halbe Zijlstra in de mond bestorven liggen…. De controverse doet inmiddels ook internationaal de gemoederen hoog oplopen. Wat mij verbaast is de ongekende haat die uit veel reacties spreekt. Muziek verbroedert? Dacht het niet.

Op Cultuurpers leg ik uit waarom ik het wel prachtig vind dat ‘Aus Licht’ wordt geproduceerd.

Posted in music, news | Tagged , , , , | Leave a comment

Van Baerle Trio speelt ‘Tombeau pour Ton de Leeuw’

Zijn composities zijn het resultaat van een fusie van twee in hem levende, tegengestelde krachten. Enerzijds de wil om de in hem levende creatieve energie om te zetten en te kanaliseren in strakke, abstracte klankstructuren, anderzijds de neiging tot directe actie, het omzetten van de creatieve impulsen in een onmiddellijk, emotioneel geladen gebaar.’

Aldus Ton de Leeuw (1926-1996) over zijn student en vriend Daan Manneke (1939), die zijn leermeester eerde in verschillende composities. Zo droeg hij zowel het orkestwerk Sine nomine als Symphonies of Winds voor blaasorkest of orgel aan hem op. In 1998 componeerde hij Tombeau pour Ton de Leeuw voor vier mannenstemmen, waarvan hij later ook versies maakte voor o.a. gamba solo, cello en piano, en zelfs harp, cello en vijfstemmig koor.

Ton de Leeuw (c) Muziekencyclopedie

Ton de Leeuw (c) Muziekencyclopedie

Voor het Van Baerle Trio realiseerde hij een nieuwe bewerking voor piano, viool en cello, die op vrijdag 6 januari zijn wereldpremière beleeft in het AVROTROS Vrijdagconcert in TivoliVredenburg. Ik sprak Daan Manneke in 2015 naar aanleiding van een hommage-concert voor Ton de Leeuw.

Waarom wilde je bij Ton de Leeuw studeren?

‘Ton de Leeuw was een internationaal gezochte en gewaardeerde docent: vanuit de hele wereld stroomde men naar Amsterdam om compositie bij hem te studeren. Ik had in 1968 een cursus muziekesthetiek bij Olivier Messiaen gevolgd, en herkende bij De Leeuw dezelfde ondogmatische en open houding ten aanzien van het componeren. Het stond voor mij vast dat hij mijn nieuwe leraar moest worden. In ons land gold hij als eigenzinnig en onorthodox, omdat hij zich onttrok aan gangbare stijlen. Hij ontwikkelde een eigen stem, meer gericht op belichting dan op ontwikkeling.’

‘Zelf vergeleek hij zijn compositiemethode met de werking van een caleidoscoop. Het patroon lijkt dynamisch omdat het kleurenpalet voortdurend verandert, maar er komt geen enkele kleur bij, evenmin gaat er eentje af. Het is een in zichzelf ronddraaiend geheel, dat de illusie van beweging wekt. Zo schiep hij een circulaire tijdsbeleving, als een soort ‘eeuwigheid’ in een spiralen muziektrappenhuis.’

Daan Manneke (c) Manneke.nl

Daan Manneke (c) Manneke.nl

Heeft je eigen muziek raakvlakken met die van De Leeuw?

‘Ik denk het wel. Dat zit hem bijvoorbeeld in het gebruik van modaliteit in plaats van een rigide atonale systematiek. We hebben ook allebei een feeling voor vocaal, lineair denken en een ‘romaanse’ sonoriteit met lange, cantando lijnen. Ook delen we een voorliefde voor de Franse taal, die een zekere verhevenheid en monumentaliteit genereert. Ton is me zeer dierbaar, ik schreef als eerbetoon mijn Tombeau pour Ton de Leeuw 1926-1996, waarnaar in 2015 ook een cd vernoemd is met een versie voor cello en piano.’

Een muziekjournalist schreef hierover: ‘Daan Mannekes Tombeau pour Ton de Leeuw sluit naadloos aan bij de impressionistische klanken van Ravel. In slechts enkele minuten roept hij een wereld vol licht melancholieke herinneringen en droombeelden op, opgetekend in zachte, warme kleuren.’

Ik ben benieuwd hoe de versie voor piano, viool en cello gaat klinken in de uitvoering door het Van Baerle Trio van Hannes Minnaar, Maria Milstein en Gideon den Herder. Zij plaatsen Tombeau pour Ton de Leeuw naast pianotrio’s van Beethoven, Ravel en Tristan Keuris.

 Het concert wordt live uitgezonden op Radio 4. Meer informatie via deze link.
Foto Van Baerle Trio: Marco Borggreve

Posted in music, news | Tagged , , , , | Leave a comment

Marianne ‘Proms’ is niet meer

Even straalt de zon door de wolken. Precies op het moment dat Walther Stuhlmacher refereert aan het innerlijke licht dat zijn echtgenote Marianne de Feijter (1965-2016) tijdens haar veel te korte leven verspreidde. Dit begon op een boerderij in Bant en eindigde zondag 18 december in haar zelfgebouwde huis op IJburg, toen zij na twee jaar moedige strijd alsnog geveld werd door haar slopende ziekte.

De aula van crematorium Westerveld is afgeladen. Familieleden, vrienden, bekenden en collega’s uit de muziekwereld zijn en masse naar Driehuis getogen. Nog één keer willen wij samenzijn met deze geweldige vrouw, die zoveel liefde gaf aan de mensen om haar heen en die zich met ongeëvenaard vuur inzette voor de promotie van eigentijdse muziek.

Soep met eigentijdse noten

Ik leerde Marianne in 2000 kennen toen zij de nieuwemuziekerie Proms in Paradiso ging leiden, die in 1986 was opgezet door vier vooraanstaande Nederlandse ensembles. Vol enthousiasme bedacht zij manieren om een groter publiek te werven voor de vaak als moeilijk ervaren eigentijdse noten.

Huang Ruo, Shelley, Norman Perryman, Thea, Marianne, Gaudeamus 4-9-07.JPG

Huang Ruo, Thea Derks, Marianne de Feijter, Norman Perryman, Shelley Nyquist, Muziekgebouw aan ‘t IJ 4-9-2007

Zo werd de concertinleiding vaste prik in de kleine bovenzaal van Paradiso, en ik had de eer veel van deze gesprekken te mogen leiden. Gezelschapsmens als Marianne was bedacht ze al snel dat mensen rond zeven uur ‘s avonds misschien behoefte hebben aan iets meer dan enkel geestelijk voer – het concept ‘soep met een broodje’ was geboren.

Een gouden idee, dat zich in een popzaal niet een-twee-drie laat realiseren, maar Marianne vond een oplossing. Er zijn heel wat liters soep en kilo’s brood verorberd tijdens diepgravende gesprekken met componisten als Unsuk Chin, HK Gruber, Klas Torstensson en Hans Abrahamsen. Ik koester veel warme herinneringen aan deze avonden.

Mijn gesprek met de folkmusicus Mike Seeger, de zoon van componist Ruth Crawford-Seeger, staat nog altijd in mijn heugen gegrift. Marianne had deze big fish weten te strikken voor een inleiding en we hadden ons enorm verheugd op een inside visie op het werk van zijn moeder. Toen hij hier eigenlijk geen zinnig woord over te vertellen bleek te hebben, schakelde ik maar over naar zijn eigen muziek en fait divers uit zijn jeugd.

Op dat moment vervelend, maar Marianne zag er de humor wel van in en na afloop konden we er smakelijk om lachen. Dat maakte het voor mij zo bijzonder om met haar te werken: welke tegenslag er zich ook aandiende, welke verwachting niet werd ingelost, altijd bleef zij blijmoedig de zaak van een positieve kant bekijken.

Cruiseschip met eigentijdse noten

7409-2_8247 Wennekes, Emile_Andriessen, Mischa_Derks, Thea_Feijter, Marianne de.JPG

Mischa Andriessen, Thea Derks, Marianne de Feijter, Emile Wennekes tijdens seminar over nieuwe muziek en pers in Gaudeamus Muziekweek 2014 (foto Co Broerse)

Dat gold ook voor haar omgang met het publiek. Zoals Johan Dorrestein tijdens de uitvaartplechtigheid zei: ‘Marianne werkte niet voor de Proms, zij wás de Proms.’ Elke bezoeker kreeg een persoonlijk woord en oprecht geïnteresseerd informeerde ze naar zijn of haar welbevinden. Een enkele keer liet ze zelfs speciaal een taxi uitrukken om een trouwe gast op te halen die te slecht ter been was om op eigen gelegenheid te komen.

Toen de serie in 2005 naar het Muziekgebouw aan ‘t IJ verhuisde, bedacht ze de ‘Inleiding met uitzicht’ op Foyerdeck 1. Niet zelden voer er een gigantisch cruiseschip achter mij langs terwijl ik een componist of musicus interviewde. Zij vroeg kunstenaars de kille ruimte te verfraaien en zette fatboys neer om een huiselijke sfeer te creëren.

Warmte en respect

Met dit soort initiatieven doorstraalde zij concerten met hedendaagse muziek met een aanstekelijke warmte, die door het publiek zeer werd gewaardeerd. – Maar waarvoor zij bij de deelnemende ensembles en organisaties vaak moest vechten. Net als voor de prachtig vormgegeven flyers, jaarbrochures en programmaboekjes, die altijd getuigden van haar goede smaak.

Hoewel ze soms gefrustreerd was door de zoveelste uiting van haantjesgedrag die haar mooie plannen dwarsboomde, werd Marianne nooit bitter en bleef ze welgemoed knokken voor de goede zaak. Eenieder kon altijd rekenen op haar respect, ze noemde vriendelijk maar beslist man en paard en hield er nooit een dubbele agenda op na. Helaas moest zij in 2013 toezien hoe de serie ‘Proms aan het IJ’ voorgoed opging in de mede door haar opgezette Donderdagavondserie.

Marianne de Feijter + Thea Derks, Amsterdam 28-4-2016

Marianne de Feijter + Thea Derks, Amsterdam 28-4-2014

Het woord ‘opgeven’ paste echter niet in haar vocabulaire en al een jaar voor het einde van de Proms had ze de blogsite muziekvan.nu opgezet, waarvoor ook ik ging schrijven. Met hetzelfde taaie engelengeduld wierf ze hiervoor fondsen en trachtte ze het publiek ervan te overtuigen donateur te worden.

Ondanks haar enorme netwerk bleek de gemiddelde nieuwemuziekliefhebber echter wel stukken te willen lezen, maar hiervoor niet te willen betalen. Marianne gaf ook nu de moed niet op en tijdens menige vergadering trachtte zij samen met ons, de auteurs, een uitweg te vinden. Dat is helaas niet gelukt en begin 2015 gooide zij noodgedwongen de handdoek in de ring.

