Peter Eötvös composes organ concerto based on string theory

On October 17, Peter Eötvös will conduct the Royal Concertgebouworkest in the Dutch premiere of his organ concerto Multiversum, that was commissioned by the ensemble. His brand new composition is flanked by György Ligeti’s ground breaking Atmosphères and Claude Vivier’s Orion.

Transylvania

The Hungarian composer and conductor Peter Eötvös (Székelyudvarhely, 1944) grew up in Transylvania. This conflict area, now belonging to Hungary, then again to Romania, has a rich music tradition. This background played an important role in the compositional development of Peter Eötvös.

“My musical mother tongue is formed by Bartók, Ligeti and Kurtág,” he says. “They, like me, are from Transylvania, where a very particular way of thinking prevails, an idiosyncratic type of expression.”

Eötvös also worked closely with avant-gardists such as Karlheinz Stockhausen and Pierre Boulez. He soon became one of the most important conductors of contemporary music and was conductor of the renowned Ensemble Intercontemporain for many years. As a composer he made his name with opera’s based on theatre plays, such as Anton Tsjechov’s Three Sisters, and Jean Genet’s Le Balcon.

Concert organ and Hammond organ

In 2006 he composed the piano concert CAP-KO for the Royal Concertgebouworkest. In this, the soloist not only plays a concert grand piano but also a midi keyboard that complements each played note with another.

In Multiversum, Eötvös also focusses on two related instruments: a concert organ and a Hammond organ. It was inspired by his “lifelong fascination for the cosmos. In recent decades, revolutionary discoveries have been made. Most importantly, the concept of the multiversum: beside the visible universe there are many parallel universes.”

Musical and cosmic vibrations

“According to the string theory, everything in the cosmos is moving on both a macro and micro level, just like music, which comes to life through vibration. I see a strong relationship with musical polyphony, in which multiple voices are layered in various ways.

In Multiversum the sound of the concert organ comes from the front. The Hammond organ is also on stage, but its sounds reach us through loudspeakers placed around the hall. In between we hear the orchestra. Thus I create a musical “cosmos” around the audience.”

Inflatable planetarium

The concert is part of the Horizon series, which focuses on the relation between science and music. Vincent Icke speaks about the string theory before the performance of Multiversum; graphic artist Jaap Drupsteen shows visualizations. Students from the University of Amsterdam present an inflatable planetarium.

Afterwards, in Entrée Late Night, chamber music is performed by musicians of the Royal Concertgebouw Orchestra, including the new Parallel World [breathing] of the Dutch composer and poet Rozalie Hirs.

Info and tickets: https://www.concertgebouw.nl/concerten/concertgebouworkest-horizon-multiversum/19-10-2017

 

Advertisements
Posted in music, news | Tagged , , , | Leave a comment

Nedpho en Koor DNO schitteren in La forza del destino

Van de onheilspellende klaroenstoten aan het begin tot de in het niets wegstervende fluisterstrijkers aan het slot: alles klinkt als een klok. Toch dirigeert Michele Mariotti La forza del destino van Giuseppe Verdi voor het eerst. Hij maakt met deze zelden uitgevoerde opera zijn debuut bij De Nationale Opera. Mariotti kwam, zag en overwon. Hij lijkt een geboren Verdi-interpreet, van wie we nog veel gaan horen.

Met elegante, maar trefzekere gebaren tovert de Italiaanse dirigent elke nuance te voorschijn in Verdi’s kleurrijke, hoogst dramatische muziek. Het Nederlands Philharmonisch Orkest klonk zelden zo alert en ingeleefd, met prachtige soli van onder andere houtblazers en harp. Ook de interactie met het al even voortreffelijk zingende koor van DNO was voorbeeldig. Vier uur lang bleven hun inzetten spatgelijk, zelfs in ritmisch hondsmoeilijke passages als de opzwepende massascène ‘Rataplan’.

Onnavolgbaar libretto?

De Nationale Opera bracht La forza del destino nooit eerder op de planken. Velen wijten dit aan het onnavolgbare libretto van Francesco Piave. Maar zijn niet alle opera’s gebaseerd op een draak van een verhaal? In dat licht valt dit libretto best wel mee. Om te spreken met George Bernard Shaw: ‘Er is een tenor (Alvaro), die het aanlegt met een sopraan (Leonora) en een bariton (haar broer Carlo) die dit wil verhinderen.’

Helemaal zo simpel is het natuurlijk niet. Alvaro (Roberto Aronica) doodt per ongeluk Leonora’s vader (de bas James Creswell), waarop Carlo (Franco Vassallo) eerwraak zweert. Op het slagveld sluiten beiden – incognito – bloedbroederschap. Zodra Carlo diens ware identiteit ontdekt, besluit hij Alvaro en Leonora (Eva-Maria Westbroek) alsnog te doden. Uiteindelijk sterft hijzelf door het zwaard van haar geliefde, nadat hij zijn zus dodelijk heeft verwond.

Piëta

Regisseur Christoph Loy volgt het libretto op de voet, in een fraaie enscenering van Christian Schmidt. Tijdens de ouverture zien we de drie hoofdpersonen als kind; Leonora neemt als een piëta haar broer op schoot. Aan het slot draagt Alvaro de dode Leonora op zijn knieën. Een mooi beeldrijm: Alvaro blijft verweesd achter, speelbal van het noodlot als hij is.

De vele massascènes zijn spectaculair vormgegeven, met wervelende choreografieën van leather-boys in blote bast. Aanstekelijk is de sensuele buikdans van waarzegster Preziosilla. Deze wordt bijzonder wulps uitgevoerd door de mezzosopraan Veronica Simeoni, die ondertussen uitstekend zingt.

Er zijn ook minder overtuigende scènes. Bijvoorbeeld als Carlo en Alvaro elkaar te lijf willen gaan met plastic kinderzwaarden. En waarom wordt Leonora verkracht door de broeders bij wie zij haar toevlucht heeft gezocht? Zij is immers verkleed als man en de abt houdt haar angstvallig voor de blikken van zijn kloosterlingen verborgen.

Leonora (Eva-Maria Westbroek) & op de stoel Il marchese (James Creswell) & Koor van de Nationale Opera (c) Monika Rittershaus

Melodramatische filmbeelden

Ronduit storend zijn de filmbeelden. Verdi maakt met zoetgevooisde soli, schrille dissonanten en onverhoedse trommelslagen de gemoedstoestand van de personages volledig invoelbaar. De emotionele, huizenhoog geprojecteerde gelaatsuitdrukkingen werken als verdubbeling, waardoor het geheel larmoyant en melodramatisch wordt.

Jammer ook dat er tussen Leonora en Alvaro maar geen vonk wil overspringen. Westbroek en Aronica delen schijnbaar enkel hun liefde voor ruimhartige vibrati. Bovendien overschreeuwen zij zichzelf, hebben zij moeite met hun intonatie en heeft beider stem een rafelrand. Gelukkig zijn de overige rollen beter bezet. Vassallo is fenomenaal als Carlo. Zijn warme bariton klinkt altijd beheerst, zelfs in razernij grijpt hij niet naar een turbovolume.

De ware ster is Verdi’s muziek

Een glansrol speelt de Oekraïense bas Vitalij Kowaljow als Padre Guardiano. Met zijn in alle registers egale stem bereikt hij moeiteloos alle hoeken van de Stopera, ook in zachtere passages. Waarom hij als abt van het klooster gekleed gaat als de dorpsdokter, is mij overigens een raadsel.

De bariton Alessandro Corbelli heeft als de knorrige Fra Melitone de lach aan zijn kont hangen. De sopraan Roberta Alexander maakt een smaakvolle miniatuur van haar kleine rol als huishoudster. Hopelijk mag zij in een volgende productie terugkeren.

Ook Michele Mariotti zie ik graag weer eens terug. Hij geeft de solozangers, de individuele musici en de koorleden alle ruimte om te schitteren. – De ware ster van deze productie is Verdi’s muziek.

Gehoord: 13-9-2017, Stopera Amsterdam
Aldaar nog te horen tot en met 1 oktober. Info en kaarten: http://www.operaballet.nl/nl/opera/2017-2018/voorstelling/la-forza-del-destino
Posted in music, review | Tagged , , , , , , , , | Leave a comment

Aart Strootman wins Gaudeamus Award #Gaud17

On Sunday 10 September the Gaudeamus Award for composers under 30 was granted to the Dutch guitarist, composer and instrument designer Aart Strootman (1987) in TivoliVredenburg, Utrecht. The jury, consisting of Joe Cutler, Christopher Trapani and Mayke Nas, chose him from the 5 nominees who had passed their first selection.

For this year’s edition 288 scores were handed in, from 36 different countries. The Gaudeamus Award consists of a commission of € 5000 for a new piece to be premiered in the next Gaudeamus Muziekweek. Strootman’s fellow nominees were the Americans Chaz Underriner, Ethan Braun and Sky Macklay, and the Serbian Ivan Vukosavljevic.

The jury comments on Strootman: ‘An artist who sees no boundaries between performing, composing, improvising, and designing instruments. He’s a complete original, whose sonic invention is an inspiration and who approaches composition with a remarkable freshness, reinventing the sound of each instrument within an ensemble down to the finest detail. A performer, an improviser, an inventor and a unique composer.’

Strootman was happily surprised: ‘I hadn’t expected to win the prize, I’m very honoured.’ Asked what he had in mind for the commission, he answered: ‘I don’t know yet. I’m immersed in writing a new piece for the Bang on a Can All Stars at the moment, for the upcoming November Music Festival. I’m going to concentrate on that and work very hard. – But first I’m going to have a stiff drink.’

Like last year, the jury selection betrayed a predilection for composers focussing on sound and texture. From the jury report we learn that Underriner ‘shows extreme attention to detail’; Braun writes ‘beautifully poised music’; Vukosavljevic ‘understands the physicality of sound’, while Macklay ‘finely balances process and intuition’.

However enchanting their works may be, of the 5 composers Macklay seems to be the only who dares surprise us with outright recognizable melodies and rhythms. She also likes to poke fun at tradition, as in her contageous Many Many Cadences for string quartet.

insomnio

Insomnio performing Ballet Mécanique TivoliVredenburg 10-9-2017 (c) Herre Vermeer

With her spunk Macklay comes closest in spirit to ‘Bad boy of music’ George Antheil, whose Ballet Mécanique sparked off the afternoon. It got a dazzling performance by the Utrecht based ensemble Insomnio under the baton of Ulrich Pöhl.

This high energy piece for percussion, sirens, electric bells, (player) piano’s and airplane propellers is a modern classic. Antheil wrote it in 1924, combining the machine-like roar of the futurists with Stravinskian ostinati and repetitive motifs that pre-echo the minimalists. Pöhl and his musicians blew the roof off TivoliVredenburg and got a thunderous applause.

One would wish young music pioniers would venture further into unmapped territories. Exploring the physicality of sound and the effect of layering chords may lead to hypnotizing, meditative textures, but the overall soundworld becomes so similar you can hardly tell one composer from another. Hopefully next year’s jury will have more ear for truly original voices and select a wider variety of styles, so a new Antheil will not be overlooked.

 

 

 

Posted in music, news | Tagged , , , , , , , | Leave a comment

Gaudeamus Muziekweek: de piep-knor definitief voorbij?

De Gaudeamus Muziekweek lijkt het stadium van doorwrochte, maar publieksonvriendelijke ‘piep-knor’ definitief achter zich te hebben gelaten. Het gerenommeerde festival voor nieuwe muziek brengt in vijf dagen tijd 129 composities uit 32 landen. Asko|Schönberg en Cappella Amsterdam trapten woensdag 6 september af met een bonte variëteit aan stijlen. Hiermee was het openingsconcert een graadmeter van wat modernemuziekliefhebbers tot en met zondag kunnen verwachten.

De voor de Gaudeamus Award genomineerde Sky Macklay (VS, 1988) schildert in White/Waves met ruis- en sisklanken een imposant beeld van machtige oceaangolven. Jan-Peter de Graaff haakt in Rimpelingen voor cello en ensemble onbekommerd aan bij traditionele harmonieën en melodieën. De Rus Alexander Khubeev, winnaar van Gaudeamus Award 2015 kiest in The Codex of Thoughtcrimes juist voor het andere uiterste.

Bas Wiegers dirigeert Asko|Schönberg & Cappella Amsterdan in The Codex of Thoughtcrimes. TivoliVredenburg 6-9-2017

Bijna geen instrument klinkt zoals we het gewend zijn en de zangers uiten hun ‘gedachten die door anderen als misdaden worden gezien’ door wc-rollen. Het vervormde gekreun en gepiep lijkt wel wat op de manier waarop walvissen met elkaar communiceren. Gaandeweg ga je snakken naar een ‘gewone’ toon. Muzikaal is dit Russische Carnaval des animaux misschien niet helemaal overtuigend, maar geestig en aansprekend is het wel.

Timbre en eenvoud

Voorafgaand aan dit concert sprak ik met de vijf genomineerden, Sky MacKlay; Ethan Braun (VS, 1987); Ivan Vukosavljevic (Servië, 1986); Aart Strootman, (Nederland, 1987) en Chaz Underriner (VS, 1987). Hoe verschillend de jonge muziekpioniers ook zijn, zij delen een fascinatie voor timbre en werken graag met een minimum aan materiaal.

In Brauns Discipline produceren vier gitaren in dezelfde, afwijkende stemming, een complex weefsel aan boventonen. Ivan Vukosavljevic bouwt in Atlas Slave een hypnotiserende klankwereld vanuit een met strijkstok bespeelde gitaar. MacKlay presenteert in Many Many Cadences voor strijkkwartet een geleidelijk in glissandi uiteenvallende reeks cadensen.

Gaudeamus 6-9-2017 Ivan Vukosavljevic – Aart Strootman – Chaz Underriner – Thea Derks – Ethan Braun (hidden) – Sky MacKlay (c) Herre Vermeer

Herwaardering muziektraditie

Tijdens de concerten op donderdag van de Australische cellist Alistair Sung en ensemble IEMA bleek hoezeer jonge componisten de muziektraditie weer omarmen. De Amerikaanse Caroline Shaw (1982) baseerde In manus tuas voor cello solo op het gelijknamige motet van Thomas Tallis. Zij verweeft sonore flarden oude muziek organisch met moderne, meer industriële klanken. Het stuk werd stijlvol uitgevoerd door Sung.

De Japanse Yukiko Watanabe (1983) deconstrueert Bachs Goldberg Variationen in Nue voor piano en ensemble. De pianist vertolkt – hortend en stotend – het origineel, als een schim gevolgd door een koto en een onder de vleugel gezeten klarinettiste. Een slagwerker bespeelt een bloempot en projecteert vergeelde vakantiekiekjes. – Een mooi zinnebeeld van onze langzaam vervagende herinneringen, aan Bachs muziek en ons eigen verleden.

De Schotste Genevieve Murphy (1988) figureerde zelf als verteller annex zangeres in Squeeze Machine, geïnspireerd op het leven van haar autistische broer. In dit theatrale stuk debiteert zij met uitgestreken gezicht surrealistische teksten over de door angst en eenzaamheid gekwelde ‘Artuur’. Diens in zichzelf gekeerde personage wordt geregeld opgeschrikt door lawaaiige opnames uit een overvolle kroeg, waar accordeon- en doedelmuziek wordt gespeeld. Het vermakelijke stuk werd perfect en in opperste concentratie uitgevoerd door het IEMA Ensemble, een academie voor jonge musici van Ensemble Modern.

Genevieve Murphy performing ‘Squeeze Machine’ with IEMA Ensemble, Theater Kikker 7-9-2017

Apocalyptische smeekbedes

Klapstuk van de donderdag was de wereldpremière van Lacrimosa voor zeven violen van de Oekraïens-Nederlandse componist Maxim Shalygin (1985). Hij had zich altijd afgevraagd waarom het traditionele Requiem maar één lacrimosa bevat, de smeekbede van zondaars om mededogen en eeuwige rust. ‘In mijn beleving is dit deel het magische brandpunt waarin alle belangrijke ideeën samenkomen’, schrijft hij in een eigen toelichting. ‘Misschien daarom is het steevast ook het mooiste deel: vol gevoelens van pijn en catharsis. Langzaam maar zeker vormde zich bij mij het plan ook zelf een soort requiem te componeren.’

Dat werd Lacrimosa, or 13 Magic Songs. Shalygin dirigeerde zelf de zeven violisten van het mede door hem opgerichte ensemble Shapeshift. Lichtvoetige, elkaar innig omstrengelende motieven (‘Light’), omineus gezoem (‘Insects’) en verwoed over de snaren kolkende arpeggio’s (‘Stream’) worden afgewisseld met momenten van pure, etherische schoonheid (‘Lullaby’), driftige pizzizati (‘Rain’), gierende glissandi (‘Sirens’) en furieus wapengekletter (‘Prayers’).

lacrimosa

Shapeshift & Maxim Shalygin, TivoliVredenburg 7-9-2017 (c) Herre Vermeer

Shalygin voert ons door een scala aan emoties, waarin gevoelens van wanhoop, vrees en woede overheersen; de apocalyps is nooit ver weg. De op blote voeten spelende musici leken met hun woest bewegende lijven en armen soms onder hun zware taak te bezwijken. Hun totale overgave droeg sterk bij aan een enerverende luisterervaring.

Lacrimosa werd gecomponeerd in opdracht van de Gaudeamus Muziekweek. Het festival heeft de afgelopen jaren het accent verschoven naar communicatieve muziek en merkbaar meer aansluiting gevonden bij een algemeen publiek; de concerten van Sung en IEMA waren goeddeels uitverkocht.

Of met Shalygins intense, tot het hart sprekende Lacrimosa voorgoed een punt wordt gezet achter de academische ‘piep-knor’, zal nog moeten blijken, maar de teerling is geworpen. Na afloop van het concert werd het publiek gevraagd een cd-uitgave van Lacrimosa werk te helpen realiseren via Voordekunst. Mijn advies: doen!

De Gaudeamus Muziekweek loopt nog tot en met zondag 10 september. Dan wordt ook de winnaar van de Gaudeamus Award 2017 bekengemaakt. Surf voor meer info en kaarten naar: https://gaudeamus.nl/

 

Posted in music, news, review | Tagged , , , , , , , , , | 4 Comments

Interactief muziektheater over vluchtelingen in Festival Oude Muziek

Van een festival gewijd aan oude muziek verwacht je veel, maar geen actueel muziektheater. Toch is dat precies wat artistiek leider Xavier Vandamme voor ons in petto heeft. Op zaterdag 26 en zondag 27 augustus presenteert straattheatergroep Kamchátka Musica Fugit, een voorstelling over vluchtelingen. Als bezoeker wordt je zelf onderdeel van het verhaal, om te ervaren wat het betekent als vluchten een manier van leven wordt. – Stevig schoeisel aanbevolen.

Toen Vandamme dit ‘improvisatorisch en interactief muziekavontuur’ programmeerde, kon hij niet bevroeden hoe dicht dit op de huid zou zitten van de realiteit. Kamchátka ontstond in 2006 in Barcelona. Het is een collectief van artiesten met verschillende nationaliteiten die een interesse delen voor immigratie. Onder leiding van Adrian Schwarzstein maakten zij verschillende producties rond het thema van de ontheemde, die zijn weg moet vinden in een vreemde wereld.

Bloedige godsdiensttwisten

De thematiek van Musica Fugit sluit naadloos aan bij het festivalthema ‘zing, vecht, huil, bid’, waarmee deze editie inzoomt op de verschillende (contra)reformaties. Religieuze twisten gaan veelal hand in hand met bloedvergieten en dat geldt evenzeer voor de christelijke wereld. Hervormers als Maarten Luther en Johannes Calvijn wilden de katholieke Kerk weliswaar vreedzaam hervormen, maar werden te vuur en te zwaard bestreden door de paus en rooms-katholieke vorsten.

Desondanks groeide de aanhang van de hervormingsgezinden razendsnel. Dit leidde tot verschillende godsdienstoorlogen en daarmee gepaard gaande vluchtelingenstromen. Zo bracht de Franse koning Lodewijk XIV in 1685 een massale migratie op gang toen hij het Edict van Nantes herriep. Dit betekende het einde van de tolerantie jegens protestanten, waarop honderdduizenden hugenoten een veilig heenkomen zochten in Engeland en de Nederlanden.

Generositeit of egoïsme?

In Musica Fugit plaatsen Schwarzstein en zijn collectief de vlucht centraal. – Niet in de zin van een ontsnapping, maar als vorm van verzet in een gevecht voor een betere wereld. Zij thematiseren tevens de solidariteit van medemensen die de vluchteling helpen zijn nieuwe leven vorm te geven. Kamchátka wordt voor de gelegenheid uitgebreid met het ensemble Zamus Kölln. Samen belichamen zij de ‘tijdloze immigranten’, die hun realiteit van de ene op de andere dag zien veranderen en een vertrouwd verleden verruilen voor een onzekere toekomst.

Theatergroep en musici voeren ons naar diverse ruimten en toevluchtsoorden. Zij creëren een beladen, mysterieuze sfeer onder de klanken van componisten als Barbara Strozzi en Johann Sebastian Bach. Met de sopraan Emma Kirkby – koningin van de oude muziek – als kers op de taart. Tijdens de tocht wordt het publiek zelf onderdeel van het drama, met de muziek als enige communicatiemiddel tussen uitvoerder en toehoorder. Zo ontstaat, ‘zonder woord, gebaar of fysiek contact een vorm van nabijheid en betrokkenheid’, die ruimte geeft aan ‘mijmeringen rond individualiteit en generositeit’.*

De vraag wordt niet expliciet gesteld, maar Schwarzstein en de zijnen houden ons een morele spiegel voor. Zijn wij bereid de hulpzoekers te verwelkomen, of steken we onze kop egoïstisch in het zand? – Dapper dat het Festival Oude Muziek zo’n zwaar beladen thema durft aan te snijden.

Voor Radio 4 maakte ik een reportage, die zaterdag 26 augustus werd uitgezonden in de pauze van het Avondconcert van AVROTROS. U luistert hem hier terug.

*Aldus het persbericht. Tijdens de voorstelling was er echter juist opvallend veel fysiek contact, wij werden als deelnemers zelfs enkele malen stevig omarmd…

Musica Fugit
za 26 aug, 10.00 + 14.00 uur, Leeuwenbergh
zo 27 aug, 10.00 + 14.00 uur, Leeuwenbergh
Info en kaarten

 

Posted in music, news | Tagged , , , , , , | Leave a comment

New website catalogues persecuted Dutch composers

On Wednesday, 20 June, Kajsa Ollongren launched the website Forbidden Music Regained. This catalogue of composers persecuted by the Nazi’s was initiated by the Amsterdam based Leo Smit Foundation. The city’s deputy mayor and alderman called the project ‘a giant leap for mankind’, quoting the astronaut Neil Armstrong.

Ollongren continued: “The website is important to Amsterdam because we can and may not forget what happened seventy years ago in our town. It is an honour to launch it.” – Striking detail: under Ollongren’s responsibility, the support of the Leo Smit Foundation was stopped.

Kajsa Ollongren launches website Forbidden Music Regained, Uilenburgersjoel 20-6-2017

Driving forces behind this large-scale project are the flutist Eleonore Pameijer, initiator and artistic leader of the Leo Smit Foundation, and manager Carine Alders. With stubborn perseverance they searched domestic and foreign archives for information about Dutch ‘degenerate’ composers. – Most of whom lost their lives in concentration camps during World War II. Pameijer and Alders assembled an archive of almost 2000 works and sound recordings.

The launch of the website was preceded by an international symposium. Pameijer: “Together with the chairman of our board, I went to Kajsa Ollongren. We said: “We have not come to complain about the Amsterdam council’s decision to stop supporting us, but to ask for a contribution to the symposium. – Moreover we want you to personally launch the website.”

Ollongren gave them € 3500 for the symposium and promised she would indeed launch the website. Pameijer: “She was bowled over when she learnt what we’ve achieved in the past two decades. In addition to a successful – subsidized – concert series, we published the book Vervolgde componisten in Nederland (Persecuted composers in the Netherlands) in 2015, without any form of public funding. We also organized an accompanying exhibition and concerts in the Amsterdam City Archive.

International symposium

In order to realize all this, the Foundation managed to collect € 80,000 in private gifts. And with support from music shop Broekmans & Van Poppel, the Dutch label Et’cetera released a ten-CD box of forbidden music. Pameijer: “This release got great reviews in the BBC and Gramophone magazines, but hardly drew attention in the Netherlands. There was one positive review in the music magazine Luister (Listen) and an offer in Klassieke Zaken (Classical Matters).

International bigwigs gave talks at the symposium. Pameijer: “We deliberately chose people who really relate to the subject. We did not want hotshots that are only invited for their name. I’m proud that we were able to engage Abram de Swaan. He is a great thinker and sociologist, who views everything from a much wider context than, for example, a musicologist or music journalist.

Frank van Vree, the new director of the NIOD (Dutch War Archive), was one of the speakers, too. Pameijer: “At first he was reluctant, because he doesn’t know much about music. But he has a vast knowledge of the period and its history, so it was very interesting to hear him speak about this.”

The flutist is perhaps even more thrilled by the presence of Albrecht Dümling from Musica Reanimata Berlin. “Over the years we have assembled a lot of international contacts. None of them had ever heard of the composers we’d unearthed, and they were invariably excited about their music. Dümling even invited us to present a complete program on Rosy Wertheim, that was broadcast live on the radio. It was a huge success.”

Wealth of information

Forbidden Music Regained offers a wealth of information about persecuted Dutch composers. The site is excellently searchable, offering biographies, sheet music, recordings, manuscripts and audio clips. For example, when you type ‘Rosy Wertheim’ in the search box, a list of 114 compositions pops up. The search can be refined further, e.g. on length, period of origin, orchestral or chamber music and the like. You can listen to Wertheim’s lively Sonatina for piano.

With this new website the Leo Smit Foundation has once more proved itself to be an indispensable knowledge center for persecuted composers.

Patricia Werner Leanse made a video documentary of the presentation.

Posted in archive, music, news | Tagged , , , , , , , , , , | Leave a comment

Cd-box Kurtág: already historic

The three-piece CD box with choir and ensemble works by György Kurtág is overwhelming. His soul-piercing sounds are sublimely interpreted by Reinbert de Leeuw et al. Also, the recording is impeccable. This box is already historic, a monument to the Hungarian master, who turned 91 last February.

Kurtág’s existentialist music has been performed in The Netherlands since the mid-1970s, by pioneers such as the pianist Geoffrey Madge and Residentie Orkest (The Hague Philharmonic). However it gained real fame only after the 1990s, when Reinbert de Leeuw became its tireless promoter. De Leeuw dedicated many memorable concerts to this master of the concise gesture, with whom he forged a close bond.

Language

On this edition of the adventurous German label ECM, Reinbert has even surpassed himself. With his unwavering urge to push for the essence of a composition, he inspired Asko|Schönberg, Dutch Radio Choir and a selection of soloists to realize intense and animated interpretations.

Kurtág was too fragile to attend the recordings personally, but was consulted extensively before and after each session. He is very pleased with the result: “It’s as though they had recorded the music in their own language.” He spoke these words in a moving video message during a portrait concert in Muziekgebouw aan het IJ in 2016.

György Kurtág in video message – seated next to his inseparable wife Márta

A telling statement, for language is extremely important to Kurtág – in more ways than one. He created a completely personal grammar from tormented, aphoristic sounds, that well up from a deep inner necessity. Reinbert de Leeuw mastered this language like no other. Seven of the eleven pieces on the compilation are vocal. Kurtág even learnt Russian to read Dostoevsky; three cycles are set in this language.

Complete novel in seconds

Of these the best known is Messages from the late Miss R.V. Troussova, which signalled his breakthrough in Western Europe in the 1980s. In 21 miniatures, a soprano relates bitter love experiences. The longest song lasts 3 minutes, the shortest 22 seconds. However, in these brief periods of time, Kurtág sketches complete novels.

The Russian soprano Natalia Zagorinskaya brings across every subtle nuance, her pure and secure voice moving effortlessly between the highest and lowest registers. In the equally flawless ensemble – with atmospheric horn and cimbalom – we hear references to Schönberg’s Pierrot lunaire. Zagorinskaya also shines in Achmatova Songs which Kurtág dedicated to her, and in Four Capriccios on texts by István Bálint. These originated between 1959 and 1973 and form the opening of the CD-box, which is chronologically arranged.

György Kurtág & Reinbert de Leeuw (c) Co Broerse

Lesser known pearls

Some pieces may almost be called popular. For instance Grabstein für Stephan, with its simple, recognizable motif on the guitar’s open strings. The Beethoven-inspired … quasi una fantasia … for piano and ensemble is a modern classic, too. Equally well known, but less often played is the Double Concerto for piano, cello and ensemble, with pianist Tamara Stefanovich and cellist Jean-Guihen Queyras as superb soloists.

There are also lesser known pearls. Like the Four Songs on Poems by János Pilinszky, with the glorious baritone Harry van der Kamp. The Songs of Despair and Sorrow for choir and instruments are not often performed either. In some 20 minutes, the Dutch Radio Choir switches between ultra-soft whispering, shattering shrieks, desolate lament and excited joy. At times we seem to find ourselves at a Russian village party – Kurtág even included a bayan, a Russian accordion.

Highlight

The highlight is Samuel Beckett: What is the Word, composed in 1991 for the Hungarian actress and singer Ildikó Monyók. She lost her voice in a traffic accident, but recovered it with utmost effort. Grunting and groaning, her pain almost tangible for the audience, she sang a poem about aphasia by Samuel Beckett, in a Hungarian translation. A crushing experience – live as well as on cd.

Monyók died in 2012, but Reinbert de Leeuw was determined to record the piece anew. The extremely critical Kurtág resolutely rejected every suggestion – until he heard a recording by the mezzosoprano Gerrie de Vries. “We found her!”, he called out. And he is right. With her hoarse, gritty voice De Vries makes you involuntary grab your throat. – As if you are prevented from speaking yourself.

In short, music, performance and recording are immaculate. The only minor point is the somewhat awkward documentation. The performers are not listed together with the pieces, but elsewhere in the booklet; you have to find out yourself how long a piece lasts; on the individual cd-covers track numbers are missing.

Troublesome for radio programmers such as me. For the rest: nothing but praise. As a matter of fact I’m airing the recordings in several episodes of my programme Panorama de Leeuw. – Kurtág’s music cannot be heard often enough.

ECM Records: György Kurtág, Complete Works for Ensemble and Choir 3-cd’s € 37,99
Panorama de Leeuw 5 juli 2017: Kurtág: 4 Capriccio’s; What is the Word; …quasi una fantasia…; Double Concerto opus 27 nr. 2
Panorama de Leeuw 2 augustus 2017: Kurtág: Four Songs to Poems by János Pilinszky; Messages fom the Late Miss R.V. Troussova; Songs of Despair and Sorrow. J.S. Bach/ arr. György Kurtág: Das alte Jahr vergangen ist. Hommage à R.de Leeuw
The biography  Reinbert de Leeuw, mens of melodie zooms in on the relation between De Leeuw en Kurtág.
Posted in music, review | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Waarom David Lang de Matthäus-Passion koppelt aan een sprookje

Een passie wijden aan een sprookjesfiguur? De Amerikaanse componist David Lang draait er zijn hand niet voor om. Hij baseerde zijn koorwerk the little match girl passion op een sprookje van Hans Christian Andersen. Donderdag 6 juli wordt het uitgevoerd door het Nederlands Kamerkoor in het Muziekgebouw aan ’t IJ. Het concert vormt onderdeel van de Koorbiënnale en wordt verlevendigd met dans.

Christelijke puurheid

David Lang schreef het libretto zelf en gebruikte niet alleen teksten uit Het meisje met de zwavelstokjes, maar ook uit de Matthäus-Passion van Bach. Hij ziet namelijk een verband tussen het lijden van Christus en het lijden van de doodgevroren luciferverkoopster. Hij beschouwt Andersens sprookje als een allegorie van armoe en geloof. ‘Het meisje lijdt, wordt veracht door de omstanders, sterft en wordt verlost. Ondanks alles bewaart zij haar christelijke puurheid.’

Voor Lang ligt de kracht van het verhaal niet zozeer in de plot zelf, als wel in de subtiele tegenstellingen. ‘Alle onderdelen – de gruwelijkheid en de schoonheid – zijn continu doortrokken van hun tegendeel. Het bittere heden van het meisje wordt verzacht door zoete herinneringen; in haar armoede blijft ze toch steeds hoopvol. Er is een soort naïef evenwicht tussen lijden en hoop.’

Richard Oppel, Pulitzer Board co-chair (left), presents the 2008 Pulitzer Prize in Music to David Lang

Publiek wordt deelgenoot

De stap naar de Matthäus-Passion van Bach was snel gezet. ‘Het interessante is dat deze ook teksten bevat die niet direct gerelateerd zijn aan het eigenlijke verhaal. Zoals reacties van de omstanders, boetvaardige gedachten, uitingen van algemeen verdriet, geschokthei of berouw.’

Dit gebeurt vaak in de vorm van koralen die de kerkgangers meezongen. Een ideale vorm volgens Lang. ‘Door het verhaal tegelijkertijd te vertellen en becommentariëren worden wij in het centrum van de actie geplaatst. We worden deelgenoot van de treurige gebeurtenissen op het toneel.’

Devote sfeer

De devote sfeer van the little match girl passion herinnert soms aan madrigalen en Byzantijnse gezangen. De koorleden zingen niet alleen, maar bespelen ook eenvoudige slagwerkinstrumenten. Mede door het repetitieve karakter van de muziek wordt het idee van een ritueel hierdoor versterkt.

In 2015 maakte vocaal ensemble Silbersee een geënsceneerde versie, die het publiek tot tranen roerde. Tijdens de uitvoering door het Nederlands Kamerkoor voegen twee danseressen een extra laag aan de tragedie toe. Volgens het persbericht is choreografe Neel Verdoorn ‘net zoals David Lang gefascineerd door de akeligheid versus de hoop’.

The little match girl passion werd onderscheiden met een Pulitzer Prize. ­– Net als Anthracite Fields van collega Bang on a Can componist Julia Wolfe, dat afgelopen zondag in de Koorbiënnale werd uitgevoerd. Benieuwd of het lijden van het zwavelstokmeisje net zo’n impact heeft als het lijden van de (jonge) mijnwerkers.

do 6 juli Muziekgebouw aan ‘t IJ 20.15 uur
Nederlands Kamerkoor / Peter Dijkstra
Info en kaarten 
Posted in music, news | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Stockhausen met opgestoken middelvinger #HF17

Soepel dalen ze de trap af van het Amsterdamse Concertgebouw. Lucas en Arthur Jussen zijn dressed to kill. Met hun kek gesneden, doorzichtige kostuums hebben ze de eerste slag al binnen nog voor ze één noot gespeeld hebben van Mantra van Karlheinz Stockhausen. Niet alleen in hun outfit, maar ook in hun eigenzinnig spel tonen de jonge pianisten lef. Heerlijk, zo’n frisse wind in de toch wat stijve modernemuziekwereld.

Opgestoken middelvinger

De Jussens zijn voor niets en niemand bang en durven een eigen visie te presenteren. Een half jaar hebben ze gerepeteerd op het iconische meesterwerk voor twee pianisten, slagwerk en elektronica. En dat zullen we weten ook. Gaat Mantra vaak ten onder aan loodzware ernst, de twee jonge honden voeren het met aanstekelijk spelplezier uit. Geregeld krijgen zij de lachers op de hand. Bijvoorbeeld als ze een wedstrijdje doen wie een motief het meest virtuoos kan uitvoeren en Lucas ‘boos’ zijn middelvinger opsteekt.

Hilarisch is ook het moment waarop ze tegenover elkaar staand een luide kreet slaken, die verdacht veel lijkt op het ‘hojotoho’ uit Wagners Ring. Een paar keer klinkt hij spatgelijk, dan opeens zwijgt Arthur en staat Lucas met zijn geschreeuw voor joker. Met een ‘geïrriteerd’ gebaar gaat hij weer zitten. Nooit eerder hoorde ik deze compositie zo lenig en soepel uitgevoerd.

Schaamteloos romantisch

Alert op elkaar reagerend geven de pianisten een intense interpretatie ten beste, die schaamteloos romantisch is. Ik zou haast zeggen: ze maken muziek van de modernistische materie. Op momenten voeren ze ons zelfs mee naar de verdroomde klankwereld van Claude Debussy; de toccata voor het einde klinkt lekker jazzy. En waar Stockhausens theatrale aanwijzingen vaak tot gegeneerd gegniffel leiden, geven Arthur en Lucas deze een innemende vanzelfsprekendheid.

Dat Mantra bij hen een stuk langer duurt dan gebruikelijk – ruim 80 in plaats van de voorgeschreven 65 à 72 minuten – bewijst eens te meer hoe sterk ze zich deze muziek hebben eigen gemaakt. Enkele verstokte puristen mokken over hun vrije aanpak, maar de uitverkochte zaal laat zich ademloos meevoeren; zelfs kleine kinderen zijn opvallend stil. Dit concert van de Jussens is in één woord fenomenaal, een hoogtepunt van het Holland Festival.

Gehoord 24 juni in Holland Festival Proms, Concertgebouw Amsterdam 

Foto credit: Arthur & Lucas Jussen 24-6-2017 (c) Ada Nieuwendijk

Posted in music, review | Tagged , , , , , | 2 Comments

Huba de Graaff: ‘Art must be provocative’ #HF17

The artist’s duo Gilbert & George had travelled to Amsterdam Stadsschouwburg to witness a spitting image impersonation by Christopher (countertenor) & Nigel Robson (tenor) in The Naked Shit Pictures by Dutch composer Huba de Graaff. She based her opera on a literal transcript of a television interview of Theo van Gogh with Gilbert & George in 1996. It was premièred in the Holland Festival to great acclaim on Thursday 21 June, and can be heard there once more on Friday 22 June.

Huba de Graaff with Gilbert & George, Christopher & Nigel Robson and Xander Vledder, Stadsschouwburg Amsterdam 21 June 2017 (c) Jessica Uijttewaal

I interviewed De Graaff for the programme book, and for a pre concert talk (it was streamed live, see below).

In 1969 Huba de Graaff saw Gilbert & George posed as living sculptures on the stairs of the Stedelijk Museum Amsterdam, in 1996 she perused their Naked Shit Pictures in the same venue. Now she presents her opera The Naked Shit Songs, based on an interview of Theo van Gogh with the artists about this controversial exhibition. De Graaff: ‘Art must be provocative.’

Huba de Graaff (Amsterdam, 1959) operates somewhat in the margin of Dutch musical life, creating music theatre on a wide variety of subjects most people would not readily associate with opera. Electronics and visuals are a given, often examining the relation between man and machine. In her opera Lautsprecher Arnolt (2003) the main roles are performed by loudspeakers; in The Death of Poppaea (2006) cameras abound; in Liebesleid (2017) a woman trains off her lovesickness, panting and puffing away during a fierce workout in a fitness centre.

Apera

A recurrent theme is the relation between speech and song. De Graaff: ‘To me it’s clear that singing came first, and that our spoken language developed from this over a long period of time. This is not only evidenced by the tone languages that have survived to this day, but also by the fact that both children and demented elderly people sing. Singing makes it easier for us to remember and cherish important events.’

To prove her point De Graaff studied the way monkeys communicate, basing her Apera (2013) on her findings: ‘Surprisingly their shrieks and shouts at times come very close to renaissance polyphony.’ She went a step further in Pornopera (2015), crafting the libretto from the lustful moaning and groaning of a copulating couple. Or, in her own words: ‘everything that happens with your voice BEFORE you start singing’. In The Naked Shit Songs she approaches the theme from the opposite angle: ‘I call it a “retropera”, because now I’m turning spoken language into song.’

Television interview on Naked Shit Pictures

The idea for the opera was suggested by the actor/singer Jan Elbertse, with whom she had worked before. ‘In 1996 he had videotaped a television interview from Theo van Gogh with Gilbert & George on their exhibition The Naked Shit Pictures. I am a great admirer of theirs, and was fascinated by how light-heartedly they discuss precarious themes such as love, tolerance, homosexuality and Islam. I decided to set the entire interview to music, including all the repetitions, hesitations and slips of the tongue. It took me a month to type everything out.’

Van Gogh was controversial because he was a thoroughbred provocateur, openly ranting against Islamic people, sometimes even calling them backward goatfuckers. De Graaff: ‘I absolutely abhor such aggressive statements. Fortunately he refrained from them in his talk with Gilbert & George, for he was a great interviewer. He asked the right questions, putting his guests at ease while avidly smoking cigarette after cigarette.

You see Gilbert & George gradually relax, even becoming a bit tipsy in the end. I was struck by how much our world has changed since 1996. Nowadays it’s unthinkable anyone would smoke or drink alcohol on television, let alone innocently address politically incorrect subjects. Since 9/11 and the assassination of Theo in 2004 the Western world has completely lost its innocence.’

Art must ask questions

While working on the typescript her already high esteem for Gilbert & George intensified: ‘I love their motto “Art is for all”, and how they keep stressing their work should be understandable to taxi-drivers and children. With this in mind I composed very singable melodies.

I’m also impressed by their immense love and tolerance toward mankind. Especially striking is their reiterated praise for Islam, referring to it as a religion of love. They call themselves Christian artists, though admitting to being “very unchristian” and fearing Christian fundamentalists. Thus they continuously raise uneasy issues, which to me is the essence of art: it must ask questions and be provocative.’

Gentlemen showing their arses

Gilbert & George are usually immaculately dressed, but in their Naked Shit Pictures the purebred British gentlemen relentlessly expose their bare buttocks and create images from their own excrements. De Graaff: ‘This inspired me to design a “turd-theme’, a bass run that keeps popping up in different guises, while my musical structure mirrors how they model their turds into strict but florid and beautiful frameworks.’

Naked from Shitty Naked Human World 1994 . 338 x 639 cm (c) Gilbert & George

The Naked Shit Songs has six movements, each comprising exactly a thousand words, preceded by a prologue of fifty and concluded with an epilogue of seventy-five words. This layout may seem haphazard and rational, but was consciously chosen. De Graaff: ‘Thus I avoided for my opera to become kitschy, for it could easily have turned into a mere succession of jaunty songs. Shaping my material into a tough structure made it possible to introduce a new version of the theme with each subdivision.’

Choir doubles Gilbert & George

The first part is spoken, only after a thousand words Gilbert & George burst into song. De Graaff: ‘They start on a scream that follows their explanation of how they make their images: …we go into a black bag. And inside this bag we shout: Aaaaaah! Halfway through also Theo starts singing. They are accompanied by a musical ensemble of double bass, piano, synthesizer, electric guitar and percussion, and a choir that doubles their lines or interjects its own comments. For this I engaged the GALA-Choir, consisting of gay and lesbian singers.’

Because of the frequent references to Islam, the composer was convinced she also needed a choir with a Muslim background. This proved less simple to realise than she’d thought: ‘I have many Kurdish friends who drink alcohol and come to see my opera’s. They were not daunted by Apera or Pornopera and responded enthusiastically when I told them about my Naked Shit Songs.

‘Muslim choir’

Some of them were even willing to sing in the ‘Muslim choir’, yet after reading the libretto they demurred. They condemn Theo’s murder as a matter of course, but it’s one thing to be open-minded and another to ignore how deeply he had offended the Quran. I had underestimated the pressure they feared to encounter from the Islamic community. At the time of the interview there was still a dialogue, now everyone is continuously walking on eggshells.’

Precisely for this reason she became even more determined: ‘In these troubled times dialogue is absolutely indispensable, on all possible levels. So I vented my disappointment to my local Turkish grocer: Why can’t I find a Muslim choir? This proved to be a stroke of luck. He suggested contacting Selim Dogru, a Turkish-Dutch composer who leads the reART World Music Choir. Selim at once agreed to take part in my opera, as did his singers, who all read the manuscript closely. They know exactly what it’s about and consider it an important project.’

The ‘Muslim choir’ enters towards the end of the opera, where the murder of Van Gogh is subtly suggested. De Graaff: ‘An electric guitar solo sets in. Gilbert sings: It’s finished, it’s dead. Theo gets up and leaves the table. Pandemonium breaks loose. Wham! Wham! Wham! The choir belts out: money, race, sex, religion, while Gilbert & George once more stress how kind Muslims are.

In the end we shortly hear Theo’s real voice: So that’s why you love to be surrounded by Muslim people? Then things quieten down, and everyone sings along with the ‘Muslim choir’: Imagine the lives of all the people at this moment in the world, wherever they are. These were George’s last words in the interview. It’s such a powerful and soothing text, but each time I hear it I get goose bumps, for we all know what happened hereafter.*

*Theo van Gogh was brutally murdered by an islam fundamentalist on 2 November 2004

My pre concert talk with Huba de Graaff was streamed live on YouTube.

Posted in music, news, women composers | Tagged , , , , , , , | Leave a comment

Karlheinz Stockhausen: Orchester-Finalisten vol jeugdig elan #HF17

In de aanloop naar het Stockhausen-retrospectief in 2019 klonk dinsdag 20 juni Orchester-Finalisten in Muziekgebouw aan ’t IJ. Twaalf studenten van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag tekenden voor een levendige uitvoering, vol jeugdig elan. Het publiek beloonde hen terecht met een ovationeel applaus.

Fris en jeugdig

Het in 1995 gecomponeerde ensemblestuk Orchester-Finalisten, de tweede scène uit Mittwoch aus Licht is fris en jeugdig. Dit deel van de operacyclus Licht is gewijd aan de samenwerking en verzoening tussen Michael, Eva en Lucifer, de drie hoofdpersonen. Twaalf musici spelen in de woorden van de componist ‘hoog in de lucht. De afzonderlijke solisten vliegen dichterbij, ieder in en boven zijn eigen ruimte’. Zij doen auditie voor een plaats in een orkest, begeleid door een tapecompositie met elektronische klanken en opgenomen omgevingsgeluiden.

Geestige klankprojecties

Deze komen via acht rondom ons opgehangen luidsprekers tot ons. Met kinderlijk plezier geeft Stockhausen elke musicus een eigen klankprojectie mee. Hoboïst Leon Westerweel speelt een vurige partij in de ingetogen akoestiek van een kathedraal. Celliste Begonia Chan pareert dapper het ruisen en klotsen van de zee. We horen vliegtuigklanken bij schelle multiphonics van klarinettist Daniele Zamboni; een tjoekende stoomlocomotief bij ronkende lijnen van fagottist Sjoerd Frishert en vogelgekwetter bij een springerige vioolpartij van Marieke Kosters.

Tirza Leenman & studenten Koninklijk Conservatorium (c) Ada Nieuwendijk

Theatrale gebaren

Allengs worden de studenten vrijer en brengen zij ook Stockhausens theatrale aanwijzingen vol overgave en met kennelijk speelplezier over het voetlicht. Altvioliste Elisa Karen Tavenier spreidt diva-achtig haar armen nog voor ze een noot gespeeld heeft; fluitiste Tirza Leenman toont zich een ware ballerina. Soepel steekt zij haar instrument de hoogte in, een sprongetje makend om een nóg hogere noot te treffen.

Trombonist Nuno Silveira Texeiro kronkelt al glissandi spelend over de vloer. Een mummie (Josselin Antoine) ‘verlost’ hem met een ferme bekkenslag uit zijn lijden. Het stuk besluit met een kort tutti, vanuit de zaal ingezet door de hoornist (Simão Caetano da Fonseca). De studenten spelen hun hondsmoeilijke partijen uit het hoofd. – Bijna vlekkeloos.

Trombonist (c) Ada Nieuwendijk

Hoorniste overstemd door elektronica

Helaas was het voor de pauze geprogrammeerde NEBADON voor hoorn en tape minder geslaagd. Dit is het 17e uur uit de cyclus Klang, die Stockhausen bij zijn dood in 2007 onvoltooid achterliet. Hoorniste Christine Chapman treedt aan in oranje tuniek en witte broek en speelt trefzeker haar virtuoze partij. De in wezen romantische solo wordt echter overstemd door luide, elektronische klanken die eveneens octotonisch op ons worden afgevuurd.

Op den duur gaat het almaar rondom ons cirkelende bombardement aan klanken zelfs irriteren: zonde van die mooie hoornpartij. Je krijgt bijna medelijden met Chapman, die zich echter kranig staande houdt. Na een sierlijke pirouette aan het slot trekt zij zich waardig terug in de coulissen.

Christine Chapman (c) Klaus Rudolph

Maar de aanstekelijke uitvoering van Orchester-Finalisten maakt de avond helemaal goed. Met hun toegewijde en verzorgde spel bewijzen de studenten niet alleen hun hoge kwaliteit, maar geven zij bovendien de sombermensen het nakijken die ageren tegen het Stockhausen-retrospectief.. Een geweldig initiatief dus van Koninklijk Conservatorium, Holland Festival en De Nationale Opera om Stockhausens in 2019 centraal te stellen. Door jonge mensen actief te betrekken bij de uitvoeringspraktijk blijft zijn erfgoed behouden voor de toekomst.

Zaterdag 24 juni storten de pianobroers Lucas en Arthur Jussen zich op Mantra. Ik kan niet wachten!

Holland Festival Proms, za 24 juni 19.30 uur Concertgebouw: Arthur & Lucas Jussen spelen Mantra van Stockhausen

Posted in music, review | Tagged , , , , , , | 2 Comments

Julia Wolfe: ‘Anthracite Fields is my emotional response to the coal mining history’

Even before I’ve asked one question, Julia Wolfe (1958) blazes away into an enthusiastic account of her multimedia oratorio Anthracite Fields. ‘It took me a year of research, reading, talking to people, visiting museums, going down into mining shafts and what have you. And I tell you, the visuals are a whole different level! Jeff Sugg did the same research and illuminates the story with these very slow, moving projections, incredibly powerful.’

In Anthracite Fields Wolfe zooms in on Pennsylvania coal mining life around the turn of the 20th century. She based her libretto on oral history, interviews, speeches, geographic descriptions, children’s rhymes and coal advertisements. She composed it for the Bang on a Can All Stars and the Mendelssohn Club of Philadelphia. They premiered it in 2014 to rave reviews; a year later it was awarded the Pulitzer Prize. On 2 July Anthracite Fields will have its Dutch première in the Dutch Choir Biennale, with Daniel Reuss conducting Bang on a Can, Cappella Amsterdam and Utrechtse Studenten Cantorij in Muziekgebouw aan ‘t IJ Amsterdam.

First ever commission from home state

It all started when conductor Alan Harler of the Mendelssohn Club asked Wolfe to write a new piece for them. ‘I was quite excited, for it was the first ever commission from my home state: I was born and raised in Montgomeryville Pennsylvania. The choir is based in Philadelphia, but the singers are from across the north-eastern part of the state. Some of them drive all the way down from the coal mining area around Scranton, not so far away from where I grew up. I decided to make our common heritage the subject of an evening long piece, similar to Steel Hammer about the legendary steel driving man John Henry.’

The commissioners gave Wolfe all the support she could wish for. ‘They even teamed me up with a guide to show me the region, Laurie McCants. She’s a theatre person who had made some pieces on subjects pertaining to the region, and had already conducted a lot of research herself. She happened to be a big Bang on a Can fan and we even had some friends in common. Each time I travelled down to Scranton from New York, she’d come and pick me up at the bus station and drive me around.’

Breaker Boys (c) Lewis Hine

Breaker Boys (c) Lewis Hine

Labour history

The idea to look into the life of coal miners came natural to Wolfe, who took classes in social sciences while at college. ‘I’ve always been interested in labour history, and Steel Hammer was the first work of this kind. It was based on the John Henry ballad about a man who dug a tunnel for the railroad but was outdone by a machine. That piece is more mythical, Anthracite Fields is purely based on facts, it’s a form of poetic history. It’s a kind of study and an emotional response to the anthracite coal mining industry in Pennsylvania.’

Wolfe grew up near, not in the coal mining area, which had a mysterious appeal to her as a child. ‘My grandmother was from Scranton, her parents ran a grocery store there. She moved to Philadelphia as soon as she got a chance, from where my parents later moved to Montgomeryville. I spent most of my childhood on a dust road, surrounded by woods. We would regularly drive out to go to concerts or have dinner in a restaurant. Once you got to the 309 you could either turn left to Scranton or right to Philadelphia. We mostly took the right road. I knew the Pocono Mountains were up left, but my parents never explored into that direction.’

Blacker than pitch

During her research Wolfe visited the Pennsylvania Anthracite Heritage Museum in McDade Park in Scranton: ‘It was amazing! You wind down country roads and then find this tiny little museum in the middle of nowhere. It depicts everything about the industry and what the life was there. Three fantastic historians walked me around, explaining, showing slices of earth, photographs, geographical diagrams and other exhibits. Jeff Sugg went there as well. At first he thought he might not use any photographs, because it would be too direct. But they are so beautiful that he wound up incorporating them, along with maps of the region, advertisements and all kinds of other things. His visuals are stunning.’

Wolfe also descended into several mine shafts: ‘Retired miners take you all the way down to the lower part of the earth in this little cart-train-thing, following the original track they formerly used themselves. Once you get to the bottom the guys will walk you through different tunnels and passageways. For them it used to be their daily life, not a fun thing of course, but it’s very beautiful. The walls are shiny, there are these little medical aid stations in case something happened and they have something setup so you can see the scale and how far in they worked. The shafts are lit, but at one place they turn off the lights to make you experience how dark it gets. It’s pitch black! Darker than anything I know, even being in the country when there’s no city lights or anything.’

Anthracite Fields 4

Image from Anthracite Fields

Eerie whistling

Finding herself in these under-earthly surroundings, sounds and ideas inevitably popped into her mind. ‘When you’re hunting and gathering, you become hyper aware. Some things wound up in the piece as a response to what I saw visually, others are sounds that actually belong to that place. Different gasses escaping, an alarm going off that set everybody hurrying out of the mines. There were all kinds of dangers, and my music reflects on the experience of the workers.’

At several moments in Anthracite Fields we hear eerie whistling. Wolfe: ‘That’s a poetic response. I imagined a sort of cavernous sound, caused by the wind. In Steel Hammer there’s also some whistling, but there it’s a fragment of a tune. Here it’s odd, because the singers have to make harmonies out of it. They are used to finding the pitches singing, but getting the right pitch whistling is a bit more of a challenge. And these are not regular harmonies, but rather more unusual, dissonant ones. This was a new thing for me, I’d never written that kind of sound before.’

Aural memorial list

The whistling occurs for the first time in ‘Foundation’. While Bang on a Can create an inferno of heavy pounding and drilling, the chorus recites names. ‘I came across this Pennsylvania index of mining accidents. Pages and pages of names – of people who didn’t necessarily die, but were definitely injured. I decided to make an aural equivalent of the many powerful visual memorial lists I’ve seen. But there were so many names! So first I just took the one-syllable ones like John and Frank, but there were still too many, so I focussed on the Johns and also got rid of the two-syllable last names. Sung in hoquet: John Ash, John Ayres, John Cain you get a very strong, rhythmic chant. Towards the end I also use some more colourful names, like Sylvester Sokoski, Lino Tarinella, Premo Tonetti; many of the miners were immigrants.’

Setting their names was a demanding affair. Wolfe: ‘The names belong to people who were someone’s grandfather, father, brother or uncle. It’s important the choir should be aware of this, without over-emotionalizing. The interesting thing is, in every city in the States where we’ve performed Anthracite Fields people are responding. We had a performance in Los Angeles and I was like: there’s no coal mining out there. But afterwards someone came up to me and said: my grandfather is on the list! That was chilling. I asked what’s his name? And she said John Coyne – an unusual spelling indeed. These are such incredible moments, to actually meet the live people. For us it’s music, for them it’s family history!’

2 July, Muziekgebouw aan ‘t IJ Amsterdam 3 pm
Julia Wolfe: Anthracite Fields
Info and tickets

 

Posted in music, news, women composers | Tagged , , , , , , , | Leave a comment

Octavia.Trepanation #HF17: political opera remains problematic

The opening scene of Octavia. Trepanation is breathtaking. A Chinese terracotta army is positioned on either side of Lenin’s laurelled head. – The fighters are headless. Lenin’s brain will serve all, seems to be the suggestion. Associations with the image of Che Guevara in the opera Reconstruction pop into my head. But while the (anti-American) message of that 1969 production was brought across chyrstal clear, director Boris Joechananov and composer Dmitri Kourliandski only sow confusion. Political opera, it remains problematic

Red light, no red thread

On paper, this new production of the Holland Festival promised to shed an interesting light on the mechanisms of tyranny. Joechananov and Kourliandski bring together three historic rulers. The Chinese emperor who wants his soldiers to be buried along with him, the Roman ruler Nero destroying his own city, the Russian revolutionary Lenin who appears to be just as tyrannical as the tsar. The stage often bathes in blood-red light, as does Lenin’s opened skull. However, a ‘red’ thread in the story cannot be discovered.