Haar ziekte had zich toen al gemanifesteerd. Met het haar kenmerkende optimisme en doorzettingsvermogen nam ze ook deze handschoen moedig op. Machteloos keken wij allen toe. Ik stak in mijn geboortedorp talloze kaarsen aan bij het middeleeuwse beeld van de Maagd Maria, ‘Onze Lieve Vrouw, behoudenis der kranken’ en smeekte haar haar naamgenoot voor ons te behouden.

Het heeft niet mogen baten. Lieve, dappere, Marianne, jij zonnestraal van de nieuwe muziek, ik zal je missen!

Posted in music, news | Tagged , , , , | 5 Comments

New cd Isidora Žebeljan: modernism steeped in folklore

The Serbian composer Isidora Žebeljan (Belgrade 1967) writes music in a modern idiom that is nevertheless rooted in Eastern European folklore.

She won international acclaim with opera’s such as Zora D. and The Marathon, her orchestral piece Horses of St. Mark and Song of a Traveller in the Night for clarinet and string quartet. This exciting work is performed by the Brodsky Quartet and clarinettist Joan Enric Lluna on a recent cd which once more confirms Žebeljan’s status as one of the leading Serbian composers of our time.

cd-zebeljan

Brodsky Quartet

Žebeljan has a long standing relationship with the Brodsky Quartet. They performed her entire output for string quartet and are heard in all but one of the seven pieces on this cd.

A solo clarinet takes the lead in Song of a Traveller in the Night with sprightly, dance-like motifs, the strings responding with vigorous screeching and bent tones. The clarinet keeps on dancing, and at one moment even lures the quartet into striking up a flowing waltz together. Sudden halts and softly meowing sounds from the strings create an atmosphere of suspense.

In Pep it up, a fantasy for soprano, string quintet, percussion and piano, Žebeljan plays the piano herself. The singer Aneta Ilič intones wistful calls, while the strings envelop her melodies with delicately spun-out lines. This poignant lament is cut through by loud beats on the percussion, the strings wailing in descending glissandi that underpin the overall feeling of loss. After a loud and accelerated climax, the piece once more subsides into quietude.

Slavonic Roots

Žebeljan’s Slavonic roots are perhaps best heard in Dance of the Wooden Sticks for horn and string quintet. The drone accompaniment and the virtuoso gypsy-like melodies from the soloist seem to catapult us straight into the heart of Transylvania. As in many of her works the composer juxtaposes reflective passages with high-energy rhythmic ones – the inimitable Stefan Dohr, Brodsky and double bass player Premil Petrovič switching with admirable ease from one atmosphere to the next.

Beograd 29.10.2013. Isidora Zebeljan (c) Vreme 1191 Foto : Milovan Milenkovic Photo & © by Milovan Milenkovic News Magazine VREME

Isidora Zebeljan (c) Vreme 1191 – Photo & © by Milovan Milenkovic

The same goes for New Songs of Lada, a haunting cycle in which a soothing cradle song is followed by an intermezzo of fierce rhythms from the strings reminiscent of Schubert’s Erlkönig. In the next song a girl agonizes over a lover that despised her. Another restless intermezzo introduces ‘All the Yawl Men’, in which the soprano laments her fiancé who never returned from battle. In the concluding song ‘Oh, my Sweetheart, oh!’ we hear a girl that’s about to commit suicide because she can’t marry the man of her choice. The low notes of her initial resignation become more and more intense, climaxing in a heartrending melodic clamour.

Žebeljan’s music is both highly exuberant and deeply melancholic. With its plethora of changing motifs, rhythms and atmospheres it’s not only challenging for performers but also for the listener. Those who aren’t versed in contemporary music may need some time to appreciate this highly personal sound world, but their efforts will be rewarded.

CD Isidora Žebeljan: Song of a Traveller in the Night, CPO

 

Posted in music, review, women composers | Tagged , , , , , | Leave a comment

‘Een behoorlijk kabaal’: veronachtzaming van kunst is van alle tijden

In haar recent verschenen boek Een behoorlijk kabaal, over de Nederlandse muziekgeschiedenis vanaf 1900, presenteert Jacqueline Oskamp een aantal interessante inzichten.

Zo koppelt zij ons gebrek aan nationale trots aan de verzuiling die ons land tot lang na de oorlog in haar greep hield en pas met de komst van de televisie werd doorbroken. Opmerkelijk is haar suggestie dat de romantiek hier te lande pas eindigde met de onafhankelijkheid van Indonesië in 1949. Hadden wij daarvoor hartstochtelijk terugverlangd Continue reading

Posted in music, news | Tagged , , | Leave a comment

Zonderland – muziektheater over ontheemding

Actualiteit lijkt niet de grootste inspiratiebron voor moderne kunstenaars, uitzonderingen daargelaten als bijvoorbeeld JacobTV, Merlijn Twaalfhoven, Ai Weiwei en John Adams. Mijn nieuwsgierigheid wordt dan ook gewekt door de muziektheatervoorstelling Zonderland van de Turks-Nederlandse componist Meriç Artaç en de Noors-Nederlandse regisseur Ingrid Askvik, die zondag 11 december in première gaat in Ostade A’dam.

Deze productie van Diamantfabriek vormt onderdeel van Muziektheaterdagen Amsterdam, een tiendaags festival dat nog duurt tot en met 17 december. Volgens het persbericht is Zonderland ‘een absurdistisch sprookje over wachten, onmacht, heimwee en toekomsthoop. Het is een ode aan een verloren generatie van asielzoekers in opvangcentra, aan al diegenen die in een papieren bureaucratie zijn beland waardoor zij tussen wal en schip vallen’. Ik stelde Artaç vier vragen.

Afbeeldingsresultaat voor meric artac

Meriç Artaç, foto Gaudeamus Muziekweek

Waarom koos je voor de titel ‘Zonderland’?

Allereerst wil ik benadrukken dat ik het stuk samen met Ingrid Askvik heb gemaakt. Onze eerste titel was Prinsessen zonder land, maar later kozen we voor het krachtigere en universelere Zonderland. Het stuk gaat over twee meisjes die geen land meer hebben, ze kunnen niet terug naar waar ze vandaan komen, maar ze mogen ook niet verder. Tegelijkertijd is Zonderland een metafoor voor alle soorten “tussengebieden”, tijden in je leven waar je om verschillende redenen niet doorheen kunt.

Wat gaan we horen? 

De muziek bestaat uit geluidsfragmenten die ik heb bewerkt tot een soundscape. Ik nam verschillend materiaal mee naar de repetities, en heb daarmee tijdens het ontstaansproces de muziek gecomponeerd. De elektronische muziek vertegenwoordigt zowel “het systeem” dat de twee meisjes geketend houdt, als hun innerlijk.

Ingrid Askvik (foto Bart Grietens, fotocredit Strilen)

Ingrid Askvik (foto Bart Grietens, fotocredit Strilen)

Een van de hoofdelementen in het systeem is het geluid van een wasmachine. Die draait en draait, en als je denkt dat hij stopt gaat hij toch weer door. Ik heb ook gecomponeerd voor een viool. Deze wordt bespeeld door een van de twee meisjes en is het enige bezit dat ze hebben meegenomen.

De vioolmuziek staat voor haar herinneringen aan vroeger, en aan wie ze toen was. Veel van de elementen in de muziek vinden hun oorsprong in iets wat alledaags is of op andere manieren bekend. Ik denk dat het stuk hierdoor toegankelijk is voor een publiek dat niet is ingewijd in moderne muziek.

Wie schreef het libretto en waar gaat het over?

Het hele stuk is samen met de spelers op de vloer gemaakt. Vanuit improvisaties zijn teksten ontstaan, die vooral de regisseur heeft bewerkt tot een script. Als startpunt voor de teksten en de situaties namen wij de sprookjes van Hans Christiaan Andersen, het toneelstuk Wachten op Godot van Samuel Beckett en het boek Hoe ik talent voor het leven kreeg van Rodaan Al Galidi.

Wat is voor jou de kern van de productie en wat hoop je ermee te bereiken?

Het is een open voorstelling geworden. We leven in een tijd die sneller dan ooit beweegt en onze kernvraag tijdens het maakproces was: wat gebeurt er met je identiteit wanneer je leven tot stilstand komt, als je in een wachtpositie wordt geplaatst terwijl alles om je heen vooruitgaat en niemand naar jouw verhaal luistert? Wat betekent dat voor je gevoel van eigenwaarde?

Velen van ons hebben in between jobs gezeten of hadden een tijd lang geen huis, in die zin kennen we allemaal het gevoel van ontheemdheid. Wat er gebeurt in asielzoekerscentra is de extreme versie hiervan: mensen blijven soms jaren zitten zonder te weten of ze hier een nieuw leven kunnen opbouwen of niet. Wij hopen met Zonderland te tonen hoe dat kan voelen, en mensen aan het denken te zetten.

Na de try-outs kregen we uiteenlopende reacties van wat bezoekers gezien en gehoord hebben en wat zij belangrijk vonden. Kennelijk hebben we inderdaad iets losgemaakt.

Compositie, concept: Meriç Artaç
Regie, concept: Ingrid Askvik
Solisten: Maartje Goes (viool, zang, spel i.s.m. ArtEZ), Eva van der Post (spel)
Decor: Koen Steger
Artistieke begeleiding: Sylvia Stoetzer
Ontwerp: Yvo Zijlstra
Fotografie: Dionisis Christofilogiannis
Zonderland is een diamonds productie van de Diamantfabriek
Meer info en kaarten via deze link

Posted in music, news | Tagged , , , , | Leave a comment

Otto Ketting: prachtkleuren in The Curious Music that I Hear

Op 13 december 2012 overleed Otto Ketting (1935-2012), een van de belangrijkste Nederlandse componisten van de twintigste eeuw. Bijna precies vier jaar later brengt het AVROTROSVrijdagconcert zijn liederencyclus The Curious Music that I Hear die hij in 2006 componeerde voor het Nieuw Ensemble. Het wordt vrijdag 9 december uitgevoerd door musici uit het Radio Filharmonisch Orkest en de sopraan Ilse Eerens o.l.v. Karel Deseure.

The Curious Music that I hear werd donderdag 8 december al gepresenteerd als lunchconcert in het Muziekcentrum van de Omroep in Hilversum, voor een bomvolle zaal. Ik was erbij en maakte een reportage voor de live uitzending op Radio 4. Ik sprak hiervoor onder anderen met Gaby van Otterloo, de weduwe van Otto Ketting. Een fragment hieruit is te horen op YouTube. (Als u er niet live bij kunt zijn, kunt u het concert en mijn reportage beluisteren via deze link.)