Yet the opera sets out so well. The headless terracotta fighters sing sustained vocals, while Lenin’s skull is being lifted by means of a laser beam. Soon however things take a wrong turn. In Lenin’s brain the Roman philosopher Seneca appears. Baritone Alexei Kochanov has audible trouble with his uncomfortable part, switching between his low and falsetto registers. He recites his lines unaffected, against a background of vocalized chords and darkly-circulating electronic sounds. Why his voice – and the ones of the other soloists – should be amplified is a mystery. It sounds distant and unnatural.

No interaction or development

None of the characters gets the opportunity to develop in any way, nor is there any interaction between them. Instead of focusing on our (all too) human actions, Octavia.Trepanation merely offers a concatenation of texts as dry as dust. Therefore it’s impossible to identify with any of the characters. Also, the supposed relationship between all those static people on stage remains completely unclear. Why does Trotsky pop up in a setting with Nero and Seneca? What does Buddha do in Lenin’s head? No idea.

Endless inertia

In his own words, while composing Kourliandski ‘lifted the skull’ from the revolutionary, originally Polish song Varshavyanka from the nineteenth century. A favourite of Lenin’s we are told. Kourliandski stretched its melody a hundred times, but to what aim? Half an hour of slowly traversing, (sometimes dissonant) sounds does not make for exciting or engaging music. The constant shifting between long-standing tones in falsetto and faster phrases in the chest voice becomes annoying. As do the seagull-like shrieks of a women’s choir that suddenly appears in Lenin’s skull. Also the soundscape of continuous ominous droning electronics is too uniform to hold our attention.

Nazi-like legionnaires

The only moment we are (slightly) moved is when the spirit of Agrippina (the mezzosoprano Arina Zvereva) appears. Haltingly, almost whispering, she bewails the murderous nature of her son Nero. Choir and electronics create a sustained tension with softly murmuring sounds. A comic element are the four legionnaires, who look a bit like firemen in their red plastic suits and helmets. With resolute, sometimes Nazi-like gestures, they keep hustling about the terracotta army and the rest of the people.

Also the three centaur skeletons pulling a cart that serves both as Agrippina’s bier and Seneca’s bath evoke a little smile.

Yet these few more flippant elements cannot save this totally undramatic opera.

Heard Thursday 15 June, Muziekgebouw aan ‘t IJ Amsterdam, by Stanislavsky Electrotheatre., repeated there 16 June
Posted in music, news, review | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Holland Festival brengt verzengende Salome #HF17

Herodes heeft zijn kreet ‘Dood deze vrouw!’ nog niet geslaakt of zijn soldaten heffen Salome ruw op hun schouders en smijten haar in de hel. – De in een ruïne veranderde sjieke salon die via een doorkijkluik bijna de gehele opera zichtbaar was. Salome’s in bloed gedrenkte jurk lijkt even op te vlammen, maar dan valt – pats! – het doek. Met dit krachtige beeld besluit regisseur Ivo van Hove een meeslepende enscenering van de opera van Richard Strauss.

Parel in rijk getooide kroon

Deze productie van Salome is een nieuwe parel in de toch al rijk getooide kroon van De Nationale Opera. Ivo van Hove vertelt het verhaal namelijk zonder ons krampachtig een eigen ‘visie’ op te dringen. Het sobere, maar vindingrijke toneelbeeld van zijn vaste vormgever Jan Versweyveld vormt een treffend contrapunt met de hyperemotionele lading van zowel libretto als muziek. Een simpele maan verbeeldt de heftige gemoedstoestanden van de moreel losgeslagen personages op het toneel.

Omineus wassend overschaduwt zij de in een zwart achterdoek uitgespaarde salon met canapés en palmen. Traag van links naar rechts glijdend kleurt zij rood als Salome Jochanaän tracht te verleiden, om dan weer te verbleken.

Na Salome’s fatale sluierdans wordt de habitat van Herodes en Herodias zelfs geheel aan ons oog onttrokken door een frontaal op ons afstormende maansverduistering. Het beklemmende beeld roept associaties op met de apocalyptische, alles verwoestende planeet uit de film Melancholia van Lars von Trier.

Niemand is onschuldig

Niemand is onschuldig. De jonge Salome (Malin Byström) beklaagt zich over de wellustige blikken van haar stiefvader Herodes (Lance Ryan), maar belaagt zelf Jochanaän (Evgeny Nikitin). Herodes geilt op zijn stiefdochter, maar wil het leven van Jochanaän sparen als zij om diens hoofd vraagt. – Niet uit respect voor de profeet, maar uit angst voor het onheil dat zijn executie teweeg zal brengen. Zijn vrouw Herodias hitst hem daarentegen op, uit welbegrepen eigenbelang: ze kan Jochanaäns aantijgingen niet langer verdragen.

Het schitterende toneelbeeld vindt zijn gelijke in de voorbeeldige uitvoering. Daniele Gatti voert het Koninklijk Concertgebouworkest trefzeker door de kolkende partituur. Nu eens subtiel en verleidelijk (Salome als nog onschuldige tiener), dan weer onderhuids dreigend (onheilsboodschappen Jochanaän), woest en oorverdovend kakofonisch (Salome eist diens hoofd) of met ingehouden suspense (in afwachting van de executie).

Ruim baan voor zangers

Gatti geeft de zangers alle ruimte om hun vaak bijna atonale melodieën gestalte te geven. Dat zij desondanks soms overstemd worden, ligt niet aan hem maar aan Richard Strauss. In zijn streven alle woekerende emoties muzikaal te verklanken, schiet de componist soms een beetje door. Maar over het algemeen is zijn Wagneriaanse partituur een lust voor het oor.

Mede dankzij de vele leidmotieven. Neem alleen al de wufte, ‘oosterse’ melodie die Salome introduceert, of de donkere celli en hoorns die Jochanaän kenmerken. Wonderschoon ook zijn de klanknabootsingen. Bijvoorbeeld de windvlaag die door het orkest ‘waait’ als Herodes ‘machtige vleugels’ meent te horen. Gatti en zijn musici maken elke nuance hoorbaar.

Opgestuwd door het dienstbare orkest komen ook de zangers tot grootse prestaties. Voorop de Zweedse sopraan Malin Byström, die excelleert als Salome. Ondanks haar ranke gestalte en  meisjesachtige uitstraling heeft zij een dijk van een stem. Moeiteloos en loepzuiver zingt zij haar zware partij, die van laag naar hoog schiet in ongemakkelijke toonafstanden.

Ondertussen weet zij feilloos het narcistische, recalcitrante en egoïstische karakter van haar puberpersonage te treffen. Weliswaar is haar sensuele sluierdans niet altijd even soepel, maar bij vlagen heeft zij de allure van een Barbara Hannigan. Zeker wanneer zij haar perverse lusten botviert op het bebloede lijk van Jochanaän.

Poetin lookalike

De Canadese tenor Lance Ryan is als acteur onovertroffen. Hij is een ware Poetin lookalike, die gladjes zijn lustgevoelens voor Salome bagatelliseert, bruut zijn vrouw Herodias afbekt en verstoord over het lijk van Narraboth struikelt. ‘Ik heb geen opdracht gegeven hem te doden, weg ermee!’ Jammer dat zijn fraaie tenor iets te weinig kracht heeft om weerstand te bieden aan het orkestgeweld.

De Duitse mezzosopraan Doris Soffel heeft een sterkere, maar ietwat schelle stem en schiet qua inleving enigszins te kort. Als een verloren Tante Sidonia doolt ze over het podium, zich schijnbaar afvragend wat ze daar eigenlijk doet. De Rus Evgeny Nikitin heeft weliswaar een sonore bariton, maar weet zijn personage evenmin vlees op de botten te geven. À propos vlees: met zijn getatoeëerde lijf en grijze staartje ziet hij eruit als Henk Schiffmacher. Dat levert potsierlijke momenten op als Salome zijn lelieblanke lijf en ravenzwarte haar bezingt.

De kleinere rollen zijn goed bezet. Peter Sonn is een overtuigende Narraboth, Hanna Hipp zijn dito page. De vijf joden (Dietmar Kerschbaum, Marcel Reijans, Mark Omvlee, Marcel Beekman en Alexander Vasiliev) zorgen voor een komische noot met hun gekibbel over geloofszaken.

Sowieso valt er in deze in wezen loodzware opera toch vaker wat te lachen. De inventieve enscenering en personenregie van Ivo van Hove en zijn team kunnen niet genoeg geprezen worden. Gaat dat zien, gaat dat horen!

Gehoord: dinsdag 12 juni. Salome is nog te zien t/m 5 juli. Kaarten en info hier. 
Posted in music, news, review | Tagged , , , , , , , , | Leave a comment

‘Tiefes Rot‘ von Petra Stump-Linshalm in CityProms: Die Bassklarinette erzählt

Friesland, die Provinz im Nordwesten Hollands ist heiß. Kaum hat das Oranjewoud Festival aufgehört folgt schon ein zweites Festival für klassische Musik: CityProms. Vom 23. bis 25. Juni ist die Hauptstadt Leeuwarden Zentrum vieler Veranstaltungen. Diese sollen sowohl Liebhaber klassischer Musik bezaubern als auch diejenigen die damit unbekannt sind. Die Organisation will zeigen dass Musik ‘nicht nur eine ästhetische, sondern auch eine soziale Funktion hat’.

Niedrige Röhren

So gibt es Workshops über Musik und Demenz und Interaktive Konzerte für Menschen mit Behinderungen. Man kann selbst Instrumente bauen aus Abfälle, und auch Schüler werden nicht vergessen. In einem frei zugänglichen Workshop am Samstag 24. Juni behandeln die niederländische Bassklarinettistin Fie Schouten und der italienische Baritonsaxophonist Giuseppe Doronzo Probleme denen man begegnen kann beim Spielen auf ‘lage rieten’ (tiefe Rohrblätter).

Später am Samstag klingt im Gerechtshof  (Gerichtshof) die Uraufführung von Tiefes Rot, ein Werk für Bassklarinette und Klarinettenchor. Es wurde speziell für Schouten und den Klarinettenchor Capriccio komponiert von Schoutens österreichische Kollegin Petra Stump-Linshalm.

Schouten freut sich sehr über dieses neue Werk: ‘Petra ist eine gute Freundin und hoch angesehene Kollegin. Sie war eine meiner Gäste beim Bass Clarinet Festival 2016, wo sie zusammentraf mit dem Capriccio Clarinet Orchestra von John de Beer. Tiefes Rot ist ein besonderes Stück mit – selbstverständlich – eine brillante Rolle für die Bassklarinette.

Wind und Blumenwiese

Selbst schreibt Petra Stump-Linshalm zu Tiefes Rot:

“Am Anfang nur Luft, es erinnert mich ein bisschen an das Rauschen im Ohr oder Körper wenn man ganz ruhig und die Umgebung ganz leise ist, oder wenn man im Wald ist und der Wind geht nur sehr zaghaft. Quasi aus dieser Stille taucht dann friedlich die Bassklarinette auf, stellt sich vor und entwickelt etwas Klang mit dem Chor und lädt zu einem Spaziergang ein.

Nach der Einleitung kommen Vierteltoncluster im Chor – das soll auch alles sehr leise und zart sein, wie eine Blumenwiese im Sommer – es ist eine Klangfläche, aber wenn man genau hinhört, kann man auch ganz unterschiedliche Höreindrücke wahrnehmen – wie eine Wiese, die im Großen und Ganzen nur grün erscheint, aber doch ganz verschiedene bunte Pflanzen in sich birgt. Die Bassklarinette „freut” sich über diese Vielfalt und zeigt das in ihrer Linie in vollem Umfang, von tief bis hoch, virtuos aber auch klanglich ausbreitend.

Dann kommt ein kleiner wilder Bach und fließt allmählich in einen größeren Fluss. Hier darf nun wirklich alles virtuos und klangvoll sein. Sehr laut, aber behält doch immer einen warmen Klang. Zum Ende fließt der Fluss in einen See und wird wieder ein ganz ruhiges, klares Wasser. Die Stille und der Frieden vom Anfang kommt zurück. Die Bassklarinette ist so etwas wie ein Erzähler der Geschichte – der Chor ist das Bild dazu…”

Das Festival will so viel wie möglich Menschen miteinbeziehen. Darum ist (fast) alles frei zugänglich, unter dem Motto von Friedrich Nietzsche: “Ohne Musik wäre das Leben ein Irrtum.”

CityProms, Leeuwarden, 23-25 Juni, Infos und Karten: www.cityproms.nl
Tiefes Rot wird nochmal gespielt am Samstag 8. Juli im Capriccio Clarinet Festival in Martinikerk Groningen. Infos und Karten

Hier ist ein Fragment der Uraufführung:

 

Posted in music, news | Tagged , , , , , , , | Leave a comment

Holland Festival blameert zich met non-informatie in Weeshuis van de muziek #HF17

Het Weeshuis van de Nederlandse muziek presenteert maandelijks ‘vergeten Nederlandse meesterwerken’ in het Amsterdamse podium Splendor. ‘Om de finesses te ontdekken’ worden deze twee keer uitgevoerd, onderbroken door ‘een korte toelichting of een interview met bijzondere tafelgasten’. Op papier een gouden formule. Terecht adopteerde het Holland Festival daarom drie afleveringen. Met de muziek zat het tijdens het openingsconcert op donderdag 8 juni wel snor, maar het gesprek bleek een miskleun.

Componistenactie of Notenkrakersactie?

De door tafelgast Wim Laman opgediste weetjes over Omtrent een componistenactie van Misha Mengelberg (1966) raakten kant noch wal. Mengelberg ventte in dit geestige stuk zijn frustratie over het feit dat componeren in Nederland ‘een geld, zenuwen en nachtrust rovende hobby’ was. Hij wilde meer overheidssteun voor componisten bewerkstelligen.

Laman repte echter van een protest tegen ‘de behoudende programmering van Nederlandse orkesten’. Hij had overduidelijk de Notenkrakersactie in gedachten, die pas drie jaar later plaatsvond. Tafelheer David Dramm corrigeerde hem niet, waardoor het (kenners)publiek in verwarring werd gebracht. ‘Wikipedia’ fluisterde iemand naast me.

David Dramm + Wim Laman met parituurpagina Omtrent een componistenactie (foto Esther Gottschalk)

Ernst gereduceerd tot grap

De tweede uitvoering was dan ook alles behalve een verdiepende ervaring. Dat de musici met dik gevulde ordners gooien, opgewonden door elkaar schreeuwen, elkaar met opgeheven vinger toe-toeteren, de gekste fluitjes en rammelaars hanteren en allerhande dierengeluiden produceren, werd gereduceerd tot een onschuldige vorm van ‘ontregeling’. Zo ging Mengelbergs boodschap compleet verloren, want de uitgesproken frasen zijn geïnspireerd op het wollige taalgebruik van ambtenaren.

Samen met Peter Schat en Rob du Bois ijverde Mengelberg al vanaf 1964 voor de oprichting van een Fonds voor de Scheppende Toonkunst. Omtrent een componistenactie is een parodistisch verslag van de taaie obstructie die zij hierbij ondervonden. De titel verwijst naar  een enquete die het actiecomité in januari 1965 aan componisten stuurde om hun actiebereidheid te polsen. – Mengelberg schreef trouwens niet alleen de muziek, maar maakte er ook kleurrijke collages bij.

Potsierlijk gekrakeel

Achter de musici zagen we kleurrijke, wonderlijke beesten en (lastig te ontcijferen) citaten in tekstballonnetjes. Bijvoorbeeld: ‘Het investeren in krompolitie moet voor de overheid een voordelige zaak zijn.’ In een landschap vol pinguïns hangen drie sokken aan een waslijn. Zegt de eerste: ‘Leuk, die actie.’ De tweede: ‘Erg leuk.’ De derde: ‘Bijzonder leuk.’

Platenhoes met de collages van Misha Mengelberg

Mengelberg componeerde Omtrent een componistenactie voor het Danzi Kwintet, dat in 1966 de wereldpremière verzorgde in het Holland Festival. (Een opname hiervan zond ik onlangs nog uit in Panorama de Leeuw op de Concertzender.)

Toen het Fonds voor de Scheppende Toonkunst in 1982 dan eindelijk een feit was, werd het stuk opnieuw uitgevoerd tijdens een feestelijke bijeenkomst op 28 april in de Ysbreker.

Ruim vier decennia na zijn ontstaan is het nog altijd fris, mede vanwege het kennelijke speelplezier van de musici. Petje af voor Jeannette Landré (fluit), Dorine Schoon (hobo), Jesse Faber (klarinet), Marieke Stordiau (fagot) en Laurens Otto (hoorn). Dankzij hen werd de potsierlijkheid van het ambtelijke gekrakeel toch enigszins invoelbaar.

‘Piepknor’ blijft fier overiend

Al even overtuigend klonk Serie per sei strumenti (1960) van Mengelbergs leeftijdgenoot en kompaan Jan van Vlijmen. Dit sextet bevat in plaats van een hoorn een trompet (Bas Duister) en wordt gecompleteerd door een piano (Pauline Post). Anders dan Mengelberg was van Vlijmen een overtuigd modernist. Zijn stuk is geordend volgens seriële principes, waarbij de toonhoogte wordt bepaald door een twaalftoonsreeks.

In het eerste deel kaatsen de musici elkaar korte frasen toe, die als objecten in de ruimte geplaatst worden. Hun lijnen zijn melodischer in het tweede deel, waarin zij ook solistisch naar voren treden. Dit soort muziek wordt vaak misprijzend ‘piep-knor’ genoemd, maar dat doet van Vlijmens stuk tekort. Ondanks de strenge compositiemethode heeft het een speels karakter, het blijft ook anno 2017 fier overeind.

De avond werd geopend en afgesloten met Reisefieber van Willem Breuker, de ‘tune’ van Weeshuis van de Nederlandse muziek. Muzikaal stond de avond als een huis, maar door de non-informatie tijdens het gesprek ging ik toch met een katterig gevoel naar huis. Een blamage voor het Holland Festival. Volgende week klinkt muziek van Hendrik, Jurriaan en Louis Andriessen. – Aangezien Louis zelf als gast aanschuift, zit het dan met de informatieoverdracht vast wel snor.

Info en kaarten: Weeshuis van het Holland Festival
VPRO Vrije Geluiden maakte opnames, die werden uitgezonden op zaterdag 10 juni en zijn terug te luisteren via  Radio 4 )
Lees alles over de weg naar de oprichting van het Fonds voor de Scheppende Toonkunst  in ‘Reinbert de Leeuw, mens of melodie’
Posted in music, news, review | Tagged , , , , , , | 3 Comments

AVROTROS Vrijdagconcert: menselijke en hemelse extase

Traditioneel zet het AVROTROS Vrijdagconcert een feestelijke punt achter het seizoen met een gezamenlijk concert van het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor. Op 9 juni voert de Amerikaanse sterdirigent David Robertson hen tijdens het slotconcert door het meeslepende ballet Daphnis et Chloé van Maurice Ravel. Daarnaast klinken het orkestwerk L’Ascension van diens landgenoot Olivier Messiaen en een selectie uit de Vespers van Rachmaninov.

Extatische liefde

Ravel componeerde Daphnis et Chloé in 1909 voor de Ballets Russes. Dit dansgezelschap van de Russische impresario Sergej Diaghilev maakte begin twintigste eeuw furore in Parijs. Hij had had een goede neus voor jong talent en initieerde talloze avontuurlijke, vaak baanbrekende composities en choreografieën. Deze gingen niet zelden gepaard  met een vleugje schandaal. – Maar de Parijzenaren smulden ervan.

Voor het ballet Daphnis et Chloé bracht Diaghilev de choreograaf Michel Fokine samen met de componist Ravel. Het is geïnspireerd op een verhaal uit de Griekse mythologie over de liefde tussen de geitenhoeder Daphnis en de schaapsherderin Chloé. Wanneer Chloé door een groep piraten wordt ontvoerd, schiet de god Pan het ontroostbare liefdespaar te hulp. Na een extatische liefdesdans vallen de twee geliefden elkaar gelukzalig in de armen.

Climax voor koor en orkest

Fokine ontwikkelde een nieuwe balletvorm, met gestileerde lichaamsbewegingen die hij baseerde op de hoekig-statische afbeeldingen op oud-Griekse vazen. Tegelijkertijd zette Ravel met zijn verfijnde klankgevoel een nieuwe norm voor instrumentatiekunst. Hij liet zich inspireren door zijn dromen over ‘de antieke wereld zoals die is afgebeeld op achttiende-eeuwse schilderijen’.

Ravel schreef Daphnis et Chloé voor groot koor en orkest en de muziek zit vol wufte krullerigheid en gefilterd zonlicht. Voor de dansers was dat niet altijd makkelijk, want de muziek blinkt uit in ritmische onregelmatigheden en ongewone maatsoorten. Om een voor hen lastige vijfkwartsmaat onder de knie te krijgen, scandeerden de dansers steeds opnieuw: ‘Ser-ge-Dja-ghi-lev, Ser-ge-Dja-ghi-lev’.

Daphnis et Chloé wordt meestal uitgevoerd in de twee orkestsuites die Ravel er later uit destilleerde. Maar tijdens dit concert klinkt de oorspronkelijke versie, met een van de allermooiste climaxen die ooit voor koor en orkest zijn geschreven.

Hemelse extase

Een heel ander soort extase ademen de twee stukken voor de pauze, beide gerelateerd aan christelijke feestdagen. Weliswaar zijn die net achter de rug, maar de muziek is er niet minder mooi om.

Sergej Rachmaninov schreef zijn Vespers in 1915, ter gelegenheid van de nachtwake voor Pasen. Hierin roept een onbegeleid koor de zegen af van God. Het is gebaseerd op het Russisch-orthodoxe kerkgezang en is met zijn kenmerkende lage bassen een van de meest geliefde werken van Rachmaninov.

De diepgelovige Olivier Messiaen bezingt een vorm van hemelse extase in L’Ascension  (Hemelvaart) voor symfonieorkest. Elk van de vier delen van deze ‘meditaties voor orkest’ belicht een ander aspect van ons verlangen naar eenwording met God. Dat wordt bijna tastbaar in het etherische tweede deel: ‘Serene halleluja’s van een ziel die zoekt naar het hemelse.’

Messiaen componeerde L’Ascension in 1933. Het geldt als een van zijn belangrijkste vroege orkestwerken, ook al werd het bekender in de versie voor orgel die hij er later van maakte. Dat het Radio Filharmonisch Orkest dit bijzondere stuk nu uitvoert onder leiding van modernemuziekspecialist David Robertson is iets om naar uit te zien.

Het concert is live te beluisteren op Radio 4. Ik maakte hiervoor een radio-essay over L’Ascension. Dit is terug te luisteren via deze link.

vrijdag 9 juni 2017 – 20u15
TivoliVredenburg, Utrecht – Grote Zaal
Radio Filharmonisch Orkest + Groot Omroepkoor
David Robertson, dirigent
Martina Batič, koordirigent
Info en kaarten 
Posted in music, news | Tagged , , , , , , , | Leave a comment

Karlheinz Stockhausen – ‘de man van Sirius’ – vaart ten hemel met Pinksteren

Vorig jaar barstte een kleine rel los toen het Holland Festival bekendmaakte in 2019 een grootschalig project op te tuigen rond de opera Licht van Karlheinz Stockhausen. Modernemuziekhaters schreeuwden moord en brand, want wie zit er nou te wachten op de akelige piepknor van de Duitse notensmid? Toch ontstond er meteen een run op de kaarten. Ook na zijn dood in 2007 blijft de naar eigen zeggen van Sirius afkomstige componist de gemoederen bewegen. Maandag 5 juni speelt Insomnio zijn ‘Michaels Reise um die Erde’ op het – gratis toegankelijke – festival Culturele zondagen in Utrecht.

Het idee voor Licht ontstond in 1977, toen Stockhausen in Kioto was. Terwijl hij zat te componeren hoorde hij het gezang van monniken uit een naburige tempel. Plotseling realiseerde hij zich dat alle muzieken van de wereld verwant zijn. Westerse, Arabische, Indiase en Aziatische muziek verschillen enkel in detail van elkaar en zijn daarom in wezen dialecten van een en dezelfde muziektaal.

Licht = goddelijkheid

Stockhausen krijgt ter plekke de ingeving een grootschalig werk te schrijven rond het thema licht. Hij besluit in vijfentwintig jaar tijd zeven avondvullende opera’s te componeren, voor elke dag van de week één. Als eerste schrijft hij Donnerstag, in 2003 is zijn cyclus voltooid. – Hij heeft er dan inderdaad (ruim) een kwart eeuw aan gewerkt.

Licht is voor Stockhausen een metafoor voor goddelijkheid. In zijn opera Licht wil hij  een kosmisch wereldtheater creëren, waarin hij zijn levenslange overtuiging uitdraagt dat muziek en religie één zijn, gekoppeld aan de visie dat de mensheid in wezen muzikaal is. Dit wereldtheater speelt zich niet alleen af op de aarde, maar ook in de werelden daarbuiten. Het omvat het lot van de mensheid, de aarde en de kosmos, in overeenstemming of confrontatie met de spirituele wezens Michael, Lucifer en Eva.

Michael is de ‘Scheppende engel van ons universum’ en vertegenwoordigt de progressieve krachten van de ontwikkeling. Lucifer is zijn rebellerende tegenstrever en Eva werkt aan een vernieuwing van de ‘genetische kwaliteit’. Door de wedergeboorte van de mensheid zal deze daarna een muzikaler karakter hebben. Michael, Lucifer en Eva hebben elk drie vormen: als zanger (tenor, bas, sopraan), als instrument (trompet, trombone, bassethoorn) en als lichaam (dansers).

Elke dag heeft eigen betekenis

Stockhausen onderzoekt de betekenis van de zeven dagen van de week in verschillende culturen en esoterische tradities en ontwerpt een algeheel plan voor de opzet van Licht. Maandag is de dag van Eva; op dinsdag gaan Michael en Lucifer een confrontatie aan, op woensdag werken de drie wezens samen; donderdag is de dag van Michael; op vrijdag vindt de verzoeking van Eva door Lucifer plaats; zaterdag is de dag van Lucifer en zondag de dag van de mystieke eenwording tussen Michael en Eva.

De componist bedenkt zelf het plot, het libretto (enkele uitzonderingen daargelaten) en de enscenering. Elke dag is bovendien gekoppeld aan bepaalde kleuren, symbolen, planten, dieren, zintuigen en elementen. Waar Wagner met zijn Ring een Gesamtkunstwerk nastreefde, gaat Stockhausen in Licht nog een stapje verder: alle muzikale en theatrale bouwstenen worden opgevat als één geheel– van gezang, instrumentale muziek, elektronische klanken, beweging, kostuums tot aan de belichting toe.

aartsengel Michael, schilderij van Guido Reni (fotocredit Wikipedia)

Stockhausen baseert zijn hele, zevendelige cyclus op de zogenoemde superformule, die drie individuele formules herbergt – Michael heeft een dertientonige; Eva een twaalftonige en Lucifer een elftonige. Deze formule bepaalt het ritmisch, melodisch, dynamisch en timbraal verloop van de opera’s, niet alleen muzikaal, maar ook scenisch. Om zoveel mogelijk klankkleuren te realiseren koppelt Stockhausen de verschillende instrumenten vaak aan elektronica.

Michael/Stockhausen als scheppende kracht

‘Michaels Reise um die Erde’ is het tweede bedrijf uit Donnerstag aus Licht. Deze is gewijd aan Michael, die de scheppende kracht vertegenwoordigt. De aartsengel neemt een menselijke gestalte aan om te ontdekken hoe het voelt een mens te zijn. In het voorafgaande bedrijf is Michaels jeugd beschreven, die verrassende overeenkomsten vertoont met Stockhausens eigen leven.

Michael is de zoon van arme ouders en krijgt de liefde voor muziek en kunst mee van zijn moeder (Eva). Na een zenuwinzinking wordt zij opgesloten in een krankzinnigengesticht, waar zij door een arts wordt gedood. Zijn vader (Lucifer) is een schoolmeester die Michael leert bidden en jagen, hij sneuvelt aan het front. Michael wordt verliefd op Maan-Eva, half mens half vogel, een van de verschijningsvormen van Eva. Aan het eind van deze akte doet Michael drie examens, als zanger, als trompettist en als danser. Vanwege zijn enorme talent wordt hij met triomfgeschal toegelaten tot het conservatorium.