Ketting keerde voor The Curious Music that I Hear terug naar zijn kindertijd en koos zes gedichten van de Schotse schrijver Robert Louis Stevenson. Die is bekend van spannende romans als The Strange Case of Dr. Jekyll & Mr. Hyde en Treasure Island maar toont zich in deze poëzie van een eenvoudige, haast naïeve kant die de onbevangenheid van het kind goed weet te treffen.

Ketting op zijn beurt sluit in zijn muziek voorbeeldig aan bij de teksten van Stevenson. Het eerste gedicht The Wind  opent met zacht tremolerende strijkers en een dwarrelende altfluit, die een aangenaam lentebriesje creëren. Als het kind zich verbaast over de kracht van de wind, horen we luide koperblazers.

Thea Derks + Gaby van Otterloo MCO 8-12-2016

Thea Derks + Gaby van Otterloo MCO 8-12-2016

In The Shadow omslingert een althobo als een schaduw de partij van de sopraan. Als het kind in het vierde lied mijmert over hoe het als volwassene zal  verhinderen dat anderen aan zijn speelgoed zitten, klinkt ‘stampvoetend’ koper en slagwerk. Het laatste lied, The Swing, is gezet in een wiegende zes-achtste maat – je ziet de schommel bijna voor je.

Opvallend in de bezetting zijn ook gitaar en mandoline, in de klassieke muziek ongebruikelijke tokkelinstrumenten die behoren tot het standaardinstrumentarium van het Nieuw Ensemble. Samen met celesta en harp bieden zij een licht en helder tegenwicht aan de vaak lage partijen van de overige instrumenten.

Na zijn dood in 2012 werd het wat stil rond Otto Ketting, maar de prachtkleuren die hij ons in The Curious Music that I Hear voorschotelt tonen aan hoe onterecht dat is. Moge het concert vanavond de opmaat vormen voor een Ketting-revival.

Tijdens de inleiding (9.30-20.00 uur) spreek ik met dirigent Karel Deseure. Ketting wordt geflankeerd door Wagners Vorspiel und Liebestod uit Tristan & Isolde in een bewerking van Reinbert de Leeuw en Mahlers Vierde Symfonie in een bewerking van Klaus Simon.
Meer info en kaarten via deze link

Posted in music, news | Tagged , , , , , | Leave a comment

Oudemuziekpionier Marijke Ferguson: Een leven lang oren op steeltjes

In november 2016 werd oudemuziekpionier Marijke Ferguson 89 jaar. Ze leidde dertig jaar het avontuurlijke ensemble Studio Laren en maakt al meer dan 50 jaar radio, eerst voor Radio 4 en daarna als vrijwilliger voor de Concertzender. Zondag 11 december wordt ze door dit radiostation geëerd met een publiek toegankelijke live opname van haar programma in de Openbare Bibliotheek Amsterdam.

Ik sprak Marijke Ferguson in 1995 uitgebreid over haar pionierswerk voor mijn doctoraalscriptie muziekwetenschap.

Source: Oudemuziekpionier Marijke Ferguson: Een leven lang oren op steeltjes

Posted in music, news | Tagged , , , , | Leave a comment

NL première Viola Concerto James MacMillan

Tomorrow, Friday 2 December, the British violist Lawrence Power will play the Dutch première of the acclaimed Viola Concerto James MacMillan wrote for him in 2013. He’s performing it with the Radio Filharmonic Orchestra under the baton of the young Israeli conductor Lahav Shani in the AVROTROSVrijdagconcert in TivoliVredenburg, Utrecht.

I attended a rehearsal today and made a reportage for the live broadcast on Radio 4 (8-10.30 pm). You can see and hear a filmed version on YouTube.

The Viola Concerto is a thrilling piece, full of driving rhythms, colourful instrumentations, bewitchingly fast viola figurations and an intensely touching second movement. With its slow pace, rich harmonies and soaring viola melodies it sounds almost like a hymn.

The third movement is a show-off, with the violist playing daring glissandi and humoristic ‘false notes’ at a boisterous pace, creating a cartoonesque atmosphere. Lawrence displays an impressive command of even the wildest pyrotechnics – a true ‘powerful’ violist if ever there was one. Nevertheless he also shines in the more delicate and intimate passages.

‘Consort of viols’

MacMillan harks back to the past with a ‘consort of viols’ (two violas and two cellos) that both mimic and comment on the soloist, adding an extra layer to the music. Lawrence Power: ‘This is an absolute dream piece for me, for my generation James MacMillan is the British composer, we grew up with his music. I admire him deeply for daring to write harmonic and direct music in a time when we tend to over intellectualize art.’

You can hear our talk on Friday 2 December on Radio 4  between 8-8.15 pm. I’m also doing the pre concert talk in the main hall of TivoliVredenburg, and Power will be my guest from 7.30-7.45 pm. MacMillan’s Viola Concerto is flanked by Prokofiev’s Overture on Hebrew Themes and Tchaikovsky’s Fifth Symphony. Hope to see you in TivoliVredenburg!

lawrence-power-thea-derks-mco-1-12-2016

Lawrence Power & Thea Derks, MCO Hilversum, 1 December 2016

4 -12-2016 The concert was a huge success, with an immaculate perfomance of MacMillan’s Viola Concerto by Lawrence Power, Radio Filharmonisch Orkest and Lahav Shani. The audience cheered endlessly.

Manon Tuynman, producer of AVROTROSVrijdagconcert made a picture of my pre-concert talk with Power, I used it a the thumbnail for my YouTube post above.

 

Posted in music, news | Tagged , , , , | Leave a comment

Festival voor vrouwelijke asielzoekers – bedenkelijk of emancipatoir?

Soms weet je niet wat je ergens van moet denken. Als voorvechter van vrouwelijke componisten krijg ik talloze uitnodigingen en persberichten toegestuurd. Zo ontving ik een mailing van TivoliVredenburg Utrecht over het Catching Cultures Women’s Festival dat a.s. zondag 27 november plaatsvindt in hun zaal Cloud Nine. Het persbericht rept van ‘een bijzonder festival, speciaal voor en door vrouwelijke vluchtelingen, georganiseerd op verzoek van vrouwen uit het Utrechtse asielzoekerscentrum’.

Dat laatste roept meteen al vragen op: waarom een festival speciaal voor vrouwen? Even verder lezen maar. Het eendaagse gebeuren biedt ‘een plek waar vrouwen en hun kinderen elkaar kunnen ontmoeten, samen van muziek kunnen genieten, en kunnen komen eten en dansen’. De toegang is gratis, vervoer van en naar het asielzoekerscentrum wordt geregeld en ze krijgen ook nog voor niks een diner aangeboden.

Vrouwen en kinderen als mensensoort

Vrouwen en kinderen, brrr… Het is een term die mij altijd jeuk bezorgt. In verslaggeving over oorlogen, overstromingen en andere natuurrampen lees ik steevast dat zich onder de slachtoffers ‘ook vrouwen en kinderen’ bevinden. – Alsof het leven van de een meer waard zou zijn dan dat van een ander en niet de dood van  elk mens betreurenswaardig is! Maar goed, ik wil geen azijnpisser zijn en lees door.

Deze speciale vrouwen-editie blijkt de derde in een reeks die wordt geprogrammeerd door TivoliVredenburg, orkest De Tegenwind en stichting De Vrolijkheid. Die laatste ‘organiseert met regelmaat muzikale workshops en activiteiten in het AZC. Door samen elkaars muziek te spelen inspireren Nederlanders en vluchtelingen elkaar. De festivals zijn bovendien bedoeld om de vluchtelingen muzikaal en feestelijk welkom te heten’. Tja, wie kan daar nou op tegen zijn?

Muziek verzustert

Het programma van deze vrouwen-en-kinderen-aflevering biedt zang en dans van onder andere het Catching Cultures Women Orchestra, ‘een samensmelting van blaasorkesten, een koor en ensembles van vluchtelingen’. Waaronder het internationale vrouwenkoor Mihira, dat onder leiding van Diana Todria ‘kleurrijke levensverhalen’ zingt, in de taal van hun verschillende moederlanden. ‘Al begrijp je de taal niet, je kunt wel met elkaar de betekenis voelen en samen zingen’, ronkt het persbericht.

Muziek verbroedert. Pardon, verzustert. Prachtig initiatief, toch?

Er is ook een optreden van het speciaal voor het festival samengestelde vrouwenensemble Rozana, dat arrangementen speelt van Syrische liederen. Van de zeven musici komen er vijf uit Nederland en twee uit Syrië: de zangeres Mira Alfaris en de ud-speler Nawras Altaky. Het is een vraag hoe sterk de ‘verzustering’ werkelijk is, want alle arrangementen werden gemaakt door ‘de dutchies’.

Dan is er nog de Syrisch-Nederlandse singer-songwriter Gharib, die uit Syrië vluchtte ‘nadat hij om zijn muziek was opgepakt en gemarteld’. Samen met vier Nederlandse heren brengt hij ‘mengvormen van Arabische en westerse muziek’.

Emancipatie of rolbevestiging?

Het hoe en waarom van een speciale editie voor vrouwen en kinderen blijft onduidelijk. Vooral de zinsnede ‘op verzoek van vrouwen uit het Utrechtse asielzoekerscentrum’ kriebelt. Is dit een teken van emancipatie of de zoveelste bevestiging van hun ondergeschikte maatschappelijke positie? En ai, wat doen die mannelijke musici dan op het programma? Bedreigen die niet de goede zeden van deze asielzoekende dames en hun kroost?

Zo blijft de vluchtelingenproblematiek steeds weer nieuwe vragen oproepen. Maar komaan, ik geef het Catching Cultures Women’s Festival vooralsnog het voordeel van de twijfel. Moge het een spetterende dag worden, met een hartverwarmende verzustering.

TivoliVredenburg, ZONDAG 27 NOVEMBER 2016
Catching Cultures Women’s Festival
Speciale editie voor vrouwen en kinderen
Meer info via deze link.

Posted in music, news | Tagged , , , , , , | Leave a comment

David Lang on “solitary”: ‘I made myself miserable’

From Thursday 24 through Sunday 27 November the Tenso Music Days will take place in Muziekgebouw aan ‘t IJ in Amsterdam. It’s been seven years since this ambitious choral festival took place in the Netherlands, and this edition features internationally renowned ensembles such as Cappella Amsterdam, Netherlands Chamber Choir, Polski Chór Kameralny and the Frensh chamber choir Aedes.

There are workshops, master classes and concerts that both present the canon of choral master works and new compositions by e.g. Tenso Award winner Georgi Sztjonanov and the upcoming Estonian composer Evelin Seppar. The festival will be opened on Thursday 24 November with the programme again and again, named after a composition by Grammy Award winning David Lang, whose solitary will receive its world première that evening.

Lang wrote solitary for Cappella Amsterdam, and  I will introduce it during a public talk with conductor Daniel Reusss at 4.45 pm, followed by a public rehearsal. I’ll also moderate the pre concert talk from 7.15 to 7.45 in Muziekgebouw aan ‘t IJ. Unfortunately David Lang cannot be present, so I asked him some questions on his new work.

David Lang

David Lang

What typifies you as a composer?

‘When I was young I got interested in all kinds of music, not just classical. I played jazz trombone in a big band and guitar in a garage band – I didn’t just want to do classical music. When I did eventually focus on classical music it always surprised me that it was seen as something separate from all the other types of music, that it was its own world.’

‘I would tell my friends that I was a classical musician, and they would look at me like I was from Mars. This always made me feel bad, but it also made me feel that we weren’t doing enough, as classical musicians, to advocate for the universality of the musical experience.’

‘Pretty much everything I have done for the past 30 years – composing, teaching, programming, creating Bang on a Can with my friends Michael Gordon and Julia Wolfe – has been about trying to explain to the world that all borders between musical genres are artificial and that they keep people from hearing things they really need to hear.’

Jeremiah lamenting the destruction of Jerusalem (c) Rembrandt van Rijn

Jeremiah lamenting the destruction of Jerusalem (c) Rembrandt van Rijn

How would you describe ‘solitary to a non versed audience?

‘It is a setting of the Book of Lamentations, that I’ve always been a big fan of. Ít seems to see deep inside the weaknesses of people, into the darkest places in our souls, and it is very clear about the punishments we deserve for not being better people. Some biblical texts are much softer encouragements for us to try to do better, but Lamentations is hard core.  I wanted to look closely at just how hard core it is, so I made my lyrics by compiling a list of all the horrible things that will happen to us if we don’t change ourselves, in the order that these are mentioned in the original text.’

What did you do first when you started composing it?

‘In order to write the music, and in keeping with the subject, I made myself as miserable as possible. For me the great thing about composing is that it requires a lot of time spent alone, in my studio, trying to be honest with myself about what I think and feel. I am interested in writing this music not really to entertain people, but because it is important for me, as a person, to spend time examining my own life – trying to imagine how to be a better person, and how music might help that happen.’

‘So I started with my own emotional trajectory. Then I added notes. Since the lyrics are just a list of horrible things, I started composing with the idea that all the singers would sing the list from start to finish, in the most methodical and straightforward way possible.  This became the skeleton of the piece. After that I imagined that individual singers, like individual people, might feel the power of this list at different times and could emerge, as solos, from the texture of the choir.’

In my public introduction I’ll talk to Daniel Reuss and two singers in the hope of giving you some more insight into the music. 

 

Posted in music, news | Tagged , , , , , , , , , | 1 Comment

Meeslepende Jephta van Händel bij De Nationale Opera

De nieuwe productie van het oratorium Jephta van Händel bij De Nationale Opera is prachtig. Decors, kostuums, enscenering en uitvoering: allemaal top. Na afloop van de première woensdag 9 november kregen uitvoerders en productieteam dan ook een welverdiende ovatie van een uitverkochte Stopera.

De Oostenrijkse sopraan Anna Prohaska is in haar element en zingt met haar tintelfrisse sopraanstem moeiteloos Händels uiterst virtuoze partijen. Volstrekt naturel is zij in haar bakvisliefde voor Hamor, de al even….

Source: Meeslepende Jephta van Händel bij De Nationale Opera

Posted in music, news, review | Tagged , , , , , | Leave a comment

Vanessa Lann zooms in on Hieronymus Bosch in ‘Big Picture’

The new music festival November Music that runs from 4-13 November will dedicate its last day to an ambitious ‘art music route’ through the beautiful city of Den Bosch. From 12 am to 6 pm short concerts are staged at various locations, where some of them are performed three times. Thus you get several opportunities to hear the pieces of your choice.

In my 5 tips for the festival I already included two of these events, but here’s one more: Big Picture by the American-Dutch composer Vanessa Lann. It was written in January 2016 for the Storioni Festival and is inspired by the triptych Garden of Earthly Delights by Hieronymus Bosch. Bosch died 500 years ago and is a central figure in November Music. Big Picture will be performed by the Storioni Trio in De Toonzaal. Only once though, on Sunday 13 November at 4 pm.

Jeroen Bosch, Tuin der lusten

Garden of Earthly Delights, Hieronymus Bosch

Vanessa Lann (New York, 1968) has been a composer and pianist since the age of five and studied composition with composers such as Ruth Schonthal, Earl Kim and Louis Andriessen. In 1990 she moved to the Netherlands.

Limited amount of material

Lann likes to compose for specific performers, and builds her compositions from a limited amount of material. She creates clear, often circular structures, in which (varied) repetition plays an important role. ‘The listener has an experience of starting off in a world that doesn’t yet make sense’, she says. ‘But through the use of repetitive elements, or an increased density of the instrumentation or number of notes, he or she gradually comes to an understanding of what role a seemingly meaningless detail plays in the entire set-up of the piece.’

Background versus foreground

Lann likes to play with our expectations: ‘I’m interested in the path a listener follows, and in the dichotomy between background and foreground. This is rooted in my fascination for time and repetition. Often we concentrate on what draws our immediate attention, missing the things that are going on at a different level. How do we appreciate music when we hear it once, twice, three times or even more? At what point do we realize that what at first seemed to be the background, may well have been the core of the composition?

Storioni Trio (c) Studio 305

Storioni Trio (c) Studio 305

Big Picture

Big Picture was a commission for the 20th jubilee of the Dutch Storioni Trio, that premièred it during their Storioni Festival in January 2016. For what was to be her first piano trio, Lann enthusiastically embraced their request to reflect on Bosch’s hellish representation of the garden of Eden. ‘There are so many repeated images in the Bosch triptych that I’ve attempted to repeat elements in the three main movements of the piece’, she said in an interview.

In Big Picture Bosch’s triptych opens itself up to the viewer/listener as it were, first displaying the overall picture that’s replete with naked people, water, outlandish animals and hellish creatures in multiple repetitions. The composer was fascinated by the question whether we focus on the details, or rather on the ‘big picture’, in other words: what is the foreground, what the background?

Vanessa Lann (r) interviews Anna Korsun, Gaudeamus Music Week 2014

Vanessa Lann (r) interviews Anna Korsun, Gaudeamus Music Week 2014

Instruments become part of a bigger picture

In an interview with The Strad the composer explained how she translated this into music: ‘In the first movement, the violin serves as a background element, playing with mute, without vibrato and with slow patterns in a soft dynamics. When the same exact notes return later, the violinist is in the foreground, playing with much vibrato and a much louder dynamics. Throughout the piece the cello echoes the lines of the violin yet it sounds different as the cello has another timbre. It brings up the question of what on one instrument sounds heavenly can simply be hellish on another.’

‘The audience will find some of the repeated patterns as strange as the images in Bosch’s painting. Yet, once the piece nears completion all of the musical gestures make sense. They grant a role to the listener to see what he or she notices just like different people pick up on different things when looking at a visual image. The musical juxtaposition between foreground and background gives each instrument the chance to become part of a “bigger” picture.’

After its première The Strad concluded: ‘The boundaries between visual arts and music are indiscernible.’ You can check out for yourself on Sunday 13 November at 4 pm in De Toonzaal, Den Bosch.

Posted in music, news | Tagged , , , , , , | 2 Comments

3e Strijkkwartet Bruno Mantovani: hartverscheurend intiem

Bruno Mantovani (Châtillon, 1974) schrijft net zo lief lyrische melodieën als dissonante toonclusters en jazzy akkoorden gekruid met een snufje microtonaliteit. Zaterdag 19 november speelt het Duitse Signum Quartett de Nederlandse première van zijn Derde Strijkkwartet in Muziekgebouw aan ’t IJ. Ik sprak met de altviolist Xandi van Dijk.

Waarom vroeg je Mantovani een stuk voor jullie te componeren?

Ik hoorde Tabea Zimmermann en Antoine Tamestit zijn Concert voor twee altviolen uitvoeren met het WDR Symfonieorkest. Hij had het speciaal voor hen gecomponeerd en ik werd van mijn sokken geblazen door de energie en de explosie van kleuren. Ik wist onmiddellijk: ik wil een stuk voor ons kwartet.

Waren jullie betrokken bij het compositieproces?

Nee, maar we hebben wel met hem gerepeteerd. Dat was op de dag voor de première in januari. Het was heel prettig en nuttig met hem te weken. Nodig ook, want toen we de partituur eind 2015 kregen was meteen duidelijk dat we er veel tijd in zouden moeten steken. Het strijkkwartet is behoorlijk virtuoos, zowel voor elke speler afzonderlijk als voor het kwartet als geheel.

Bruno Mantovani

Bruno Mantovani

Er zitten verraderlijke passages in, bijvoorbeeld als we in een razend tempo verschillende toonladders door elkaar heen moeten spelen met een continu wisselende dynamiek. En meteen al aan het begin zit een ultraluide tremolopassage met kwarttoonwendingen.

Hier was het bijzonder praktisch met Bruno te kunnen overleggen over wat voor soort klank hij in gedachten had. We experimenteerden met het materiaal en speelden hem verschillende mogelijkheden voor. Bijvoorbeeld door de tremoli in een andere snelheid uit te voeren, de balans te variëren en andere soorten Schwung uit te proberen.

Hoe zou je het kwartet beschrijven aan een niet-kenner?

Het zit vol levendige kleuren en wisselende intensiteiten, van uiterst snel en energiek tot heel rustig en teer. De klankdichtheid varieert enorm en die verschillende texturen zijn opgebouwd vanuit een blokachtige structuur. Iemand die het voor het eerst hoort kan daarom de basisvorm meteen onderscheiden.

Er zijn ook terugkerende cadensen en Mantovani ontwikkelt motieven uit de ene sectie verder in de volgende. Dat geeft houvast. Herkenbaar zijn ook de passages met arpeggio’s waarin we de strijkstok op de snaren laten stuiteren. Bovendien heeft het stuk een bijna tastbare opwinding en spanning. Door dit alles krijgt de luisteraar een aangename ervaring.

Wat is het bijzondere aan werken met een levende componist?