Verkapt trompetconcert

Dan begint het tweede bedrijf, eigenlijk een verkapt trompetconcert. Michael maakt met zijn instrument een muzikale reis om de aarde, alvorens hij in de laatste akte terugkeert naar de hemel. Hij speelt in een roterende bol onder een sterrenhemel. Onderweg doet hij zeven ‘stations’ aan, die elk de klanksfeer van de bezochte plaats reflecteren: Duitsland, New York, Japan, Bali, India, Centraal-Afrika en Jeruzalem. Michael converseert/concerteert met de overige instrumentalisten aan de voet van de globe, zij representeren de wereld.

De trompettist is behangen met allerhande dempers en elektronica, zodat hij een indrukwekkend scala aan klankkleuren kan produceren. Zijn muzikale formule begint met relatief eenvoudige, signaalachtige motieven, tegen een fond van diffuse klanken van het ensemble. Zijn partij wordt steeds kleurrijker, virtuozer en extravaganter, tot zij in schijnbaar onsamenhangende fragmenten uiteenspat.

‘Kruisiging en hemelvaart’

Aangekomen bij het zesde station (Centraal Afrika) hoort hij in de verte een bassethoorn (het instrument van Eva en Maan-Eva). Michael draagt de wereld op in omgekeerde richting te gaan draaien en bereikt het zevende en laatste station (Jeruzalem), waar hij een ‘gesprek’ voert met een contrabas. Dan verschijnt Maan-Eva en hun beider muzikale formules verstrengelen zich in elkaar, tot ze elk de formule van de ander spelen.

Twee clowneske klarinettisten ‘kruisigen’ Michael, samen met de lage koperblazers, waarna een ‘hemelvaart’ begint. De klanken van de trompet en de bassethoorn cirkelen rond elkaar tot ze eindigen in een gezamenlijke triller. Ze versmelten met elkaar in een unisono gespeelde G, die wegsterft in oneindigheid.

Culturele zondagen 5 juni, diverse locaties in Utrecht: Info en kaarten

Posted in music, news | Tagged , , , , | Leave a comment

Oranjewoud Festival: klassieke muziek met koninklijke allure

Sinds 2012 organiseert Yoram Ish-Hurwitz elke zomer het Oranjewoudfestival in Friesland. De even ondernemende als avontuurlijke pianist maakt daarbij de natuur tot onlosmakelijk onderdeel van de muzikale beleving. Van woensdag 1 tot en met maandag 5 juni verrast hij zijn publiek opnieuw met concerten op bijzondere locaties. Verspreid over het gebied spelen ruim 120 Nederlandse en internationale topmusici de mooiste muziek in een kleinschalige, intieme setting.

Koninklijke allure

Zelfs als je geen liefhebber bent van klassieke muziek is het de moeite waard naar Friesland af te reizen. Alleen al de plek zelf heeft sprookjesallure. Oranjewoud dankt zijn naam aan Albertine Agnes van Nassau, prinses van Oranje. Zij bouwde in de 17e eeuw een buitenverblijf in het bosrijke gebied bij Heerenveen. Hoewel het landgoed in de loop der tijden geregeld van eigenaar en bebouwing wisselde, bleef de band met de Oranjes. Ook Beatrix en Claus waren er geregeld te gast. Zo krijgt het festival een koninklijk randje.

Oranjewoud Festival – foto Ronald Knapp

Het sympathieke van het Oranjewoudfestival is bovendien zijn toegankelijkheid en laagdrempeligheid. Naast betaalde concerten zijn er gratis toegankelijke evenementen in de Proeftuin. Deze vormt het festivalhart, waar iedereen kan proeven van (h)eerlijke hapjes en allerlei soorten muziek. Er zijn korte optredens van de festivalmusici zodat je op een ongedwongen manier kennis kunt maken met zeer uiteenlopende muziekstijlen. Speciaal voor kinderen is er in ‘t Proevertje van alles te doen en te beleven.

Bespiegelen en zwieren

De Proeftuin biedt een fraai startpunt van waaruit je over het terrein kunt uitwaaieren. Bijvoorbeeld naar Museum Belvédère, waar geluidskunstenaar Hans van Koolwijk objecten tot leven wekt met geluid. Of het Rabobank Paviljoen, voor een sfeervol kaarslichtconcert van meesterpianist Enrico Pace. Een ritmische ontdekkingstocht door het bos met Tatiana Koleva is zeker ook aanlokkelijk. Evenmin te versmaden valt Waltzing in the Woods  op Landgoed Oranjewoud, waar de musici van LUDWIG in de bovenzaal feestelijke dansmuziek spelen en je uitnodigen om zelf mee te doen.

Voor de meer meditatief ingestelden is er het concert van AlexP in een koude-oorlogsbunker. Diep onder de grond stuurt hij vier virtuele vleugels aan in Simeon ten Holt’s bezwerende Canto Ostinato. Ook De zingende zonderling in de Ecokathedraal van ‘ecotect’ Louis Le Roy belooft een bijzondere ervaring te worden. Diens wonderlijke, door struikgewas overwoekerde bouwsels van afvalmateriaal worden gevuld met mysterieuze geluiden en stemmen.

Inslapen en ontwaken met muziek

Hoogtepunt van het festival is de Nacht van het Park, een nieuw programmaonderdeel. In een sprookjesachtig verlichte Overtuin klinkt een scala aan korte concerten, waaronder één in volslagen duisternis. Er is tevens een ‘Augmented Concert’ door violist Yannick Hiwat, met speciale effecten via een koptelefoon. De Nacht van het Park besluit in stijl met een Middernachtconcert door zangeres Nora Fischer, het Doelen Ensemble en Aart Strootman op de elektrische gitaar. Zij spelen death speaks van David Lang en Giudecca van Strootman.

Wie in Oranjewoud blijft overnachten krijgt voor het slapen gaan gratis een persoonlijke serenade van de festivalmusici. Vroege vogels laten zich maandagochtend om 5:00 uur wekken met een zonsopgangconcert van blokfluitiste Lucie Horsch en LUDWIG. Het festival wordt die middag afgesloten met een gratis picknickconcert door het Nederlands Blazers Ensemble. Je mag zelf bepalen welke stukken zij gaan spelen, uit een in overleg met Omrop Fryslân samengestelde top-25. – Je voelt je letterlijk de koning te rijk.

Oranjewoudfestival: 1 t/m 5 juni, Oranjewoud
Info en kaarten: https://www.oranjewoudfestival.nl/
Tijdens het festival verzorg ik drie inleidingen

Posted in music, news | Tagged , , , , , , , | 2 Comments

Vanachter de chador – vrouwelijke componist nog altijd veronachtzaamd

Surfend op het internet stuitte ik op een blog over de veronachtzaming van vrouwelijke componisten dat ik in 2009 schreef voor Radio 4. Helaas is de inhoud nog altijd actueel. Daarom vandaag een herplaatsing op mijn eigen blog.

Weblog: Vanachter de chador

Amsterdam, 22-9-2009 – Ik groeide op in Limburg, waar ik een nonnenschool voor meisjes bezocht – jongens hadden hun eigen patersschool. Dat belette ons niet volop te genieten van elkaars gezelschap en bovendien waren er uitwisselingen om onze culturele en geestelijke blik te verruimen. Zo bezocht ik een markt op de jongensschool die gewijd was aan de Missie in Arabische landen.

De prachtigste voorwerpen lagen uitgestald en mijn aandacht werd getrokken door een fraai geborduurde doek. Een behulpzame pater omschreef deze als ‘chador’ – ik mocht hem gerust even uitproberen. Ik had het gevaarte nog niet om of ik snakte naar adem: geheel ingeklemd in een zware lap stof kon ik alleen nog door een geborduurd traliehek naar buiten kijken. Ik was geschokt, zeker toen ik hoorde dat vrouwen dit martelwerktuig vrijwillig zouden dragen.

Mendelssohnfeest zonder Fanny

Dertig jaar later wil mijn geperoxideerde provinciegenoot een kopvoddentax invoeren om het dragen van dergelijke doeken uit te bannen. Dat hij daarmee ook de (weinige nog resterende) nonnen dupeert, laat hij gemakshalve buiten beschouwing. Maar c’est le moindre de mes soucis. Belangrijker is dat anno 2009 ook Nederlandse vrouwen nog altijd moeten opereren vanachter een chador, zeker in de muziekwereld.

In mijn vorige blog hekelde ik het feit dat het Festival Oude Muziek Felix Mendelssohn prominent op de lessenaars plaatste, maar verzuimde aandacht te schenken aan zijn zus Fanny. Terwijl zij toch grote invloed op zijn muziek uitoefende en schitterende stukken schreef. Ook het daarop volgende Mendelssohnweekend liet haar composities ongespeeld.

Nederlandse Mannendagen

Je zou verwachten dat de verhoudingen na drie feministische golven beter zouden zijn geworden, maar helaas. Al vaak kaartte ik het ontbreken van vrouwelijke componisten aan tijdens de jaarlijkse Nederlandse Muziekdagen, die ik sinds jaar en dag omschrijf als ‘Nederlandse Mannendagen’. Toen ik programmeur Micha Hamel vorig jaar complimenteerde omdat hij eindelijk ook componerende dames een stem gaf, reageerde hij zichtbaar geschrokken.

Voor de komende editie van 10 en 11 oktober heeft hij zich hersteld: van de elf geprogrammeerde stukken zijn er nul geschreven door een vrouw. Maar wie weet verbergt zich tussen de ‘tien jonge componisten’ die Ensemble Klang op zondagmiddag presenteert nog wel een enkele meid. Diezelfde dag wordt voor de elfde keer de Henriëtte Bosmansprijs uitgereikt – hoopvol is dat drie van de vijf genomineerde componisten dames zijn, want de prijs werd nog nooit door een vrouw gewonnen.

Ook tijdens het Tenso korenfestival komen de vrouwen er bekaaid af. Een snelle blik leert dat van de negenentwintig uitgevoerde stukken er vijfentwintig door mannen werden gecomponeerd. Er staan nog drie werken open tijdens het slotconcert van 18 oktober – zouden die nog wat vrouwelijke noten bieden?

Hokjesgeest

Er gloort meer hoop. Het Nederlands Kamerkoor presenteert de komende weken het programma ‘La voce femminile’. Onder leiding van de vermaarde Noorse dirigent Grete Pedersen klinken hierin werken van Hildegard von Bingen, Helena Tulve, Edith Canat de Chizy en Saskia Macris. Op zondag 27 september brengt Radio Monalisa in Theater de Cameleon in Amsterdam muziek van onder anderen Fanny Mendelssohn, Clara Schumann en Lili Boulanger. Stuk voor stuk componisten die naam en faam verwierven, maar wier composities desondanks slechts zelden worden uitgevoerd.

Toch is het maar zeer de vraag of dergelijke concerten bijdragen aan een vanzelfsprekende acceptatie van de vrouwelijke componist. Zij wordt immers gepresenteerd vanuit een veilig hok. De componerende vrouw geldt anno 2009 nog altijd als een rariteit, die af en toe vanachter de tralies van haar chador de wereld in mag kijken. – Hoezo feminisering van onze maatschappij?

Posted in music, personal, women composers | Tagged , , , , , , , , , , | 3 Comments

Geanimeerde #Reinbertlezing voor muziekbibliothecarissen van NVMB

Op dinsdag 16 mei gaf ik een lezing over mijn biografie Reinbert de Leeuw: mens of melodie tijdens de netwerkdag van de Nederlandse Vereniging van Muziekbibliotheken (NVMB). Plaats van handeling: de sfeervolle voormalige wachtruimte op perron drie van station Deventer. Het werd een geanimeerde en memorabele middag.

Voor mij was het heel bijzonder om voor dit selecte gezelschap van zo’n dertig muziekbibliothecarissen te mogen spreken. Met velen van hen heb ik uitvoerig contact gehad tijdens het onderzoek voor mijn boek. Sommigen ken ik persoonlijk, met anderen heb ik alleen telefonisch of per e-mail contact onderhouden. Het was leuk nu ook hun gezichten erbij te zien.

Verschijning biografie trending topic op Nu.nl 15-3-2014

Opwaaiend stof

Na een boeiende lezing van Peter Schouten (kennismanager bij Ingressus) over de nieuwe catalogiseerstandaard RDA (Resource, Description & Access) is het mijn beurt. Charlotte Sienema van de programmacommissie geeft een korte, maar levendige introductie. De oren van de aanwezigen zijn meteen gespitst als zij meldt dat ‘de biografie veel stof heeft doen opwaaien’.

Zodra ik achter mijn microfoon plaatsneem en opper dat men mij gerust mag interrumperen, komt er een vraag uit de zaal: ‘Hoe zat het nou precies met al dat opwaaiende stof?’ Terwijl ik vertel over de wonderlijke gang van zaken rond ontstaan en verschijning van mijn biografie is het ‘oh’ en ‘ah’ en ‘tssss’ niet van de lucht.

Fietsassen vol biografieën

– Over de uitgever die laaiend enthousiast is over mijn manuscript maar onmiddellijk afhaakt bij het eerste protest van Reinbert de Leeuw. – Over het in het diepste geheim voorbereiden van de uiteindelijke publicatie met Dolf Weverink van Leporello Uitgevers. – Over hoe die op de dag van verschijnen met fietstassen vol exemplaren rondgaat bij de verzamelde boekhandels. – Over De Leeuws publiekelijk geventileerde woede die echter nooit geconcretiseerd wordt in feitelijke bezwaren.

Bio’s rondbrengen per fiets 14-3-2014

Het was een dollemansrit door een achtbaan aan emoties en stress, die dankzij de vele lovende kritieken toch de moeite waard is gebleken. Ook als ik hierna spreek over leven en werk van Reinbert de Leeuw, toont iedereen zich zeer betrokken. Zo memoreert oud-muziekbibliothecaris Gert Floor hoe hij Maria Stroo, de eerste pianolerares van Reinbert nog heeft gekend. Ook diens docent aan het Muzieklyceum Jaap Spaanderman ligt bij hem en anderen nog goed in het geheugen.

Schönberg met Microsoftbliepjes

Eric van Balkum start bereidwillig vanaf een laptop de meegebrachte muziekvoorbeelden in. Ik leerde hem al tijdens mijn studie muziekwetenschap kennen als catalogiseerder van de onvolprezen, maar inmiddels helaas opgeheven bibliotheek van het Muziekcentrum van de Omroep. Daar heb ik vele uren doorgebracht en beheerder Martie Severt – nu penningmeester van NVMB – heeft voor mijn onderzoek zelfs speciaal nieuwe boeken aangeschaft.

Dat fragmenten uit Schönbergs Tweede Strijkkwartet worden verlevendigd met bliepjes en piepjes van Microsoft, stationsmeldingen en het lawaai van voorbijrazende intercity’s maakt de sfeer er alleen maar geanimeerder op. Net als de spontane uitroep: ‘Reinbert!’ van voorzitter Jantien Dubbeldam bij het met een harde klap openvallende raam. Een auteur kan zich geen betrokkener en empatischer publiek wensen.

Thea Derks met Eric van Balkum aan de laptop (foto Charlotte Sienema)

Bestaansrecht muziekbibliotheek

Na mij snijdt Jos Oegema, (consulent collecties van Bibliotheek Deventer) het probleem aan van de krimpende, of zelfs geheel opgeheven muziekafdelingen in de openbare bibliotheken. ‘Wij hebben 5000 cd’s, die elk vier à vijf keer per jaar worden uitgeleend’, zegt ze. De aanwezigen zijn hoorbaar onder de indruk.

Dat geldt echter niet voor haar nieuwe directeur, die zich afvraagt of de bibliotheek überhaupt nog wel cd’s moet aanbieden. ‘De populairste boeken gaan namelijk zo’n tien keer van de plank, dus afschaffen lijkt voor de hand te liggen.’ Peter Schouten riposteert dat wetenschappelijke werken maar nul tot één keer worden uitgeleend. ‘Moeten we die dan ook maar wegdoen?’

Fysieke cd-collectie triggert nieuwsgierigheid

Hoe kunnen de muziekafdelingen hun bestaansrecht behouden is de vraag. Dat kan bijvoorbeeld door het aanbieden van Spotify-lijsten, oppert iemand. Meerdere mensen wijzen erop dat de fysieke aanwezigheid van cd’s in de bibliotheek belangrijk is. Want juist doordat mensen kunnen struinen in het aanbod worden zij nieuwsgierig. De ervaring is dat leden van bibliotheken met een uitgebreide muziekcollectie vaker cd’s aanvragen bij de Centrale Discotheek Rotterdam.

Onder het genot van een drankje en een hapje wordt nog stevig nagepraat en signeer ik enkele exemplaren van mijn biografie. Ik keer huiswaarts in de hoop dat deze muziekbibliothecarissen nog lang hun mooie en nuttige werk mogen blijven doen. – Zonder hun hulp en toewijding had ik mijn biografie nooit kunnen voltooien.

Naschrift 28 juni 2017. In de juni-nieuwsbrief van NVMB staat een kort verslag van Charlotte Sienema

Posted in news | Tagged , , , , , , , , , , , | 1 Comment

Cultuurvandaal

Gezien de recente perikelen rond de landstitel van Feyenoord is het thema nog altijd actueel: voetbalrellen zijn een enorm maatschappelijk probleem. Toch schijnen wij het normaal te vinden dat de politie keer op keer massaal moet uitrukken om heethoofdige supporters in het gareel te krijgen.

Dat die politie-inzet en de door hooligans aangebrachte vernielingen oneindig veel meer kosten dan de fooi die wordt besteed aan cultuur, deert schijnbaar niemand. Al in 2004 schreef ik hierover een column in het muziektijdschrift Luister. Helaas is sindsdien de cultuursector nóg veel sterker gekort.

Cultuurvandaal

Op een mooie lentedag fietste ik naar Theater de Balie in Amsterdam, mij verheugend op de opening van het Muziektheaterfestival aldaar. Eenmaal aanbeland bij mijn bestemming – het Leidseplein – leek daar de oorlog te zijn uitgebroken. Tientallen in gevechtstenu gestoken ME-ers postten bij gepantserde politiebussen; het glas van de tramhokjes lag aan diggelen; het asfalt was bezaaid met afval en mijn doorgang werd versperd door roodhoofdige, bierlurkende en schreeuwende mannen. Behoedzaam baande ik mij een weg door deze barbaarse horde, waarna twee potige bewakers mij schichtig toelieten tot het theater.

Marien Jongewaard in Lautsprecher Arnolt Foto Tom Croes

Was de oorlog inderdaad losgebarsten? Welnee, het was feest, Ajax was landskampioen geworden! Ietwat beduusd nam ik plaats in de zaal, waar de voorstelling ‘wegens omstandigheden’ later begon. En oh ironie, het ging over oorlog: in Lautsprecher Arnolt van Huba de Graaff* wordt de hoofdpersoon omringd door luidsprekers die hem toebrullen zijn menselijke moraal te verruilen voor een niets ontziend opportunisme. Terwijl Arnolt binnen het ene na het anders slachtoffer maakte, gingen buiten de voetbalvandalen op de vuist. Eens temeer vormde kunst een verontrustende spiegel van de maatschappij.

Toch las ik de volgende dag dat de inhuldiging van Ajax ‘voorbeeldig’ was verlopen; burgemeester Cohen vond het ‘hartstikke gezellig’. Wie durft bij zoveel zonnigheid te zeuren over geld? Die paar tonnetjes politie- , schoonmaak- en reparatiekosten verhalen we toch gewoon op de kunstbegroting? ‘Zes miljoen minder’, kraaide wethouder Hannah Belliot; ‘We heffen gewoon het RSO op’, zong staatssecretaris Medy van der Laan haar voor. Het draait in het leven warempel niet om Shakespeare, Bach of Van Maanen, maar om Sikora, Van der Vaart en Vertier. Laat de elite zelf betalen voor haar bespottelijke behoefte aan cultuur: schoppen is creatiever dan scheppen!

Ik word cultuurvandaal. Tijdens een prachtuitvoering sloop ik feestelijk de stoelen uit het Concertgebouw; in de Schouwburg verscheur ik jubelend de gordijnen en bij de Opera sla ik ontroerd de lampen stuk. – Eens zien hoe snel de kunstbegroting dan wordt opgekrikt.

Huba de Graaff presenteerde onlangs haar opera Liebesleid. Op 22 + 23 juni gaat in het Holland Festival haar nieuwste opera in première: The Naked Shit Pictures.

Posted in music, personal, women composers | Tagged , | 1 Comment

Poëtische Schumann en onstuimige Tsjechen in AVROTROS Vrijdagconcert

Vrijdag 12 mei presenteert het AVROTROS Vrijdagconcert een avond vol contrasten. Dirigent Jakub Hrůša en het Radio Filharmonisch Orkest plaatsen drie meeslepende stukken uit Tsjechië naast het poëtische Celloconcert van Robert Schumann, met de Franse meestercellist Jean-Guihen Queyras.

Betoverende natuur

In Dvořáks ouverture Carnaval horen we de natuur ontwaken, waarna een dorpsfeest losbarst vol uitbundig kopergeschal, opzwepende bekkens en rinkelende tamboerijnen. In zijn symfonisch gedicht In de Tatra schildert Viteszlav Novák in zwierige penseelstreken een kleurrijk portret van het gelijknamige gebergte. In zijn onstuimige Fantaisies symphoniques voert Bohuslav Martinů ons mee langs een scala aan betoverende vergezichten.

Cellopoëzie

Robert Schumann was zeer geïnspireerd toen hij zijn Celloconcert componeerde. Hij voltooide het in twee weken tijd en het behoort tot de absolute hoogtepunten in het cellorepertoire. In plaats van een virtuoos spektakelstuk schiep Schumann een intiem en persoonlijk werk, dat zingt van begin tot eind. De Franse grootmeester Jean-Guihen Queyras is met zijn zangerige toon de gedroomde solist om deze pure cellopoëzie tot leven te wekken.

Het concert wordt live op Radio 4 uitgezonden vanuit TivoliVredenburg in Utrecht.

Vrijdag 12 mei, Grote Zaal TivoliVredenburg: RFO/Jakub Hrůša Info en kaarten hier.
Zondag 14 mei herhaling in Zondagochtendconcert, Concertgebouw Amsterdam. (Ook live op Radio 4, maar zonder het stuk van Martinů .) Info en kaarten hier.

Posted in music, news | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Composer Ryan Wigglesworth: ‘Technique is a tool for expression’

Ryan Wigglesworth (Sheffield, 1979) is considered one of the most important British musicians of his generation. He is composer in residence at the English National Opera and first guest conductor of the Hallé Orchestra. On 11 and 12 May he makes his debut with the Royal Concertgebouw Orchestra with his own Clocks from a Winter’s Tale, commissioned by the orchestra. The two programmes also feature works by Oliver Knussen, Benjamin Britten and Edward Elgar.

Like many Britons, Wigglesworth (not related to the conductor Mark Wigglesworth) began his musical career as a chorister. He grew up in Wincobank, a rather poor district in Sheffield where his parents owned a butcher’s shop. They were no musicians themselves, but had some classic elpees, from composers like Beethoven and Berlioz. The young Ryan eagerly listened to their music, and as a six-year-old sang the anthem of his elementary school with such ‘embarrassing fervour’ that the board made him audition at Sheffield Cathedral. He was immediately engaged to sing in the boys choir.

Obsessed

‘I was a boy from the wrong side of the city’, says Wigglesworth, ‘but music became my world. I was lucky that Graham Matthews, the organist of the Cathedral, took me under his wing.’ After primary school, he travelled daily to King Edward’s School on the other side of the city, where he became ‘obsessed with the music we performed’.

Soon he started composing his own pieces and at fifteen he was admitted to the prestigious Charterhouse School in Surrey, an age-old boarding school that devotes a lot of attention to culture. After this he studied piano, composition and conducting at the Guildhall School of Music and Drama and the University of Oxford. There he was also Organ Scholar for some time, in which function he gained practical experience as accompanist and conductor of choral music services.

In 2008, Wigglesworth drew nationwide attention conducting the BBC Symphony Orchestra in his own Sternenfall, commissioned by the BBC. Soon assignments flooded in, and he started dividing his attention between playing the piano, conducting and composing. This combination is not burdensome: ‘When I conduct or play the piano, I learn to become a better composer: how to work out an idea clearly, how to best communicate my message to the performer, how to balance a chord. Everything I do helps me in my core business, composing.’

Secrets and shadows

About his influences he says: ‘Any music that moves you will be part of your DNA in one way or another. Thus, the extremely efficient and strict music of William Byrd can have a huge emotional impact; Berlioz shapes his ideas into incredibly electrifying, driving rhythms. Beethoven is like Shakespeare: a universe in itself. But what you eventually learn from the great masters is technique, not style. Technique gives you the tools to express what you wish to express.’

His greatest inspiration, however, comes from Oliver Knussen, both as conductor and composer: ‘His music is the best proof that you must write what you always wanted to hear yourself, not what you think you should compose. The Horn Concerto is one of his best works: though relatively short, it feels like a long journey. It is very solid, characteristic and colourful, with some whiffs of a night’s atmosphere. But above all it’s very beautiful.’

Shakespeare

Wigglesworth is conducting this Horn Concerto alongside works by Britten and Elgar, and his own Clocks from a Winter’s Tale. While composing he drew inspiration from his opera The Winter’s Tale, that was premièred at the English National Opera in February 2017. ‘Time plays an important role in my piece, both realistic time and psychological time’, he says in an interview in Preludium, the magazine of Royal Concertgebouw Orchestra and Concertgebouw.

Clocks from a Winter’s Tale has three movements, each different in character. The first movement is dark and intense, the second is rather more light-hearted, while in the last movement the initial material returns, though this time ‘as in a dream’. Wigglesworth was fascinated by an exhibition of ancient English clocks he saw some years ago. ‘Every clock has its own personality. They are made to show the time objectively, and at the same time the complex mechanisms are of enormous beauty. To me, clocks embody the purest form of intelligence.’

Enchanting

The composer is happy to conduct the Royal Concertgebouw Orchestra: ‘I hope my music gives the musicians the chance to display their particular sound. It’s incredibly enchanting to hear your music performed with the same intensity and personality the Royal Concertgebouw Orchestra puts into Mahler and Bruckner.

I grew up with their records and know them from concerts in London and in the Amsterdam Concertgebouw. Their sophisticated sound is unique, their way of music making is always lively. I really look forward to our cooperation.’

Thursday 11, Friday 12 May, Concertgebouw Amsterdam
Royal Concertgebouw Orchestra, Ryan Wigglesworth, conductor
Britten (only on Friday): Four Sea Interludes
Wigglesworth: Cocks from a Winter’s Tale (commissioned by Royal Concertgebouw Orchestra, world première)
Knussen: Horn Concerto
Elgar: Enigma Variations
Photograph Ryan Wigglesworth: Benjamin Ealovega

Posted in music, news | Tagged , , , , , | Leave a comment

Operadagen Rotterdam: drie opera’s die je niet wilt missen

Vrijdag 12 mei begint de twaalfde editie van Operadagen Rotterdam. Het tiendaagse festival staat onder de titel Lost & Found in het teken van de actuele vluchtelingenproblematiek. Ik selecteerde drie opera’s van Calliope Tsoupaki, Annelies van Parys en Claron McFadden, sterke vrouwen die hierop reflecteren en wier werk het verdient gehoord (en gezien) te worden.

Vluchtelingenproblematiek

De vrees voor het onbekende is zo oud als de mens – verworvenheden worden gekoesterd, vreemdelingen met argusogen bezien. In hun zoektocht naar een ‘nieuw thuis’ verlaten velen hun vertrouwde wereld en steken letterlijke en symbolische grenzen over om elders een nieuw – en hopelijk beter – bestaan op te bouwen.

Durven we ons te begeven op onontdekt terrein? Komen we aan op de plaats van bestemming of raken we juist verdwaald? Zonderen we ons af van de rest van de wereld, of herkennen we onszelf terug in de vreemde ander? Dat zijn de vragen die de componisten Tsoupaki en Van Parys en de sopraan Claron McFadden stellen. Alle drie kozen een bijzondere invalshoek.