Daar zijn zoveel leuke kanten aan! Je krijgt inzicht in een creatieve geest, ziet wat belangrijk voor ze is, wat de dramaturgie is van een stuk, welke kleuren ze graag willen horen. Je leert ook dat er erg verschillende manieren zijn om een partituur te lezen en interpreteren. Bijvoorbeeld welke klanken ze in gedachten hebben bij een bepaalde notatie – dat varieert namelijk enorm van componist tot componist. Dit alles draagt sterk bij aan je eigen ontwikkeling als musicus en als ensemble.

Franz Schubert

Franz Schubert

Jullie combineren Mantovani’s kwartet met het 15e Strijkkwartet van Schubert en met iinyembezi van Péter Louis van Dijk, wat is het verband?

Het zijn drie totaal verschillende werken. Toch zijn er wat oppervlakkige overeenkomsten, zoals het gebruik van tremoli, snelle ritmische motieven en een opbouw in blokken. Nooit eerder heeft een componist zo glorieus gebruik gemaakt van tremolotexturen als Schubert in zijn G-majeur Kwartet!

Ondanks de verschillen in lengte – Van Dijk duurt 17 minuten, Mantovani 23 en Schubert meer dan 50 – heeft elk stuk iets monumentaals en existentieels. Van Dijks iinyembezi (‘tranen’ in de Zuid-Afrikaanse Xhosa-taal) is een eendelig kwartet in een vrije variatievorm. Het is geïnspireerd op Lachrimae antiqua van John Dowland en klinkt soms elegisch, soms furieus.

Het Derde Strijkkwartet van Mantovani heeft ook maar een deel en werkt met vergelijkbare compositietechnieken, maar het muzikale materiaal zelf is heel anders. Schuberts Kwartet in G-majeur is zo’n beetje het meest monumentale wat je je kunt wensen, zowel structureel als emotioneel. Wat de drie composities verder delen is een hartverscheurende intimiteit en breekbaarheid.

Meer info via deze link.
Dit interview is een ingekorte versie van een artikel op Cultuurpers

 

 

 

Posted in music, news | Tagged , , , , , | Leave a comment

De 5 concerten die je niet wilt missen op November Music

Van vrijdag 4 tot en met zondag 13 november maakt November Music Den Bosch tot het bruisende epicentrum van een scala aan avontuurlijke concerten, vaak gepresenteerd op bijzondere locaties. Net als het Storionifestival eerder dit jaar besteedt ook het nieuwemuziekfestival aandacht aan de vijfhonderdste sterfdag van Jeroen Bosch. Hier mijn vijf tips voor concerten die je niet wilt missen.

Detlev Glanert: Bosch Requiem

De imposante St. Janskathedraal vormt het decor van een gloednieuwe dodenmis, het Bosch Requiem van de Duitse componist Detlev Glanert. Hij is een van de huiscomponisten van het Koninklijk Concertgebouworkest en is gefascineerd door onze minder fraaie zielenroerselen. Hij werd vooral bekend als operacomponist en oogstte veel lof voor zijn opera Caligula, die de nadagen van de Romeinse keizer belicht. De onderhuidse dreiging en imposante orkestratie herinneren aan de opera Elektra van Richard Strauss.

Detlev Glanert

Glanert vindt dat wij ons vaak als beesten gedragen en zoomt in zijn composities graag in op die dierlijke drijfveren, zoals bijvoorbeeld in zijn succesvolle orkestwerk Theatrum Bestiarium. Deze overtuiging past ook uitstekend bij de bizarre schilderijen van Jeroen Bosch.

In zijn Bosch Requiem duikt de componist diep in de duistere ziel van de Brabantse schilder, waarbij hij inspiratie put uit de reguliere teksten van de requiemmis en de Carmina Burana. Het Koninklijk Concertgebouworkest en het Groot Omroepkoor worden geleid door de Duitse dirigent Markus Stenz, die ook tekende voor de cd-opname van Caligula.

Joël Bons: Nomaden

Sinds jaar en dag brengt Joël Bons als artistiek leider van het Nieuw Ensemble en oprichter van het Atlas Ensemble musici uit Oost en West bij elkaar. Tijdens de afgelopen Cello Biënnale gooide hij hoge ogen met zijn speciaal voor het Atlas Ensemble gecomponeerde Nomaden. Deze ambitieuze, een uur durende compositie is gezet voor een combinatie van Aziatische en Westerse instrumenten.

Zo klinkt de duduk, een Armeens dubbelrietinstrument, naast de klassieke hobo en wordt de erhu, een tweesnarige Chinese vedel, gecombineerd met viool, altviool, contrabas en strijkinstrumenten uit India, Turkije en Azerbeidzjaan. Wie vreest voor Hollywoodachtige muziekjes vol clichématige couleur locale krijgt ongelijk. Bons slaagt erin al die verschillende kleuren tot een samenhangend geheel te weven.

Atlas Ensemble (fotocredit Atlas Ensemble)

Atlas Ensemble (fotocredit Atlas Ensemble)

Critici en publiek reageerden onverkort enthousiast. Het Parool rept van ‘het even enerverende als ontroerende Nomaden van Joël Bons’ en noemt het een ‘meesterwerk’. De Volkskrant roemt de manier waarop de componist ‘een uur lang de mogelijkheden verkent van het achttienkoppige Atlas Ensemble, dat zich bedient van instrumenten uit alle windstreken. (…) De trefzekerheid van Bons visioen en het fenomenale spel van de musici maken Nomaden tot een belevenis van de eerste orde’.

Geen hel, maar een hemel op aarde dus. De uitvoering tijdens November Music is overigens hoogstwaarschijnlijk de laatste mogelijkheid dit stuk te horen, want het Atlas Ensemble krijgt met ingang van 2017 geen subsidie meer.

Dimitri Verhulst & Vasco Mendonça: Bosch Beach

De Vlaamse auteur Dimitri Verhulst en de Portugese componist Vasco Mendonça kijken door de ogen van Jeroen Bosch naar onze huidige wereld. Uitgangspunt is het idee van de hel op aarde: hoe ziet die er vandaag de dag uit? Welke plek is nu het ‘Valse Paradijs’?

Zij plaatsen twee mannen en een vrouw zonnebadend op het strand van Lampedusa terwijl de vluchtelingen aanspoelen. De vakantiegangers sluiten hun ogen voor hun omgeving en leven in een cocon van vermaak en seks, overgoten met alcohol. Zij verleiden elkaar, sturen briefkaarten met de gekende clichés en drinken cocktails tot diep in de nacht.

Bosch Beach (fotocredit Muziektheater Lod)

Bosch Beach (fotocredit Muziektheater Lod)

In Bosch Beach spelen Verhulst, Mendonça en regisseur Kris Verdonck met de ambiguïteit van dit paradijselijke oord en de onmogelijke schuldvragen die het met zich meebrengt. De vluchtelingenstromen houden ons immers een spiegel voor en doen een moreel appel op ons geweten. Gaat onze levensstijl niet ten koste van de levenskwaliteit en stabiliteit op andere continenten? En zo ja, zijn wij daar als individu verantwoordelijk voor?

Een antwoord geven de makers niet, wel prikken zij de schijnwereld van het drietal door met vervreemdende elementen, zodat het valse paradijs van de resorts en de Bosche hel op aarde naadloos met elkaar vervloeien. De pers was enthousiast. De Standaard noteerde dat ‘Dimitri Verhulsts vuilbekkende libretto vervreemdend clasht met de sublieme zanglijnen’. Knack Focus schreef: ‘Heineken, kutjes en memmen: met Bosch Beach voegt Dimitri Verhulst venijnig volkse woorden toe aan het operarepertoire.’

De Frankfurter Rundschau looft ook de uitvoerders: ‘Muzikaal was Bosch Beach van topniveau: het Asko|Schönberg, onder leiding van Etienne Siebens, bevestigde zijn reputatie als Nederlands topensemble voor nieuwe muziek, dat zich neerzet in de vorm van Mendonça’s duistere, ingetogen en vaak smartelijke toon. De stemmen van de drie acteurs waren ronduit briljant. De extreem heldere en slanke contratenor Rodrigo Ferreira, de zachte en rustig gerekte frasering van de sopraan Marion Tassou en de markante maar toch steeds lichte bariton van Damien Pass waren grandioos.’

Aspasia Nasopoulou: Ten Dipoles

De Grieks-Nederlandse Aspasia Nasopoulou (1972) componeerde tien muzikale miniaturen voor zesentwintig verschillende blokfluiten. Het wordt uitgevoerd door blokfluitkwintet Seldom Sene, waarvoor zij eerder het succesvolle Lelia doura componeerde. Nasopoulou baseerde zich in haar nieuwe stuk op de voor-Aristotelische theorie van ‘dipolen’ die als basisprincipes gelden van alle elementen.

Thea Derks en Seldom Sene tijdens inleiding in TivoliVredenburg 19-2-2016

Thea Derks en Seldom Sene tijdens inleiding in TivoliVredenburg 19-2-2016

Tegen een decor van bewegende en trillende automaten moet het kwintet laveren tussen dipolen als goed/slecht, gewoon/vreemd, vrouwelijk/mannelijk, stilstand/beweging, licht/duister en vierkant/rechthoekig. De blokfluitisten worden aangevuld en uitgedaagd door Vijf Vrije Aerofonen, windinstrumenten die speciaal voor dit stuk zijn ontwikkeld door klankkunstenaar Horst Rickels en vormgever Ernst Dullemond.

Nasopoulou heeft een poëtische en expressieve ontwikkeld. In 2014 klonk in November Music al Nachtwerk, waarin zij muzikaal reflecteert op gedichten van Micha Hamel. Ik schreef hierover: ‘Het is knap hoe de componist de vier strijkers naadloos aan laat sluiten bij de declamatie van Hamel. Met subtiele muzikale gebaren onderstreept zij een woord, een onderliggende betekenis, zonder daarbij ooit de spreker te overstemmen.’

Aart Strootman en Marco Mlynek: Hemelse Hel

Net als Glanert en Mendonca lieten de gitarist/componist Aart Strootman en de pianist/componist Marco Mlynek  zich door Jeroen Bosch inspireren. Zij namen de muzikantenhel uit het bekende paneel Tuin der lusten als letterlijk uitgangspunt. Hierop worden mensen geplet, gemarteld en gekruisigd door een gigantische harpluit en dito draailier. Strootman en Mlynek vroegen zich af hoe deze fantasie-instrumenten zouden klinken, bouwden ze na en schreven er elk een compositie voor.