Calliope Tsoupaki: Fortress Europe

De oudere dame Europa wil koste wat kost verhinderen dat ook maar één asielzoeker haar comfortabele wereldje binnendringt. – Hoewel ze als jonge vrouw op de rug van oppergod Zeus vanuit Syrië naar Europa kwam, waar ze als vreemdeling een nieuw bestaan moest opbouwen. Haar zoon is een politicus die de poort tot Europa stevig gesloten houdt. Oog in oog met de bootvluchteling Amar gaat hij echter twijfelen.

Tsoupaki componeerde er hartverscheurend mooie muziek bij, met kruidige, Arabisch getinte koorpassages en klaaglijke melodieën van een hobo. Zij maakt de gevoelens van weemoed om het verlies van huis en haard indringend invoelbaar. Jammer van het gortdroge en eenduidige libretto, dat niets aan onze verbeelding overlaat. Maar dankzij de wonderschone muziek en de treffende enscenering is Fortress Europe toch een voorstelling om een traantje bij weg te pinken.

Annelies van Parys: Het Kanaal

In Het Kanaal van de Vlaamse Annelies van Parys wil een vluchteling het Kanaal overzwemmen, een nieuwe toekomst tegemoet. Op de krijtrotsen aan de overkant stuit hij op een transseksuele vrouw die haar leven wil beëindigen. Tussen de twee ontstaat een verrassende dialoog: hun lot blijkt sterker verbonden dan gedacht.

Hun gesproken conversatie vindt zijn spiegel in de muziek van Annelies van Parys. Zij zette liederen op een recent teruggevonden theatertekst van William Shakespeare. Die beschrijft hoe een sheriff wil verhinderen dat zijn burgers een groep vluchtelingen lynchen. Een zangeres plaatst als ‘commentator’ de monologen in een breder, universeler kader. Zij wordt afwisselend begeleid door gitaar of luit, tokkelinstrumenten die populair waren in Shakespeare’s tijd.

Claron McFadden: Nachtschade: aubergine

Uitgesproken origineel is de insteek van de Amerikaans-Nederlandse sopraan Claron McFadden. In Nachtschade: aubergine gaat zij op zoek naar de gemeenschappelijke wortels van onze diverse culturen. Hiertoe volgt zij de route die de populaire paarse groente aflegde vanuit het Midden-Oosten naar onze keukentafel.

Zij bezocht vijf landen rond de Middellandse Zee. Samen met de lokale bevolking maakte ze een plaatselijk auberginegerecht en studeerde ze een traditioneel lied in. McFadden presenteert haar ervaringen in de vorm van een theatraal en culinair concert. Zo maakt zij ons verlangen naar identiteit in een steeds veranderende wereld invoelbaar.

Achter de musici worden filmbeelden geprojecteerd van Lisa Tahon, die McFadden volgde op haar reis. Gaandeweg wordt duidelijk dat van één oorsprong geen sprake is, slechts van een oneindig aantal vertakkingen en knooppunten. We blijken bovendien meer met elkaar gemeen te hebben dan we denken.

Bij het concert worden auberginehapjes geserveerd. – Een voorstelling om van te watertanden

Operadagen Rotterdam, van 12 t/m 21 mei, info en kaarten: www.operadagenrotterdam.nl

Posted in music, news, women composers | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Arnold Schönberg is dead, long live Arnold Schönberg!

Arnold Schoenberg (1874-1951) is often accused of having chased away the audience with his zest for innovation. His twelve-tone system broke away the foundation underneath the tonal system, which had provided a safe haven for centuries. Deprived of his footing the listener supposedly turned his back on contemporary music. Nonsense, because not only did Schoenberg write several fantastic works, but he continues to inspire composers to date.

Impending horrors

On Thursday 18th May, Asko|Schoenberg honours him with a concert around his Chamber Symphony No. 1. Schoenberg composed this ground-breaking piece in 1906, and it’s a key work of modern music. In it, he summed up the possibilities of classical tonality before leaving it behind forever. Moreover the line-up of ten winds and five strings – a pocket-sized symphony orchestra – laid the foundation for a thriving ensemble-culture. With its length of 20 minutes it has the form of a mini symphony.

A hundred years later, the concentrated and compressed Chamber Symphony is still fresh and overwhelming. The music balances on the borderline between tonal nineteenth-century romanticism and atonal twentieth-century expressionism. It continuously seems to burst out of its joints. Extreme dynamics, nervously interacting motifs and raw exclamations from the brass make your skin crawl. – In his startling score Schoenberg already seems to depict the impending horrors of the First World War. An impressive classic.

Arnold Schoenberg by Egon Schiele (photocredit Wikipedia)

Cartoonesque music

In 1992, the American John Adams (1947) was inspired by this iconic work in his Chamber Symphony. In his stirring piece he pairs a chromatic sound world to cartoonesque film music. He said the idea for this piece arose when he was studying the score of Schoenberg’s Chamber Symphony. ‘Meanwhile, my seven-year-old son Sam was watching cartoons in the adjacent room. The hyperactive, insistently aggressive and acrobatic scores for the cartoons mixed in my mind with the Schoenberg music, itself hyperactive, acrobatic and not a little aggressive. Suddenly, I realized how much these two traditions had in common.’

 

Ripples

Even younger generations still find inspiration in Schoenberg. For instance Jan-Peter de Graaff, born in 1992, the year in which Adams composed his Chamber Symphony. For this concert he wrote a new piece, Rimpelingen (Ripples), for cello and ensemble. The title refers to musical codes that sound like pebble stones falling on a smooth water surface. These launch a game of action and reaction between the soloist and the other musicians.

In Rimpelingen, De Graaff incorporates both Schoenberg’s twelve-tone music and the virtuoso rhythmic drive of Adams. All of this seasoned with, in the composer’s own words, ‘a pinch of jazz and a pleasant Stravinskian pepper, embedded in a hushed impressionist landscape.’

Odd man out

The Piano Quartet Gustav Mahler (1860-1911) composed in 1876 may seem the odd man out in this programme of modern music. But there is indeed a strong connection with Schoenberg. ‘I do not understand your music, but you are right, because I’m old you are young,’ Mahler said to his experimental colleague. He fervently defended him in public, and once rebuked a visitor for hissing at a concert with Schoenberg’s music. ‘I also hiss at your music,’ the culprit answered.

Schoenberg initially considered Mahler’s music to be uninteresting old hat, but gradually learnt to appreciate it. He even made very successful edits of his song cycles Lieder eines fahrenden Gesellen and Das Lied von der Erde. And here we come full circle. Mahler’s highly romantic Piano Quartet perfectly illustrates the decadent Viennese fin-de-siècle atmosphere Schoenberg said goodbye to in his Chamber Symphony.

Asko|Schönberg, Etienne Siebens, conductor, Hans Woudenberg, cello
Muziekgebouw aan ‘t IJ, 18 May
Arnold Schönberg Chamber Symphony Nr. 1
John Adams Chamber Symphony
Jan-Peter de Graaff Rimpelingen (world première, commissioned by Asko|Schönberg)
Gustav Mahler Piano Quartet in a 
Info and tickets
Posted in music, news | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Steije Maurer wint persprijs Prinses Christina Concours

De 49e editie van het Prinses Christina Concours in het Zuiderstrandtheater bood een welkome variatie aan instrumenten. Overheersen veelal de violisten en pianisten, dit keer waren er onder de acht finalisten ook een bastrombonist, een contrabassiste en een marimbaspeler. Opvallend was de jeugdige leeftijd van de aanstormende talenten, met vijf deelnemers van 12 en 13 jaar oud. Dit was echter niet te horen aan de kwaliteit van hun spel. Zoals iedere aflevering werd ik ook dit keer getroffen door het hoge niveau van deze jonge musici.

Persjury: Christiaan Kuyvenhoven, Thea Derks, Petra Gerrese (foto Peter van Mulken)

Toch sprong een van de deelnemers er onmiddellijk uit voor ons als persjury – naast mij bestaande uit de pianist Christiaan Kuyvenhoven en Petra Gerrese, samensteller van Podium Witteman. Met zijn enorme muzikaliteit, zijn communicatieve spel en zijn gevoel voor drama en theatraliteit greep de twaalfjarige marimbaspeler Stije Maurer ons meteen bij onze lurven. Hij bracht een interessante combinatie van oud en modern repertoire en opende met een bewerking van de Prelude uit de Cellosuite nr. 1 van Bach. Hij bracht deze met een groot gevoel voor klankkleur en sfeer over het voetlicht.

Nog indrukwekkender was zijn vertolking van On Japanese Children Songs van Keiko Abe, waarmee twee jaar geleden ook Martijn Boom de persprijs binnensleepte. Het is het eerste stuk voor een marimba van vijf octaven en gaat over een moeder die haar kind verhaaltjes vertelt voor het slapengaan. Enerzijds om het kind gerust te stellen, anderzijds om het te waarschuwen voor op de loer liggende draken.

Steije Maurer, Zuiderstrandtheater 23-4-2017 (foto Peter van Mulken)

Met zijn twaalf jaar ontpopte Maurer zich als een rasperformer, die elke nuance in het verhaal feilloos weet te treffen. Moeiteloos laat hij de vier stokken over de toetsen dansen. Nu eens horen we muisjes trippelen op de hoogste toetsen van zijn instrument, dan weer laat hij boze geesten een dreigende dans uitvoeren in de lage registers. Zijn technische perfectie doet je vergeten hoe lastig zijn partijen zijn. Hij speelt met opperste concentratie en neemt de rust om de muziek te laten ademen.

Maurer is ontwapenend naturel en weet met zijn intense concentratie de aandacht van het publiek geheel naar de muziek te trekken. Onbegrijpelijk dat de vakjury hem slechts een tweede prijs toekende.

Oordeel zelf, via de video-opname van het Prinses Christina Concours.

Een overzicht van de overige prijzen vindt u hier.

Een verslag van de finale wordt donderdag 27 april uitgezonden door Omroep Max op Radio 4

 

Posted in news, review | Tagged , , , , , | Leave a comment

Grażyna Bacewicz: ‘Een componist moet zich ontwikkelen’

In Polen tooit haar naam straatbordjes en schoolgebouwen en staan beelden van haar in openbare parken. Grażyna Bacewicz (1909-1969) was de eerste Poolse vrouw die als componist internationaal succes oogstte. Haar werk is zelfs te vinden op een van de cd-anthologieën van het Koninklijk Concertgebouworkest. Toch is zij hier te lande nog altijd vrijwel onbekend. Onterecht, want zij schreef krachtige muziek, waarbij ze zich weinig aantrok van de gangbare modes.

Mooi dus dat het Muziekgebouw aan ’t IJ een lans breekt voor Bacewicz. Vrijdag 28 april klinkt in de Grote Zaal haar Eerste Pianokwintet, uitgevoerd door het Szymanowski Kwartet en de pianist Kit Armstrong. Dit Amerikaanse pianotalent was nog maar drie jaar oud toen het gerenommeerde kwartet in 1995 werd opgericht. Bijzonder dat Armstrong warm loopt voor dit relatief onbekende repertoire, want veel jonge musici volgen gretig de gebaande paden.

Grażyna Bacewicz (fotocredit Wikipedia)

Twee jaar geleden oogstte het Szymanowski Kwartet succes met een uitvoering van Bacewicz’ Vierde Strijkkwartet. Op speciaal verzoek van Muziekgebouw aan ’t IJ presenteren zij dit keer haar Pianokwintet uit 1952. ‘Dat kan zich meten met de grote pianokwintetten van componisten als Brahms en Schumann’, zegt persvoorlichter Frans Bernard van Riel. ‘Het werk verdient een podium. Dat bieden we graag..’

Labeltjes

Grażyna  Bacewicz kreeg veel labeltjes opgeplakt, van neoclassicisme tot expressionisme en van serialisme tot sonorisme. Zelf verzette ze zich hiertegen, omdat ze zich nooit wilde conformeren aan welke stroming dan ook. Een componist moest volgens haar steeds naar nieuwe wegen zoeken. ‘Een vooruitstrevende componist zou zichzelf niet eens wíllen herhalen’, zei ze in een interview in 1969.

Daarom ook wees ze het idee af van een eigen muzikale stijl die, eenmaal gevonden, gevolgd zou moeten worden. ‘Dat betekent dat je je onttrekt aan vooruitgang, aan ontwikkeling, een idee dat mij volkomen vreemd is. Elk stuk dat vandaag voltooid wordt, behoort morgen tot het verleden. Je moet niet alleen je prestaties verdiepen, maar ook je blik verruimen. Hoewel ik mezelf niet beschouw als een vernieuwer is mijn werk wel voortdurend in ontwikkeling.’ – Daar konden de etikettenplakkers het mee doen.

Muzikale familie

Grażyna  Bacewicz werd geboren in Lodz, in een kunstzinnige Pools-Litouwse familie. Haar vader was componist en gaf Grażyna  vanaf haar vijfde piano- en vioolles. Een oudere broer werd ook componist, een tweede broer pianist; haar jongere zus was dichter. Wat haar moeder deed, blijft in nevelen gehuld.

De jonge Bacewicz bleek een wonderkind: vanaf haar zevende gaf ze concerten en op haar 13e componeerde ze haar eerste stuk. Ze studeerde viool, piano en compositie aan het conservatorium van Warschau. In 1932 sloot ze haar studie summa cum laude af. Daarna volgde ze in Parijs compositieles bij Nadia Boulanger.

Deze pedagoge was ook mentor van grootheden als Darius Milhaud en Aaron Copland en hamerde op structuur. Boulanger was wars van de atonale nieuwlichterij van Arnold Schönberg en staat bekend als promotor van het neoclassicisme. – Kort gezegd een stijl van componeren waarin herkenbare ritmes, melodieën en harmonieën een hoofdrol spelen.

Dit raakte een snaar bij Bacewicz, die haar leven lang gefascineerd bleef door vorm. ‘Als je iets bouwt ga je niet lukraak stenen op elkaar stapelen. Dat geldt ook voor een compositie. Afhankelijk van de componist kan de muziek eenvoudig of gecompliceerd zijn, maar zij moet altijd goed geconstrueerd zijn.’ Haar werk uit deze periode wordt vaak neoclassicistisch genoemd. Zeer tot haar ergernis: ‘Het is eigenlijk atonaal,’ schreef ze hierover.

Grazyna Bacewicz tijdens concours in België, jaren ’50 (fotocredit Polish Music Centre)

Prijzenregen

Aanvankelijk combineerde ze haar carrière als vioolvirtuoos met het componeren. Ze had een begrijpelijke voorliefde voor strijkinstrumenten en was uitermate succesvol, als solist en componist. In Polen regende het al vanaf de jaren dertig onderscheidingen. Maar ook internationaal maakte zij indruk met haar afwisselende, altijd goed gestructureerde composities.

Zo won ze in 1951 de eerste prijs in het Strijkkwartettenconcours van Luik met haar exuberante Vierde Strijkkwartet. In 1960 behaalde haar energieke Muziek voor snaren, trompet en slagwerk een derde prijs tijdens het International Rostrum of Composers in Parijs. Vijf jaar later won haar kleurrijke Zevende Vioolconcert (!) in Brussel de gouden medaille tijdens het Koningin Elisabeth Concours.

Spannende wendingen

Haar Eerste Pianokwintet uit 1951 krijgt vaak het labeltje neoclassicisme opgeplakt. Dit doet het sfeervolle stuk echter tekort. Het haakt qua vormgevoel weliswaar aan bij de traditie, maar is daarbinnen behoorlijk avontuurlijk. Neem alleen al de ingehouden, klaaglijke strijkerslijnen tegen spaarzaam geplaatste akkoorden van de piano waarmee het opent. Deze vormen de opmaat voor een wervelend betoog, waarin weemoed, Poolse folklore en moderne dissonantie hand in hand gaan.

Etherische, bijna gewichtloze passages ontwikkelen zich ongemerkt tot dichte texturen en overdonderende climaxen. Bacewicz wisselt weliswaar snel van muzikaal materiaal en sfeer, maar houdt je met haar spannende wendingen voortdurend bij de les. Het is een meeslepend werk en sommige passages zijn ronduit ontroerend. Zo klinkt in het uitgesponnen derde deel opeens een korte referentie aan het populaire pianostukje Für Elise van Beethoven. Ook het vuur van Bartók is nooit ver weg.

Het Eerste Pianokwintet van Bacewicz wordt geflankeerd door stukken van Karol Szymanowski en Antonín Dvořák. Van Szymanowski, naamgever van het kwartet en nestor van de Poolse muziek, staat het expressionistische Eerste Strijkkwartet op de lessenaars. Het concert wordt besloten met het Tweede Pianokwintet van Dvořák. Een levendige compositie boordevol prachtige melodieën en aan de Tsjechische volksmuziek ontleende ritmes.

Kortom, een aanrader. Geen nood als je vrijdag 28 april niet kunt: het concert wordt de volgende dag herhaald in TivoliVredenburg.

Programma Szymanowski Kwartet en pianist Kit Armstrong:

Szymanowski Strijkkwartet nr. 1
Bacewicz Pianokwintet nr.1
Dvořák Pianokwintet nr. 2
Info en kaarten Muziekgebouw aan ‘t IJ
Info en kaarten TivoliVredenburg
Posted in music, news, women composers | Tagged , , , , , | Leave a comment

Deus Passus Wolfgang Rihm: lijden van Christus gekoppeld aan Holocaust

In deze periode voor Pasen lijken de Passies van Johann Sebastian Bach schier onontkoombaar. Maar de alternatieven zijn in opmars. Afgelopen week presenteerden het Koninklijk Concertgebouworkest en het Groot Omroepkoor twee zeer succesvolle nieuwe Passies.

Alternatieve Passies uit alle windstreken

De Servische componist Djuro Zivkovic baseerde Mystical Sacrifice op de paasliturgie van de Slavisch-orthodoxe kerk. Het stuwende oratorium voor koor, orkest en tenor heeft een ongekende zuigkracht, die mij en het publiek van begin tot eind aan onze stoelen genageld hield.

De Azerbeidjaanse Franghiz Ali-Zadeh vond zowel inspiratie in Bach als in de Mersyie-traditie van haar vaderland (klaagzangen van een voorganger met antwoord van een koor, uitgevoerd bij begrafenissen). Ook dit wat traditionelere, maar zeer afwisselende werk voor koor, orkest en bariton was boeiend en kreeg een ovationeel applaus.

Op Goede Vrijdag 14 april presenteert het AVROTROS Vrijdagconcert Deus Passus van de Duitse componist Wolfgang Rihm. Het wordt uitgevoerd door het Groot Omroepkoor en het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van chef-dirigent Markus Stenz. Rihm componeerde dit ruim anderhalf uur durende oratorium in 2000, ter gelegenheid van de 250e sterfdag van Bach. Het was onderdeel van een project van de Internationale Bachakademie Stuttgart. Die vroeg vier componisten een nieuwe, meer hedendaagse passie te schrijven.

De Chinese Amerikaan Tan Dun vermengde in zijn Water Passion teksten uit het evangelie van Lucas met elementen uit de Chinese cultuur. De Argentijn Osvaldo Golijov volgde het evangelie van Marcus in zijn op verschillende talen gezette La Pasión según San Marcos. De Russische Sofia Goebaidoelina koppelde in haar Johannes-Passion teksten uit het evangelie van Johannes aan verzen uit het Laatste Oordeel.

Evangelie Lucas naast gedicht Holocaust-overlever

Rihm baseerde zich grotendeels op het evangelie van Lucas in Deus Passus: Passions-Stücke nach Lukas. Daarnaast gebruikte hij teksten van Jesaja, de liturgie van de Goede Week, het Stabat Mater en een gedicht van Paul Celan. Vooral dit laatste is opmerkelijk. Door een tekst te kiezen van deze Holocaust-overlever koppelt Rihm het lijdensverhaal van Christus aan het lijden van de Joden.

Hij zei hierover: ‘Deus Passus – de ‘lijdende God’ – staat centraal in het christelijke denken. Maar we moeten ook verantwoording afleggen voor het leed dat de wereld is aangedaan in naam van deze christelijke God.’ – Niet voor niets koos Rihm grotendeels teksten van Lucas, wiens evangelie het minst antisemitisch is.

In de gangbare opvatting worden de Joden er immers van beschuldigd de kruisiging van Christus te hebben afgedwongen. Rihm volgt in Deus Passus de controversiële opvatting dat zij juist vroegen om diens vrijlating. Hij haakt hiermee aan bij sommige wetenschappers die betogen dat de evangelisten het verhaal bewust verdraaid zouden hebben om de Joden in een kwaad daglicht te stellen.

Donker maar ingetogen

In Deus Passus blijft Rihm dichtbij de taal en sfeer van Bach. Toch is zijn muziek onmiskenbaar geworteld in het modernisme. De sfeer is donker, maar ingetogen, met enkele felle uitbarstingen op cruciale momenten. Een waar meesterwerk, dat meteen al bij de première in 2000 het publiek ademloos deed toehoren.

Ik maakte voor de live uitzending op Radio 4 een podcast over dit intens aangrijpende stuk. Je beluistert hem hier.

Info en kaarten via deze link.

Posted in music, news | Tagged , , , , , , , , , | Leave a comment

Heike Matthiesen features lyrical music on CD ‘Guitar Ladies’

The German guitarist Heike Matthiesen (1969) took music in with her mother’s milk. She was taken to the opera from an early age and started playing the piano when she was four years old. At eighteen she decided to pick up a guitar study. She showed a natural talent and was a master student of the renowned Spanish guitarist Pepe Romero. During her studies she played plucked instruments at the Frankfurt Opera and recently she presented her fourth solo album: Guitar Ladies.

In her preface Matthiesen writes: ‘I have chosen music which I like, and I love to play.’ She selected works of nine – female – composers, including six guitarists. The title Guitar Ladies is just as obvious as it is aptly chosen. Matthiesen writes she purposely avoided ‘demonstrative virtuosity’, selecting ‘pure music’ instead. This purity lies in the ‘extreme sensual sonority, which cherishes the silence between the notes’. Well said, for the pieces pair a mellifluous soundworld to a beguiling sensuality.

The CD opens with seven Songs without words by the German-British guitarist and composer Madame Sidney-Pratten (1821-1895). She began her career as Catharina Josepha Pelzer in a famous guitarist family. She gave concerts as a child prodigy and married a British flutist when she was 33. She moved to England, where she became a celebrated guitar soloist, composer and teacher, mentoring even the daughters of Queen Victoria. Her charming Songs abound in tuneful melodies, bathed in langourous melancholy.

From here Matthiesen takes us on a trip along another fifteen compositions, by e.g. the French guitarist Ida Presti (1924-1967), who is represented by Segovia. She dedicated this piece to the Spanish guitar king Andrés Segovia, and its dark harmonies and nimble strumming reference the work of the master. The unexpected melodic twists in the subsequent Serenade Sofia Goebaidoelina (1931) sound even more ‘Spanish’.

Although not herself a guitarist, the Czech Sylvie Bodorová (1954) has a great affinity with the guitar, for which she wrote two solo concertos. Her deeply melancholic Pocta Kolumbovi – Elegy harks back to Spanish models, especially flamenco.

The Argentine Carmen Guzman (1925-2012) was also inspired by folk music, and het Tangos and Waltzes are again very melodic, but have a bit more spunk. A contemplative atmosphere pervades Tendresse of the Dutch Annette Kruisbrink (1958) and the otherwise lighthearted Waltz in the little café of her Polish colleague Tatiana Stachak (1973).

The CD concludes with four works of the British-German Maria Linnemann (1947), whose Two Elegiac Pieces are dedicated to Matthiesen. Linnemann composed these intensely lyrical pieces at her request, for the project ‘Orpheus and the Power of Music’.

With her superior technique and warm tone Matthiesen is the ideal advocate of these relatively unknown composers. It is laudable she should promote their music, yet her choice for sensual, lyrical sounds has one drawback: there is little contrast between the different compositions. Halfway through the CD I found myself craving for some shrill dissonance or a relentless beat.

Moreover the selection is a tad stereotypical: music composed by women is sweet, elegant, and harmless. Undoubtedly this is unintentional, and it does not diminish Matthiesen’s excellent performance. – For those who like to swoon away to romantic guitar music, Guitar Ladies is the perfect CD.

Website Heike Matthiesen
Buy CD 

Posted in news, review, women composers | Tagged , , , , , , , , | Leave a comment

Sportschoolopera ‘Liebesleid’ van Huba de Graaff: hoe maakbaar is ons geluk?

Kan een mens zichzelf gelukkig sporten? Kun je liefdesverdriet wegtrainen? – Dit zijn de vragen die de Nederlandse componist Huba de Graaff stelt in haar nieuwste opera, Liebesleid. Deze beleeft zaterdag 8 april zijn première in het Shape all-in centre aan de Van Hallstraat 617 in Amsterdam. Op het ritme van ratelende sporttoestellen werkt een tromboneorkest zich fysiek uit de naad, aangemoedigd door twee lyrische sopranen met Kantiaanse peptalk. Zij gaan op zoek naar het sublieme geluksgevoel vanuit de sportschool.

Zingende apen

De Graaff is een van de origineelste stemmen in ons vaderlandse muziekleven. In 2013 verraste zij vriend en vijand met Apera, een opera gebaseerd op het gezang en gekrijs van apen. Zij verdiepte zich in de manier waarop allerlei apensoorten met elkaar communiceren, maakte hier opnames van en vertaalde deze naar muziek.

Het resultaat, dat deels verwant is aan Vlaamse polyfonie, werd uitgevoerd door de ­– met aapachtig haar uitgedoste ­– zangers van het Egidius Kwartet. Bijgestaan door acteur Marien Jongewaard lieten zij ‘tekstuele en muzikale elementen op elkaar botsen tot een mix van serene muziek en uit zijn voegen barstende taal’, zoals een criticus opmerkte.

Lustvol gekreun en gesteun

In haar voortdurende zoektocht naar de oorsprong van menselijk gezang ging De Graaff twee jaar later nog een stapje verder. In de even tegendraadse als originele Pornopera produceren een mannelijke en een vrouwelijke acteur menselijke paringsgeluiden, begeleid door harpklanken.

Het lustvolle gekreun en gesteun ligt volgens de componist aan de basis van onze wens tot zingen. Het mede op een verhaal van Ovidius gebaseerde libretto over incest bleef een uur lang boeien. ‘De pornopera van Huba de Graaff is het tegenovergestelde van een vluggertje’, noteerde Theaterkrant.

Zwetend op sporttoestel liefdesverdriet verwerken

Nu is er dan Liebesleid: een sportschool-opera, waarin De Graaff en librettist Erik-Ward Geerlings de maakbaarheid van ons geluk bevragen. Actrice Soetkin Demey, die eerder indruk maakte in de ‘pornopera’ speelt ook nu een hoofdrol. Doodongelukkig probeert zij haar liefdesverdriet weg te trainen met een stevige work-out in de sportschool.

De actrice wordt muzikaal bijgestaan door twee zangeressen en studenten uit de tromboneklas van meestertrombonist Brandt Attema. De overige muziek bestaat uit het gezoem en geratel van de sporttoestellen en het gezucht en gehijg van sporters en uitvoerders.

Benieuwd of ik als publiek ook geacht word mij in het zweet te werken…

Info en kaarten

Posted in music, news | Tagged , , , , , , , | 1 Comment

World Minimal Music Festival opent met De Materie van Louis Andriessen

Woensdag 5 april begint de vijfde editie van het tweejaarlijkse World Minimal Music Festival. Vijf dagen lang wordt het Muziekgebouw aan ’t IJ gevuld met hypnotiserende ritmes, trance-opwekkende melodieën en bezwerende drones. Naast bekende werken van pioniers als La Monte Young en Terry Riley staan nieuwe composities van Kate Moore en Bryce Dessner. Er zijn ook optredens van de Master Musicians of Jajouka, een fagotensemble van Bram van Sambeek, en van Suzanne Ciani, ‘prima donna van de Buchla-synth’.

Dutch Matters

Elke dag heeft een eigen thema, beginnend met ‘Dutch Matters’. Asko|Schönberg en dirigent Reinbert de Leeuw trappen woensdag het festival af met de vierdelige opera De Materie van Louis Andriessen. Geïnspireerd door de repeterende patronen van Steve Reich schiep Andriessen een eigen versie van het minimalisme. Die is hoekiger en dissonanter dan de muziek van zijn Amerikaanse collega’s. De bezetting haakt met elektrische (bas)gitaar, synthesizers en elektronica aan bij de popmuziek. Als opmaat voor dit concert klinkt een voorpremière van Porcelain van de Australische Kate Moore.

Lavinia Meijer

Lavinia Meijer (c) Photo Corbino

Donderdag 6 april is onder de titel ‘All American’ gewijd aan de aartsvaders van de minimal music. Harpiste Lavinia Meijer deelt het podium met Ensemble Klang en Nieuw Amsterdams Peil. Zij presenteren iconische composities als Music in Similar Motion van Philip Glass en Violin Phase van Steve Reich. Tevens klinkt muziek van Terry Riley, Thom Johnson en Frederic Rzewski. Diens Coming Together is gebaseerd op een tekst van een bajesklant, die eindeloos herhaald wordt tegen een fond van repeterende motieven in een pulserend ritme.

Bryce Dessner, voorman van de alternatieve popgroep The National componeerde speciaal voor Lavinia Meijer een nieuw stuk, dat tijdens het festival zijn wereldpremière beleeft. Meijer speelt ook haar eigen bewerking van een van de piano etudes van Philip Glass, die zij eerder met veel succes op cd zette. Zij kreeg hiervoor diens persoonlijke toestemming en bouwde een goede band op met Glass, van wie ze ook andere stukken voor haar instrument bewerkte. Inmiddels geldt zij als een autoriteit op het gebeid van zijn muziek.

Fagotensemble

Interessant ook is het concert van de Marokkaanse Master Musicians of Jajouka op vrijdag. Onder de noemer ‘World Roots’ gaan zij een verband aan met de Japanse meesterpercussioniste Midori Takada. Succes verzekerd. Zaterdag is gewijd aan ‘Trance’, met een uitvoering van Rushes van Michael Gordon door fagottist Bram van Sambeek en zeven van zijn studenten. Gordon componeerde het aanvankelijk voor 25 fagotten en als we de festivalbrochure mogen geloven, staat ons ‘een pulserende geluidszee’ te wachten.

Bedwelmende boventonen

La Monte Young, foto Jung Hee Choi

Zondag 9 april wordt het festival besloten met het thema ‘Meditation’. The Theatre of Eternal Music Brass Ensemble speelt The Second Dream of the High-Tension Line Stepdown Transformer van La Monte Young. Dit hypnotiserende werk voor acht trompetten bestaat slechts uit vier tonen, die eindeloos lang worden aangehouden – in reine stemming. Die klinkt voor onze aan afgeplatte intervallen gewende oren aanvankelijk ‘vals’, maar het went snel.

Door de resonantie van de instrumenten worden steeds meer boventonen hoorbaar, zodat gaandeweg een bedwelmend klankweefsel ontstaat. Het stuk wordt maar zelden uitgevoerd en beleeft zijn Nederlandse première. Het festival besluit zondagavond met een uitvoering van Kanon Pokajanen van Arvo Pärt. Ook dit monumentale, op Russisch-orthodoxe kerkmuziek gebaseerde werk is niet vaak te horen.

Einde in mineur

Cappella Amsterdam zette Kanon Pokajanen vorig jaar op een alom geroemde cd en tekent ook nu voor de uitvoering. Tragisch detail: het avontuurlijke koor wordt met opheffing bedreigd, waardoor het World Minimal Music Festival ietwat in mineur eindigt.

Meer info en kaarten
Op 7-9-2016 draaide ik in mijn programma Panorama de Leeuw op de Concertzender het tweede deel uit De Materie, ‘Hadewych’. Je beluistert de podcast hier

Posted in music, news | Tagged , , , , , , , , , , , , | Leave a comment

Fonds Podiumkunsten handhaaft subsidiestop Cappella Amsterdam

Utterly mesmerizing and enchanting’, schreef de New York Times over de cd met Kanon Pokajanen van Arvo Pärt die Cappella Amsterdam onlangs uitbracht. De gezaghebbende krant plaatste deze in de top 20 van beste klassieke cd’s wereldwijd van 2016. Toch blijft het Nederlandse Fonds Podiumkunsten bij zijn besluit dit internationaal vermaarde topkoor geen subsidie te geven. Volstrekt onbegrijpelijk.

Koor van wereldformaat

Onder dirigent Daniel Reuss is Cappella Amsterdam namelijk uitgegroeid tot een koor van wereldformaat. In november 2016 werd de dirigent vanwege zijn enorme verdiensten geridderd. Het koor trekt de aandacht met avontuurlijke concerten en gaat dwarsverbanden aan met andere ensembles. Het is tevens een van de initiatiefnemers van het gerenommeerde korenfestival Tenso Days. Jonge componisten krijgen ruim baan, maar ook Nederlandse grootmeesters als Ton de Leeuw en Daan Manneke worden gekoesterd. Opheffing zou een grote aderlating voor het Nederlandse muziekleven betekenen.

Het koor onderzoekt de mogelijkheid van juridische stappen.

Uit het persbericht:

‘Bestuur en directie onderzoeken op dit moment de mogelijkheden tot verdere (juridische) stappen. Tegelijkertijd zet het koor met ondersteuning van particulieren, publieke en private fondsen de activiteiten voort. Gezien het aanzien van Cappella Amsterdam in de Nederlandse en internationale muziekwereld, de (inter)nationale samenwerkingsverbanden en de betekenis van het koor voor de ontwikkeling van en talentontwikkeling in de internationale koormuziek, is het ondenkbaar het koor op te heffen. Cappella Amsterdam wil blijven zingen en zijn toekomstplannen doorzetten!’

Surf voor meer informatie naar Cappella Amsterdam.

Posted in music, news | Tagged , , , , | 2 Comments

10 jaar Britten Jeugd Strijkorkest – Dirigent Loes Visser: ‘Ik leer nog elke dag’

Al tijdens haar studie formeerde Loes Visser (1959) het Alpha Kamerorkest. In 1990 initieerde ze het Adamello Ensemble en zeventien jaar later stond ze aan de basis van het Britten Jeugd Strijkorkest, waarmee zij nu het tweede lustrum viert. Wat drijft haar en wat zijn haar mooiste ervaringen?

Kamerorkest

‘Ik heb het Alpha Kamerorkest opgericht omdat er behoefte aan was’, vertelt Visser, die viool  studeerde aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam en directie bij Ru Sevenhuijsen. ‘Er zaten veel mensen in de vooropleiding en het eerste jaar maar er was geen orkest voor deze fase van de studie. Mijn medestudenten wilden orkestervaring opdoen en ik wilde graag dirigeren. Door een eigen kamerorkest op te richten sneed het mes aan twee kanten. Ik was pas negentien en het was een geweldige leerschool.’

In 1989 wordt ze gevraagd een 68-koppig kamerorkest te leiden tijdens een concerttournee. ‘We traden met veel succes op in Italië en Hongarije. In Noord-Italië vroegen de natuurvrienden van het Adamellogebergte mij terug te keren met een wat kleiner orkest. Daartoe formeerde ik het Adamello Ensemble, dat al naar gelang het gekozen repertoire bestond uit achtentwintig tot veertig musici. We zijn jarenlang elke zomer twee weken in Italië geweest, met fantastisch Italiaans eten en elke dag een concert. De mensen stonden enorm open en werden bijvoorbeeld tot tranen geroerd door Variations for Strings van Tristan Keuris.’

Nieuw elan

Wanneer ze in 2003 naar Zwolle verhuist, wordt ze al snel gevraagd het Constantijn Jeugdstrijkorkest onder haar hoede te nemen. ‘Dat heb ik twee seizoenen geleid, maar daarna zijn we helemaal opnieuw begonnen, met een nieuw bestuur, een nieuwe naam, een nieuwe opzet. En vooral: met nieuw elan.’ Samen met Yke Toepoel, hoofd van de klassieke afdeling van het Artez Conservatorium, stippelt ze de route uit voor wat het Britten Jeugd Strijkorkest zal gaan heten: ‘Allereerst wilde ik een frisse uitstraling voor het orkest. Verder vind ik het belangrijk dat jongeren het hele spectrum aan stijlen leren kennen. Van barok tot klassiek en van romantiek tot hedendaags.’

Maandelijks concert

Om de musici ervaring te laten opdoen met de orkestpraktijk wordt elke maand minstens één concert gegeven. ‘Ik zie er niets in om vier maanden lang aan een programma werken, twee concerten te geven en vervolgens weer vier maanden te werken. Ik wil het op een professionele manier aanpakken en de vaart erin houden. Door die regelmatige optredens worden de jongeren voortdurend gestimuleerd en leren ze ergens naar toe te werken.’ Vast onderdeel is bovendien een jaarlijkse tournee en een cd. ‘Daarnaast doen we veel andere dingen, maar dat basisformat is heel succesvol gebleken en geeft een mooi houvast.’

Loes Visser (c) Studio Serah

Spelen op niveau

Visser ziet het als een speerpunt de jonge musici muzikaal naar een hoger plan te tillen. ‘Mijn visie is dat ze op hun twaalfde echt al iets moeten kunnen. Iedereen doet auditie en heeft dus al een bepaald niveau. Ze moeten al jong trots kunnen zijn op hun talent, anders wordt het moeilijk ze jarenlang te binden aan je orkest. Ik streef er dus naar ze van meet af aan te laten spelen met leeftijdgenoten van hetzelfde hoge niveau. Ook werken we met gastsolisten, aan wie ze zich kunnen optrekken. We hebben bijvoorbeeld gespeeld met Liza Ferschtman, Daniël Wayenberg en Gavriel Lipkind. Het is inspirerend voor ze met zulke grootheden op te treden, daardoor worden ze echt opgetild.’

Optimale voorwaarden

Visser is voortdurend bezig de voorwaarden te optimaliseren en stelt alles in het werk opdat de jongeren zich volop kunnen ontplooien. ‘Dus niet alleen spelen in achterafzaaltjes met een vreselijke akoestiek, maar ook in mooie kerken en op grote concertpodia. Ik kijk ook altijd of ik orkestleden kan inzetten als aanvoerder of solist. Het is bovendien noodzakelijk dat ze goed begeleid worden, goed les krijgen en gedisciplineerd leren werken. We repeteren elke week, dat is een behoorlijke opgave. Het is daarom van wezensbelang dat de ouders er helemaal achter staan. Inmiddels is het orkest dusdanig gegroeid dat de meeste spelers in een jong-talentklas zitten of zelfs al zijn doorgestroomd naar het conservatorium. Het niveau is absoluut gestegen, sommigen hebben zelfs het Brittenconcours gewonnen.’

Eigen inbreng jonge musici

De musici mogen ook wensen indienen, qua repertoire of anderszins: ‘Die probeer ik dan te realiseren. Zo wilde de violist Sybren Holwerda dolgraag eens met Charlie Seam optreden, een beroemde Engelse violist en fotomodel. Ik heb het management van Seam gebeld en hij is gekomen! Hij schreed als het ware binnen in zijn chique Armanipak en speelde samen met ons prachtig het Poème van Chausson. Sybren werd zo geïnspireerd dat hij nu studeert in Londen. Altiste Jeltje Quirijnen wilde graag de Serenade van Tsjaikovski spelen. Daarvan hadden we al eerder het derde en vierde deel gedaan, maar omdat zij het graag wilde heb ik het nog eens integraal op het programma gezet.’

Dirigent en coach

Visser werkt graag met jonge mensen: ‘Ik vind het heerlijk een professioneel orkest te dirigeren, maar het leuke van werken met jonge mensen is dat je naast dirigent ook coach bent. Elke musicus vergt weer een andere benadering, daar leer ik nog elke dag van. Je werkt intensief met elkaar, ziet elkaar wekelijks, vaak jarenlang. De meesten komen rond hun 12e in het orkest en vertrekken rond hun 20e, dat schept een familiegevoel. Iedereen die meewerkt, doet het met hart en ziel. Het mooie van het Britten is bovendien dat de programma’s geregeld terugkeren, zodat er verdieping komt. De musici groeien in de muziek, dat is fantastisch om mee te maken.’

In tien jaar tijd zijn er zo’n zestig jonge musici geweest en vele hoogtepunten. ‘De tournees zijn altijd een feest. En de eerste keer dat we in Theater de Spiegel optraden, met het zigeunerorkest van Tata Mirando, was onvergetelijk. Topmomenten zijn er ook met de grote solisten, zoals onlangs Maria Milstein in Mozart’s Derde Vioolconcert. Bijzonder waren de ook optredens voor het Koningshuis, bijvoorbeeld toen we tijdens Koningsdag in Zwolle verkleed voor hen speelden.’  Maar de absolute topper voor mij is toch dat wij drie jaar geleden de eerste prijs wonnen tijdens het Summa Cum Laude Festival in Wenen.’

Summa cum laude

‘Ik herinner me nog dat we van de organisatie niet staand mochten spelen. Alle stoeltjes stonden klaar, maar ik zei: we gaan toch staan. Ik had de musici goed voorbereid en gevraagd: wat gaan jullie geven aan het publiek dat in die zaal zit? Er kwam van alles naar boven: blijdschap, kwaliteit, bezieling. Nou, daarmee gingen we het podium op. Direct alle stoelen aan de kant en spelen. Na afloop zei de jury: jullie stonden daar zó overtuigd, dit grenst aan het professionele. En gaf ons de eerste prijs. Geweldig dat we die met ons eigen karakter, met hoe wij het willen doen, hebben afgedwongen. Het juichende enthousiasme van de musici was hartverwarmend: We hebben gewonnen!’

Blijft er na zoveel mooie, positieve ervaringen nog wel wat te wensen over? Visser: ‘Ik zou heel graag het Divertimento van Bartók willen uitvoeren. Daarvoor moeten echt alle orkestleden op topniveau zitten, daar gaan we naar streven.’ Even is het stil, dan klinkt het beslist: ‘Dat gáán we voor elkaar krijgen!’

Posted in music, news | Tagged , , , , , , , | Leave a comment

Opera The New Prince: pretentious bombast

It is not easy to visit an opera unbiased when it is presented as a stunning piece of contemporary social criticism. Especially if it evokes such totally opposite reactions. The one calls The New Prince ‘an opera in the vein of our time’ (Mischa Spel, NRC), the other awards it ‘a fat insufficient’ (Erik Voermans, Het Parool). A subsequent critic demands more ‘textual stratification and less musical clichés’ (Peter van der Lint, Trouw). Yet another calls it a ‘spectacle opera’ that leaves nothing to our imagination (Henri Drost, Theaterkrant).

Phew.

Let’s start at the beginning. The Arab-American composer Mohammed Fairouz (1985) was commissioned for The New Prince by the Opera Festival Forward. David Ignatius, a columnist for The New York Times supplied the libretto. He based it on Il Principe, a book by Niccolò Machiavelli, published in 1532, in which he describes the machinations of power.

Chewing gum

Ignatius presents Machiavelli as a living person, who is called to the rescue by pop-star president Wu Virtu. It is 2032 and Virtu leads the empire Amerasiopia, yet his position wavers. He is modelled after Kim Jong-un, the current ruler of North Korea. Avidly chewing gum he looks down on the scene from the mayor’s lodge of the Amsterdam City Theatre. The South Korean bass Simon Lim has the perfect arrogant stance and a good voice, but his English is barely comprehensible.

Wu Virtu (Simon Lim) photo Marco Borggreve

Bored, he watches how Machiavelli (the very convincing baritone Joshua Hopkins) dishes out the do’s and especially don’ts of a successful ruler. Aided by co-author Henry Kissinger (nicely smug interpretation of Marc Kudisch) he is working on a new version of Il Principe. His patron is Lady Fortuna (a highly pregnant, bossy Karin Strobos), who also acts as principal of his axioms. A colourful parade of dictators – from Savonarola to Hitler and from Mao Tse-Tung to Mubarak – illustrates ‘why princes must guard themselves against revolution’.

Explicit sex scenes – including Bill Clinton with cigar and Monica Lewinsky (a randy Nora Fischer) – show that a ruler must curb his primitive urges. Also, a ‘clash of civilizations’ should be avoided. Osama bin Laden and Dick Cheney descend a grand staircase singing, each stressing their own right. Wu Virtu is only moderately interested in Machiavelli’s lessons. Yet when his people revolt, he cunningly knows how to shift their anger on him. Bruised and beaten Machiavelli decides to withdraw into his writing life, together with Fortuna.

Undramatic libretto, bombardment of images

Director Lotte de Beer pairs the abundance of – one-dimensional – characters and events with a bombardment of images. It looks spectacular, with dazzlingly fast costume changes and dramatic scenery. De Beer adds one additional reference to current events to the totally undramatic and pretentious libretto: Donald Trump and Hilary Clinton fighting over a globe. When he brutishly pulls this from her hands a chorus appears behind him, wearing Trump masks. Indeed, nothing is left to our imagination.

The opera is not helped by the music of Fairouz, played rather sloppily by the Hague Philharmonic under the baton of Steven Sloane. The score is one big, bombastic pastiche. Carl Orff, Leonard Bernstein, John Adams, American folk music, Italian bel canto, Gregorian chant, jazz, everything passes by. Thought it’s catchy, and the pounding rhythms are contagious, it lacks character and challenge. Too slick for opera, too unpolished for musical.

In short, also a fat insufficient from me.

Posted in music, review | Tagged , , , , , | Leave a comment

Johannes-Passion van Bach als muziektheater: het kán

Het door Pierre Audi in 2016 geïnitieerde Opera Forward Festival bevraagt de toekomst van muziektheater. Het 13-daagse festival biedt (jonge) makers en zangers een kans nieuwe wegen te onderzoeken. Voor de tweede editie regisseerde Audi zelf And You Must Suffer, een muziektheatrale versie van Bachs Johannes-Passion. Deze productie van Muziektheater Transparant en het oudemuziekensemble B’Roque beleefde dinsdag 28 maart zijn Nederlandse première in het Muziekgebouw aan ’t IJ. De voorstelling werd beloond met een enthousiast applaus.

Besmuikt

Met zijn vindingrijke mis-en-espace maakt Audi het drama van Jezus Christus invoelbaar. De zangers van Cappella Amsterdam groeperen zich dreigend rondom hem als zij Pontius Pilatus vragen hem ter dood te brengen. Staand op een plateau hoort Christus hun beschuldigingen aan. Als Pilatus overstag gaat en hem laat geselen, krimpt hij ineen van de pijn, waarop het koor weeklagend zijn handen naar hem uitstrekt. Na zijn kruisiging sluipen de zangers beschaamd het podium af, onderwijl zingend ‘Ich will dich preisen ewiglich’.

Al net zo besmuikt zijn zij in het pikkedonker opgekomen tijdens de door Annelies van Parys gecomponeerde proloog. In And Thou Must Suffer doordesemt zij gregoriaans aandoende melodielijnen met schelle, dissonante uitroepen van het koor: het onheil naakt. Subtiel verweeft zij motieven van Bach met haar eigen stuk, dat zij naadloos laat versmelten met diens Johannes-Passion.

Scènefoto And You Must Suffer (c) Koen Broos

Uitmuntende zangers en musici

De concentratie van de zangers van Cappella Amsterdam is voorbeeldig. Ruim twee uur lang bewegen zij zich in steeds wisselende formaties en in verschillende houdingen over het toneel. Toch zingen zij alles uit het hoofd, loepzuiver en in perfecte harmonie met de al even uitmuntende musici van B’Roque. Deze zijn links en rechts van dirigent Andreas Spering opgesteld. Met soepele, maar besliste gebaren voert hij de uitvoerders door de afwisselende en kleurrijke muziek van Bach. Zachte, ingetogen passages van individuele instrumenten staan naast luide, angstaanjagende tutti in een felle ritmiek.

Kwetsbare maar trotse Jezus

Jakob Pilgram is een meeslepende Evangelist. Zijn klaroenachtige tenor reikt tot in de verste uithoeken van de zaal en hij lijkt werkelijk betrokken bij wat hij zingt. De boomlange Dominik Köninger is een even kwetsbare als trotse Jezus. Met zijn warme bariton en indringende mimiek stelt hij de hypocrisie van zijn belagers aan de kaak. De tenor Magnus Staveland speelt zijn rol van wankelmoedige Petrus met verve. Met zijn gebogen gestalte en schielijk over zijn gezicht getrokken hoodie verloochent hij tot drie keer toe zijn vriend.

Al even indrukwekkend is de bas Tomás Král, die als Pilatus waarlijk ontzet lijkt over het onrecht dat Christus wordt aangedaan. De sopraan Grace Davidson heeft een mooie lichte stem, die echter gaandeweg wat onzekerder wordt. Ook de altus Benno Schachtner begint overtuigend, maar zijn stem schiet op emotionele momenten soms ongecontroleerd de hoogte in.

Rogier van der Weyden, Christus aan het Kruis met Maria en Johannes. Olie op paneel (1457-1464) fotocredit Wikipedia

Voorbeeldig lichtplan

Het voorbeeldige lichtplan van Peter Quasters maakt met een afwisseling van clair-obscur en sterke contrasten het verhaal nog indringender. De videobeelden van Mirjam Devriendt en Vincent Dunoyer voegen daar weer een extra laag aan toe. Kale olijftakken verbeelden Christus’ eenzaamheid, een in slow motion achter hem uitgestrekte hand illustreert hoezeer zijn lot in andermans handen ligt. De tegen het einde vertoonde beelden van de restauratie van het paneel Christus aan het kruis van Rogier van der Weyden zijn echter te expliciet en leiden de aandacht af van de muziek.

Politiek-correct

Na het eerste deel kleurt het videoscherm okergeel. We wanen ons in een zandwoestijn, terwijl het nieuw gecomponeerde L’Apokalypse Arabe van Samir Odeh-Tamini opklinkt. Angstig gefluister en schrijnende harmonieën van het koor, getimmer in het klavecimbel en langgerekte strijkerslijnen creëren een onheilspellende sfeer. De video toont rood getinte beelden van verwoeste steden bij de woorden ‘7000 Arabieren werden verdoofd, verblind’. Het komt als een totale Fremdkörper en is een tikkeltje te politiek-correct. Ook de korte, dissonante epiloog van Annelies van Parys botst met Bachs troostrijke slotzang.

Toch liever concertant

Audi heeft met And You Must Suffer aangetoond dat een passie muziektheatrale potentie heeft. Maar ondanks de uitstekende uitvoering en aansprekende enscenering sloeg de verveling na anderhalf uur toe. Het principe show, don’t tell waar ware opera op drijft, is geheel aan Bach voorbijgegaan. De constructie van een verteller (de evangelist) die de scènes aan elkaar praat is gekunsteld en haalt de vaart uit de voorstelling. Het bemoeilijkt bovendien identificatie met de personages.

Het experiment is dus weliswaar geslaagd, maar uiteindelijk lijkt een concertante uitvoering mij toch overtuigender.

Info en speellijst via deze link. 

Posted in music, review | Tagged , , , , , | 1 Comment

Christendom als blinde vlek

In deze ‘vrouwenmaand’ weer een herpublicatie van een column over een vrouwelijke componist, ditmaal de diep gelovige Sofia Goebaidoelina. Ik schreef mijn stuk in 2002,  met als insteek de minachting waarmee christenen in onze tijd werden en worden bekeken. Inmiddels is er wel een klein kantelpunt ontstaan, en is vooral het politiek-correcte denken over de islam op zijn retour.

Sofia Goebaidoelina – kruidenvrouwtje of genie?

Verschenen in Klassieke Zaken, januari/februari 2002

Nederlanders discrimineren niet. Zeggen we. Maar in onze ijver niets ten nadele te beweren over allochtonen, homo-trans- of biseksuelen, de islam en andere godsdiensten, hebben wij één blinde vlek: het christendom.

Ooit zag ik een programma met drie actrices die Anne Frank hadden uitgebeeld. Een van hen bleek belijdend protestant te zijn. Meewarig glimlachend poogde interviewster Hanneke Groenteman de vrouw haar dwaling te laten inzien, maar deze was verrassend standvastig. Groentemans toon werd allengs venijniger en sarcastischer: hoe kón iemand in onze tijd nog Christen zijn?! – Het publiek glunderde van leedvermaak.

Onlangs stak ik de loftrompet over Sofia Goebaidoelina. Midden in mijn betoog over deze wat mij betreft grootste levende componist, noemde een musicus haar ‘een kruidenvrouwtje’. Ik was perplex! Hoe kon hij enige overeenkomst zien tussen mijn idool en de vermaledijde Klazien-uit-Zalk? De man mompelde dat hij wel haar muziek waardeerde, maar ‘niks kon met dat geleuter over God’.

Nu schuwt Goebaidoelina inderdaad het uitdragen van haar – Russisch-orthodoxe –  geloofsovertuiging niet; zij beschouwt zichzelf als middelaar tussen hemel en aarde. Maar juist dankzij deze diepe verbondenheid met de kosmos schrijft zij zulke onontkoombare, universeel-menselijke muziek.

Dat geldt ook voor haar Johannes-passie, een antwoord op Bach. Dit oratorium heeft niets zwijmeligs, maar is één uitbarsting van levensvreugde, angst, lijden en hoop, gevangen in een partituur vol kleur en met een diep-Russische bas die zelfs het hart van de grootste scepticus zou vermurwen.

– Benieuwd wat de musicus hiervan zegt.

Sofia Goebaidoelina: Johannes-Passion
Koor en orkest van het Mariinsky Theater, Sint Petersburgs Kamerkoor en solisten o.l.v. Valery Gergiev
hännsler classics CD 98.405
Foto credit Goebaidoelina: F  Hoffmann-La Roche Ltd 

 

Posted in archive, personal, women composers | Tagged , , | Leave a comment

Podcast Moritz Eggert on his opera Caliban: ‘Our exploitation of others now comes back to us’

The theme of the 2nd edition of the Amsterdam based Opera Forward Festival is ‘macht/onmacht’ (‘power/powerlessness’ ). The German composer Moritz Eggert composed Caliban for the Asko|Schönberg ensemble, three singers and a narrator. The libretto by Peter te Nuyl is based on the hapless character in Shakespeare’s play The Tempest.

Scorned and abused by Prospero and others, Caliban learns from his surroundings, gradually evolving from victim into perpetrator. The opera will be premièred on 25 March in the Amsterdam Compagnietheater.

I spoke to Moritz Eggert after a rehearsal for the podcast underneath.

More info and tickets via this link

Posted in background, music | Tagged , , , , | 1 Comment

Fortress Europe: Prachtmuziek van Calliope Tsoupaki, problematisch libretto

Tijdens het slotapplaus voor haar nieuwe opera Fortress Europe schittert Calliope Tsoupaki (1963) maandag 20 maart door afwezigheid. Pijnlijk foutje in de communicatie bij deze productie van het Opera Forward Festival en Opera Trionfo in de Stadsschouwburg van Amsterdam.

Jammer, want de Grieks-Nederlandse componist heeft de bijval meer dan verdiend. In een kleine twee uur tijd voert ze ons mee op een meeslepende en enerverende muzikale reis, die perfect aansluit bij het thema van de vluchtelingenproblematiek.

Kruidige harmonieën

Trefzeker schetst zij met wiegende ritmes de golfslag van de Middellandse Zee. Deze betekent voor zovelen een overtocht – naar het beloofde land of de verdrinkingsdood. Klaaglijke cantilenen van een (alt)hobo maken hun gevoelens van weemoed om het verlies van huis en haard invoelbaar.

De kruidige harmonieën en gebogen tonen van de musici van het Asko|Schönberg en de zangers van het Nederlands Studenten Kamerkoor verwijzen subtiel naar de Arabische achtergrond van de bootvluchtelingen. Ook de Griekse volksmuziek is nooit ver weg; de vele drones (liggende tonen) creëren een sfeer van gelatenheid en berusting.

Aangespoelde zwemvesten

Het toneelbeeld van Dieuweke van Reij is eenvoudig maar doeltreffend. Midden op een ronddraaiend plateau staat een gigantische deur: de poort tot Fort Europa. Daarachter zien we de klippen waarop de asielzoekers aan land komen. Deze zijn bezaaid met aangespoelde zwemvesten. Ervoor zien we de kamer van Europa in Brussel. Zij was ooit zelf vluchteling, maar spoort nu haar zoon, de politicus Frans Verhaegen aan geen enkeling toe te laten.

Maar als Frans afreist naar Griekenland om persoonlijk de situatie in ogenschouw te nemen, wordt hij geraakt door dit desolate beeld. Hij raakt in de war wanneer Amar aanspoelt als enige overlevende van een vluchtelingensloep. Hij wil hem helpen, maar tegelijkertijd de poort stevig dichthouden. Een overdonderende slagwerksolo doet de Rabozaal op zijn grondvesten schudden als Amar wanhopig op de deur beukt en Frans om genade smeekt.