Storioni Trio met draailier (foto Mike Roelofs)

Storioni Trio met draailier (foto Mike Roelofs)

Hemelse Hel betrof een opdracht van het Storionifestival, en ging afgelopen januari in première. Violist Wouter Vossen vertelde me destijds: ‘De instrumenten zijn prachtig en de draailier is fantastisch: hij is twee meter hoog en wordt aangedreven door drie elektromotoren. Normaal draai je zelf met je hand, maar daarvoor is het veel te zwaar. Marco moet op een trapje klimmen om het te kunnen bespelen. Het komt dichtbij wat je je voorstelt bij hoe de hel kan klinken, het heeft een penetrante, onaangename klank.’

‘De harplier daarentegen is juist hemels. Die is zeer knap gemaakt, want het is eigenlijk een onmogelijk instrument, ontsproten aan de fantasie van Jeroen Bosch. Het heeft een bescheiden volume en spreekt tot de verbeelding, zoals bijvoorbeeld het engeltje met de harp. Het klinkt mooi en lieflijk en wordt door Aart Strootman zelf bespeeld.’ Tijdens het concert in de Frits Philipszaal bleek de draailier inderdaad een overdonderend geluid te produceren, terwijl het de etherische harpluit mooi mengt met de strijkers van het Storioni Trio.

Gaat dat zien, gaat dat horen!

 

Posted in music, news | Tagged , , , , , , , , , , , | 1 Comment

Louis Andriessen over De Staat: ‘Politici zijn dom’

In 1976 componeerde Louis Andriessen (1939) zijn baanbrekende compositie De Staat, gebaseerd op teksten van Plato. Deze nietsontziende explosie van klank betekende zijn internationale doorbraak en geldt nog altijd als een icoon van de nieuwe muziek.

Op zondag 6 november 2016 brengen I Solisti del Vento, het Schotse Red Note Ensemble en het Noorse vocaal ensemble Song Circus De Staat tijdens het festival November Music. Ik vroeg Andriessen acht jaar geleden hoe hij tegenover zijn stuk stond en zijn antwoorden blijken anno 2016 nog verrassend actueel.

In 1976 concludeerde je ietwat teleurgesteld dat muziek, anders dan Plato meende, niet staatsgevaarlijk is, hoe denk je daar nu over?

Die tekst van Plato was natuurlijk gebaseerd op een misvatting en mijn reactie daarop was in wezen paradoxaal: jammer dat Plato ongelijk heeft. Maar ik vrees dat ik die constatering nu nog waarder vind dan toen.

Toch waren en zijn er staten die muziek verbieden.

Ja, maar dan gaat het meestal om de context waarin zij gespeeld wordt, of over een tekst. Plato ging echt in op de muziek zelf, maar onze huidige politici zijn dom en kunnen geen noten lezen. Krzysztof Penderecki schreef eind jaren vijftig het stuk 8’37, dat weliswaar niet verboden werd, maar geboycot werd door de staatsensembles.

Korte tijd later presenteerde hij Klaagzang voor de slachtoffers van Hiroshima, dat door politici bejubeld werd vanwege zijn tragische zeggingskracht. -Terwijl wij allemaal weten dat het om hetzelfde stuk ging.

In de jaren 1960-70 was muziek vaak politiek gemotiveerd, dat zie je nauwelijks nog.

De muziekgeschiedenis beweegt in golven, zoals ook politieke en maatschappelijke ontwikkelingen. De bloeiende ensemblecultuur in Nederland wortelt in onze acties van toen en is nog altijd uniek in de wereld. Helaas regeren er nu yuppenpolitici, die denken dat de staat geen enkele verantwoordelijkheid heeft, zodat treinen niet op tijd rijden, het verkeer vastloopt en de zorg een ramp is.

Het is de algemene trend onder vijfendertigplussers: zorg dat je eigen bedje gespreid is. Politici zijn alleen geïnteresseerd in het werven van zoveel mogelijk stemmen, maar ik verwacht dat hun kinderen een reactie zullen leveren.

Die gaan iets vergelijkbaars doen als wat wij in de jaren zestig-zeventig deden, wat weer een variant was op de gebeurtenissen in de jaren twintig, toen de kunsten wetten doorbraken. Dat er nu weinig opzienbarends gebeurt, komt doordat onze tijd nog altijd een reactie vormt op de jaren zestig.

Destijds was er een enorme belangstelling voor moderne muziek, nu lijkt deze uit het publieke domein gebannen.

Rond 1880 draaide alles om muziek, dat was wat nu de beeldcultuur is geworden. De hipheid van film en televisie is nog lang niet voorbij, want we vallen nog altijd achterover van het bewegende beeld. Vroeger ging je naar een concert om te luisteren naar muziek, of je speelde zelf thuis piano.

Overigens ageert men wel heftig tegen het hedendaagse componeren, maar horrorfilms zitten vol clusters en andere moderniteiten, waar niemand zich aan stoort. Het beeld heeft een enorme impact gehad op onze kunstbeleving.

Vroeger wilde je Jan-met-de-pet bereiken. Nu lijkt Jan – inmiddels zonder pet – aan de macht te zijn.

Nou, Jan-zonder-pet heeft het juist heel moeilijk, want hij wordt gebombardeerd met het terrorisme van het entertainment. Ik vind niet dat we aan ons eigen succes bezweken zijn, want er zijn nog altijd mensen die wél eigen keuzes willen maken, ook al valt er weinig te kiezen. Anderzijds is er op muziekgebied nooit zoveel mogelijk geweest als de laatste jaren.

Kijk naar de programmering van het Muziekgebouw voor het komende seizoen, daar staat een voorbeeldige donderdagavondserie van dertig concerten met uitsluitend moderne muziek. Ik reis veel, maar dit is in Londen, Parijs of New York ondenkbaar. Mijn generatie heeft gezorgd dat dit alles mogelijk is.

Er wordt nu weliswaar weer veel afgebroken, maar de huidige kinderen zullen daar te zijner tijd beslist op reageren. Dat kan nog mensenlevens gaan kosten, want reacties zijn altijd heftig. Maar gelukkig ben ik dan allang dood.

Dit interview verscheen in 2008 in het cd-boekje bij een opname van De Staat door het Nederlands Blazers Ensemble, dat in 1976 ook de wereldpremière verzorgde.

Posted in music, news | Tagged , , , , , , , | 1 Comment

Wordt collectie omroepbibliotheek gered?

Vandaag antwoord uit Den Haag! Maakt muziekbibliotheek vd Omroep doorstart? @WIBV @Muziekschatten

Contemporary Classical - Thea Derks

Hilversum, 1-5-2013 – Op de dag van de Arbeid besteedde het VARA programma De Gids aandacht aan de nakende opheffing van de bibliotheek van de omroep, waardoor zo’n tien hooggespecialiseerde en toegewijde medewerkers hun baan verliezen. Hoewel dit immense en unieke archief, dat zo’n vijf kilometer aan partituren, partijen en boeken herbergt, voor een half miljoen euro overeind kan worden gehouden, wordt het toch per 1 augustus opgedoekt.

Ik heb er al veel over geschreven: cultuur en geletterdheid zijn uit, getuige ook een Koningslied vol taalfouten waarmee wij de inhuldiging van Willem-Alexander meenden te moeten bezingen. In heel ons land worden ensembles, orkesten, schouwburgen, muziekscholen, bibliotheken en balletgezelschappen opgeheven. Er zou niet langer geld zijn om deze in stand te houden. – Tegelijkertijd worden er voortdurend  miljoenenbonussen uitgekeerd aan falende bestuurders, dus hoe steekhoudend is dat argument?

Ons land wordt geplaagd door een patjepeeërsmentaliteit, waarin niet alleen de man-in-de-straat, maar…

View original post 106 more words

Posted in archive, music, news | Tagged , | 2 Comments

The News van JacobTV: genadeloze satire op dagelijks nieuws

Het nieuws: vandaag is het hot, morgen wordt de vis erin verpakt. In zijn video-opera The News geeft Jacob ter Veldhuis/JacobTV het een tweede leven door het in een nieuwe context te plaatsen. Op 8 november, de dag van de Amerikaanse verkiezingen wordt zijn immer actuele opera uitgevoerd in het festival November Music in Den Bosch.

Ik verwacht een genadeloze satire op de ontluisterende strijd tussen Hillary Clinton en Donald Trump. In 2014 schreef ik voor Cultuurpers over de productie van De Nationale Reisopera en het Nederlands Blazers Ensemble:

Source: Van verpakking voor vis tot opera: The News van JacobTV

 

 

 

Posted in music, news | Tagged , , , , , , , | Leave a comment

Composer Lera Auerbach on 72 Angels: ‘The sounds decide’

Since the Russian-American Lera Auerbach (Chelyabinsk, 1973) made her debut in Carnegie Hall in 2002, her career has soared. She played her own Suite for piano, violin and orchestra with Gidon Kremer and his Kremerata Baltica, and performed in prestigious halls in both East and West.

Auerbach won numerous awards and has made a name for herself with large-scale works. An early success was her ballet The Little Mermaid, which she created with the choreographer John Neubauer for the Royal Danish Ballet in 2005.

She wrote many concertos and other orchestral works, composed two opera’s, three requiems, and was highly lauded for the oratorio Praise of Peace that she wrote for the Verbier Festival in 2013. Her music has a transcendental quality that speaks to the heart.

On 3 November 2016 the Netherlands Chamber Choir and Raschèr Saxophone Quartet will première her latest work: 72 Angels, in splendore lucis in Muziekgebouw aan ‘t IJ Amsterdam. She based this expansive work on the Hebrew names of the angels, as derived from the book of Exodus. This composition is very important to her, and she has been reluctant to talk about it in public. For this one occasion she agreed to make an exception:

Nederlands Kamerkoor (c) Schreurs

Nederlands Kamerkoor (c) Schreurs

Composer in the shadow

In general, I am avoiding giving interviews. I feel that a composer needs to remain in the shadows in order not to betray his or her work. This is especially important with 72 Angels, given its unusual nature. I would appreciate for you to mention this, since I have declined all other interviews about this work. I am making an exception in your case because of our connection from the past and because I felt that your questions were not intrusive in an unwelcoming way.’*

When and why did you decide to write a work on 72 angels?

The concept for this work preoccupied me for over twenty years. I envisioned it as a choral piece from the start but decided to include a saxophone quartet after my first collaboration with the Raschèr Saxophone Quartet. They premièred my Gallows Songs in 2013 together with the women of the WDR Radio Choir.

I feel the sound of the saxophone is limitless in colour and expression. It can roar like a wild animal and sound like a shofar. Four of them together may evoke the sound of powerful trumpets, delicate woodwinds or even of a mystical glass harmonica.

How have you shaped your composition?

In essence, 72 Angels is a long, intense prayer, full of passion and hope. It is structured in the form of 72 prelude-evocations and an epilogue: ‘Amen’. There is no text other than the names of the angels, which I derived through an arcane interpretation of Exodus 14:19-21. Each prelude is a meditation on one name. Every angel is different and has his own personality both spiritually and musically.