Keelsnoerend is de scène waarin hij vertelt over zijn metgezellen, onder wie een klein kind, die allemaal door de golven zijn verzwolgen. Een voor een nemen de koorleden plaats in een veel te krap scheepje. Op elkaar gepropt zingen zij een aangrijpende meerstemmige klaagzang, terwijl ze in slowmotion van links naar rechts bewegen. Zo wordt hun claustrofobie en angst  invoelbaar.

Eenduidig libretto

Tsoupaki’s partituur geeft veel ruimte aan de zangsolisten, die nergens overstemd worden. De tenor Erik Slik geeft met zijn mooie stem en overtuigende spel zijn wankelmoedige relatie tot zowel zijn moeder als de vluchteling gestalte. De basbariton Yavuz Arman Isleker is met zijn gitzwarte baard en krullenkop goed gecast als vertwijfelde gelukszoeker.

De sopraan Rosemary Joshua glorieert in haar toch wat ondankbare rol van de onbuigzame Europa. Ze is van A tot Z verstaanbaar en geeft haar personage met een scala aan gezichtsuitdrukkingen waarlijk vlees op de botten.

Een hele prestatie gezien het volstrekt eenduidige libretto, dat geen enkele ruimte laat voor onze eigen fantasie. Jonathan West liet zich voor zijn Engelse tekst weliswaar inspireren door het boek Gelukszoekers van Ilja L. Pfeijffer, maar van poëzie of sublimering is nergens sprake. We krijgen de harde krantenfeiten rauw in ons gezicht geslingerd.

Waarom Europa zo fel gekant is tegen mensen die net als zij op zoek gaan naar een veilige haven, blijft volstrekt onduidelijk. Evenmin vindt er een ontwikkeling of catharsis plaats. Aan het eind staan we nog precies op dezelfde plaats als aan het begin. Zij het dat Amar zich inmiddels in wanhoop heeft opgehangen. Halverwege de voorstelling zakt de spanning volledig weg en ga je snakken naar het einde.

Kortom: een mislukking op niveau. De pakkende enscenering van Floris Visser, de prachtige muziek van Calliope Tsoupaki en de uitstekende zangers en musici verdienen beter.

Info en kaarten

 

Posted in music, review, women composers | Tagged , , , , | 2 Comments

Componist Brechtje: ‘Elementen is mijn weggetje naar opa’

‘Dankzij een radiopresentator vond mijn opa een ingang tot klassieke muziek. Met mijn nieuwe stuk baan ik op mijn beurt een weggetje naar hem,’ zegt componist Brechtje (1993).

Donderdag 30 maart beleeft haar nieuwe stuk Elementen zijn wereldpremière in de vijfde aflevering van An Evening of Today in het Muziekgebouw aan ‘t IJ. Ik sprak haar over de totstandkoming van haar stuk.

Wat maakt dit project voor jou bijzonder?

De combinatie van onervaren componisten die mogen werken met een ervaren ensemble. Het adagium was: doe alles wat je het allergaafste vindt. Dat wordt ook echt nageleefd, the sky is the limit. Alles mag, zowel vanuit het ensemble als vanuit het Muziekgebouw en het Korzo Theater in Den Haag, waar het concert herhaald wordt. Ik mag alle ruimtes gebruiken, tot aan de garderobe, de balkons en de foyers aan toe. En als er drie pauzes moeten komen dan mag ook dat. Natuurlijk moet het wel een beetje realistisch zijn, maar ik heb me helemaal niet geremd gevoeld. Ik voelde me juist aangespoord.

Wat betekent dat voor je nieuwe stuk?

Voor mij is het een samenkomst van dingen die ik de afgelopen jaren heb gedaan. Zo zet ik het Nieuw Ensemble samen op het toneel met mijn band Jerboah. Ik heb compleet uitgewerkte partijen gecomponeerd voor het ensemble en lead sheets voor mijn eigen club, zoals die in de jazz worden gebruikt. Daarop staan bijvoorbeeld aanwijzingen voor de groove en richtlijnen voor improvisatie. Het wordt een combinatie van heel verschillende muzikale stijlen.

Jerboah

Je stuk heet ‘Elementen’, vanwaar die titel?

Een bron van inspiratie was een gesprek met mijn opa twee jaar geleden. Hij kon nooit zoveel met klassieke muziek, vond die te abstract. Maar hij had net een uitzending gehoord op de radio, waarin de presentator beeldend had verteld over een bepaald muziekstuk. Hoe je aan het slot een zonsondergang hoorde en zelfs de vogels weg kon horen wegvliegen. Door de woorden van die radiopresentator vond mijn grootvader een ingang in de klassieke muziek. Hij zei dat hij wel een stuk wilde over het ontstaan van het heelal, met name over de evolutie van de elementen. Dat leidde uiteindelijk tot Elementen, waarmee ik dan weer een weggetje naar mijn opa vind.

Hoe heb je dat idee vertaald naar muziek?

Ik heb het ontstaan van de elementen willen weergeven. Het heelal bestaat alleen maar uit elementen. Hoewel, dat is misschien iets te enthousiast uitgedrukt, dat zou opa niet goedkeuren. Er is immers ook veel vacuüm. Maar in ieder geval hebben atomen, ook wel elementen genoemd, een essentiële positie in het heelal. We kennen allemaal wel waterstof, helium, koolstof, zuurstof en stikstof, maar er zijn er nog veel meer.

Het begon echter met nog veel kleinere dingen, zoals quarks en gluonen. Toen het heelal ontstond was het heel klein. Het was bovendien ontzettend heet en zó vol dat het licht er niet in kon bewegen. Er ontstond geleidelijk een nieuwe situatie waardoor grotere elementen een kans kregen. Zo dijde de ruimte steeds verder uit, dat gaat nog altijd door. Ik heb geprobeerd die ontwikkeling muzikaal te illustreren, niet letterlijk te vertalen. Muziek is muziek tenslotte, ze blijft abstract. Ik verwacht echt niet dat mensen zeggen: ha, nu hoor ik waterstof! Dat is ook niet mijn bedoeling.

Was het moeilijk voor deze combinatie te schrijven?

Niet echt. Ik heb de partijen gecomponeerd met de specifieke kwaliteiten van de afzonderlijke musici in gedachten, zoals ik eigenlijk altijd doe. Dat maakt het heel persoonlijk, ik heb zelfs hun namen in de partituur opgenomen. Omdat ik de vrije hand kreeg dacht ik: ik trek alles uit de kast. Het was een grote stap om zoveel grootschaliger te componeren dan ik gewend ben. Elementen gaat 22 minuten duren. De combinatie van mijn artrockband Jerboah met het Nieuw Ensemble is voor mij nieuw. Wij spelen altijd versterkt, met een hoge energie, en combineren uitgeschreven materiaal met improvisatie. Het Nieuw Ensemble speelt van blad en akoestisch.

Nieuw Ensemble met Hans Wesseling 2e van links (fotografie Caio Amon)

Vanwege hun bijzondere bezetting, met harp, gitaar en mandoline ben ik extra bewust omgegaan met de balans. Zeker de combinatie drumstel/mandoline is een uitdaging. En het is zo’n veelzijdige club! Veel musici spelen ook in het Atlas Ensemble en hebben ervaring met bijzondere, uitheemse instrumenten Zij kunnen simpelweg alles uitvoeren wat jij bedenkt.

Het mooie is bovendien dat ze actief meedenken. Ik had bijvoorbeeld een bepaalde figuur bedacht voor de mandoline. Na een week belt mandolinist Hans Wesseling: dat ene motiefje, hoe wil je dat hebben? Ik kan het uitvoeren met een Chinees eetstokje onder de snaar, dan klinkt het ongeveer zoals jij het wil, maar zachter. Ik kan het ook een octaaf lager spelen via de hammer-off-techniek, dan klinkt het harder. Weer een week later belde hij: ik heb precies gevonden wat je zoekt: ik doe het met een spijker!

Hoe wist hij welke klank jij in gedachten had?

Ik had hem een opname gestuurd van hoe ik wilde dat het zou klinken. Die had ik gemaakt op een gitaar, maar dat is een heel ander instrument. Gitaar, mandoline en harp zijn sowieso moeilijk, omdat het akkoordinstrumenten zijn. Ze staan redelijk op zichzelf en als je ze niet zelf bespeelt is het als een doolhof waarin je je weg moet vinden. Een melodie-instrument is makkelijker. Voor die tokkelinstrumenten kun je al snel samenklanken bedenken die onmogelijk zijn. Gelukkig lijkt dat nu niet het geval, ik heb nog niets hoeven herschrijven.

Ik vraag veel van de musici en heb ook nog eens een heel lichtplan gemaakt. Dat is technisch een pittige kluif. Er zijn vijftig losse lampjes, bediend door twintig vrijwilligers die rondom de musici staan opgesteld. Ik stel mij namelijk een omgeklapte sterrenhemel voor: de musici worden omgeven door het heelal. Of, beter gezegd ze zijn de kern ervan. Het publiek verhuist naar de balkons en die hele opstelling moeten we in vijftien minuten voor elkaar krijgen. Dat was wel even schrikken voor het Muziekgebouw, want er zijn ook nog vijf andere stukken. Maar ze hebben het goedgekeurd.

Waar kijk je het meest naar uit?

Het te zien gebeuren, te ervaren hoe alle onderdelen in elkaar gaan klikken. Ik kan daar nu alleen maar naar gissen. Tijdens de eerste repetities heb ik nog niet voor grote verrassingen gestaan, maar straks staan er veertig mensen op het podium. Ik ben benieuwd of en hoe die spanningsboog gaat werken.

An Evening of Today:
30 maart Muziekgebouw aan t’ IJ Amsterdam
13 april: Korzo Theater Den Haag

Posted in music, news, women composers | Tagged , , , , | Leave a comment

Krzysztov Warlikowski: ‘Bergs schuldgevoel leidde tot gruwelijke opera Wozzeck’

‘Hoe kleiner de gemeenschap hoe bekrompener de geest’, zegt Krzysztof Warlikowski. De Poolse regisseur maakt deze maand zijn debuut bij De Nationale Opera met Wozzeck van Alban Berg. Het is de tweede keer dat hij dit iconische werk van de twintigste eeuw onder handen neemt. Hiertoe put hij uit zijn eigen ervaringen tijdens zijn jeugd in Stettin.

Het is uitzonderlijk dat hij de uitnodiging aannam, zegt Warlikowski: ‘Uit principe doe ik nooit twee keer hetzelfde stuk, maar Wozzeck was mijn eerste opera. Ik regisseerde hem elf jaar geleden bij het Wielki Theater in Warschau. Dat was voor mij een belangrijke ervaring. Daarna deed ik Lulu in Brussel, waardoor ik nieuwe inzichten kreeg over Alban Berg. Dus toen De Nationale Opera mij vroeg heb ik de kans om een nieuwe interpretatie te tonen onmiddellijk aangegrepen.’

Hij week af van zijn principe omdat zijn visie op Wozzeck totaal veranderd is: ‘Je hebt een ander bewustzijn als je twee opera’s van Berg gedaan hebt. Wozzeck is af, het is de eerste explosie van Bergs talent voor opera, Lulu is veel geavanceerder en moderner, maar bleef onvoltooid. Doordat ik beide werken heb geregisseerd, ben ik me gaandeweg gaan realiseren dat de rol van het kind ontzettend belangrijk is. Voor mij is de centrale vraag: wat gaat er met het jongetje gebeuren?’

Berg flirt met eigen dochter

Opvallend, aangezien Wozzecks zoontje slechts een bijrol speelt, maar Warlikowski heeft er goede redenen voor. ‘Kijk naar de biografie van Alban Berg. Toen hij zeventien was had hij een korte maar hevige affaire met een twee keer zo oude bediende. Zij kreeg een kind, werd door de familie afgekocht en verdween voorgoed uit Bergs leven. Vijfentwintig jaar later stond zijn dochter opeens voor zijn neus en vroeg hem te spreken. Niet wetende wie zij was, probeerde hij haar zelfs te verleiden. Pas toen onthulde ze dat hij haar vader was.’

Warlikowski kan zijn afschuw nauwelijks verbergen: ‘Dit levensfeit is tot mijn verbijstering jarenlang genegeerd door musicologen en historici. En wat bleek? Hij had haar kaartjes gestuurd voor de première van Wozzeck, maar ergens achter op het tweede balkon in de goedkoopste prijsklasse. Heel vreemd en naar. Ook zijn vrouw gedroeg zich vervelend naar het meisje toe.’

Schuldgevoel

De regisseur is ervan overtuigd dat Bergs schuldgevoel leidde tot twee van zijn meest gewaardeerde scheppingen. ‘In zijn eigen leven wist hij niet hoe hij met zijn weeskind om moest gaan, maar hij wijdde wel twee geweldige, gruwelijke opera’s aan deze thematiek. Wozzeck zelf is dan misschien geen wees, maar we zien vanaf het begin dat zijn gezin niet goed functioneert. Als hij Marie doodt en vervolgens zelfmoord pleegt laat hij zijn zoontje verweesd achter. Lulu is een jong meisje dat op straat leeft en door een oudere man wordt opgenomen, die haar misbruikt.’

Eva-Maria Westbroek (Marie) en Jacob Jutte (kleine Wozzeck) in Wozzeck (c) De Nationale Opera

Dat hij zijn eigen dochter zo unfair behandeld had, werd volgens de regisseur een levenslange obsessie voor Berg. ‘Hij wendde zich tot de opera om over zijn innerlijke trauma’s te spreken. Neem die slotscène van Wozzeck! Geen enkele andere opera besluit met enkel kinderen op het toneel. Als zij het zoontje vertellen dat zijn moeder dood is, zegt de kleine Wozzeck alleen maar “hop, hop”. Het is traumatisch, hij wil de waarheid niet weten. Hij kan die eenvoudigweg niet accepteren, daarom doet hij alsof de boodschap niet tot hem doordringt.’

Vicieuze cirkel

Warlikowski verwijst daarnaast naar de historische Johann Christian Woyzeck: ‘Diens leven stond model voor het toneelstuk Woyzeck van Georg Büchner, waarop Berg weer zijn opera baseerde. Woyzeck had als klein kind zijn ouders verloren en groeide op als wees. Het is als een vicieuze cirkel. We kunnen ons voorstellen dat het zoontje van Wozzeck en Marie later opnieuw een crimineel en moordenaar zal worden. Omdat we zien wat er in zijn kindertijd gebeurt.’

Dat leidt voor de regisseur onvermijdelijk tot de vraag wat voor jeugd de operaheld zelf gehad heeft. ‘Waarom steekt hij Marie dood en welk effect heeft dit op hun zoontje? Wat moet er van hem worden? Dat is een moderne, haast freudiaans vraag. Hoe wordt een kind beïnvloed door zijn opvoeding, zijn omgeving, zijn scholing? Wat gebeurde er toen hij drie, of zeven jaar oud was? Ik wil dat wij ons afvragen hoezeer wij onze kinderen beïnvloeden. Hoe makkelijk het is hun het paradijs te ontnemen als ze klein zijn.’

Verloren paradijs

Vurig: ‘Het is de enige periode op deze planeet dat je in de hemel verkeert. Dat duurt ongeveer tot je zevende, afhankelijk van hoezeer je ouders je beschermen.’ Daarom plaatst Warlikowski het kind prominent op het podium. ‘De jongen is in de meeste scènes aanwezig, ook al neemt hij geen deel aan de handeling. Ik wil dat hij ziet hoe zijn vader door anderen wordt behandeld, hoe het conflict tussen zijn ouders escaleert. Hij is een toeschouwer, hij volgt wat er gebeurt.’

Zo beleeft het jongetje mee hoe zijn kwetsbare vader door anderen vernederd wordt en hoe zijn moeder lonkt naar de potige tambour-maître. ‘Wozzeck heeft hallucinaties, verkeert op de rand van borderline. Marie vraagt zich af wat eigenlijk de betekenis is van hun relatie en hun kind, waarvoor hij geen aandacht heeft. Misschien kiest ze daarom wel voor de tambour-maître, wellicht zal hij een betere vader zijn. Maar tijdens een ruzie met een vriendin realiseert ze zich dat ze in de ogen van de wereld altijd een hoer zal blijven.’

Bekrompen blik

En hier wordt Warlikowski fel: ‘Ik heb dit soort mechanismen zelf ervaren toen ik opgroeide in Stettin. Niet in het centrum, maar in de buitenwijken, waar mensen denken zoals op het platteland. Hoe kleiner de omgeving, hoe bekrompener de blik. Iedereen wees naar een bepaald meisje in onze straat en noemde haar een hoer. Ik zei: maar ze is ontzettend aardig,  zij is mijn vriendin. Dat mocht niet baten. Iedereen had zijn oordeel klaar, omdat ze wisselende minnaars had en ongetrouwd een kind grootbracht.’

Die ervaring in het communistische Polen van de jaren zeventig heeft zijn visie op Wozzeck mede gevormd. ‘Voor mij gaat de opera niet zozeer over sociale ongelijkheid als wel over de moeizame intermenselijke verhoudingen. – Waarvan de kleine Wozzeck het slachtoffer wordt.’

Meer info, speellijst en kaarten via deze link.

Posted in article, music | Tagged , , , , , | Leave a comment

Holländer im Abgeordentenhaus: ‘Frauen wollen überwältigt werden’

Am 15. März stimmte ein beträchtlicher Teil der Holländer für Thierry Baudet, das Äquivalent von Grab ‘m by the pussy. Baudet meint: ‘Frauen wollen überwältigt werden’, trotzdem gewann er im Wahlkampf 2 Plätze im Abgeordnetenhaus. – Ein schwarzer Tag für die Emanzipation.

Darum in diesem ‘Frauenmonat’ heute die Wiederveröffentlichung einer Kolumne die ich 2010 schrieb für Christel Nies. Sie leitet seit 1990 die Konzertreihe Komponistinnen und Ihr Werk in Kassel. Leider ist der Kampf um die Anerkennung von weiblichen Schöpfer immer noch aktuell. Vielleicht sogar aktueller denn je.

“Die von den Frauen”

Erfahrungen der niederländischen Musikjournalistin Thea Derks im Kampf für die Musik von Frauen. Erschienen in Christel Nies: ‘Entdeckt und aufgeführt’, 2010. 

Ich wuchs auf in einem Dorf in der Nähe von Venlo, wo es ein reges Musikleben gab. Mein Vater spielte Tuba im lokalen Bläserkorps, und ich war begeistert von den schönen Klängen die er aus seinem Instrument hervorzauberte: das wollte ich auch!

Papa lehrte mich die Tuba blasen und Noten lesen: ‘do, re, mi’ und ‘fa, so, la’. Als ich gut genug war, um dem Musikverein beizutreten, gab es plötzlich ein Problem: Ich war ein Mädchen, und nach einem ungeschriebenen Gesetz waren weibliche Mitglieder im Verein nicht zugelassen – obwohl er sich doch mit dem Namen ‘Sub Matris Tutela’ (Unter Mutters Schutz) schmückte .

Als ich später Musikwissenschaft studierte, sprachen die Professoren von Leoninus und Perotinus, von Bach und Händel, von Mozart und Beethoven, von Stravinsky und Bartók. Wenn ich danach fragte, ob es unter den Komponisten keine Frauen gäbe, lächelten sie mitleidig und betonten, an der Uni beschäftige man sich nur mit seriösen Sachen. Auch in den Konzerten, die ich besuchte, hörte ich fast ausschließlich Musik von Männern – nur in der Neue Musik-Szene gab es ab und zu Werke von Ustwolskaja und Gubaidulina, von Saariaho und Chin.

Nach meinem Studium bekam ich einen Job bei Radio 4, dem holländischen Sender für klassische Musik. Ich produzierte viele Themenprogramme, u.a. eine Reihe über Komponistinnen. – Alsbald nannte man mich ‘Die van de vrouwen’ (‘Die von den Frauen’).

Dachte ich anfangs man vernachlässige die Komponistinnen einfach aus Versehen, so wurde mir im Laufe der Zeit klar, dass es gegenüber dem Schaffen von Frauen tief gewurzelten Vorurteile gibt. Wenn ein junger Komponist ein mieses Stück schreibt, heißt es, er sei noch jung und könne sich weiter entwickeln. Eine junge Komponistin hingegen bekommt selten eine zweite Chance.

Wie unausrottbar diese Vorurteile sind, wurde mir peinlich bewusst, als ich mich für eine Aufführung der Oper The Wreckers von Ethel Smyth einsetzte. Jeder, dem ich die Oper vorspielte, war begeistert von der schönen und kraftvollen Musik, aber alle meinten, Smyth hätte sich zu stark von Brittens Peter Grimes beeinflussen lassen.

Als ich darauf hinwies, dass Britten noch gar nicht geboren war als Smyth ihr Werk 1906 komponierte, verstummten meine Gesprächspartner erstaunt. – Die Oper aber wurde nicht aufgeführt. Obwohl man oftmals eine wiedergefundene, aber zweitrangige Komposition eines Mannes ankündigt als ‘Entdeckung des Jahrhunderts’.

Auch während des jährlichen Festivals niederländischer Musik wurden kaum Kompositionen von Frauen aufgeführt, weshalb ich diese Veranstaltung immer als die ‘Niederländischen Männertage’ bezeichnet habe. Geholfen hat es wenig, aber mangels Erfolg werden diese ‘Männertage’ seit 2010 nicht mehr veranstaltet.

Sogar der nach der Komponistin Henriette Bosmans benannte Wettbewerb für junge Talente wurde bisher noch nie von einer Frau gewonnen. Nachdem ich dies in einer Kolumne bemängelt hatte, wurden wenigstens einige Frauen in die Jury aufgenommen. Aber erst als später auch ein Publikumspreis eingeführt wurde, gewann endlich mal eine Komponistin: Claudia Rumondor. Glücklicherweise scheinen die Zuhörer weniger Vorbehalte zu haben als die Profis!

Es stimmt traurig, dass man auch im 21en Jahrhundert noch für die Musik von Komponistinnen kämpfen muss. Sogar weibliche Veranstalter programmieren sehr selten Werke von Frauen, und das, obwohl ich sie seit Jahren regelrecht ‘bombardiere’ mit Tipps und Aufnahmen. Zuweilen geschieht dann doch etwas, und so gibt es einige wenige Lichtblicke.

Hatte es das Festival Alte Musik Utrecht 2009 noch versäumt, auch nur ein einziges Stück von Fanny Mendelssohn zu präsentieren im Rahmen eines Konzertes das dem Umfeld Felix Mendelssohn gewidmet war, so bringt das Festival im Jahr 2010 nach meinen Protesten Musik von Elisabeth Jacquet de la Guerre zu Gehör.

Außerdem widmet die wöchentliche Konzertreihe ‘Vrijdag van Vredenburg’ von Radio 4 in der Saison 2010-11 gleich vier russischen Komponistinnen eine Reihe: Victoria Borisova-Ollas, Elena Kats-Chernin, Lera Auerbach und Sofia Gubaidulina. Neben einem Stück der jeweiligen Komponistin finden sich auch Werke von Komponisten.

Kleine Erfolge, welche ‘Die von den Frauen’ auch weiter zu erkämpfen erhofft.

Posted in archive, music, women composers | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Reinbert de Leeuw en Via crucis van Liszt: een levenslange fascinatie

In 1986 won hij een Edison voor zijn opname van Via crucis met het Nederlands Kamerkoor, gedirigeerd vanaf de piano. In 2013 zette hij de versie voor piano solo op cd, die eveneens bekroond werd met een Edison. Deze maand toert hij met Liszts meesterwerk door het land, met het Nederlands Kamerkoor en het Asko|Schönberg. Het wordt gecombineerd met Nu altijd sneeuw van Sofia Goebaidoelina.

Wat heeft Reinbert de Leeuw met Via crucis van Liszt, dat voor hem ‘de mooiste noot uit de muziekgeschiedenis’ bevat? Ik sprak hem hierover uitgebreid voor mijn biografie Reinbert de Leeuw, mens of melodie en voor het cd-boekje met de opname van de versie voor piano solo in 2013.

Harmonie gaat schiften

De Leeuw raakte al gefascineerd door de late muziek van Franz Liszt tijdens zijn studie piano en muziektheorie aan het Muzieklyceum in Amsterdam. Gretig analyseerde hij werken als Nuages gris, Unstern en La lugubre gondola, die dankzij de in 1950 opgerichte Liszt Society gaandeweg in druk verschenen.

In zijn biografie zegt hij hierover: ‘Bij Liszt begint de harmonie helemaal te schiften, de tonica gaat verdwijnen, er komt steeds meer chromatiek. Ik ging uitzoeken hoe die muziek dan in elkaar zit, door welk element zij bij elkaar wordt gehouden.’

De Leeuw speelt de late pianostukken op recitals, presenteert in 1978 de elpee Liszt the Final Years en is betrokken bij het ontstaan van het Franz Liszt Concours. Wanneer op 12 april 1984 de oprichtingsakte wordt getekend, voert hij in Muziekcentrum Vredenburg Via crucis uit met het Nederlands Kamerkoor, dat hij dirigeert vanaf de piano. Later dat jaar wordt het stuk opgenomen voor elpee en cd; de opname wordt in 1987 bekroond met een Edison.

Mijlpaal

Voor De Leeuw is Via crucis een mijlpaal in zijn carrière: ‘Het komt voor mij eens in de zoveel jaren terug, dan moét ik het de hele dag spelen. Het is indrukwekkend hoe Liszt, de romantische held, aan het eind van zijn leven alle franje weglaat en alleen de essentie overhoudt. Zoiets kun je alleen doen als je al een heel leven achter de rug hebt, dit is geen beginpunt, maar het einde van een ontwikkeling.

Via crucis heeft een indringendheid, een urgentie die nog sterker is dan in bijvoorbeeld Nuages gris. Ik kan maar niet genoeg krijgen van wat hij hier doet met de chromatiek, weergaloos hoe hij al in 1879 de grens overschrijdt naar de atonaliteit.’

Snakken naar de verlossende noot

Het bekendste voorbeeld is de Vierde Statie, waarin Maria haar zoon Jezus ontmoet: ‘Nooit eerder is Liszt zó ver gegaan in het verleggen van de grenzen van de tonaliteit, hier is hij het stadium van het experiment echt voorbij. Hij weet precies wat hij doet. De piano speelt eindeloze slierten van elf chromatische tonen, maar onthoudt je de twaalfde: de d. Onbewust ga je naar die noot verlangen. Als hij dan eindelijk komt, heel hoog en dolcissimo gespeeld, werkt dat als een verlossing, bijna euforisch.

Het knappe is dat het tegen de atonaliteit aanschurkt: het is nog wel op de tonaliteit gebaseerd, maar de zekerheden zijn verdwenen, je verliest even de grond onder je voeten. Ik vind het magistraal hoe diepgravend Liszt de mogelijkheden van de chromatische harmonie heeft doorgrond.’

De Leeuw zal deze d in 2002 in een interview met de nrc omschrijven als ‘de mooiste noot uit de muziekgeschiedenis’, een kwalificatie die hij hierna vele malen zal herhalen. In 2014 maakt hij voor het Stolz Quartet een arrangement van deze statie voor hobo, viool, altviool en cello.

Uitgebeende taal

Hoewel hij stamt uit een domineesfamilie – zijn grootvader en oom van moederskant waren predikant – vereenzelvigt De Leeuw zich niet met het religieuze aspect van Via crucis: ‘Ik heb geen enkele antenne op dat gebied, religie heeft voor mij nooit een rol gespeeld. Via crucis is iets katholieks, maar het lijdensverhaal is universeel! Bach heeft daar al geweldige muziek op gecomponeerd.’

Wel gaat De Leeuw geheel op in de partituur: ‘Via crucis vergt een enorme concentratie. Elke noot staat precies op de goede plek, de muziek is totaal uitgebeend en heeft een wonderlijke vorm van eenstemmigheid, die teruggrijpt op het Gregoriaans. Iedere afzonderlijke noot is wezenlijk en drukt ongelooflijk veel uit.

Ondanks die kaalheid heeft het stuk toch een enorme samenhang, want Liszt gaat op meesterlijke wijze van de ene naar de volgende statie, alles grijpt in elkaar. Aan het eind van Statie Vijf blijft hij bijvoorbeeld hangen op de f, waarmee Statie Zes vervolgens opent; ook het begin en het einde zijn aan elkaar verwant en je hoort voortdurend echo’s uit eerdere delen. Liszt vertelt één doorlopend verhaal, ik speel het in één adem, het mag niet verbrokkelen tot vijftien korte deeltjes.’