The 72 preludes are interconnected, and performed without pauses, creating a whole continuous composition of some 80 minutes, rather than 72 separate short pieces. Structurally, the work divides into two parts at Prelude 36 and in three sections at preludes 24 and 48, representing unity and division: Two in One (Duality) and Three in One (Trinity.) At these demarcation points, all of the previously introduced names of angels are recited.

The piece concludes with ‘Amen’, a quiet postlude-meditation. It is the coda of the work and is built upon the overtone series, which is the origin of all sound.

Raschère Saxophone Quartet

Raschèr Saxophone Quartet

How do the saxophone quartet and the choir interact?

Sometimes the quartet leads the choir, at other times it blends and supports it, or is in dialogue with the voices. The interaction between the four players themselves is comparable to that in a string quartet. The sounds decide what happens musically, I just follow.

In your score you write that ‘a saxophone quartet can ignite the fire while transcending its burn.’ How are we to understand this?

Worthwhile art, be it music or literature or painting, leaves burning marks in our memory. It cannot be forgotten, it ignites passion, reaches the deepest roots and helps to transcend limitations. A saxophone quartet, with its wide range of colour and dynamics, is capable of inspiring this. 

Are all angels good spirits in your view? Or are there also dark angels, fiery angels, perhaps even frightening ones?

As with my Requiem – Ode to Peace, the intent for 72 Angels is to focus on that which is shared among different cultures in their religious, spiritual, esoteric and mythological traditions. I wish to put emphasis on that which unites us through shared connections. These 72 evocations celebrate all angels in all their multi-faceted variations.

Of course anything in excess becomes its opposite. Shadows are caused by light. I am a writer, I believe in the power of words. Since I am also a composer, I believe in the power of words as sounds, in the power of music. Music can bypass consciousness and the limitations of the language, it can move us through emotion and emphasise that which makes us human.  

Is your new work closer to Requiem – Ode to Peace or to Gallows Songs?

There is no similar work in my catalogue. It connects to the Requiem – Ode to Peace as both works stress unity among different belief systems. It connects to the Gallows Songs as it is for a choir and saxophone quartet. In all other ways, it is entirely different from them as well as from all other compositions I have written. 

My wish is for each listener and performer to embrace his or her personal interpretation of 72 Angels. 

* We discussed her development and music extensively for Radio 4, the Dutch classical radio station in 2011. The Dutch Radio Chamber Philharmonic Orchestra performed her Serenade for a Melancholic Sea.

 72 Angels, in splendore lucis; Dutch Chamber Choir and Raschèr Saxophone Quartet under the baton of Peter Dijkstra. For playlist click here.

With Lera Auerbach after world première 72 Angels in Muziekgebouw aan 't IJ, 3 November 2016

With Lera Auerbach after world première 72 Angels in Muziekgebouw aan ‘t IJ, 3 November 2016

Posted in music, news | Tagged , , , , , | 1 Comment

Cello Biënnale glanst door kermende glissandi en fluisterend geestenkoor

Tijdens de zesde editie van de Cello Biënnale is het Muziekgebouw aan ’t IJ een bruisende place to be. …

Hoogtepunt van het concert van Cappella Amsterdam op dinsdag 25 oktober is Fuoco Celeste van de Letse Santa Ratniece. Knisperende flageoletten…

Source: Cello Biënnale glanst door kermende glissandi en fluisterend geestenkoor

Posted in music, news | Tagged , , , , | Leave a comment

Zinderende muziek op nieuwe cd Calliope Tsoupaki

De Grieks-Nederlandse Calliope Tsoupaki (1963) rijgt het ene prachtstuk aan het andere. Onlangs verscheen de cd Triptychon op het Duitse label Cybele, met een triptiek voor strijkkwartet – in het tweede deel aangevuld met klarinet.

Elk deel van het drieluik heeft een eigen titel en sfeer, maar ze vormen samen een samenhangend en meeslepend geheel. Lees mijn recensie op Cultuurpers:

Source: Zinderende muziek op nieuwe cd Calliope Tsoupaki

Posted in music, review | Tagged , , , , | Leave a comment

Marco Beasley: ‘Dancing the tarantella helped to vent suppressed sexuality’

The Italian tenor Marco Beasley opened the new season of the Festival of Early Music on 15 October in Maastricht, with his programme Le strade del cuore (The ways of the heart). Together with Stefano Rocco (arch lute and baroque guitar) and Fabio Accurso (lute) he presents a selection of frottole and tarantelle from Renaissance Italy.

The frottola was developed at the court of Isabella D’Este in Mantua by composers such as Marco Cara and Bartolomeo Tromboncino, the tarantella is a folk dance from the South of Italy. Beasley and his musicians mix courtly and folk traditions without much ado and to great effect. The audience love their lively interpretations in which they effortlessly blur the boundaries between ‘high’ and ‘low’ culture.

Courtly and folk traditions mix

I had the honour to conduct a pre-concert talk with Beasley on Tuesday 18 October in TivoliVredenburg, Utrecht. ‘The difference between court and folk music is not as big as is often supposed’, he says. ‘Composers employed by the courts were in contact with people from the lower classes and were inspired by their music.’

Asked about the main difference between a frottola and a tarantella, he replied surprisingly that ‘the frottola is not a musical genre, it’s poetry set to music. The text is all important and deals with love in all its appearances, it is therefore necessary to make each word clearly understood. The score often just contains a bass and a melody line,  the rest is left to the interpretation of the musicians.’

Thea Derks & Marco Beasley, TivoliVredenburg 18 October 2016

Thea Derks & Marco Beasley, TivoliVredenburg 18 October 2016

Suppressed sexuality

The tarantella puts more emphasis on the rhythm: ‘It was a wild dance that lasted up to 24 hours. Officially it served to undo the effects of the poisonous sting of a tarantula spider, that was thought to be lethal. Yet there’s another, rather tragic side to this tradition, which is mainly associated with young girls.’

‘You must know women had a very tough life. They had to work from morning till night, were held in low esteem, and were often married off at a very young age to a man they didn’t love. The only chance for them to vent their suppressed sexual feelings was when they were able to toss & shake wildly to the exciting sounds of the tarantella.’

Writing by hand to concentrate

Beasley also carried a little notebook, which he showed to the audience. ‘In this I write all the poems of the programmes I bring. Nowadays we are so preoccupied with our smartphones, social media etcetera, that we forget to take the time to contemplate. By forcing myself to write down the texts by hand, I come closer to their intention. I write with a fountain pen, the titles in red, the rest in black ink.’

During the performance Beasley introduced each song with a lively story about a man cheated by his wife, a young girl pining away for a boy, or two lovers meeting in secret. ‘Don’t worry about mama finding out’, Beasley stressed with a sardonic grin, ‘she was young, too, and did the same thing.’

Rock band

Beasley is a marvellous performer, who breathes life into even the simplest stories. He makes us reflect about our own longings and sufferings, and perhaps even change our attitude towards people we may despise. His timing is smooth and slighly jazzy, his face shows a panoply of expressions, his body moves lithely to the swinging sounds of his two accompanists. That his voice has known better days is amply compensated by his personality.

He introduces his fellow musicians with great flair and to loud cheering: ‘We are like a rock band!’ Fabio Accurso encourages the audience to cheer even louder, Stefano Rocco acknowledges the applause with a coy smile, one leg put forward. Together they hold the stage in some purely instrumental intermezzi.

All three radiate such warmth and pleasure that is takes four encores before the audience lets them go. After the concert there is a run on the cd that has just been released. It contains the entire programme and Beasley willingly signs all the discs – though not with a fountain pen, but a simple ball-point. He’s had enough contemplation for one night.

cd-le-strade-delle-cuore

Beasley and his musicians will tour the Netherlands until Sunday 23 October. Info and tickets via this link

 

 

 

Posted in music, news | Tagged , , , , , | Leave a comment

Jean-Guihen Queyras: ‘Cello Concerto Gilbert Amy is very expressive’

From 20-29 October the Amsterdam Muziekgebouw aan ’t IJ hosts the 6th edition of the Cello Biennale. As always the programme is packed from morning till night with concerts, masterclasses, a market for cello builders and music publishers, and a competition for young cellists.

The opening concert on Friday 21 presents Unraveled, a new work by Composer Laureate Mayke Nas, for the four cellists of the Biennale Cello Band, Slagwerk Den Haag and the Netherlands Philharmonic Orchestra.

On Wednesday 26 October Jean-Guihen Queyras will play the Dutch première of the Cello Concerto by Gilbert Amy (1936), with the Symphony Orchestra of the Amsterdam Conservatoire. The French cellist is a great champion of Amy, who is little known in Holland. Queyras was kind enough to answer five questions after his concert in Muziekgebouw aan ‘t IJ on 13 October.

thea-jean-guihen-queras-mgij-11-2-2016

Thea Derks & Jean-Guihen Queyras Muziekgebouw aan ‘t IJ 11-2-2016

What attracts you in Amy’s Cello Concerto?

I love this concerto first of all because it’s very expressive. He composed it in 2000 when he was already a mature person, and I find that in his later works he is very free. Particularly in this piece: it sings, tells a story and has a strong rhetoric, though the form is rhapsodic.

Sometimes this is a bit puzzling, for it’s more or less divided into eight short parts which are all related, however freely. The overall quality has an absolute French flair: in the orchestration you can hear that there is a kind of inspiration, a parenthood of composers such as Ravel and Messiaen.

Amy studied with Messiaen, but also with Stockhausen, and worked together with Boulez. Do you hear their influence, too?

Yes, you can definitely hear Gilbert’s background, and again, this is what I find particularly interesting in this concerto. You can see that he worked with quite rational persons – in a time when ‘brain’ was the thing, at least in France. Directly after World War II the serialism of Boulez and Stockhausen was paramount, so there is that aspect.

But take Stockhausen: he was very rational, and yet had a very mystical side. Gilbert doesn’t have that, he is not mystical at all, but apart from the rational concept, there is a sort of quality where you may even hear some Dutilleux.

Sometimes it is almost like a solo cello piece, with mewing gulls, or softly caressing sounds. How do you see the relation between your instrument and the orchestra?

That’s again a very French thing. You have a main line, the solo line, which is quite continuous, I play almost all the time. The orchestra is very often used as a resonance body of the cello, like a prolongation of its sound. This working with resonance is really very French. It’s what Boulez does, and many other composers, I’d call this typical français.

The writing for my instrument is very classical, Gilbert doesn’t use extended techniques or other modernist playing instructions. When you see the score you’re not like: oh, my god, what’s this? The writing is absolutely ‘normal’, so in principle everyone can perform it. There is a lot of interaction with the percussion, and I love to connect with this and make my instrument sound unlike a cello. It’s a great compliment you should feel caressed by my playing.

Gilbert Amy (c) Alvaro Yanez

Gilbert Amy (c) Alvaro Yanez

You just performed the Double Concerto for Piano, Cello and ensemble by György Kurtág, are there similarities with the way Amy treats your instrument?

I would say that in the melodic line itself, there are some common things between Kurtág and Amy. The main difference however is that Kurtág will never write a ‘concerto’ in the traditional sense. The Double Concerto we just played is one of my favourite pieces in the world, but it’s not really a concerto.

As the cello and piano, the two soloists, we are very often just part of this incredible universe that you can’t define. In the case of Gilbert we’re absolutely dealing with a classical concerto in the sense that you have one major character that just goes on and on. Nothing will stop him or her, and the orchestra comments and responds, so that’s quite different.

Gilbert Amy is hardly known in the Netherlands, how about France?

Gilbert is very well-known in the French musical world, though of course mainly in the scene of new music. Obviously he didn’t become as notorious and famous as Boulez, who was ten years older.

With some hesitation I’d say that being a French composer in that time – next to Boulez – was probably the most difficult task one can imagine. Taking this into account I think he was doing, and is doing, very well. He found his own voice and that’s the most important.

Image | Posted on by | Tagged , , , , | Leave a comment

Mayke Nas Componist des vaderlands: Tien redenen om te componeren

Gisteren werd bekend dat Mayke Nas (1972) de nieuwe Componist des Vaderlands wordt, als opvolger van Willem Jeths. Een geweldige keuze, aangezien Nas een heel ander soort muziek schrijft dan Jeths en een ongekend frisse kijk heeft op het leven en op componeren.

Voor de opening van de komende Cellobiënnale componeerde ze een nieuw werk, Unraveled voor vier slagwerkers, vier cello’s en orkest, dat ook wordt uitgevoerd tijdens het festival November Music. Eerder dit jaar won ze de Kees van Baarenprijs met Down the Rabbit-Hole, dat zij componeerde voor het Koninklijk Concertgebouworkest. Ik sprak haar hierover voor Cultuurpers.

Als Componist des Vaderlands gaat Nas zich niet bezighouden met het schrijven van stukjes bij de geboorte van prinsesjes, maar wil zij zich opwerpen als ambassadeur voor de eigentijdse muziek. Met name ook de Nederlandse muziek, die volgens haar ‘te weinig gehoorde schatten’ kent, die zij onder de aandacht van het publiek wil brengen.

Geen piepknor

Moderne muziek wordt volgens Nas nog te vaak gezien als een akelige vorm van ‘piepknor’  en daar wil zij graag verandering in brengen. Zij is daartoe de aangewezen persoon, want niet alleen is zij een aanstekelijke verteller, maar ook straalt uit haar eigen werk  een enorme levenslust. Humor en ironie zijn nooit ver weg, ook al erkent ze vaak lang op een stuk te zwoegen.

Mayke Nas timmert al lang aan de weg. In 2003 interviewde ik haar voor het aan Nederlandse muziek gewijde tijdschrift Oorsprong. We spraken over haar 10 redenden om te componeren. De dertien jaar oude tekst is nog altijd actueel.

Haar muziek beweegt zich op de rand van klank en ruis, maar beukt er bij wijlen ook genadeloos op los; vaak valt er wat te lachen. Mayke Nas houdt niet van bloedige ernst, maar van speelvreugde en relativering. Ze verkent de grenzen van muziek met een tomeloze energie en verbeeldingskracht, die ook haar persoon kenmerken.

Mayke Nas (c) Maurice Haak

Mayke Nas (c) Maurice Haak

Bij wijze van biografie stuurt ze twee partituren, een cd-r en een link naar haar ‘weblog’. Daar treffen we bespiegelingen als Een puzzel waarvan de helft van de stukjes ontbreekt: dát is pas een puzzel en Sturgeon’s law: ‘90% of everything is crap’. Als illustratiemateriaal stuurt ze tien afbeeldingen van haar piano spelende handen, voorzien van even zo veel redenen om te componeren. – Die koppen we in.

  1. Tijd rekken

‘Componeren gaat over het manipuleren van tijd: hoe structureer je die. Ik ben goed in tijd rekken, kom altijd te laat (ook op onze afspraak, waardoor we de repetitie van Calefax voor Entrez! mislopen – TD). Ik ben te optimistisch. Als mensen bellen: Waar blijft je stuk? roep ik enthousiast dat het over twee dagen klaar is. Dat geloof ik echt, maar vervolgens wordt het natuurlijk toch later. Meestal heb ik composities vlak voor de première af, maar ooit heb ik verstek laten gaan bij het Schönberg Ensemble. Dat achtervolgt me nog.’

  1. Problemen zoeken

‘Ik heb collega’s gevraagd wat ze de leukste fase vinden van het componeren: het zoeken naar een idee; het vinden daarvan; het kiezen van het materiaal; de vraag hoe je dat behandelt; de crises die je doormaakt; het repetitieproces of de uiteindelijke uitvoering. Bijna iedereen noemde de initiërende fase. Ook voor mij is het zoekmoment het belangrijkste. Daan Manneke zei het zo: ‘Pas als je je probleem gevonden hebt, kun je een antwoord formuleren’.’

  1. Getallenfetisjisme

‘Als ik structuren opzet kies ik bijvoorbeeld herhalingen van 7, 9, of 11 keer, nooit 6, 8, of 10. Dat vind ik afschuwelijke getallen. Geen idee waarom, dat is volkomen irrationeel. Je bent voortdurend bezig met getalsverhoudingen, tijdsverhoudingen. Sommige wiskundige verhoudingen zijn in theorie wonderschoon, maar slaan dood als je ze doortrekt naar muziek.

Dus als ik een strenge getalsmatige reeks ontwerp fungeert die slechts als leidraad; ik laat me altijd leiden door mijn oren.’

  1. Krankzinnigheid

‘Je moet wel gek zijn om te willen componeren. Toen ik begon aan Enkele reis slaapkamer voor klavecimbel solo, dacht ik: Dat schrijf ik even. Maar ik heb er zes weken dag en nacht aan gewerkt. Dat is weer mijn optimisme. Ik denk: Kom, ik schrijf er wat tekstjes bij; ik vraag die om een filmpje, ik maak nog even een reeks interactieve geluiden… Een gezond mens zou op een gegeven moment stoppen, maar ik ga door.’

  1. Belofte

‘Een belangrijk drijfveer bij het componeren is de belofte die ik iemand gedaan heb om een stuk te leveren. Het gaat niet om iets dat ik mezelf beloof. Natuurlijk maak ik soms iets op eigen initiatief, zoals Digit # 2 voor piano vierhandig, maar mijn output wordt grotendeels bepaald door de vraag. Ik vind het verschrikkelijk mensen teleur te stellen, want ik koester het persoonlijke contact dat zo’n compositieopdracht met zich meebrengt.’

  1. Dwangneurose

‘Dat betreft die enorme scheppingsdrift. Dat je nachtenlang doorwerkt omdat je nu dat idee wilt uitwerken. Als ik niet creëer – dat hoeft niet per se een compositie te zijn, het kan ook film of tekst betreffen – voel ik me verloren. Soms vraag ik me af of het nuttig is wat ik doe, maar ik ben er tegelijkertijd van overtuigd dat kunst je beter maakt: zij helpt je verwachtingspatronen doorbreken. Dat werkt door op het sociale vlak.’

  1. Seks, drank & gebakken ganzenlever

‘Ik doe niet aan drugs, wel aan drank en ik houd van lekker eten. Componeren is voor mij sterk gekoppeld aan lijfelijke lol: tijdens etentjes maak je afspraken met musici en na een concert hang je samen in de kroeg. Je krijgt een enorm sterke band, want je moet gezamenlijk allerlei problemen oplossen. Daarom moet er naast het harde werken ruimte zijn voor feestjes. Ik kook als afterparty vaak een driegangendiner.’

  1. Nergens anders voor deugen

‘Een tijdlang vroeg ik me af of ik wel componist wilde worden. Het is zó zwaar! Het gaat gepaard met ontzettende onzekerheid en stress en bovendien is er al zoveel muziek. Toen vertelde een vriend dat hij ooit vanuit diezelfde twijfels overwoog vrachtwagenchauffeur te worden. De directrice van het conservatorium zei: “Dan neem je dus de plaats in van iemand die niets anders kan.” Als ik weer eens totaal vastzit, denk ik aan dat verhaal: je hebt een verplichting aan je talent.’

  1. Eine aussergewöhnlich lustige Idee (naar Stockhausen)

‘Karlheinz Stockhausen heeft boekenplanken volgeschreven over zijn doorwrochte compositietechnieken. Werkelijk alles klopt. Maar laatst speelde Alban Wesly in Orchesterfinalisten, waarin hij op bepaalde momenten zijn been moet optillen. Ik vroeg waarom, maar hij had geen idee en benaderde Stockhausen. Die antwoordde simpelweg: “Omdat ik dat buitengewoon grappig vind!” Dat vind ik prachtig: componeren gaat ook over intuïtie, gekke invallen en ideeën die niet verantwoord hoeven te worden.’

  1. Om niet te hoeven slapen

‘Dat heeft een dubbele betekenis. Enerzijds haat ik het gebrek aan nachtrust als ik weer eens een stuk af moet krijgen, anderzijds geniet ik juist van dat nachtelijke werken. Overdag is er voortdurend onrust: je hoort het verkeer, je moet boodschappen doen, je wordt gebeld, er zijn brieven te beantwoorden. Als het duister wordt, komt de stad langzaam tot rust en kan ik me concentreren: er zijn geen uitvluchten meer. Slapen is ook een metafoor voor stilstand: ik wil het leven niet ongemerkt voorbij laten trekken.’

Dit artikel verscheen in juli 2003 in het tijdschrift ‘Oorsprong’ van Muziekgroep Nederland.

 

 

 

Posted in music, news | Tagged , , , , | 2 Comments

Wegens succes hernomen: Conversations with my Mother

In 2013 presenteerden productiekern Diamantfabriek en het ensemble Nieuw Amsterdams Peil de avondvullende voorstelling Conversations with my Mother. Regisseur Matthias Mooij (1976-2014) en componist Benedict Weisser (1967) vroegen zeven mannelijke auteurs een fictief telefoongesprek met hun moeder te schrijven….

Source: Wegens succes hernomen: Conversations with my Mother

Posted in music, news | Tagged , , , | Leave a comment