Hoewel hij areligieus is, vereenzelvigt De Leeuw zich sterk met deze muziek: ‘Dat is wel eens gevaarlijk, als je identificatie te groot wordt. Die moet er zijn in de zaal, maar zelf moet je afstand kunnen bewaren. Daar heb ik wel eens moeite mee.’

Informatie en toerschema

Posted in music, news | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Freudiaans: ‘Sofia Goebaidoelina, een vrouwelijke componist’

Vandaag de vijfde herpublicatie van een van mijn columns over de veronachtzaming van vrouwelijke componisten. Hierin riep ik de violiste Liza Ferschtman op de componerende dames in haar Delft Chamber Music Festival niet te vergeten. en zowaar, ze had geluisterd!

Voor de eerste editie vroeg ze de Amerikaans Nederlandse Vanessa Lann een stuk te componerenen voor viool en piano. Dat werd Springs Eternal, geïnspireerd op de Frühlingsssonate van Beethoven. In 2014 schreeflijn opnieuw een stuk voor Ferschtman, Moonshadow Sunshadow voor twee violen.

En donderdag 23 maart presenteert Ferschtman in het Muziekgebouw aan het IJ een voor haar in haar muzikale vrienden gecomponeerd octet van Mathilde Mathilde Wantenaar. Anno 2017 lijken de vrouwen dan toch bezig aan een gestage opmars.

Componist m/v (4)

Verschenen in muziektijdschrift Luister, maart 2007

Weet u het nog, van dat water en die steen? Het duurt even, maar uiteindelijk wordt zelfs een rots door vallende druppels uitgehold. Daarom nu mijn vierde spetter op de gloeiende plaat van de veronachtzaming van vrouwelijke componisten. Want mijn gedram begint langzaam vruchten af te werpen.

Zo bracht het Rotterdams Philharmonisch Orkest onlangs een geheel aan composities van vrouwen gewijd concert en presenteerden de celliste Iris van Eck en de pianiste Ariëlle Vernède een cd met muziek van Henriëtte Bosmans, Louise Farrenc en Rebecca Clarke. Nu ben ik niet dol op gettovorming, maar de muziekwereld lijkt zich eindelijk bewust te worden van het bestaan van vrouwelijke toondichters.

Vaak komt dit soort initiatieven uit de koker van dames, maar ook heren beginnen zich te realiseren dat componeren niet uitsluitend een mannenzaak betreft. Dat besef vertoont soms ietwat Freudiaanse trekjes.

Zo meldde een Vlaamse dirigent in het tijdschrift van zijn orkest dat hij een stuk van Sofia Goebaidoelina had geprogrammeerd, ‘een vrouwelijke componist’. Dito de presentator op Radio 4, die een compositie aankondigde van Isabelle Mundry, ‘een vrouwelijke componist’. Ik hoor nooit ‘Ludwig van Beethoven, een mannelijke componist’ – de toevoeging verraadt hun ongeloof.

Maar, het zaadje is ontkiemd, dus ik tel mijn zegeningen. Daartoe behoren helaas niet de viooltijgers Isabelle van Keulen en Janine Jansen. Juist van de jongere generaties zou ik een toewijding aan de goede zaak verwachten, maar dat is tot nu toe ijdele hoop gebleken.

Noch op het afgelopen zomer door Van Keulen geprogrammeerde Delft Chamber Music Festival, noch tijdens het in december gehouden Kamermuziekfestival van Jansen in Vredenburg, klonk één noot van vrouwen. En dat in een tijd waarin velen, musici incluis, op hoge toon de islam beschuldigen van een vermeende discriminatie van vrouwen. Typisch geval van ‘de pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet’.

Komende zomer programmeert Liza Ferschtman het Delftse evenement. Dus, kom op, Liza: doe er wat aan!!!

Posted in archive, music, women composers | Tagged , , , , | Leave a comment

Componerende dames in Festival Oude Muziek: eendagsvliegen of blijvers?

Vandaag de vierde herpublicatie van een column over de onzichtbaarheid van vrouwelijke componisten op de muziekpodia. In 2006 leek er even een sprankje hoop, toen het Festival Oude Muziek grootheden als Barbara Strozzi, Francesca Caccini en Isabella Leonarda programmeerde. Daarna zakte de aandacht voor de dames helaas weer snel weg.

Maar na mijn column over hoe Henriëtte Bosmans in eigen naam het zwijgen werd opgelegd, beterde de organisatie haar leven en engageerde twee vrouwelijke juryleden. Mayke Nas drong zelfs door tot de finale. Helaas won zij niet, maar in 2016 werd zij uitgeroepen tot Componist des Vaderlands.

Componist m/v (3)
Verschenen in tijdschrift Luister, april 2006

Ik hoor u zuchten: ‘Begint ze nou wéér over die vrouwen?’ Maar ik kan u geruststellen, want begin januari heb ik een felroze bril op mijn neus geplant. Ik registreer dan ook verschillende stapjes in de goede richting. Neem de Nederlandse Muziekdagen van afgelopen februari.

Op een totaal van 22 composities waren er vier geschreven door een vrouw. Toegegeven, nog niet direct een jubelpercentage, maar toch. En het moet gezegd: tijdens de openingsavond was het stuwende Derde Pianconcert van Hanna Kulenty verreweg de interessantste compositie. De tweede avond betoonden Sumire Nukina en Selma Beuger zich uiterst originele toondichters.

Tijdens deze Muziekdagen werd ook de Henriëtte Bosmansprijs uitgereikt. Anderhalf jaar geleden hekelde ik hier het feit dat deze naar een vrouw vernoemde prijs nog nooit aan een dame was uitgereikt, en dat zowel jury als genomineerden steevast uit mannen bestonden. Welnu, men had zijn leven gebeterd en twee vrouwelijke juryleden aangesteld. En ziedaar: de immer speelse Mayke Nas behoorde tot de genomineerden! Jammer genoeg won ze niet, maar een mens kan niet alles hebben.

Al even hartverwarmend is dat het Holland Festival Oude Muziek na jaren van veronachtzaming de componerende dames in de armen sluit. Directeur Jan van den Bossche heeft voor de komende aflevering niet alleen muziek geprogrammeerd van de briljante Barbara Strozzi, Francesca Caccini en Isabella Leonarda, maar ook van hun minder bekende collega’s, die actief waren in nonnenkloosters. Nu maar hopen dat het geen ééndagsvlieg betreft en dat de vrouwen bij dit gerenommeerde evenement definitief uit de schaduw van de geschiedvervalsing treden.

Maar zelfs mijn uiterst rooskleurige bril kan niet verhullen dat nog altijd veel programmeurs – man én vrouw – de goede noten van vrouwen als vanzelfsprekend links laten liggen. Zolang die toestand voortduurt, zal ik blijven getuigen, wetende dat één druppel water uiteindelijk zelfs de hardste steen uitholt…

 

Posted in archive, music, women composers | Tagged , , , , , | Leave a comment

Don Giovanni van Reisopera: vaart en humor

Als de Commendatore zich in het mortuarium plots van zijn lijkbaar verheft deinst Leporello heftig achteruit. Hij smakt pijnlijk tegen de achterwand, als werd hij getroffen door een windvlaag met orkaankracht. Dit cartooneske beeld is slechts een van de vele hilarische momenten in Don Giovanni van de Nederlandse Reisopera. Deze productie werd na de première zaterdag 4 maart in het Enschedese Wilminktheater terecht beloond met een stormachtig applaus.

Kandidaat beste operaproductie van 2017

De aanstekelijke enscenering van Mozarts populaire opera is nu al kandidaat voor beste operaproductie van 2017. Zij onderstreept opnieuw de kwaliteit en veerkracht van de Reisopera. Vanwege de dramatische subsidiekorting is het team in 2012 gereduceerd van 95 naar 13 mensen, zoals directeur Nicolas Mansfield tijdens de voorafgaande perspresentatie memoreerde.

Less is more

Less is more is sindsdien het devies. Ook de Britse regisseur Jo Davies bleek hiermee uitstekend uit de voeten te kunnen. Personages nemen bijvoorbeeld zelf hun rekwisieten mee. Zo komt Don Giovanni op met een eigen telefooncel en doet een zwerver een dutje op een door hemzelf meegezeulde bank. Met een paar simpele handgrepen verandert het decor nog tijdens een scène van een louche achterbuurt in een zigeunerpark, een ziekenhuisboeg, een kerk of een kantine.

Aangename vaart in regie en muziek

Davies houdt de vaart er goed in. Dat geldt ook voor dirigent Julia Jones, die het Orkest van het Oosten met vaardige hand door de partituur loodst. De laatste noten van een aria zijn nog niet uitgeklonken of pianist William Shaw zet al de begeleiding in voor het recitatief. Hij is prominent ter linkerzijde van het toneel opgesteld en zijn fortepiano heeft een aangenaam tinkelende klank, die echter in de orkestpassages verloren gaat.

Het openingsbeeld is meteen al raak. Een oldtimer wipt op suggestieve wijze op en neer en braakt na korte tijd een schaars geklede Donna Anna uit. De gemaskerde Don Giovanni tracht haar weer de auto in te sleuren, wat de Commendatore wil verhinderen. De vrouwenverleider doodt Anna’s vader met een klapperpistool, waarop stevige kruitdampen onze neus binnendringen. Een ambulanceteam sjeest met een brancard het podium op en voert de Commendatore af. – Hup, volgende scène.

Saturday Night Fever

Raak is ook de typering van het zigeunerpaar Zerlina en Masetto, die in jaren-70 outfit feesten rond een caravan. Als Don Giovanni diens kersverse echtgenote wil verschalken, raakt hij verstrikt in haar eindeloze tulen petticoats. Komisch is ook de scène waarin de feestgangers te gast zijn bij Don Giovanni. Op het ritme van Mozarts muziek maken zij lullige danspasjes met dito draaiende handbewegingen. Deze lijken zo ontleend aan de dansfilm Saturday Night Fever.

Silvia Moi (Zerlina) & Aleš Jenis (Don Giovanni) foto Marco Borggreve

Truttige kleren

De Reisopera heeft een neus voor jong talent. De Australische sopraan Anita Watson overtuigt als Donna Anna. Bijzonder aangrijpend is haar vertolking van het recitatief en aria ‘Non dir mi’ in het tweede bedrijf. Haar verloofde Don Ottavio krijgt verzorgd gestalte in de Maltese tenor Nico Darmanin en de Zweedse sopraan Anne Grevelius is een aangenaam bozige Elvira.

Zij en Donna Anna zien er met hun truttige kleren en lelijke wandelschoenen uit als strenge akela’s. – Wellicht een hint naar de onverzadigbare wellust van Don Giovanni, die het getuige Leporello met alle dames doet: jong of oud, dik of dun, knap of lelijk.

Monsterlijke Golem

De Oostenrijkse basbariton Matthias Hoffmann heeft een prachtig sonoor geluid. Hij zet een Masetto neer die zich niet zonder slag of stoot door Don Giovanni laat ringeloren. De boomlange Poolse bas Lukas Jakobski oogt als Commendatore als een monsterlijke Golem. Jammer genoeg is zijn stem is iets minder afschrikwekkend dan zijn voorkomen.

Aleš Jenis (Don Giovanni); Matthias Hoffmann (Masetto); Concensus Vocalis – foto Marvo Borggreve

De Slowaakse bariton Aleš Jenis is een lefgozerige Don Giovanni, die gewetenloos zijn pleziertjes najaagt maar uiteindelijk toch verantwoording aflegt. Wanneer hij de hand aanneemt die de Commendatore hem vanuit zijn graf toesteekt, accepteert hij zijn eigen dood. Het toneelbeeld spiegelt hier fraai de openingsscène: een legertje verplegers scheurt het podium op en tracht vergeefs hem te reanimeren. – Of geven ze hem juist het fatale spuitje?

Zerlina als alter ego van Don Giovanni

De grootste sterren zijn de Britse bariton George Humphreys als Leporello en de Noorse sopraan Silvia Moi als Zerlina. Humphreys geeft de vele dubbele bodems in zijn karakter gestalte met een fabelachtige stem en mimiek. Verkleed als Don Giovanni verleidt hij de treurige Elvira, waarbij hij zijn gezicht voor haar verbergt met een scala aan schrikachtige gebaren. Tijdens de vermaarde ‘catalogus-aria’ houdt hij geschokt zijn adem in bij de meer dan duizend Spaanse veroveringen van zijn meester. Dan klinkt zacht het tegelijkertijd verbaasde en bewonderende ‘Mille tre’.

De Noorse sopraan Silvia Moi heeft een al even indrukwekkend arsenaal aan emoties en gezichtsuitdrukkingen in de aanbieding. Zij weet haar rol als berekenende jongedame die het liefst van alle walletjes eet werkelijk vlees op de botten te geven. In wezen is zij een alter ego van Don Giovanni, die met mierzoete, schijnbaar schuldbewuste frasen haar geliefde Masetto telkens weer weet terug te winnen.

Het Orkest van het Oosten en het koor Concensus Vocalis presteren onder de gedecideerde leiding van Julia Jones op hoog niveau. De dynamiek is verzorgd, de dramatische accenten worden messcherp neergezet, de klank is aangenaam licht en Mozartiaans. De zwaar aangezette dissonante akkoorden tijdens de slotscène tussen de Commendatore en Don Giovanni jagen ons de stuipen op het lijf.

De Reisopera toert met Don Giovanni vanaf 7 maart door ons land. – Mis deze prachtvoorstelling niet!

De speellijst vind je hier

Posted in music, review | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Henriëtte Bosmans in eigen naam het zwijgen opgelegd

Vandaag is het internationale vrouwendag, met veel aandacht voor vrouwelijke componisten op de ConcertzenderBBC3 en het internetstation Second Inversion. Onze eigen klassieke zender Radio 4 laat de dames helaas grotendeels links liggen.

Jammer dat mijn programma Componist van de week niet meer bestaat en dat ook de aanvullende programmering van het Vrijdagavondconcert is geschrapt. Daarin had ik immers veel ruimte om werk van vrouwelijke componisten onder de aandacht te brengen.

Deze maand herpubliceer ik een reeks columns die ik een decennium geleden over de veronachtzaming van vrouwen schreef.

Componist m/v (2)
Verschenen in tijdschrift Luister december 2004

Wees niet bang, ik ga u niet wéér vragen welke namen u te binnen schieten bij het woord componist. Ik weet immers dat u als oplettende lezer onmiddellijk op de proppen komt met Hildegard von Bingen, Josina van Boetzelaer en Henriëtte Bosmans. Jammer genoeg lezen concertorganisatoren en artistiek managers de Luister kennelijk minder goed, want ook dit seizoen is het aandeel van vrouwelijke componisten op onze vaderlandse podia bedroevend klein.

Neem de Nederlandse Muziekdagen, die in december weer drie dagen lang in Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht plaatsvinden. Sinds jaar en dag klinkt hier muziek van mannen, een enkele excuus-Calliope of -Caroline uitgezonderd. De huidige aflevering vormt hierop geen uitzondering, daarom noem ik het festival steevast de ‘Nederlandse Mannendagen’.

Dit keer tref ik echter één hoopgevend onderdeel: op zondag 12 december wordt de Henriëtte Bosmansprijs uitgereikt, vernoemd naar een van de kleurrijkste Nederlandse componisten van voor de oorlog. Zij studeerde bij Willem Pijper, maar liet diens droogkloterige kiemceltechniek voor wat hij was en schreef aansprekende muziek met een impressionistische flair, verwant aan het werk van Lili Boulanger en Claude Debussy.

Maar wie zijn de finalisten? Niet de avontuurlijke dames Mayke Nas; Astrid Kruisselbrink of Rozalie Hirs, maar drie heren: Lars Skoglund, Edward Top en Jeroen Roffel. Van een naar een vrouw vernoemde prijs had ik een iets evenwichtigere man/vrouw-verhouding verwacht. Op zoek dus naar de samenstelling van de jury – en warempel, ook die bestaat geheel uit mannen.

Ik vraag de lijst met winnaars op. Sinds 1994 is de Henriëtte Bosmansprijs zes keer uitgereikt. Niet één keer aan een vrouw! Terwijl juist in het afgelopen decennium een hele generatie boeiende vrouwelijke toondichters is opgestaan, die het verdient gehoord en onderscheiden te worden.

En welke muziek klinkt er tijdens de feestelijke prijsuitreiking? Juist, geen noot van vrouwen, zelfs niet van de naamgeefster van de prijs. Zo wordt Henriëtte Bosmans in haar eigen naam het zwijgen opgelegd.

 

Posted in archive, music, women composers | Tagged , , , , , , , | Leave a comment

Misha Mengelberg: engelengeduld en sardonische humor

Er zijn mensen met wie je je leven lang een innige band koestert, ook al spreek je ze zelden. Zo iemand was voor mij componist, pianist en improvisator Misha Mengelberg (1935-2017), die afgelopen donderdag overleed. Hij leed al jaren aan dementie en toen hij in 2015 na afloop van zijn opera Koeien in een rolstoel het podium opkwam, sprongen de tranen in mijn ogen. Zo breekbaar als hij was straalde zijn warme persoonlijkheid mij onverminderd tegemoet.

Misha Mengelberg met Cherry Duyns, toegejuicht door Katrien Baerts, Stadsschouwburg Amsterdam 9-6-2015

Misha Mengelberg met Cherry Duyns, toegejuicht door oa Katrien Baerts, Stadsschouwburg Amsterdam 9-6-2015

Misha was een van de meest tegendraadse figuren in het Nederlandse muziekleven, die met zijn onnavolgbare humor en eigenzinnige improvisaties voortdurend bleef verrassen. Zijn scherpzinnige geest nam steevast een andere afslag dan wij gewone stervelingen en niet zelden fungeerde hij als een luis in de pels van de gevestigde orde.

Zo vormde hij in de roerige jaren zestig samen met slagwerker Han Bennink en saxofonist Willem Breuker de Instant Composers Pool, onder het motto dat
geïmproviseerde muziek een vorm van instant componeren is. Zij doorbraken de
kaders van de traditionele jazz en brachten theatrale concerten met een absurdistisch
karakter.

Scherpe commentaren gebracht met pretoogjes

Misha stak graag de draak met de heersende orde, die zich liet uitdagen door onschuldige acties van de protestgeneratie – een titel als Hé, hé, hé, waar is de marechaussee spreekt boekdelen. Maar ook zijn eigen bentgenoten nam hij de maat. Zijn ietwat cynische, kritische commentaren waren echter nooit afbrekend bedoeld en werden immer met flonkerende pretoogjes gebracht.

Zo vroeg hij mede-Notenkraker Reinbert de Leeuw tot diens schrik eens of er in atonale muziek wel iets lolligs te beleven viel. Toen het tweetal samen met Louis Andriessen, Peter Schat en Jan van Vlijmen werkte aan de anti-Amerikaanse opera Reconstructie wees hij er fijntjes op dat de Nederlandse multinational Philips minstens zoveel bloed aan zijn handen had als de Verenigde Staten.

Misha Mengelberg © Ton Mijs

Zelf leerde ik Misha begin jaren negentig kennen, toen ik als bandleider van de popgroep Tess op allerlei compositorische vraagstukken stuitte. Hij nam mij aan als compositiestudent en wekelijks toog ik naar de Nieuwe Prinsengracht, waar de jazzafdeling van het Sweelinck Conservatorium gevestigd was.

Verschoven rotsblok

Hij kneedde me eerst in uiterst streng contrapunt, volgens hem onontbeerlijk voor elke zichzelf respecterende songwriter. Uren zwoegde ik op zijn aanvankelijk toch eenvoudige opdrachten, almaar gummend en corrigerend om de vele verboden wendingen te vermijden. Maar ik had mijn blaadje nog niet aan hem voorgelegd, of hij boog zich voorover, onvermijdelijke peuk in de hand en priemde met zijn vinger: ‘Daar staat een parallelle kwint.’

Hij leek er waarachtig plezier in te hebben als ik voor de zoveelste keer wanhopig uitriep dat ik het nooit zou leren. Toch was – en is – hij mij dierbaar, want zijn houding was ondanks zijn plaagzucht uitgesproken vaderlijk. Zijn typische voorovergebogen gestalte, met het  hoofd dat als een verschoven rotsblok op zijn schouders leek te zijn geplaatst zal ik nooit vergeten.

Engelengeduld

Zijn engelengeduld was bewonderenswaardig. Wanneer een van mijn medestudenten weer eens zijn huiswerk niet had gedaan, bleef hij onbekommerd. Alleen de goede verstaander hoorde de licht sardonische ondertoon waarop hij reageerde. Toen iemand eens een krakkemikkig cassettebandje draaide met een repetitie van zijn band, schoot mij het plaatsvervangende schaamrood naar de kaken.

Misha daarentegen luisterde geconcentreerd naar het valse gekweel en het rommelige spel, lurkte aan zijn sigaret, leunde nog eens stevig achterover, kneep zijn ogen dicht en zei: ‘Veel microtonen, interessant… heel veel microtonen.’

Angstig muisje

Mijn eerste eigen meerstemmige brouwsels beoordeelde hij  kritischer. Hij vond dat ik dat als  ambitieuze leerling verdiende. ‘Aardig gedaan, maar hier ga je naar de grondtoon, middenin een stuk’, klonk het. ‘Dat is dodelijk!’ Op andere momenten pakte hij zijn potlood, streepte een paar noten door en verving ze door meer dissonante exemplaren. ‘Je bent net een angstig muisje, dat wegrent en zich onder de kast verstopt’, zei hij dan.

Steevast was zijn versie beter en spannender. Ik heb er veel en dankbaar gebruik van gemaakt. Hoewel ik hem de afgelopen jaren alleen nog telefonisch heb gesproken, voelt hij nog altijd als een goede vriend. Ik zal zijn warme, vaderlijke leiding en vileine humor missen.

Posted in music, news, personal | Tagged , , , , , , , | 2 Comments

Componist = Henriëtte Bosmans of Johannes Brahms?

Woensdag 8 maart is het internationale vrouwendag. Ook in de muziekwereld wordt extra aandacht besteed aan vrouwelijke componisten. Jammer genoeg nog altijd vaak als een categorie apart, ook door de Concertzender. Opvallend genoeg is de ‘componist van de maand’ in maart overigens niet Barbara Strozzi is, maar Claudio Monteverdi.

Sinds jaar en dag strijd ik voor meer vrouwelijke noten op de muziekpodia, vaak tegen taaie weerstand in. Zo presenteert het Koninklijk Concertgebouw het komende seizoen slechts één werk van een vrouwelijke componist, de Doodenmarsch van Henriëtte Bosmans. 

In deze ‘vrouwenmaand’ herpubliceer ik een reeks columns die ik de afgelopen decennia schreef over de veronachtzaming van vrouwelijke componisten. Zaterdag 4 maart verscheen mijn column over Ethel Smyth, vandaag een stukje uit 2004 over de blinde vlek van beleidsmakers.

Componist m/v

Verschenen in het tijdschrift Luister, januari 2004

Eerlijk zeggen: welke namen schieten u te binnen bij het woord componist? Hildegard von Bingen, Josina van Boetzelaer en Henriëtte Bosmans – of Johann Sebastian Bach, Ludwig van Beethoven en Johannes Brahms? Het is dat ik nooit wed, anders zou ik de eer van mijn moeder inzetten op het tweede antwoord. Een componist is voor hele volksstammen nog altijd vanzelfsprekend een persoon van mannelijke kunne.

Zo niet voor minister De Geus, die onlangs stelde dat de vrouwenemancipatie geheel en al voltooid was. Nu ben ik dol op positief nieuws – mijn tranen gaan al stromen als ik lees dat een kind uit de gracht wordt gered – maar dit kon ik eenvoudig niet geloven. Had ik de afgelopen twintig jaar mijn ogen dan in mijn zakken gehad en waren al die poenerige baasjes op mijn pad eigenlijk vermomde vrouwen?

Ik las de tekst opnieuw: ‘De aanwezigheid van vrouwen op nagenoeg alle plekken van de Nederlandse samenleving is nagenoeg vanzelfsprekend.’ Was ik dan blind voor hun aanwezigheid op onze veelgeroemde concertpodia?

Het tweemaal gebruikte ‘nagenoeg’ kietelde mijn speurzin. Ik vlooide de seizoensfolders van de tien landelijke orkesten door en vond welgeteld twee dames: Lili Boulanger bij het Noord-Nederlands Orkest en Sofia Goebaidoelina bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest. De drie klassieke omroeporkesten dan?

Eerst maar eens gekeken naar de Zaterdagmatinee, die de naam heeft licht progressief – dus geëmancipeerd? – te zijn. Op een totaal van veertig programma’s prijkt niet één werk van een vrouwelijke componist. Het Zondagochtendconcert van de AVRO presenteert een compositie van Thea Musgrave; de immer verguisde TROS wint met twee componerende dames: Pauline Viardot en Viera Janarcekova.

Misschien ben ik een beetje dom, maar van ‘voltooide emancipatie’ lijkt me hier geen sprake. Dat er deze maand toch ‘vrouwelijke’ noten tot klinken komen danken we aan enkele kamermusici, die optreden in Groningen, Amsterdam en Heemstede. – Nagenoeg op alle concertpodia van Nederland…

 

 

Posted in archive, music, women composers | Tagged , , , , , , , , | Leave a comment

Plaginspiratie: Britten haalde zijn mosterd by Ethel Smyth

Op woensdag 8 maart, internationale vrouwendag, presenteert de Concertzender een dag lang muziek van vrouwelijke componisten.

Al twee decennia probeer ik programmeurs en musici ervan te overtuigen hun blik niet zo eenzijdig op (dode) witte mannen te richten. Hoewel de situatie mondjesmaat verandert, is de verhouding man-vrouw nog altijd behoorlijk scheef, getuige ook de recente seizoenspresentaties van het Koninklijk Concertgebouw Orkest en Koninklijk Concertgebouw.

Over mijn taaie strijd schreef ik vele columns, die deels terug te lezen zijn via de site van vrouw en muziek. Omdat de thematiek nog altijd actueel is, zal ik d komende dagen telkens een ervan op dit blog herpubliceren. Enjoy!

Plaginspiratie

Verschenen in Tijdschrift Luister, juni 2006

Wat heb ik toch een heerlijk beroep! Bijna dagelijks leer ik tijdens concerten en via krant of radio nieuwe muziek en inspirerende musici kennen, waardoor mijn leven in beweging blijft en mijn geest gescherpt wordt.

Op een van die concerten hoorde ik het Strijkkwartet van Ethel Smyth, dat in zijn geladenheid verwant is aan het expressionisme van Schönberg. Schitterend stuk, van een kleurrijke Britse componiste en suffragette, die ooit gevangen zat nadat ze een steen door de ruiten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken had gegooid. Vanuit het celraampje dirigeerde ze met een tandenborstel haar medegevangenen in haar rebelse March of the Women. Een vrouw naar mijn hart.

Zoekend naar andere werken vond ik een opname van haar opera The Wreckers. Deze speelt zich af in een Engels vissersdorpje, waar twee buitenstaanders weigeren te voldoen aan de gangbare mores en uiteindelijk worden omgebracht. Het was alsof ik een blauwdruk van Peter Grimes kreeg voorgeschoteld.

Ook muzikaal zijn er veel raakvlakken. Smyth weet misschien nog wel indringender dan Britten het woelen der baren en emoties in noten te vangen. Haar muziek is dramatisch zonder pompeus te zijn en grijpt je meteen bij de lurven, om je tot het tragische einde niet meer los te laten.

Omdat ik vind dat deze prachtopera zo snel mogelijk op de planken moet komen, bestook ik intendanten, artistiek leiders en dirigenten met opnames en partituren. Zonder uitzondering roemen zij de kwaliteit en schoonheid van de muziek. Steevast voegen zij echter toe: ‘Ze heeft wel erg goed naar Britten geluisterd.’ Als ik riposteer dat Smyth haar opera in 1904 voltooide, negen jaar voordat Britten geboren werd, vallen zij stil.

Ooit gaat het me lukken The Wreckers uitgevoerd te krijgen. Dan zal men zich afvragen: betrof de veertig jaar later gecomponeerde Peter Grimes een geval van plagiaat? Of was het inspiratie? Ik hou het op plaginspiratie…

The Wreckers werd op cd gezet door BBC Philharmonic olv Odeline de la Martinez. Op Youtube zijn er verschillende fragmenten uit te horen. O.a. de gehele tweede akte.

In 1903 werd haar eenakter Der Wald uitgevoerd in de MET in New York, als eerste opera van een vrouwelijke componist ooit

Posted in archive, music, women composers | Tagged , , , | 3 Comments